Back U bevindt zich hier: Home Actueel Rappa: Dagu (dagoe)
donderdag, 30 november 2017 15:04

Rappa: Dagu (dagoe)

Geschreven door Rappa
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

De hond, oftewel canis lupus familiaris (bij ons: dagu of kuttá), is zoals overal ter wereld innig met de mens (homo sapiens) verbonden. Bij ons wel niet zo innig dat we hem als delicatesse verorberen, bij ons op bed laten meeslapen of hem als familienaam dragen. Je zal hier maar Ramon Dagu of Chander Kuttá heten. Niet dat we hond-onvriendelijk zijn, hoewel nog vele van onze huishonden een honds bestaan leiden: aan de ketting in weer en wind, zodat hun gejank je tot diep in de nacht wakker houdt, en geen hond die daar wat aan doet. Zelfs in onze literatuur komt hij er bekaaid vanaf: zie Mofina, het schitterend verhaal van Ruud Mungroo, dat onze mulojeugd tegenwoordig helaas niet meer kent, zoals vele van onze literaire klassiekers (De Plee, Avonden aan de rivier, Het Raam, enzovoorts). Dat zal toch niet liggen aan onze leesluie en literatuur-arme leerkrachten van tegenwoordig?

Als straathond is hij (gelukkig tegenwoordig minder dan voorheen, dankzij het particuliere hondensterilisatie-initiatief) vaak de met schurft en wonden bedekte vuilniszakkenopenscheurder, het doodgereden karkas dat tot rottens toe op straat blijft liggen (zie het verhaal ‘De halve rashond’), de agressieveling die achter fietsers en bromfietsers aan rent en hen soms een doodsmak laat maken, en in de woonwijken is hij de seksuele voorlichter die de kleintjes al vroeg laat zien hoe de copulatie op z’n hondjes plaatsvindt, met alle agressie en ‘stoot-tot-je-er-hijgend-bij-vastzit’ erbij (‘Mammie, hoe zit Kazan vast in die bille van Lady?’).

Geen wonder dat het verschijnsel dagu zich ook in onze volkstaal en de beeldspraak heeft genesteld. Tegen iemand zeggen: ‘Yu lagi moro wan dagu’ (lett.: Je bent lager dan een hond) is een zware belediging.

Vroeger kenden we de daguwagi, een gemotoriseerd hondenoppikwagentje. De straathonden werden dan klemgereden, aan de achterpoten beetgepakt, in de rondte geslingerd waarbij het beest z’n urine van angst de vrije loop liet, en in de bak gegooid, tussen de andere opgepakte straathonden. Was je hond op straat en had die een hondenpenning om, dan kon je het beest binnen zoveel dagen bij het abattoir gaan halen. Wat een orde heerste er toen: fietsen, honden en ezelskarren waren penningplichtig, totdat de populistische leiders overnamen en al deze regels overboord gooiden.

Tijdens de periode van de goedbedoelde naschoolse opvang werd er voor de kinderen gekookt. Het eten was gezond, dus niet gedrenkt in spijsolie en vol met specerijen. Nogal smaakloos voor veel kinderen én de leerkrachten die heftig meeaten. Misschien zou zoetzure kip met daguyesi (een paddenstoelensoort) hen beter hebben gesmaakt. Een volksvertegenwoordiger noemde dit kindvriendelijk voedsel helaas dagunyan, oftewel hondenvoer. Wel hebben een paar keukenhouders in deze periode een flinke nyan gemaakt.

Tijdens een van onze zovele economische crises besloot de overheid goedkope rijst voor de sociaal zwakkeren te distribueren. Dat was breukrijst: het residu dat overbleef nadat de hele en halve korrels er uit gezeefd waren, in de goede tijden meer bekend als hondenrijst, oftewel dagu- aleisi. Daar waren de armen dus goed voor, terwijl hun leiders als kuttá’s vochten om de rijkdommen van het land. Auw, wat heftig gezegd!

De lichtelijk paniekerig overkomende zwemslag, vroeger zag je die vaker dan nu, werd niet voor niets daguswen genoemd; zo zwemmen honden als ze in het diepe terechtkomen.

De laaghangende hondentestikels spreken ook tot de verbeelding. Bij honden waar de balzak na jaren trouwe dienst ingeboet heeft aan elasticiteit, slingeren 's honds zaadproducenten tijdens het lopen van links naar rechts. Als je een ondernemer vraagt hoe de zaken staan, kan hij daarom antwoorden: ‘Wel, leki (= net als) dagubal’. Dus: dan goed, dan slecht.

In een bekende mop springt een rashond, genaamd Balthasar, steeds over de schutting en terroriseert de buurt. De eigenaar zet dan prikkeldraad op z’n schutting. Toch probeert dat beest erover te springen. ‘En, lukt het nu Balthasar binnen te houden?’, vraagt de buurman belangstellend. ‘Ja, uiteindelijk, maar hij heet nu wel Thasar’.