Back U bevindt zich hier: Home Actueel Oorlogsveteraan Waldo Jameson: “De coupplegers hebben zichzelf verrijkt” - Parbode Sneak Peek
woensdag, 22 februari 2017

Oorlogsveteraan Waldo Jameson: “De coupplegers hebben zichzelf verrijkt” - Parbode Sneak Peek

Geschreven door  Pieter Van Maele
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Eind deze maand is het 37 jaar geleden dat zestien jonge soldaten onder leiding van Desi Bouterse een staatsgreep pleegden. Vandaag zijn diezelfde coupplegers democratisch aan de macht. Een feestje waard? Niet volgens Waldo Jameson, voorzitter van de Vereniging van Veteranen en Ex-militairen. “Bouterse laat ons in de kou staan”

 

Het woonadres van Waldo Jameson (52) in Paramaribo-Noord blijkt bij aankomst tot onze verrassing een Chinese kapsalon te zijn. In eerste instantie denken we nog dat we ons in de locatie hebben vergist, tot de voormalige infanterist van een grote trap in de inkomhal naar beneden komt en ons uitnodigt plaats te nemen op een plastic stoel. “Na een geschil rond mijn vorige huurhuis ben ik hier ingetrokken, ik kende deze mensen nog van toen ik bijkluste in een supermarkt. Overdag werk ik als ambtenaar op het ministerie van Defensie, 's middags houd ik hun kapperszaak netjes. En dan nog verdien ik niet genoeg om de maand mee rond te komen”, legt Jameson uit.

In april 1986 trad hij als 21-jarige jongeman in dienst van het leger. Jameson: “Aanvankelijk wilde ik eigenlijk muzikant worden. Het was uiteindelijk mijn zus die me heeft overgehaald militair te worden. Het idee toe te treden tot een organisatie waar me discipline zou worden bijgebracht en carrière kon maken, sprak me wel aan. Tijdens de opleiding voelde ik me ook in mijn sas. We kregen onder meer jungletrainingen, het was allemaal echt van een hoog niveau. Het ging prima.”

Granaatscherf

Tot die dag in juli 1986, die voor altijd de geschiedenis van ons land zou veranderen, en daarmee ook het leven van Jameson. Gewapend met, naar verluidt, niet meer dan een windbuks, viel een dozijn mannen op 21 juli de militaire controlepost in Stolkertsijver aan. Meerdere soldaten werden gevangen genomen. Het was het begin van zes jaren Binnenlandse Oorlog. Onder het voorwendsel van het 'herstel van de democratie' vocht het Jungle Commando van Ronnie Brunswijk een van tijd tot tijd erg bloedige strijd uit tegen het Nationaal Leger, dat onder leiding stond van Desi Bouterse. Een conflict waarbij honderden doden vielen – waaronder officieel 72 militairen – en beide partijen zich schuldig maakten aan mensenrechtenschendingen.

Jameson: “Amper enkele maanden was ik in dienst van het leger, toen we plots te horen kregen dat rebellen in Oost-Suriname aanslagen pleegden en collega's hadden gegijzeld. Voor we goed en wel beseften dat het echt oorlog was, werden we al de jungle in gestuurd. Ik was pas een jonge twintiger en kreeg van de ene dag op de andere de taak om tegen landgenoten te strijden. Een opdracht die me ontzettend zwaar viel. Toch heb ik ze met eer en geweten uitgevoerd, het is nu eenmaal de grondwettelijke taak van het leger ons grondgebied te beschermen. Tijdens de Binnenlandse Oorlog was ik op meerdere plaatsen gestationeerd, en ben dus ook bij verschillende acties betrokken geweest. Ik herinner me vooral een operatie ergens in 1987, waarbij we een opmars maakten van Blaka Watra helemaal tot aan Patamacca. De opdracht was alle leden van het Jungle Commando uit het gebied te verdrijven, en dat is ons ook gelukt. Wat me vooral blij maakte, was dat daarbij geen enkele dode is gevallen.”

Al liep het lang niet altijd zo goed af. De voorzitter van de Vereniging van Veteranen en Ex-militairen wijst naar zijn linkerschouder, die gewond raakte tijdens een aanval op Stolkertsijver op 27 oktober 1986. De granaatscherven zitten er dertig jaar na dato nog steeds in. “Daarnaast overleefde ik als bij wonder een aanslag van het Jungle Commando in de buurt van Patamacca. We zaten met tien mensen in een pantserwagen, onderweg naar Moengo om proviand in te slaan, toen we langs een hinderlaag reden. Er waren vijf ladingen dynamiet op de weg geplaatst. De explosie was gigantisch, maar dankzij de wonderbaarlijk snelle reactie van de chauffeur is die niet fataal geweest. Ik hield er wel ernstige inwendige kneuzingen aan over, en ik moest vaak bloed overgeven. Maandenlang bezocht ik het ziekenhuis voor onderzoeken, maar ze hebben nooit kunnen vinden wat het precies was.”

Trauma's

De fysieke lijdensweg was bovendien nog maar het begin van de ellende. Jameson: “Ik was al ontslagen uit het ziekenhuis en weer terug bij het leger toen andere problemen opdoken. Ik kon 's avond de slaap niet meer vatten, steeds schrok ik wakker uit nachtmerries. Ik was zeker niet de enige met een oorlogstrauma, bij de dokter was het een komen en gaan van militairen met mentale problemen. Velen van hen hadden gezien hoe hun eigen makkers om het leven waren gekomen. Je moet een manier vinden om daarmee om te gaan. Dat is lang niet iedereen gelukt. Er zijn vandaag nog steeds drie- à vierhonderd oud-strijders die lijden onder een posttraumatische stressstoornis. Er is hulp gekomen vanuit het Psychiatrisch Centrum Suriname, vooral door Henk Amstelveen, maar toch zijn veel getraumatiseerde mannen ten onder gegaan aan drugs of alcohol. Vooral de Mariënburg rum van negentig procent was erg populair, daarvan werd gezegd dat je aan een shot genoeg had om twee uren lang alle ellende te vergeten. Anderen zijn marihuana beginnen gebruiken, of zelfs cocaïne. Heel wat getraumatiseerde oud-strijders zijn zo na de oorlog aan lager wal geraakt, verschillende hebben hun drugsverslaving niet overleefd. Na de oorlog heb ik meerdere strijdmakkers helpen begraven. Ik ben ervan overtuigd dat de meeste militairen pas ná de Binnenlandse Oorlog om het leven zijn gekomen. Ik neem het alle opeenvolgende regeringen die we sindsdien hebben gehad kwalijk dat zij nooit wat hebben gedaan om het probleem van de oud-strijders echt op te lossen. Zelfs president Bouterse heeft het probleem min of meer laten liggen, terwijl net hij uit het leger afkomstig is. Had de overheid beter haar best gedaan, dan kon zij zeker nog heel wat levens hebben gered. Indien ik niet het geluk had terecht te kunnen bij een gemeente, dan was ik waarschijnlijk ook geëindigd als drugsverslaafde. Ik vond in de gemeente niet alleen veel steun, maar heb er ook leren mediteren. En emotionele discussies over de oorlog, die ontwijk ik.”Alsof dat niet genoeg was, kreeg Jameson in augustus 1990 nog een enorme tegenslag te verwerken. Op het einde van die maand brandde namelijk 'Gebouw 1790' af, het bakstenen koloniale pand vlak naast het huidige Kabinet van de President, waarin toen de administratie van het leger was ondergebracht. Jameson: “De documenten die bewezen dat ik tijdens de oorlog wekenlang met ernstige verwondingen in het hospitaal lag, gingen verloren. Het leek daardoor alsof ik was weggevlucht van de strijd. Drie jaar nadat ik naar het front werd gestuurd, werd ik onterecht aangemerkt als deserteur en verloor ik mijn salaris en pensioen. Tot vandaag mis ik daardoor de financiële vergoeding waarop ik volgens de wet recht heb als oud-strijder. Uiteraard speelt daarbij ook rancune een rol. Ik heb onlangs een brief ontvangen van het ministerie van Defensie waarin letterlijk staat dat ik niet terug in dienst kan treden als beroepsmilitair omdat ik in 2014 ben gekozen als voorzitter van de vereniging van Veteranen en Ex-militairen in Suriname. Die functies zouden onverenigbaar zijn. Ik word simpelweg tegengehouden, omdat ze weten dat ik kritisch ben.”

 

Verder lezen? Het hele artikel staat in het februarinummer van Parbode.