Back U bevindt zich hier: Home Actueel Psychoanalyse vier decennia Bouterse door psychiater Rudie Jessurun - Parbode sneak peek
woensdag, 01 maart 2017

Psychoanalyse vier decennia Bouterse door psychiater Rudie Jessurun - Parbode sneak peek

Geschreven door 
Beoordeel dit item
(5 stemmen)

In de afgelopen vier decennia is gebleken dat ons land telkens weer in een financieel en moreelethisch bankroet belandt na een regeerperiode met nagenoeg dezelfde spelers van paarse signatuur. Waarom kiest de ‘domme’ massa steevast voor narcistische persoonlijkheden met een zeer bevlekt verleden? Waarom gedragen politieke volgelingen zich blindelings tegen hun eigen belang? Een psychoanalyse van psychiater Rudie W. Jessurun over diverse psychosociale fenomenen die apert zijn sedert de beginjaren 80.

 Psychiater Rudie Jessurun is inmiddels al drie jaar terug in ons land. De afgelopen dertig jaar pendelde hij voor vakspecialisatie en werk tussen Suriname en Nederland. In beide landen kwamen zwaar getraumatiseerde slachtoffers én daders uit de militaire periode bij hem op consult. Hun verhalen waren verbijsterend. “Je hebt ideal puppets van Bouterse”, stelt Jessurun, wat hij illustreert met een voorval uit de Binnenlandse Oorlog . “In Nederland heb ik een trouwe Bouta-aanhanger behandeld. Hij moest mensen die aan een boom vastgebonden waren, prikken met een houwer in hun buik tot ze genoeg bloedden, en vervolgens levend in vieren zagen. De man dacht dat hij een geweldige daad namens ‘Bevel’ had verricht. Op een avond werd hij echter naar Bosbivak meegenomen en hij moest alleen in de auto wachten. Hij werd wakker in het Militair Hospitaal en miste zijn rechterbeen. Zijn vehikel was namelijk opgeblazen, want ze moesten van hem af, zodat hij niet kon getuigen. Hij was superachterdochtig, want hij mocht dit verhaal nooit vertellen. Hij had nog altijd respect voor Bouta en ging er vanuit dat hij niet door diens mannen was opgeblazen.” Jessurun betoogt, dat grote delen van onze bevolking nog te lijden hebben van de uitwassen van het militaire schrikbewind van de jaren tachtig. Velen lijden aan een collectieve posttraumatische stressstoornis, terwijl er duidelijk een angstcultuur is. Suriname wordt bovendien geleid door een narcistische persoonlijkheid. De economische en democratische ontwikkeling van ons land wordt gehinderd door een schijnbaar volksvriendelijke populaire man zonder enige bestuurlijke, economische of juridische kennis. En toch bewierookt men en masse deze leider die geen doorberekende, baanbrekende ontwikkelingsplannen heeft en bovendien lak heeft aan geldende moreelethische normen en waarden. Kennelijk past hij als een sleutel op een slot met betrekking tot zijn volgelingen die hem blindelings volgen.

 

Coup van 1980

 

Jessurun is afkomstig uit een illuster doktersgeslacht. Zijn vader en meerdere ooms waren arts, evenzo hebben zijn vier broers Realdo (†), Artie, Errol en Winston naam gemaakt als medisch specialist. Zijn jongere zus Mardya heeft gezondheidsleer gestudeerd. Psychiater Jessurun vertelt dat hij reeds op jonge leeftijd in aanraking kwam met de politiek. Zijn vader, Rudie senior, was Statenlid namens de Nationale Partij Suriname (NPS). “Mijn vader heb ik belangstelling voor de Surinaamse politiek, en ik heb die continu op de voet gevolgd. Ik heb mijn krachten gegeven in de NPS en ben daar een korte periode in het wetenschappelijk instituut Japin actief geweest. In 1987 heb ik het verkiezingslied Gi mi owru su gemaakt en vanaf 1991 ben ik bij DA’91.” Naar zijn zeggen heeft hij in de periode 1975-1980 van nabij meegemaakt dat er geen professionele politiek gevoerd werd. “Mijn algemene mening was, dat er veel intriges onderling waren en er was geen ideologie die je kon aanwijzen. Wij zelf waren links in die tijd, kwamen met linkse ideeën uit Holland. De coup heb ik van nabij meegemaakt en ik heb de noodzaak daarvan nooit begrepen. Na die coup ontstond er een soort van rechteloosheid en een onveilige situatie. Een angstige gemeenschap ontstond waarin niemand elkaar meer vertrouwde. Met je beste vriend sprak je alleen nog over bijvoorbeeld Otis Redding.” Jessurun over een voorval rond 1986: “In het LPI kwam een vrouw die steeds maar schreeuwde dat haar zoon vermoord zou worden. We geloofden haar echter niet. En warempel. Eens reed ik naar Biliton om daar te gaan tennissen, toen ik onderweg aan de Meursweg zag dat er een man onder een brommer lag. Ik ging er dus naar toe, keerde hem om en zag alleen maar kogelgaten. Ik snelde naar de stafclub en belde de politie om te melden dat er een lijk lag. Ze zeiden ’Ja we weten het, hij is van de militairen’. Die zoon van die vrouw werkte in het Nationaal Leger en zijn vader in het bos. Ze vermoedden misschien dat die zoon informatie gaf, waardoor de militairen steeds in een hinderlaag van Brunswijk liepen.” Jessurun onderstreept dat men tijdens de militaire dictatuur nergens beroep kon aantekenen. De machthebber was feitelijk de enige bij wie men nog ‘recht’ kon zoeken. Er was meer sprake van rechteloosheid. Met name na de moorden van 1982 ontstond er een situatie waarbij vrijwel niemand in Suriname zich vrij voelde om te spreken. Er was censuur, zelfcensuur en er werd ontzettend veel gereshuffeld. Na 1982 was de angst extra groot, iedereen was in shock. Men werd apathisch en velen hebben een collectieve posttraumatischestressstoornis eraan overgehouden: tallozen kampen nog met herbelevingen en vermijdingsgedrag. Opvallend tijdens de teraardebestelling van de slachtoffers van de decembermoorden was, dat er geen massa’s op de been kwamen. Jessurun: “Dat fenomeen zie je tot vandaag. Als ‘We zijn Moe’ of wie dan ook op straat komt, wordt dit nauwelijks ondersteund. Er is een angstcultuur ontstaan, refererend naar de gewelddadigheden die we hebben gekend. Bij de protesten tegen de Amnestiewet in 2012 was er aanvankelijk een grote massa, maar al gauw niet meer. Het zijn uitspattingen waarbij men ontzettend snel in zijn schulp kruipt. In andere landen gaan stakingen maanden door, bij ons is het binnen een paar dagen voorbij. Bij een recente leerkrachtenstaking zaten ze te applaudisseren toen Bouterse naar buiten kwam en ze zeiden dat hij de enige president was die zo iets ooit heeft gedaan.”

 

Manipulatieve retoriek sinds 1987

Bij de verkiezingen van 1987 werd resoluut afgerekend met Bouterse en het volk trapte niet in de typische holle onwaarachtige, manipulatieve retoriek van een leider met een narcistische en paranoïde politieke regeerstijl. Bouterse pleegde sindsdien echter steevast karaktermoorden op zijn politieke opponenten. “Als hij op het podium spreekt, dan teert hij op zijn verleden; dat hij eerder kracht heeft uitgestraald met uzi’s, maar tegelijkertijd refereert hij ook naar de zwakte van een ander. Hij praat bovendien de taal van het volk, zijn massa zwelt dan aan. Als je bij Bouterse gaat, beïnvloedt hij je. Hij bespeelt mensen zodanig, dat ze een soort volgeling worden. Het betreft een gemankeerde persoonlijkheid in de mensen zelf. Een groot deel van de mensen is hypergevoelig hiervoor, vanwege de structuur van onze gezinnen. Die structuur is een autoritaire. Het is in Suriname heel gangbaar dat ouders bevelen dat een kind iets gewoonweg niet mag doen, omdat ze dat zeggen. Een groot deel van de bevolking vindt het heel normaal dat Bouterse autoritair is. Ze kunnen zich erin vinden, ermee omgaan, want zo zijn ze opgevoed. Dat fenomeen is doorgesijpeld in de gehele gemeenschap. Zo’n autoritaire figuur is de grote sterke vader die ze zien en die ze moeten volgen. Het kan ze alleen voordeel opleveren. Hun eigen gemankeerde persoonlijkheid is slechts compleet als het verbonden is met iets wat compleet is in hun ogen.” De psychiater memoreert dat de ‘s Lands Psychiatrische Inrichting lange tijd gold als NPS-bolwerk. Toen midden jaren tachtig Bouterse op bezoek kwam, stonden dezelfde zusters die eerder tegen hem ageerden, binnen een half uur na zijn aankomst met hem te dansen. Een werknemer die iets tegen hem durfde in te brengen, werd afgevoerd en zes maanden met onthouding van salaris op nonactief gesteld. Op de vraag wat Bouterse heeft, dat men met hem gaat dansen, antwoordt Jessurun: ”Ik wil het geen charisma noemen, want dat is niet omkleed met voortdurende manipulatie. Obama heeft zeker charisma, hij komt integer over, het is niet nep. Obama heeft gezag, Bouterse heeft macht. Mensen vallen voor macht. Rufus ‘Nunca’ Nooitmeer heeft eens gezegd: macht, geld en vrouwen deel je niet. Mensen die in aanraking komen met Bouterse moeten tegelijkertijd verachting en zich submissief (onderdanig) hebben gevoeld zoals je bij honden ziet. Ze willen hem tevreden houden, hij zuigt het bijna uit mensen. Hij probeert altijd op de een of andere manier bewondering op te roepen. Velen - vooral vrouwen - vallen daarvoor. De volgende dag als hij weg is, is er dan weer koskosi.

Het hele artikel is te lezen in het maartnummer van Parbode.