Back U bevindt zich hier: Home Actueel

Parbode actueel

Dinotha Vorswijk (28) is momenteel de jongste vrouw die zitting heeft in De Nationale Assemblee. Deze vrouwelijke stem van Sipaliwini vertegenwoordigt de Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) en wil vooral de jongeren van het binnenland bemoedigen. Ze is voor haar werk en om contact te blijven houden met de bewonershaast elke week in het binnenland.

Comments ()
woensdag, 21 februari 2018 11:38

Op de werkvloer Wiesje Adriaans - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Hoe begon u met dit werk?
“Ik groeide grotendeels op bij mijn grootmoeder. Thuis was ik heel leergierig naar de bereiding van inheemse cassaveproducten. Als een kupari plakte ik aan mijn grootmoeder als ze bezig was bittere cassave te raspen en te persen, te drogen en te bakken om cassavebrood, cassavewater, kokori en cassavepoeder voor pap te maken. Ik leerde dit alles maken en al gauw kreeg ik bestellingen en besloot ik een marktstand te huren op de Centrale Markt, onafgebroken tot nu toe. Ik doe dit werk met hart en ziel, al vanaf mijn twintigste.”

Hoe ziet uw werkdag eruit?
“Om 3 uur sta ik op. Ik bid en maak de planning voor de dag. Ik kook voor mezelf en voor de dieren. Dan kook ik cassavewater. Ik vul flessen met kasiri en als ik heb, ook kasripo. Intussen verpak ik cassavebrood voor de verkoop. Nadat het is afgekoeld vul ik flessen met het cassavewater. Sommigen bestellen in het groot, zoals nu, een bestelling voor een zestigjarige die peprewatra maakt voor haar verjaardag. Ik laad alles in mijn auto en rijd omstreeks zes uur van Klein Powakka naar de stad, waar ik ongeveer om negen uur aankom en de producten uitstal. Ik blijf tot twee uur in mijn stand, dan rijd ik naar huis waar ik ongeveer vijf uur ’s middags aankom. Dan weer koken en dieren voeren, nog wat planten of het veld en de werkplaats inspecteren en uiterlijk negen uur ’s avonds ga ik naar bed.”

Wat is het leukste aan uw onderneming?
“Dat ik met het werk waarvan ik hou genoeg geld heb kunnen verdienen om mijn zeven kinderen te verzorgen (hun vader stierf jong), mijn eigen huis te bouwen en een auto te kopen. En dat ik werk met twee dames en twee heren die er ook van kunnen leven. De dames schillen en wassen de cassave, dan wordt het machinaal geraspt en geperst. Ze maken er cassavebrood en andere producten van. De heren doen het veldwerk.”

Het hele artikel is te lezen in het februarinummer van Parbode

Comments ()

“Doceren is leuk! Je leert ook van jouw pupillen, alhoewel de leerlingen van tegenwoordig erg veel verschillen met toen ik zelf leerling was”, zegt dansdocente en choreografe Sieske Rama. Ze is gespecialiseerd in Zuid-Indiase klassieke dans, bharata natyam. Ook de manier van lesgeven en volgen verschilt volgens haar erg met die van vroeger. “Toen ik les volgde was de relatie tussen docent en leerling heel anders. Je had veel respect voor je docent en de manier van lesgeven was strakker. Als je iets niet begreep dan moest je het door blijven oefenen totdat je het onder de knie kreeg. Nu moet jij je aanpassen aan de studenten.” Sieske focust zich bij het lesgeven meer op optredens en de persoonlijke groei van haar leerlingen. Ze komt de leerlingen ook tegemoet. Zo worden de lessen op locaties niet ver van hun woonplek verzorgd. Ze betalen wel het normale lesgeld.

Comments ()
woensdag, 21 februari 2018 11:28

Memre Eugene Peroti - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Deze keer niet alleen het verhaal van een overledene, maar iemand die tijdens zijn leven veel bezig geweest is met de verzorging en het klaarmaken van overleden personen voor begrafenis of crematie, nu vooral bekend als aflegger. ‘Lijkbewasser’ was veertig jaar geleden hiervoor het gangbare begrip. Eugene was, evenals velen met de achternaam Peroti, bekend als ‘Pero’.

Comments ()

“Ik ben een gemengd inheemse vrouw. Zo zie ik mezelf en ik ben trots dat ik een inheemse ben die het volk mag vertegenwoordigen. Ik ben opgevoed door een marronman en een inheemse vrouw.” Jeniffer Vreedzaam komt uit het dorp Pierrekondre Kumbasie in Para, en is geboren op 23 augustus 1970. Ze komt uit een politiek bewust gezin: haar moeder Harriette Joeroeja en vader Werner Vreedzaam hebben beiden een politieke loopbaan opgebouwd. Discussies die ze indertijd heeft gevoerd met haar ouders over onder meer de ontwikkeling van Suriname hebben haar gemaakt tot de vrouw die ze vandaag de dag is. Deze twee strijders hebben hun dochter Jeniffer geleerd dat ze niet alleen voor zichzelf moet opkomen. Dit principe past ze daarom toe als volksvertegenwoordiger. Jeniffer Vreedzaam is een vrouw die graag opkomt voor verandering en ontwikkeling. Maar niet alleen in het gebied waar ze gekozen is als volksvertegenwoordiger. “De vertegenwoordiging reikt veel verder dan alleen de inheemse dorpen in het district Para.”

Comments ()
maandag, 19 februari 2018 11:20

De naschoolse nyanpatu - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Het zou het vlaggenschip worden van de eerste regeertermijn van president Desi Bouterse: de naschoolse opvang. Door leerlingen na de schooltijd beter te begeleiden en hun een gezonde maaltijd aan te bieden, zouden de leerprestaties zienderogen verbeteren. In realiteit werd het een financiële nachtmerrie, en het zoveelste wanstaltige schoolvoorbeeld van schaamteloze corruptie. Dat blijkt uit een evaluatierapport in handen van Parbode. Bovendien duiken namen uit eerdere affaires opnieuw op. Zo blijkt dezelfde man die in 2013 verantwoordelijk was voor de financiële kater van Carifesta, opnieuw een van de spinnen in het web: Ivan Graanoogst.

Comments ()

De Nola Hatterman kunstacademie, kort gezegd de ‘Nola’, heeft de laatste tijd verschillende directeuren gehad. Daarvoor juist niet, want kunstschilder Rinaldo Klas was jarenlang het boegbeeld. Hij studeerde er, werkte er daarna dertig jaar, vooral als directeur. Rinaldo is inmiddels met pensioen, kwakkelt een beetje met zijn knieën, maar maakt nog prachtige schilderijen. Zijn opvolging verloopt moeizaam: Marcel Pinas was korte tijd directeur, maar raakte al snel omstreden, zoals vaker voorkomt bij succesvolle artiesten, wanneer directeur spelen het eigen kunstenaarschap in de weg zit. Enkele docenten vonden dat hij er te weinig was, maar volgens collega Kurt Nahar zat dat anders: ‘Het personeel klaagde altijd dat er niet goed leiding werd gegeven, maar toen Marcel het instituut naar een hoger niveau wilde tillen, werd hij steeds tegengewerkt’. Hoe dan ook, voor alle partijen was het beter dat Marcel Pinas zijn functie opgaf. Nu heeft Sunil Puljhun de leiding en ook hij voelt de spanning tussen management en kunst.

Twee ladders beklimmen
Maak je nog zelf dingen dan, Sunil? “Te weinig, jammer, want ik heb er voor geleerd, het is echt mijn vak geworden. Ik kwam op de Nola in 1994, toen de academie nog aan de Sophie Redmondstraat zat. Toen ik afstudeerde en het jaar daarop aan de Nationale Kunstbeurs meedeed, vroegen ze of ik er ook docent wilde worden. Kreeg salaris en dat is best belangrijk, want het blijft moeilijk om van kunst te leven, daarom worden velen later tekenleraar. Mijn eigen werk was in het begin vooral mooi willen schilderen, zoals Surinaamse taferelen, maar ik heb me steeds verder ontwikkeld, meer van binnenuit laten komen, en had daarmee in 2012 mijn eerste solo-expositie, getiteld DARKNESS. De mensen vroegen of ik zelf een duistere kant had. Dat nou niet meteen, maar je moet die gevoelens ook niet wegstoppen.” Verkocht niet best zeker? “Inderdaad, maar ik probeer al jaren twee ladders te beklimmen. Commercieel werk als Surinaamse landschappen, vogels, vlinders, al die dingen die goed verkopen, en daarnaast schilder ik over wat in mijzelf zit. Dat stimuleerde Kurt Nahar ook, want toen hij terugkwam van de kunstacademie op Jamaica en ook hier ging doceren kreeg ik een hechte band met hem: we begonnen veel over kunst te praten. Doen we nog steeds, maar nu ook over de leiding van de academie: de uiteindelijke besluiten moet ik nemen, maar ik doe het altijd samen met hem. Zo hou ik nog beetje tijd over voor mijn eigen werk.”
Is je functie tijdelijk, opgedrongen door het snelle vertrek van Marcel Pinas? “Ja, er moest iets gebeuren en ik kon snel inspringen. Probleem is dat ik nu drie dingen doe, want ik geef ook nog voetbalkeeperstraining, ik was jarenlang doelman op hoog niveau. Eerlijk gezegd is het zwaar, maar het gaat rustiger worden. Er is eindelijk een stichtingsbestuur voor de NOLA, en dat is een mijlpaal te noemen. Steve Ammersingh is voorzitter geworden. En er komt een nieuwe directeur, dan word ik meer artistiek medewerker.” Hebben de docenten invloed op wie de nieuwe directeur wordt? “We hebben een profielschets opgesteld en er vooral op aangedrongen dat het geen politieke benoeming wordt.” De reactie van het directoraat Cultuur belooft op dit punt echter niet veel goeds, want ze vertellen ons ‘dat het intern wordt opgelost’. Dat klinkt niet als een transparante sollicitatieprocedure.
Zoals vrije en toegepaste kunst aparte kwaliteiten vereisen, zo wilde NOLA in de toekomst beide stijlen de kans bieden zich verder te ontwikkelen. Zat hun kracht jarenlang in het aannemen van talentvolle jongeren met weinig vooropleiding, maar was de keerzijde dat je met het NOLA-diploma behalve het vrije kunstenaarschap niet veel kon beginnen, nu komt er naast een officiële opleiding op mbo-niveau, waarmee je kan doorstromen naar werk of andere opleidingen. Sunil: “Voor studenten die zich afvragen wat ze straks met het diploma kunnen doen, gaan we die mbo opstarten. Want er kwamen mensen bij ons die dachten dat ze later les konden geven, terwijl dat niet zo is. Onze nieuwe opleiding zal drie jaar duren, en de vooropleiding is mulo. Zoals je van het havo naar de AHKCO kan, zo kan je straks vanaf het mulo naar ons. En ze moeten natuurlijk eerst werk laten zien, want aantonen dat je talent hebt blijft een eis, zoals op alle kunstacademies. Ik zie als ideaal dat ze tegelijk met het mulo al onze deeltijdopleiding doen, dan kan het haast niet anders dan dat ze aangenomen worden. We hebben een lesprogramma voor kinderen vanaf zes jaar, twee middagen in de week, dat is te doen.”

Lees verder in onze februari editie.

 

Comments ()
vrijdag, 16 februari 2018 14:34

Rappa's Tori: Moksi - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Mijn vriend Anton had een leuke jongedame aan de haak geslagen; ze was wel een beetje verlegen en buiten de stad opgegroeid. Anton was een echte fotoboi (= stadsjongen; foto [foh-toh] = afkomstig van ‘fort’; is de vanuit het fort Zeelandia gegroeide (binnen)stad Paramaribo) en zou zijn nieuwe liefde de stad leren kennen: naar de kino (bioscoop) brengen, naar een dancing gaan en ook naar een duur restaurant; dat was toen Iwans Restaurant met een airco dining room boven. Anton had speciaal wat van zijn salaris daarvoor opzij gezet.

Comments ()
woensdag, 14 februari 2018 12:52

Fayalobi: Cupido

Geschreven door

Rozen, beren, kaartjes, chocolaatjes, en zoveel meer, gaan grif over de toonbanken. Je staat in de winkel en kijkt met een bonzend hart, ‘trillerig’, onzeker en toch hopend op een gebaar, een geschenk, een love letter, liefst van een anonieme bewonderaar!

Comments ()

In zijn comfortabele gitaarles- en zitkamer staat hij ons te woord: Ernst Bleyert, oud-pedagoog, maar vooral bekend als voorzitter van de Gitaristenkring en ondernemer die met de Bleyco Sappenfabriek van 1977 tot 1997 marktleider was in Suriname.
Ernst Bleyert had een gedisciplineerde, heel prettige en sportieve jeugd aan Weidestraat nummer 78. Hij komt uit een gezin van vier zonen, zijn vader was onderwijzer en zijn moeder huisvrouw. Hij deed aan voetbal, basketbal, korfbal en atletiek; alles op lokaal topniveau. Een hoogtepunt uit die sportieve periode was de voetbalwedstrijd bij de opening van het huidige André Kamperveenstadion, in 1953. Ze speelden tegen Aruba, dat in de eerste speelhelft voorstond met 3-0. Toen Ernst werd ingezet als keeper scoorde de tegenstander niet meer, maar Suriname maakte drie doelpunten. Na de wedstrijd renden de fans het veld op en tilden Belyert de lucht in. Een uniek moment, waarvan de foto de voorpagina van de krant haalde.
Maar in deze periode zat hij op de mulo en nam school niet serieus, en doubleerde. Hij was bijna twintig toen hij die school afmaakte. Daarna behaalde hij zijn vierderangdiploma voor hulpleerkracht. De geslaagden gaven een feestje, en daar leerde hij Florence kennen, met wie hij zou trouwen. Zij was ook leerkracht en ze werden eerst beiden geplaatst op een school te Leliëndaal in Commewijne. In hun tweede en derde districtsjaar werkten ze in Moengo. In die tijd nam Bleyert - toen 23 jaar - een dekati: hij kocht voor 60 Surinaamse gulden een gitaar, bijna de helft van zijn onderwijzerssalaris. Weer in de stad aan het werk, offerde hij rust en slaap op om zijn onderwijzersakte, hoofdakte en mo-A Pedagogiek te halen. Hij gaf daarna les op de Kweek-A. Een grote invloed op zijn loopbaan ging uit van Wim Bos Verschuur, die bij zijn tekenlessen op de Hendrikschool altijd bemoedigend was. Zo haalde Bos Verschuur het beste uit zijn leerlingen, of ze talent hadden of niet. Om zijn mo- B-akte Pedagogiek te halen, ging hij met zijn gezin - inmiddels verblijd met een zoon en een dochter -, op eigen kosten naar Nederland. Ernst en Florence vonden snel een baan in het onderwijs en hij rondde zijn studie vlot af.
Terug in Suriname begon Bleyert om zijn ‘karig loon aan te vullen’ een autoreparatiewerkplaats. Daarvoor huurde hij zowel een monteur als een garage. Die breidde hij uit tot uitdeuk- en spuitinrichting. Met een meubelmaker produceerde hij een tijd bedden voor Kersten.

Lees verder in het Parbodenummer van februari.

Comments ()
woensdag, 14 februari 2018 08:51

De taboe op seksshops - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

De laatste jaren zijn in meerdere wijken van Paramaribo seksshops opgedoken. Parbode ging bij vier langs en deed verslag over de ‘taboewereld’ in deze tak van de Surinaamse seksindustrie.

 

Het eerste dat opvalt bij onze bezoekjes is het uiterlijk van de winkels: donkere ramen, afgeschermd van de buitenwereld. Het geeft een kick om enkele uren ‘verboden’ seksattributen als opblaasbare poppen, zweepjes, maskers, en kleurrijke vibrators te bestuderen en de verhalen van de ondernemers te horen. Verschillende klanten lopen de winkel in, maar lijken onzeker te worden van onze aanwezigheid; de meeste lopen snel door naar de toonbank. Duidelijk blijkt dat de taboe op seks en het bezoeken van seksshops nog altijd heerst. Acceptatie en vertrouwen van de gemeenschap zijn wel van groot belang voor het voortbestaan van zo´n shop. De taboe begint volgens de eigenaresse van Geilshop al vroeg in de opvoeding. Als kind krijg je thuis weinig te horen over seks, er wordt erg geheimzinnig over gedaan. Op de basisschool wordt je wel ingewijd over menstruatie en op de middelbare school krijg je confronterende, vollediger informatie.
In de meeste winkels staan mannen achter de toonbank. Een vrouw in zo’n shop werkt nadelig, zeggen eigenaars en verkopers. Mannen zouden zich namelijk eerder op hun gemak voelen als ze met een andere man praten over hun bedproblemen. Een vrouwelijke klant kan ook goed communiceren met een mannelijke verkoper. Maar omgekeerd zou dit voor veel schaamte zorgen. “Vrouwen praten te veel. Als je bij mij in de zaak komt dan vergeet ik je het moment dat je uit de deur loopt”, aldus een van de eigenaren van Love and Kisses. Pink Pussy Cat heeft geëxperimenteerd met zowel mannen als vrouwen als verkoopassistent en weet uit ervaring dat het er niet om gaat of de verkoper man of vrouw is maar of de benadering naar de klant discreet is. Het is ook wenselijk dat de klant steeds dezelfde verkoopmedewerker aantreft. Geilshop is de enige sekswinkel waar er dames achter de balie staan. Zij merken juist op dat een vrouw in de shop positief werkt. Een vrouw kan beter uitleggen wat een vrouw nodig heeft. De twee eigenaren van Love and Kisses zeggen dat werken in een seksshop spannend en leuk blijft. “Elke dag is er wel een verrassing. Je weet nooit wie binnenkomt en soms sta je er versteld van dat er mensen komen van wie je het juist niet verwacht.”

Voorlichtingsfunctie seksshopmedewerker
De eigenaren van Love and Kisses zeggen dat het belangrijk is dat de verkopers voorlichting kunnen geven. Veel klanten komen de winkel binnen met vragen of problemen. Er zijn diverse producten en middelen op de markt die kunnen helpen, maar advies en instructies zijn van groot belang. De eigenaar van seksshop Tempo heeft als bijnaam de ´Love Doctor´. Hij helpt koppels met adviezen voor het oplossen van relatieproblemen. Deze sociale functie wordt door alle eigenaren en verkopers erkend. Als mensen de drempel van een seksshop over stappen dan moet er naar hen geluisterd worden. Kunnen de problemen niet opgelost worden, dan adviseren de medewerker de klant naar een deskundige te gaan. In een seksshop kunnen de producten niet getest of geprobeerd worden. Immers, als de producten eenmaal zijn gebruikt dan kunnen ze niet ingeruild worden. Het is daarom van belang dat de klant goed geïnformeerd wordt.
Het werk in een seksshop heeft ook minder leuke kanten. Veel klanten verwachten dat er achter de winkel ook een bordeel is. Bovendien zijn er bezoekers die de tijd komen doden in de shop en daardoor de privacy van anderen in de weg staan. Of klanten die met hun baby op de arm de winkel binnenkomen. En erg storend zijn dronken mensen die de shop bezoeken en alle regels negeren. Zo ging een dronken man onlangs een seksshop binnen en toonde zijn geslachtsdeel om een speciaal condoom met ribbels te passen. De politie werd terstond ingeschakeld. Na zijn ontnuchtering op het politiebureau werd de man na een ernstige waarschuwing heengezonden.
Klanten hebben vaak allerlei verwachtingen over medewerkers. Zo denken ze nogal eens dat de mannelijke verkopers playboys zijn die bordelen bezoeken. Van de dames wordt gedacht dat zij onderdeel zijn van de winkel. Dat ze bij een soort pakket horen en men ze kan huren of ‘kopen’.

Lees verder in het Parbodenummer van februari.

Comments ()

John Lecton is vanaf april vorig jaar marktmeester van de Centrale Markt. Hij was daarvoor onderdirecteur op Openbaar Groen, waar hij niet alleen achter een bureau zat, maar waarvan hij ook de tractor bestuurde en met zijn mannen de bermen maaide. Over zijn houding toen: “Ze moeten niet denken dat ik het goed vind dat ze ‘s morgens tekenen om dan weer naar huis te gaan. Ik heb ze echt laten werken hoor.” Dat hebben ze op de Centrale Markt ook ondervonden. “We hebben negentien weekenden doorgewerkt, om op te ruimen en de boel te schilderen, ook met gedetineerden. Ze kregen SRD 75 per dag, plus eten en sigaretten en balen nu enorm, omdat het werk tijdelijk stil ligt, want we moeten even bijkomen, we doen het stap voor stap.”

Comments ()
vrijdag, 09 februari 2018 11:30

Mi eigi Moengo: Johan Djoe

Geschreven door

De Ware Tijd lag op tafel. Johan kwam binnen, ging zitten en vouwde de krant open om rustig de koppen te lezen. Het toont een man die zowel de krant als het hier en nu weet te waarderen. Toch zijn we tijdens ons gesprek ver teruggereisd in de tijd. Johan Djoe, of zoals ze in Suriname zeggen, Djoe Johan, is geboren in Moengo Tapoe. Na de lagere school was hij genoodzaakt om bij zijn oma te gaan wonen, in Moengo waar hij kon doorleren aan het ulo, afdeling Techniek. Dit hield in dat je naast je tweejarige opleiding, praktijkervaring opdeed bij Suralco, in zijn geval als metaalbewerker. Wanneer ze tijdens deze praktijkuren iets in je zagen, kon je vervolgens drie jaar intern worden opgeleid en kreeg je uiteindelijk een vaste baan.

Comments ()

Het is december en we verblijven in Noord-Holland. Na een driegangenmenu trekken we ons terug in de huiskamer om van de avond te genieten. Een VOD-kanaal (Video On Demand) biedt een uitgebreid programma. De gastvrouw heeft een voorstel: een leuke film over Suriname: Tuintje in mijn hart.

Comments ()

“Als ik het niet doe, doet niemand het.” Weinig mensen in ons land kunnen deze zin formuleren en daarbij ook nog eens de waarheid spreken. Dyonne Leerdam is daar eentje van. Het was een bewuste keuze van Leerdam om na haar studie in Nederland een praktijk in Suriname te beginnen.

Comments ()

“Ik ben volgens mij de enige belastingwetenschapper in Suriname. Na alles wat ik heb meegemaakt, ben ik de enige die vanuit meerdere gezichtspunten en met oog op sociale rechtvaardigheid belastingheffing benader.” Dit zijn woorden van belastingeconoom Winston Wirht. De voormalig waarnemend directeur van de Belastingdienst ziet geen heil in het haastig doorvoeren van btw. “Laten we het geld halen waar het is, namelijk bij de top tien procent van de samenleving en bij degenen die vermogens hebben en speculeren met grote lappen grond.

Comments ()

Suriname heeft al jaren last van zogenaamde spookambtenaren. Ambtenaren die elke maand salaris op hun rekening gestort krijgen, terwijl ze niet of nauwelijks op hun werk verschijnen. Ze zitten thuis niets te doen of werken eigenlijk ergens anders, waardoor ze een dubbel salaris ontvangen. Winston Wirht, ontheven directeur der Belastingen, omschrijft de stand van zaken treffend: “Het gaat om een aardig bedrag dat ze ons kosten, maar niemand weet hoeveel.”

Comments ()
dinsdag, 06 februari 2018 15:42

Voorwoord: Ordinaire vreet-na-pot

Geschreven door

Introduceer een project waarbij bogobogo duku en n'nyan verdeeld moeten worden en het loopt geheid uit op een ordinaire ‘vreet-na-pot’. Dat is precies de uitkomst van het veel besproken project Naschoolse Opvang, dat ons een illusie en honderden miljoenen SRD’s armer heeft gemaakt. 

Comments ()
dinsdag, 06 februari 2018 14:40

Het februarinummer van Parbode is uit!

Geschreven door

De februari-editie van Parbode is verkrijgbaar in stad en district!

Deze maand onder meer:

Comments ()

Johan Maine, bootsman in Amakakonde, die al ruim zeventien jaar schoolkinderen vervoert van Amakakonde naar Abenaston, kreeg in augustus jongstleden voor het eerst in zijn leven een aanslag voor het betalen van loonbelasting, en wel over de jaren 2015, 2016, en 2017. Meneer Maine kan niet lezen of schrijven, maar begreep wel de strekking van het formulier. Hij stelt dat hij geen geld heeft om belasting te betalen, al zijn geld gaat op aan benzine, zegt hij. Hij vervoegde zich ettelijke keren bij de Belastingdienst, in de hoop daar bij het invullen van het formulier begrip voor zijn financiële toestand en assistentie te krijgen. Die assistentie konden ze hem niet geven. Uit informatie van de Belastingdienst blijkt dat de bedoelde assistentie uitsluitend in de maand april wordt gegeven. Gelukkig kent hij meneer Menno Marrenga, en via deze Saramaccaanse bakra kon gelukkig bewezen worden wat Maine al stelde: hij heeft meer lasten dan inkomsten. 

Ronnie Brunswijk

Elke ochtend tussen 6 en 8 uur Abenaston om de ruim zestig kinderen en enkele leerkrachten over te varen. Per bootrit mogen er maximaal twintig kinderen mee. Daarna gaat hij vanaf 12 uur weer varen om opnieuw vier keer de terugreis te maken. Dagelijks dus acht trips. Als het onderwijzend personeel vergadert, moet hij de kinderen eerder halen, en later de juffen en meesters apart, zodat hij op die dagen wel negen of tien ritten uitvoert. Hij vertelt, dat hij sinds kort een 40 pk-motorboot bezit, dankzij een liefdevolle financiële injectie van Ronnie Brunswijk, nadat hij jarenlang erg vaak reparaties aan zijn 15 pk-motorboot te verrichten had gehad. Maine is Brunswijk zeer erkentelijk voor deze geste; hij weet niet hoe hij dit werk had kunnen voortzetten zonder die gift.Maine had namelijk de autoriteiten al platgelopen om nog een boot in te zetten op de onderhavige route, zonder enig resultaat.

Kostgrondje

Maine vertelt verder over alle kosten die hij te betalen heeft voor het in de vaart houden van zijn boot. Naast benzine moet er regelmatig smeerolie en gearolie worden aangeschaft, en uiteraard wordt er regelmatig klein onderhoud verricht. Marrenga benadrukt dat ook de motor in maximaal vijf jaar moet worden afgeschreven, om de eerdere ellende zoals met de 15 pk-motor te voorkomen. De winst- en verliesrekening die op advies van de Belastingdienst en met behulp van Marrenga wordt opgemaakt, toont onomstotelijk aan dat Maine inderdaad geen geld heeft om belasting te betalen: hij ontvangt bedragen tussen de
1.900 en 3.500 Surinaamse dollar per maand en geeft meer dan SRD 4.000 uit aan benzine en de andere genoemde kosten. Johan Maine zegt zelf: “Als ik geen kostgrondje had, zou ik niet eten.” Over het ‘loon’ van Maine, valt nog het een en ander te zeggen.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()
woensdag, 31 januari 2018 12:42

Rappa's Tori: Tanden pieren - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Happy new year, vergeet uw goede voornemens wat langer niet na 1 januari. Wat zeg ik nou? Beetje kronkeltaal? Dat zal misschien de nawerking zijn van het verbale geweld tussen leidinggevenden van het ministerie van Onderwijs en de leerkrachtenvakbond; sommigen zeggen met enig sarcasme: tussen het Onwijsministerie en de Bovenwijze Vagebond. Nauwelijks waren wij namelijk bekomen van de raskippenuppercut van de ene kant, of de andere kant sloeg  ardig below the belt terug met: ‘A poepe wan poepe sa no man psa en bille’, enigszins beleefd vertaald als: ‘Hij probeert tevergeefs een flinke klont ontlasting door de kringspier van zijn anus te drukken’ oftewel ‘hij probeert iets te doen dat boven zijn macht ligt, het is te groot voor hem’.

Comments ()
dinsdag, 30 januari 2018 09:59

Fayalobi: Inflatiespook - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Ach, laten we het nogmaals proberen. Alsjeblieft? Jaaaa, ik begrijp het, het was een moeilijk jaar. Stiekem werd alles langzaam duurder. Huh, langzaam? Hoe bedoel je! Oké, iets sneller dan. Maar wij hebben toch niet voor niets zulke geweldige pagara´s afgestoken? Je moest ze zien, de rode stukken spetterden ervan af.  Iedereen stak zijn vingers in de oren en kneep zijn ogen dicht. Vanwege het lawaai en de wolken rook. De mensheid hield heel eventjes haar adem in, omgeven door giftige kruitnevel. Maar ook om al die boze spoken die zich in alle hoeken en gaten ophielden, en nu verstoord opfladderden. Die schrokken zich natuurlijk het apelazarus! Zij waren eraan gewend geraakt, dat zij lekker hun gangetje mochten gaan. Wat een duivelse pret. Hopelijk waren die bombels hard genoeg, want wij hadden ons namelijk het eten uit de mond gespaard om ze te kopen. Dan is het zuur als die boze geesten, yorka’s en bakru’s hier – zich ellendig geschrokken – toch wanhopig blijven rondwaren. Wie weet wat zij nog allemaal voor streken in petto hebben. Vooral het inflatiespook, dat tevreden in zijn spelonk zat te gniffelen om zijn eigen streken. Af en toe kwam hij er uit, bewandelde de straten om van zijn resultaat te genieten en er elke maand weer een schepje boven op te smijten. De hogere goden in rang, knepen ook een oogje dicht, of allebei. En de oren ook, zij hielden zich Oost-Indisch doof. Niet om die pagara´s. Al eerder, om die grote boze geldgeest die al te lang uit zijn fles was geschoten. Dat kreng er in stoppen dat was een hele toer. Steeds floepte hij er weer uit, en dan zagen de mensen zijn gemene grijnzende kop. Er was geen verbergen meer aan. Zelfs duizenden lieve en kwade woorden konden hem niet terug drijven in die nauwe fles. De enige manier om die gemene spelbreker niet te zien was ogen en oren dicht. Huuuh! Nee, dan liever oliegeur en maneschijn. Want we hebben een geweldige hoeveelheid aardolie. Die ligt rustig te wachten onder de bodem van onze zee. Als een groot, uitbundig en vrolijk wezen, zo’n happy Boeddha met een enorm dikke buik. Heerlijk ronkend overdekt door zand, krabben en schelpen, met een tevreden smile, tot iemand hem met een reuzenspeld wakker boort. Dan ontwaakt hij, rekt zich gapend uit en stijgt borrelend van plezier omhoog.

 

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

Comments ()

“Surinaamse dj’s hebben over het algemeen gevoel voor muziek. Hiermee kunnen zij elke gelegenheid tot een feestje omtoveren, maar hun muziekkeuze is ook erg gebaseerd op de lokale scene. Uit ervaring weet ik dat zij zich overal kunnen aanpassen. Wat dat betreft doen ze zeker niet onder voor de internationale dj’s, alleen zij missen de internationale ervaring, dat is heel andere koek”, zegt de wereldberoemde Surinaamse dj Chuckie. Een combinatie van hard werken en geluk kan volgens hem zorgen voor een internationale doorbraak. Voor een dj is het erg belangrijk om eigen muziek uit te brengen. Dat is de kortste weg
naar internationale faam. Surinaams publiek uniek Dj Chuckie was vorig jaar in september twee keer in zijn geboorteland om optredens te geven. Het is hem opgevallen dat het Surinaamse uitgaansleven vooruitgang boekt. Veel leuke kleine clubs en barretjes zijn in volle bloei. Ook wat feestconcepten betreft wordt er steeds meer nagedacht. “Als je kijkt naar events als Are You Thirsty, Dinner & Dance en Da Latin Funk, dan zie je dat de organisaties het belangrijk vinden dat de bezoeker centraal staat”, zegt hij. Het Surinaamse uitgaanspubliek is uniek. Dit is te danken aan de verscheidenheid van de bevolking. “Er wonen natuurlijk
zoveel mensen met verschillende afkomst op één plaats en dat maakt het extra leuk. Ook is mij opgevallen dat door de sterke opkomst van Nederlandstalige muziek, de Surinaamse uitgaanscene nog meer is gaan leven. Men kan zich beter identificeren met Nederlandstalige muziek.” Parbo Night in Nickerie
smaakt naar meer Dj Chuckie is nog steeds niet uitgesproken over zijn optreden op de Parbo Night in Nickerie. “Nickerie stond al heel lang op mijn verlanglijst. Ik mocht eindelijk een show doen tijdens de Parbo Bier Nights en dat is me echt heel goed bevallen. Het publiek was heel enthousiast en er is flink
gedanst tot in de late uurtjes”. De top-dj werd warm onthaald in Nickerie en dat heeft hem echt geraakt. “Ik heb er ook een nachtje kunnen blijven en met locals kunnen chillen. Natuurlijk heb ik er ook een hapje gegeten. Ik wil het liefst minimaal één keer per jaar een show in Nickerie geven. Het was werkelijk een
ervaring om nooit meer te vergeten.” Een vurige wens van Chuckie is om weer met oud en nieuw in zijn geboorteland te mogen draaien. Maar dat hangt van zijn internationale optredens af. Oudjaar is voor een dj een belangrijke dag om ergens een grote show te doen. Clyde Narain, zoals de topdj heet, probeert actiever te zijn in de regio. Zo is hij bezig met een residency op Curaçao. Dat wil zeggen dat hij om de twee maanden in de mooiste beachclub van Curaçao draait. Zijn streven is om dit ook in Suriname te doen. “Met een vaste residency kan je veel meer experimenteren en dat geeft ook de ruimte om gastartiesten
uit te nodigen.”

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

Comments ()
vrijdag, 26 januari 2018 11:00

Opinie: Veilig over de drempel - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Verkeersdrempels, verhogingen in de weg met een lengte van 3.50 meter en een hoogte van acht tot twaalf centimeter, kennen wij al een aantal jaren, zij het dat de afmetingen van de drempels bij ons kunnen variëren tussen bijna geen drempel en een abrupt obstakel van buitengewone proporties. Zodat je iedere keer weer moet bedenken hoe je deze hindernis het beste kan nemen. Wat is het doel van een verkeersdrempel?

Comments ()

Stel u bent gokverslaafd. U verdient een stevige boterham met pindakaas, dus u hebt één of meer stamcasino’s. U bent behalve verslaafd ook nog heel verstandig en geeft tijdig een deel van uw inkomen aan iemand in bewaring. Wat te doen als u, blotis redding zijnde, (u bent ‘bloot’), plotseling een ‘gokvlaag’ krijgt? Dan stapt u gewoon naar de manager van uw stamcasino en u krijgt een voucher (bonnetje met een bedrag aan Surinaamse dollars), die u kunt inwisselen voor fiches of als geld in een machine kunt stoppen. Dat bedrag kunt u dan later terugbetalen.

 

Comments ()

Een getuigenis van hoe het leven eruit zag toen Reynsdorp (‘Bakkie’), gelegen aan de Warappakreek, nog een bloeiende plantage was. De Javaanse cultuur leefde er, voor zover mogelijk en dus met wat aanpassingen, alsof de ‘bakkinezen’ van toen er nog op Java woonden. De schrijver, Reinier Kromopawiro, geboren (1949) en getogen op de plantage Bakkie, toont de lezer als door een videocamera hoe het leven er daar uitzag. In een wonderlijke stijl van perfect Nederlands en het ritme van een Javaanse vertelling. Hij verhaalt door de ogen van hem als kind van de feesten met wayangspel, en ludrûg (volkstoneel). Van lopen naar school met een rookvat in de hand zwaaiend om de muskieten, die zich massaal op de benen van de kinderen in korte broek stortten, weg te jagen. Dagelijkse gebeurtenissen, mythologie en cultuur zijn verweven in het boek, met een uitleg in de tekst van elke Javaanse term die bij het vertellen nodig is. Het boek bestaat – symbolisch als in het wayangspel - uit verschillende podia (levensfasen) waarbij de waterkant van Bakkie, in de Javaanse mond watersé (van watrasei) dienst deed als een belangrijk decor. Daar was levendige centrum, met het af en aan varen van de boten en de vrouwen die er hun warungs dreven. Hij vertelt over de dagelijkse kost: tevreden met rijst en een gebakken visje uit de kreek. Samenlevingsprincipes als gôtông rôyông (vereende krachten) en rukûn (saamhorigheid) stonden er nog sterk overeind. Een boek voor de liefhebber van Surinaams-Javaanse cultuur en geschiedenis: Reinier schrijft over Javaanse gebruiken waarvan een deel in de loop der tijden in Suriname in de vergetelheid is geraakt, en brengt de lezer in de sfeer van toen. Terwijl je het leest, krijg je bijna net zoveel heimwee naar het oude Bakkie als de auteur zelf. Ook zijn er passages waarin oud-contractarbeiders die nog in Nederlands-Indië waren geboren, praten over vroeger. In de tijd van de schrijver was er bijvoorbeeld een pelmolen van meneer Biharie, maar de voormalige contractarbeiders vertelden hoe de rijst gestampt werd met alu (stampstok) en lesûng (stampblok). Het ritmische stampen (kothèkan) werd ook bij maansverduistering gedaan - zonder rijst - om de niet-aardse wezens te wekken. Interessant zijn de verhalen over het vervoer van toen: fietsen over de paden tussen de plantages en met de boot naar Moengo. De lezer kan zich afvragen: wat is deze jongen in hemelsnaam in Nederland gaan zoeken? Maar nostalgie is nostalgie, zoals vogels het nest ontgroeien, verliet deze plantagezoon zijn omgeving. Eerst op zijn twaalfde om in Paramaribo aan de Sint Paulusschool zijn mulodiploma te behalen, waarbij hij onderdak vond in het internaat Taman Putri (‘tuin der prinsen’). Daarna in 1967, toen Reinier vertrok naar tanah sabrang - het land aan de overkant - om beeldende kunsten te studeren in Rotterdam. In Nederland zette Reinier zich in voor de Surinaams-Javaanse cultuur, onder andere met een gamenlangroep, en hij werkte er als grafisch ontwerper.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()

Ram Hiralal werd geboren in Nickerie als het nakomertje van een landbouwersfamilie uit de Paradisepolder. ”Mijn moeder plantte nog rijst tijdens de weeën. Zij beviel onder een manjaboom en haastig werd een bigisma geroepen om de navelstreng af te binden. Dat was bevallen toen in de polder, geen officiële vroedvrouw of hospitaal”, vertelt Ram. Hij had vijf zusters, die nu alle reeds overleden zijn.

Zijn ouders waren beide immigrant, maar over die geschiedenis heeft hij niets meegekregen; zij spraken daar niet over. Typisch voor een accountant, weet hij precies dat zijn ouders in totaal 211 nakomelingen kregen,” onder wie achter- , achter-, achterkleinkinderen.”
Hiralal gaat nog vijf dagen per week naar zijn kantoor. “Ik heb mijn zaken overgedragen aan accountant Ewald Burgos, maar de belastingzaken moet ik nog wel doen. En dan heb ik nog decennialang bepaalde klanten die speciaal willen dat ik hun zaken behartig. Als accountant was Hiralal de eerste en enige vertegenwoordiger van Deloitte in Suriname. Tijdens ons gesprek wordt hij enkele keren gebeld door jongere professionals die advies nodig hebben. “Dat is mijn leven nu, mijn medemens bijstaan en wat genieten. Zo is Ram”, zegt hij.
Hiralal was initiatiefnemer en medeoprichter van Lions Serviceclub Parwani (Paramaribo, Wanica, Nickerie) en de ontspanningsvereniging Sociëteit Republiek Suriname, Sores. Voor zijn werk in de cricketsport kreeg hij in 2014 de Achievement Service Award van de International Cricket Consul, en eveneens in 2002, van het Surinaams Olympisch Comité.

Ram heeft acht kinderen, in de leeftijd van 22 tot 58 jaar, en zeven kleinkinderen. “Ik ben heel blij met elk van hen”, vertelt Ram over de kinderen, die goeddeels in Nederland wonen en werken. “Mijn hele opleiding tot accountant en manager heb ik in Nederland gehad, maar ik ben nationalist en vanwege onderschatting en discriminatie zou mijn carrière in Holland niet tot volle bloei komen. Wel reis ik regelmatig af zodat ik van het wel en wee van mijn kinderen op de hoogte blijf. Mijn tweede zoon heb ik verloren toen hij in de vijftig was. Hij had een longtransplantatie ondergaan en kon na ettelijke operaties en lange hospitalisatie verder leven. Maar helaas maakte de medicijn die hem redde (Prednison) zijn nieren kapot. Toen moest hij dialyseren en zou moeten wachten op een niertransplantatie. Dat werd mijn zoon te veel en hoe verdrietig het ook was, ik heb hem altijd begrepen, dat hij ons toen heeft laten roepen om ons erop voor te bereiden dat hij heeft gekozen voor euthanasie.”

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()

Magda Sabajo groeide op als enig kind van haar inheemse moeder, die modiste was, en een Chinese vader die schuin tegenover hen woonde en een bakkerij had. Zij had een prettige jeugd aan de Zwartenhovenbrugstraat, op het ruime erf van haar overgrootvader, een ingi-dyari, waar deze grootouders nog woonden, en een heleboel familie. In de weekenden en vakanties gingen de familie vaak naar de boiti van haar oom Willem Sabajo te Pad van Wanica, waar ze konden vissen en zich uitleven in de natuur. Magda bezocht de lagere school en daarna de Louiseschool. Omdat haar vader, als traditionele Chinees, een zoon verlangde, gingen haar ouders uit elkaar en vader begon met een Javaanse met wie hij zijn verlangde zoon kreeg, plus vijf dochters. Het bijzondere was wel dat haar vaders tweede vrouw en Magda’s halfbroer en -zusters in goede harmonie leefden met Magda en haar moeder: vooral de fijne bodoviering daar, met allerlei lekkere hapjes, blijft haar bij.


Magda’s eerste baan was bij Vaco, daarna werkte ze veertig jaar als brillenverkoopster bij respectievelijk Optiek Dirks, Legenes Optiek en ten slotte Optiek Polanen. De vader van Magda’s dochter en vijf zoons overleed echter vroeg. Op haar 25ste stond ze er alleen voor met zes kinderen. Ze woonde toen, in 1966, nog aan de Zwartenhovenbrugstraat waar haar moeder een heel goede job gedaan heeft als oppas van de kinderen, waar nog vier nichten en neven bij waren van haar moeders overleden zus. In 1971 nam Magda een ‘dek’ati’: ze waagde het een huisje en erf te kopen. “Ik weet nog dat ik 100 Surinaamse gulden aan notariskosten betaalde en de woning met 50 gulden per maand afbetaalde”, vertelt ze. Later kreeg ze nog een laatste zoon, met Krishna Gangaram Panday, met wie zij 42 jaar gehuwd bleef. Intussen is Magda al acht jaar weduwe. “Ik heb dankbare kinderen”, zegt Magda tevreden. Intussen heeft ze al dertien kleinkinderen. Vooral de meisjes pakken serieus hun studie op, en ze weet zeker dat haar hoop voor meer academici in de familie, gegrond is.


Haar eerste activiteiten in inheemse dorpen voerde ze uit in 1972. In de commissie Voorbereiding Onafhankelijkheid heeft ze met anderen de dorpen afgereisd en voorlichting over Srefidensi gegeven. Ook aan de - intussen opgeheven - Stichting 12 Oktober heeft zij haar krachten gegeven, met name in de aanloop naar 12 oktober 1992, voor de herdenking van 500 jaar ontmoeting van ‘oude’ en ‘nieuwe’ wereld. Deze stichting maakte vooral naam met het inheems toneelstuk Epakadono, in 1992. Samen met Harriet Joeroeja gehuwd Vreedzaam richtte Magda de vrouwenvereniging Sanomaro esa (moeder en kind) op. Met gezondheidsvoorlichting en workshops voor versterking van de vrouwen werden de meeste inheemse dorpen in Para aangedaan, ook in Galibi waren ze actief. Op uitnodiging van een organisatie in Nederland hielden ze een lezing over dat werk. Het grootste succes behaald met Sanomaro esa was wel dat de vereniging een gebouw achter de Mariaschool ter beschikking kreeg van (de latere bisschop) pater Wilhelmus de Bekker en daar een gratis opvang kon beginnen voor studerende jongens, meest inheemse, uit het bosland. Dankzij dit initiatief rondden een aantal jongemannen daadwerkelijk hun middelbare school of universitaire studie succesvol af.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()

Een reis naar het Marowijne- en Tapanahonygebied heeft een schrijnend beeld opgeleverd. De uitdagingen van deze lokale gemeenschappen zijn komen vast te staan met als grootste pijnpunt elektriciteitsgebrek.

Comments ()
maandag, 22 januari 2018 12:02

Cultuurtuin: De grens over - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Wij schetsen een willekeurige situatie waarbij een man en een vrouw betrokken zijn. Zij hebben ongeveer dezelfde leeftijd. Bij toeval hebben zij elkaar ontmoet op een feestje, tot wederzijds genoegen. Die bedoelde man en die vrouw kennen elkaar nu al enige tijd. De vrouw vindt de man leuk en ook omgekeerd lijkt er sprake te zijn van een bepaalde mate van aantrekkingskracht. Het wordt langzamerhand tijd voor een nieuwe dimensie in de relatie, meent de vrouw. Dus trekt ze haar stoute schoenen aan en vraagt: “Zullen we in onze relatie naar een andere dimensie gaan? Wat denk je daarvan?” “Wil je soms met me naar bed?”, vraagt de man beduusd.

Comments ()

Kinderboekenschrijfster Indradebie Hu-Ramdas (44), beter bekend als Indra Hu, debuteerde in 2002 met het eerste deel uit de serie De avonturen van Leena en Jopie. In oktober 2017 nam ze als genodigde deel aan de Caraïbische Letterendag OBA Junior in Amsterdam en aan de Kinderboekenweek van Nederland. Tegelijkertijd vierde ze haar vijftienjarig jubileum als schrijfster. Naar aanleiding van deze heuglijke feiten had Parbode een gesprek met haar.

Op 1 oktober werd de Caraïbische Letterendag OBA Junior gehouden, het grootste festival ooit van Caraïbische jeugdliteratuur in Nederland, georganiseerd door de Werkgroep Caraïbische Letteren in samenwerking met de Openbare Bibliotheek Amsterdam. “Het was een geweldige ervaring om samen met zeer bekende collega-schrijvers van Suriname, Sint Maarten, Aruba, Nederland, Curaçao en Bonaire te mogen optreden op zo’n groot festival”, vertelt Indra nog nagenietend. Het publiek mocht kennismaken met Caribische kinder- en jeugdboeken, die gepresenteerd werden door de auteurs zelf. Op het programma stonden een literaire ‘trippelzone’, diverse workshops, Anansivertellers en lezingen. “Ik was een van de auteurs die hebben meegedaan aan de Literaire Trippelzone. Deze trippelzone was een verhalencarrousel van acht schrijvers die hun werk interactief presenteerden. Ik heb het verhaal Kakak, de kakkerlak en mevrouw Oma, over een oma en een kakkerlak die van een taart snoept, gemaakt tot een grappig gedicht en dat middels toneel voor het publiek gebracht. Ik was de oma en mijn zusje Sahiensha (zangeres Shahz) speelde de rol van de kakkerlak. De groepen kregen een spriet van de kakkerlak en werden omgetoverd tot kakkerlakken. Heel erg interactief en spannend, dat ontlokte veel lovende reacties. Het prachtigste was toen twee jongetjes hun moeder terugsleepten naar mij, om mij te vertellen dat dit het leukste was dat zij dat heel weekend hadden gedaan. Ik hoefde natuurlijk geen enkele evaluatie meer te horen, want dit zei genoeg.” Aansluitend op dit festival nam Indra deel aan de Kinderboekenweek in Nederland, van 4 tot 15 oktober. “In één woord een geweldige ervaring, want voor het eerst had ik een groep met alleen maar Marokkaanse en Turkse jongens, die tot verbazing van de biebjuf, heel leuk hadden meegedaan”, verhaalt de vrolijke schrijfster. “De jongens vonden het geweldig om de ‘durfal’ Kakak te mogen zijn en dat ik met mijn printabezem achter ze aanrende vonden ze natuurlijk het spannendst; ze waren mij te vlug af!”

Kinderboekenfestival Aruba
Indra heeft internationale ervaring opgedaan in België, Nederland en op Aruba. Enthousiast vertelt ze over het Kinderboekenfestival op Aruba, waar ze drie jaar achtereenvolgend werd uitgenodigd, in 2014, 2015 en 2016. Ze vond dat heel bijzonder; bovendien werd alles door Aruba bekostigd. Het was telkens een geweldige ervaring. “Je wordt ontvangen als een wereldster. Ik ga naar negen verschillende scholen en presenteer dan een verhaal. De Biblioteca Nacional Aruba organiseert het festival en ze wordt onder meer ondersteund door de overheid. Er is een commissie die bepaalt wie komt. De schoolkinderen willen steeds die schrijfster met die hoed.” Die hoed met onder andere een plastic kakkerlak en rups erop, figuren uit haar verhalen, is ook op Aruba bekend. “Ik zeg tegen kinderen: ‘Die verhalen komen uit mijn hoed’. Ze dragen de hoed en dan mogen ze voorlezen. Het is mijn handelsmerk. Het is een vrolijke hoed, een ijsbreker. Je krijgt ingang bij de kinderen, ze zijn dan vrij en worden er vrolijk van. Ik wil dat iedereen blij is. Al is er nog zoveel malaise, ik ga voor happiness.”

Jeugd en gezin
Het schrijven is voor de creatieve Indra een uit de hand gelopen hobby. Van jongs af aan hield Indra van vertellen. “Ik wist niet te lezen, ik was pas vier, maar mijn zussen waren lid van CCS en ik pakte de boeken en vertelde alsof ik kon lezen”, zegt ze lachend. Indra heeft nog altijd schik dat ze op de kleuterschool een tien kreeg, nota bene voor babbelen. Ze heeft vier zussen en een broer, haar ouders scheidden toen ze nog jong was. “We hadden een heel ellendige situatie thuis, mijn ouders waren gescheiden, er was geen geld. Ga je zitten met je stress, ga je kijken naar de ellendige dingen? We wilden gewoon gezellig doorgaan, zoals we dat altijd deden. Hoe erg het ook was, er werd altijd gelachen en plezier gemaakt. Ik vond het heel leuk om te vertellen, ik was en ben een van de zonnetjes in de familie.” Indra hield ook van lezen. “In mijn jeugd las ik alleen maar sprookjes. Ik waan me soms in een sprookje, de realiteit wil ik dan liever niet kennen.” Indra heeft gewerkt als medisch-diagnostisch laborante. Dat werk doet ze sinds 1997 niet meer. Ze heeft twee zonen met haar man, dermatoloog Ricardo Hu. Toen ze in verwachting was van haar eerste las ze al voor hem voor. Dan reageerde hij door te bewegen. “Ik zei tegen hem: ‘Als je geboren wordt, gaat mama je veel verhalen vertellen.’ En inderdaad, toen hij aan de borst was, luisterde hij altijd aandachtig als ik vertelde. En toen hij een jaar oud was, gaf hij me onderwerpen als ik hem vroeg waarover ik moest vertellen.” Hoewel Indra dus veel vertelde, had ze nog nooit een verhaal opgeschreven. Dat gebeurde pas na aanmoediging van de directeur van de peuterschool van haar oudste zoon. Haar zoontje huilde altijd omdat hij naar mama wilde. Maar als de juf voor hem las was hij muisstil. “Ik zei dat ik veel verhalen aan hem vertelde. De directeur vroeg: ‘Wil je niet iets schrijven voor ons. Schrijf iets wat hij leuk vindt, dan gaat de juf het voorlezen’. Ik heb toen Leena en Jopie ontmoeten Sisi, de luie poes geschreven. Dat was in 2002”, verklaart de goedlachse Indra. Het verhaal viel erg in de smaak bij de peutertjes en werd haar eerste boek.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()
donderdag, 18 januari 2018 08:43

Memre: Robbert Aloysius Maria Kuils - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Paramaribo, 8 september 1944 Paramaribo, 11 januari 2017

Hij zal bij sommigen beter bekend staan onder zijn artiestennaam Roberto Kuils. Een man die van vele markten thuis was. In Suriname bezocht hij de Sint Willibrordusschool, hij vertrok naar Nederland en volgde daar verschillende cursussen.
In de laatste jaren van zijn verblijf in Nederland werkte hij als beheerder bij de ‘Molshoop’, een buurtorganisatie waar recreatie en ontspanning centraal stonden. Hij ontpopte zich als zanger, entertainer en steelpanspeler. Tijdens de Roberto and the Caribbean Night Show, in Nederland, wist hij zich als een echte showman te positioneren, door onder meer op te treden als limbodanser. Ook vuurspuw-acts zette hij neer. In zijn shows ontbrak het niet aan enthousiaste danseressen die samen met hem het publiek avonden van ontspanning bezorgden. Daarnaast heeft hij als amateur gevoetbald, deed graag mee met een potje kaarten en hield van zangvogels.
Roberto was een levensgenieter, maar wel serieus in zaken die hem na aan het hart lagen. Die combinatie kwam ik tegen in een post van hem via de social media: ‘What is a man without a woman? Kisses to all beautiful women on this page. The chances you take, the choices you make, lead to your destiny’. Roberto had thuis zijn eigen opnamestudio en kon zich daarin als pokuman naar hartenlust uitleven. In de laatste jaren legde hij zich toe op het ontwerpen van folders, visite- en uitnodigingskaarten.
Een selfmade man zou je hem kunnen noemen, die vrijgevig en behulpzaam was. Hij was vader van een dochter en een zoon, van wie de laatste hem eerder kwam te ontvallen. Zijn dochter en twee kleinkinderen behoren tot de directe kring van nabestaanden. Hij leefde met het verlangen ooit permanent terug te keren naar Suriname om er zijn oude dag hier door te brengen. Dat is hem ook gelukt, en genoten heeft hij zeker van zijn laatste jaren hier.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode

Comments ()

Elke zondag zit zo’n beetje half Suriname aan de beeldbuis gekluisterd voor 1 voor 12. De items van dit tv-programma zijn nogal uiteenlopend, maar hebben gemeen dat naar oplossingen worden gezocht voor nijpende sociale problemen: van ernstig zieke patiënten tot acute woningnood en pinarende alleenstaande moeders. Inmiddels zijn meer dan zeshonderd van dit soort projecten vertoond op tv. We maakten contact met de voorzitter van stichting 1 voor 12, Louis Vismale, die gerust hét sociale gezicht van Suriname genoemd mag worden.

Comments ()
maandag, 15 januari 2018 15:20

Sing Song - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Sing Song is een heel leuke musical over Jasmine, een in Suriname geboren zestienjarige uit Nederland die meedoet aan een componistenfestival in haar geboorteland. Jasmine, gespeeld door Georgiefa Boomdijk, zingt de sterren van de hemel, evenals haar medecontestanten waarbij vooral Felicity (Tyra Koning) en dïka opvallen. Jasmine zet haar hoofdrol overtuigend neer en hetzelfde geldt voor haar Nederlandse gitarist Stijn (Floris Bosma) en Maurits Delchot, die haar vader speelt. Deze anderhalf uur durende film, in de uitvoering geproduceerd door The Back Lot is geïnitieerd en gefinancierd uit Nederland, maar de meeste acteurs en filmtechnici zijn Surinamers. Het verhaal begint in Nederland, waar Jasmine bij haar vader woont, met dynamische scènes vol zang en dans die direct vaart en levendigheid brengen op het doek.
Alle acteerwerk is geloofwaardig en de mensen die familie moeten voorstellen in de film lijken ook echt op elkaar, de casting is sterk. Het script van Sing Song, met zijn pakkende en gemakkelijk te onthouden naam, is prima. De dialogen zijn in alledaags Nederlands, gekruid met wat Sranantongo, en klinken natuurlijk. Regisseur Mischa Kamp leidde de acteurs zodanig dat tieners zich zeker kunnen inleven als het om de zoektocht naar de eigen identiteit gaat. Ook al komen ze niet uit eenoudergezinnen waarbij de naam van die andere ouder als het ware een vies woord is. In dit geval is het zo erg, dat Jasmines vader zelfs van zijn geboorteland Suriname niets wil horen.
Daar beginen het dilemma en de leugens van Jasmine, die jokt tegen haar vader over het deelnemen aan Sing Song. En ook aan haar vriend Stijn vertelt zij niet dat zij naar ‘Su’ wil om haar moeder te vinden. Dat maakt haar speurtocht heel eenzaam. Haar stiekeme gedrag valt niet in goede aarde bij Stijn en de organisator Fifty Fifty (Glen Faria), want ze is steeds te laat of niet aanwezig voor het oefenen. Vanaf het begin wordt Jasmine met gemengde gevoelens door medecontestanten ontvangen. Dat is een realiteit in Suriname, waar neutrale, aardige, vriendelijke en hulpvaardige mensen, afgewisseld worden door lompe en negatief reagerende personen, en dat komt goed uit in de film. Happy end is ten slotte een optreden met Kenny B op een podium in de Palmentuin.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

Comments ()

Je bent 21 jaar. Je hebt sinds 2016 al een eigen merknaam voor je kleding. Je hebt al een bescheiden dosis internationale ervaring opgedaan en een internationaal netwerk opgebouwd. Je hebt heldere doelen geformuleerd voor de korte, de middellange en de lange termijn. Je doet dit jaar op eigen gelegenheid mee aan Fashion Fest in Nederland. Mag ik u voorstellen aan Meredith Joeroeja.

Comments ()

Een terugblik op álle edities van Parbode van 2017!

Het nummer dat in het afgelopen jaar het meeste werd verkocht is de maarteditie. De coverstory was 'Psycho-analyse vier decennia Bouterse'. Op de tweede plaats staat het aprilnummer (coverstory 'De schuldeisers van Gillmore Hoefdraad') en op de derde plaats het juninummer met Jennifer van Dijk-Silos op de cover.

Maar welk nummer, artikel of cover sprak U het meest aan?

Oude Parbodenummers zijn nog te koop aan de Wichersstraat 10A.

Like ons op Facebook en volg ons op Twitter.  

Comments ()

‘Dit zeg ik met pijn in mijn hart: Paramaribo is niet toeristvriendelijk’

 

Hoe lang doe je dit werk al?

“De Tourist Photoshop heb ik al tien jaar, het is een eenvrouwsbedrijf, begonnen met foto’s in Surinaamse klederdrachten en mijn eigen tours. Ik had al gewerkt in het toerisme hier, na mijn remigratie. Na opening van de shop werd ik benaderd door collega-touroperators om hun tours te verkopen, vanaf het eerste jaar kon je met mij als touragent heel Suriname bereizen. Enkele beeldende kunstenaars exposeren hier hun werk. Inheemse dames kwamen met sieraden van natuurmateriaal, marronheren met houtsnijwerk, ik koop alleen het mooiste op, tegen een redelijke prijs. En ik koop alleen de beste geneeskrachtige kruiden en oliën koop, die verpak ik professioneel en ik voorzie ze van mijn merk Sibibusi Designs. Sibibusi Designs werkt volgens het Hebreeuwse tikkun olam-systeem, de verantwoordelijkheid te helen, repareren en de wereld te transformeren en sociale disharmonie te vermijden.”

 

Wat is het leukste aan je werk?

“Elke dag is anders, je ontmoet mensen in een vakantiestemming. Je kan mensen blij maken met mooie reisbestemmingen en handgemaakte producten die een visitekaartje zijn voor ons land. Ik ben ook creatief bezig en werk samen met de crafters aan ontwikkeling van de producten. Voor locals hebben we groepstarieven voor naar het binnenland ontwikkeld. Geheel verzorgde tours vanaf een groep van tien, om de prijs betaalbaar te kunnen maken.”     

 

Welke eigenschappen moet je hebben voor dit werk?

“Je moet vooral klantvriendelijk en betrouwbaar zijn en goed communiceren. Zodat je ook via je klanten goed in de gaten houdt dat de touroperators en oorden bieden wat ze beloven. Een tevreden klant geeft je goede reclame en zo groei  je.”

 

Wat is het vervelendste aan je werk?

“De stress van externe factoren. Zoals de tickets naar Suriname die zo krankzinnig duur zijn. De economie in de wereld en de politieke toestanden in een land hebben altijd invloed op het toerisme. En, dit zeg ik met pijn in mijn hart, Paramaribo is niet toeristvriendelijk. Trottoirs vol geparkeerde auto’s, veel vuil in de stad, overlast van zwervers, zelfs op een A1-locatie als de Waterkant. Jammer is ook dat het misgaat op veel overheidsoorden en natuurreservaten. Er wordt te vaak gestroopt bij de schildpadstranden of er wordt zelfs goud gemijnd zoals bij de Brownsberg.”  

 

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

 
 
Comments ()

Magda Sabajo groeide op als enig kind van haar inheemse moeder, die modiste was, en een Chinese vader die schuin tegenover hen woonde en een bakkerij had. Zij had een prettige jeugd aan de Zwartenhovenbrugstraat, op het ruime erf van haar overgrootvader, een ingi-dyari, waar deze grootouders nog woonden, en een heleboel familie. In de weekenden en vakanties gingen de familie vaak naar de boiti van haar oom Willem Sabajo te Pad van Wanica, waar ze konden vissen en zich uitleven in de natuur. Magda bezocht de lagere school en daarna de Louiseschool. Omdat haar vader, als traditionele Chinees, een zoon verlangde, gingen haar ouders uit elkaar en vader begon met een Javaanse met wie hij zijn verlangde zoon kreeg, plus vijf dochters. Het bijzondere was wel dat haar vaders tweede vrouw en Magda’s halfbroer en -zusters in goede harmonie leefden met Magda en haar moeder: vooral de fijne bodoviering daar, met allerlei lekkere hapjes, blijft haar bij.

Comments ()

In een niet eens zo ver verleden was het voor Surinaamse ouders de gewoonste zaak om hun kinderen een corrigerende tik te geven. Alle landgenoten boven een bepaalde leeftijd hebben - op een enkeling na - stevige fonfon gehad in hun jeugd. Maar de tijden veranderen. Worden onze kinderen nu juist verwend? Parbode sprak met Ellen Abendanon,  pedagoge en hoofd van Hermien’s Kinderdagverblijf, over bewust opvoeden en de nieuwe generatie Surinaamse ouders.

Comments ()

Van haar moeder, Carmen, kreeg Chemelda Dielingen te horen dat zij als baby ervan hield als er voor haar gezongen werd. Carmen Dielingen had toen al het gevoel dat haar dochter iets met muziek zou gaan doen. Op haar vierde kreeg zij een microfoon, waarmee zij op het erf voor wie luisteren wilde stond te zingen. De nu vijftienjarige Chemelda Dielingen is druk bezig haar stempel te drukken binnen de muziekscene. Haar medley is inmiddels al meer dan een miljoen keer bekeken.

Comments ()

“Lachmon vond het te vroeg voor een Hindostaan als premier en ondersteunde mijn kabinet als geheel tot op het laatste moment”, luidden de woorden van Jules Sedney, op de vraag waarom de VHP in 1969 hem het premierschap gunde. We interviewden de 95-jarige voormalige minister-president naar aanleiding van de derde herziene uitgave van zijn boek De toekomst van ons verleden.

Comments ()
vrijdag, 05 januari 2018 09:56

Mi eigi Moengo: Rosiano Toto

Geschreven door

Op 14 februari verzamelen een paar jongeren zich in het atelier. Meisjes met strakke jurkjes, jongens met gouden ketting, broek laag op de heupen, waardoor de bovenrand van hun boxershort te zien is. Getooid met roze plastic bekers, hartvormige kussentjes, giechelend en wat lef ging het gezelschap naar buiten om te werken aan een fotoshoot voor Valentijnsdag. Het zijn foto’s die onder vrienden gedeeld worden op Facebook en de kans scheppen om als model ontdekt te worden.

Comments ()


Professor Anthony (Tony) Caram (73) verzorgde eind vorig jaar het openingscollege voor de masteropleiding Reseach Methods op het IGSR. Caram hield zijn gehoor een ontwikkelingsbeleid met nieuw elan voor. Parbode vroeg deze monetair expert de huidige economische situatie in ons land nader te beschouwen.

Comments ()
vrijdag, 05 januari 2018 08:12

De onderzoeker: Tanwir Hassankhan - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Tanwir Hassankhan (23) studeerde in augustus 2017 af als bachelor of science in Agroprocessing aan de Anton de Kom Universiteit van Suriname.

Wat heeft u onderzocht?
“Ik heb een haalbaarheidsstudie gedaan naar de toepassing van HACCP-principes bij slagerij Joem’s.”

Waarom is dat van belang?
“Vlees en vleesproducten vormen een uitstekende omgeving voor de groei van pathogene bacteriën als Salmonella spp., Escherichia coli en Staphylococcus aureus. Indien men onhygiënisch te werk gaat, de producten niet goed opslaat en onvoldoende verhit, kunnen deze pathogene bacteriën overleven, wat kan resulteren in een voedselinfectie en/of een voedselvergiftiging. Bij de Surinaamse slagerijen worden er geen steekproefsgewijze laboratoriumtesten (microbiologische, chemische etc.) uitgevoerd op de producten, waardoor de voedselveiligheid niet gegarandeerd is. Daarom is het belangrijk dat de hygiëne en de kwaliteitscontrole gedurende het proces optimaal is. Het is dus noodzakelijk dat een slagerij een HACCP-systeem implementeert, waarbij de eisen van de HACCP-standaard daadwerkelijk gevolgd worden en de producent in enige mate de voedselveiligheid kan garanderen.”

Hoe heeft u het onderzoek verricht?
“Het onderzoek heeft zich vooral gericht op de productie van gehakt en vleesworst binnen de slagerij. Bij het kwalitatief onderzoek werd er nagegaan in hoeverre slagerij Joem’s aan de basisvoorwaarden van HACCP voldeed. Het kwantitatief onderzoek is een uitgebreid microbiologisch onderzoek geweest, waarbij op verschillende meetmomenten het kiemgetal bepaald werd en de aanwezigheid van Salmonella, E.coli en S-aureus in de verschillende gehakt- en worstsoorten. Ook de reinigings- en desinfectiemethode is gecontroleerd middels het aantonen van de aanwezigheid van deze pathogene bacteriën op het equipment. Verder zijn er temperatuurmetingen uitgevoerd, processchema’s opgesteld, gevaren- en risicoanalyses uitgevoerd, kritische controlepunten bepaald en de mogelijke beheers- en corrigerende maatregelen vastgesteld. Tijdens het onderzoek kreeg het personeel van de slagerij een on the job-training en werden er corrigerende maatregelen getroffen waar dat nodig was.”

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

 
Comments ()

Parbode pakte de auto en reisde eind oktober af naar Moengo waar de derby tussen SV Notch en Inter Moengotapoe op het programma stond. Op de tribune spraken we met Ronnie Brunswijk. Over Inter Moengotapoe, over Ruud Gullit, Ronald Koeman en zijn toekomst in het Surinaamse voetbal.

Ronnie Brunswijk leunt tegen zijn terreinwagen die hij pal naast het wedstrijdveld van het Ronnie Brunswijkstadion in Moengo heeft geparkeerd. Hij schudt handen, vrouwen lachen naar hem, kinderen rennen naar hem toe. Zijn teamgenoten zitten op een paar meter afstand in trainingspak te wachten totdat Brunswijk het sein geeft dat de warming-up dient te beginnen. Hoewel over anderhalf uur de dorpsderby SV Notch tegen zijn Inter Moengo Tapoe begint - hier de wedstrijd van het jaar - is van spanning geen sprake. Brunswijk scharrelt een beetje op slippers rond, draagt een vrolijk gekleurde zwembroek met om zijn nek een gouden ketting die meer doet denken aan een lasso dan aan iets wat je ooit als halssieraad zou definiëren.

Wanneer zijn medespelers zich richting de provisorisch ingerichte fitnessruimte begeven om de spieren los te maken, maakt hij nog een praatje met oude vrienden, snauwt hij wat tegen kinderen als ze hem in de weg lopen en geeft de bardame een knuffel en een kus op de wang. Het is vanaf het moment van arriveren in Brunswijktown duidelijk dat Brunswijk de man is die hier de maat slaat en waarschijnlijk alleen op de stand van de zon en de maan hier geen invloed heeft. Het interview vindt dan ook plaats wanneer het hém uitkomt en duurt ook zolang het hém uitkomt. In zijn district, in zijn woonplaats, in zijn stadion gaat niemand vertellen wat Brunswijk moet doen of wanneer hij iets moet doen. Zeker geen blanke journalist uit Nederland. Hier is hij de baas.

Ronnie Brunswijk, alias Romeo Bravo of De Koning van Marowijne. De man met een cv dikker dan een gemiddeld Surinaams kookboek. U kent hem wellicht als voormalig guerrillaleider van het Junglecommando dat in de tweede helft van de jaren tachtig een burgeroorlog uitvocht met het Nationaal Leger van Desi Bouterse, waar hij in de eerste helft van de jaren tachtig juist lijfwacht van was. Ook is hij bekend als de man die in 1996 door de rechtbank in het Nederlandse Haarlem bij verstek tot zes jaar gevangenis werd veroordeeld voor cocaïnehandel. Hierdoor staat hij nog altijd op de opsporingslijst van Interpol. Daarnaast is hij voorzitter van zijn politieke partij ABOP waarvoor hij ook in het Surinaamse parlement zit en waarmee hij tussen 2010 en 2015 regeringspartner van president Bouterse was. Zijn geld verdient hij voornamelijk als directeur van NV Robruns, een groot goudbedrijf met vele goudconcessies in het binnenland van Suriname. Hij bezit een eigen eiland in de Marowijnerivier en over zijn privéleven doen bijna mythische verhalen de ronde. Het aantal kinderen dat hij verwekt zou hebben zou rond de tachtig liggen. Hij is een volle neef van Kenny B en, tot slot: hij is eigenaar van Inter Moengotapoe, de succesvolste voetbalclub van Suriname.

Het interview, dat uiteindelijk een half uur duurt, stopt wanneer Brunswijk aangeeft dat hij aan het afronden is en richting zijn terreinwagen loopt om zich om te kleden. Wij zitten samen op de tribunes van zijn stadion. Zijn voornaamste gespreksonderwerp: het conflict dat hij heeft met de Surinaamse Voetbalbond (SVB). Zijn voornaamste boodschap: als de Surinaamse Voetbalbond niet snel zijn eerder gedane beloftes nakomt, is dit het laatste jaar dat hij nog investeert in het Surinaamse voetbal. Terwijl zijn telefoon onafgebroken overgaat, legt hij uit: “Het kost veel geld maar je krijgt er niks voor terug. Ik heb alleen maar kosten, kosten, uitgaven, uitgaven. Je wordt kampioen en je krijgt drieduizend Surinaamse dollar (SRD) van de SVB, terwijl ze 250.000 Amerikaanse dollar hadden toegezegd als je kampioen zou worden. Dan is drieduizend SRD toch een lachertje? En ik heb de afgelopen jaren een aantal miljoenen besteed aan de competitie. Wij krijgen vanuit de bond nul support. De ondersteuning is er niet. Als je er niks voor terugkrijgt, is het water naar de zee dragen. Ik draag de voetbalsport een warm hart toe, maar je wordt continu geboycot als je niet onder één hoedje wil spelen met het bestuur.”
Hij vervolgt: “Vanuit Moengo reizen we elke week af naar Paramaribo. Dat kost een hoop geld. De SVB zou geld van de FIFA krijgen zodat zij de kosten daarvan konden dekken, er zou een speciaal potje komen, dat was beloofd. Maar ze doen niks. Ook komen ze hun beloftes niet na om de sport te professionaliseren. Als je voetbalsport wil bevorderen moet je beginnen bij de jeugd, als je dat niet doet, komt je niet verder. Dat zie je nu. Wij investeren zoveel geld en moeite in de club en kunnen bijna geen Concacaf-voetbal spelen, omdat de stadions niet aan hun voorwaarden voldoen. Als er niks verandert, is dit mijn laatste jaar.” Hij laat een stilte vallen. “Wij worden kampioen, en kampioen. Ze lusten ons daar niet meer. Zij worden moe van ons.”
Ronnie Brunswijk en voetbal, zijn naam is net zo verbonden aan de Surinaamse voetbalsport als roti met kip of bruine bonen met rijst. Hij is niet alleen voorzitter van de club die de afgelopen vijf jaar met overmacht landskampioen werd, hij is ook hoofdsponsor, boegbeeld en bovenal nog altijd speler van de club die hijzelf in 1992 oprichtte. Zijn club is een Surinaams succesverhaal gesteund door zijn grootkapitaal. Maar hij komt niet alleen in het nieuws door het succes en zijn al dan niet aanwezige voetbalkwaliteiten. In het verleden wilde hij beslissingen van scheidsrechters weleens becommentariëren door met pistolen te zwaaien. Tegenstanders die hem met iets te veel enthousiasme van de bal wilden zetten, konden zo nu en dan op een corrigerende tik rekenen, en onlangs joeg hij een journalist de stuipen op het lijf na een in zijn ogen onwelgevallige opmerking.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.

Comments ()
woensdag, 03 januari 2018 10:55

Hoe veilig is ons spaargeld nog? - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Een nieuw jaar, nieuwe kansen. Toch lijkt ons land maar niet te herstellen van de economische crisis die twee jaar geleden in alle hevigheid is losgebarsten. De failliete overheid sleurt nu zelfs onze grootste bank mee in haar ondergang. “Als de overheid haar verplichtingen aan De Surinaamsche Bank niet nakomt, gaat die zéker failliet.”

Comments ()
dinsdag, 02 januari 2018 12:40

Voorwoord: Toverformule

Geschreven door

Ons land heeft in de afgelopen vier decennia ingrijpende veranderingen meegemaakt op politiek, sociaal-maatschappelijk en economisch gebied. Hoewel het welvaartsniveau van de Surinamer sinds 1980 in absolute zin wel vooruit is gegaan, lijkt het telkens alsof we voor elke stap voorwaarts, twee stappen worden teruggezet. In dit verband is het een complete financiële abracadabra, hoe dit regiem het heeft gepresteerd om na economische topjaren te belanden op het punt van economisch puinruimen.

Comments ()
dinsdag, 02 januari 2018 10:22

Het januarinummer van Parbode is uit!

Geschreven door

De januari-editie van Parbode is verkrijgbaar in stad en district!

Deze maand onder meer:

Comments ()

Armoede is een schande in het - qua potentie - zeventiende rijkste land ter wereld, Suriname. Onze armoede en onderontwikkeling zijn als een oude gietijzeren pot met drie poten. De eerste poot bestaat uit onwetendheid en zwijgcultuur, de
tweede uit ‘regelarij’ (nepotisme) en andere corruptie, en de derde uit onze importeconomie en ruwe grondstoffenexport.

Comments ()
zondag, 31 december 2017 16:25

Rappa: Raskip - Parbode Sneak Peek

Geschreven door

Net vóór het begin van het schooljaar 2017-2018 bracht onze onderwijsminister, berucht om zijn nogal krasse (Hollandse betekenis) uitspraken, wat beroering onder een deel van de al in beroering zijnde onderwijsgevenden door te stellen dat hij alleen
zaken deed met raskippen.

Comments ()

Meester-beeldhouwer George Barron, dit jaar overleden op 67-jarige leeftijd, was tussen zijn twintigste en dertigste het actiefst. In de openbare ruimte herinneren twee beelden in het rijststadje Wageningen aan zijn meesterschap.
Het metershoge beeld Alida maakte hij in 1973 ter ere van 110 jaar afschaffing slavernij. Vlak daarna kreeg hij de opdracht een beeld te maken vanwege een jubileum van het toen bloeiende modelbedrijf Stichting Machinale
Landbouw (SML) te Wageningen.

Comments ()