Back U bevindt zich hier: Home Actueel Jules Sedney: 'Hard werken aan de toekomst, dan komen we er wel' - Parbode Sneak Peek
vrijdag, 05 januari 2018 10:13

Jules Sedney: 'Hard werken aan de toekomst, dan komen we er wel' - Parbode Sneak Peek

Geschreven door Renate Sluisdom
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

“Lachmon vond het te vroeg voor een Hindostaan als premier en ondersteunde mijn kabinet als geheel tot op het laatste moment”, luidden de woorden van Jules Sedney, op de vraag waarom de VHP in 1969 hem het premierschap gunde. We interviewden de 95-jarige voormalige minister-president naar aanleiding van de derde herziene uitgave van zijn boek De toekomst van ons verleden.

 

Knapste jongetje van de klas

“Ik was altijd het kn apste jongetje van de klas”, grapt Sedney met een olijke lach. Hij blonk vooral uit in wiskunde. Na het mulo werd hij hulponderwijzer op de Saronschool. Later ging hij alsnog in Nederland zijn middelbare school afmaken, en haalde op 26-jarige leeftijd zijn hbs-diploma. In 1954 haalt hij zijn doctoraaldiploma in de Economie en binnen twee jaar, in 1956, promoveert hij. Het ‘knapste jongetje van de klas’ was dus niet helemaal een grapje. Op een vraag daarover antwoordt hij op zijn typisch ‘bescheiden-maar-toch-zelfbewuste’ manier dat binnen twee jaar promoveren niet zo gek was in die tijd; bovendien was hij bij aanvang van zijn doctoraalstudie al “een gerijpte student van 26”. Het wonderkind Sedney promoveert op ‘Het werkgelegenheidsaspect van het Surinaams Tienjarenplan’ en haast zich terug naar Suriname, waar hij binnen het ministerie van Financiën wordt toegevoegd aan mr. Rudolf Groenman, om de oprichting van de Centrale Bank van Suriname voor te bereiden. Dat resulteert op 1 april 1957 in de oprichting van de bank. Hij werd er secretaris van de directie en chef Studiedienst. Voor een jaartje maar, want na dat jaar wordt hij minister van Financiën in het kabinet-Emanuels. Parbode wilde weten waar die belangstelling voor de politiek vandaan kwam. Volgens Jules Sedney was die belangstelling  er ‘altijd al’; die dateerde vanaf de oprichting van Spes Patriae, een vereniging van Creoolse jongelingen die cultureel en sociaalmaatschappelijk werden onderricht en gestimuleerd door met name Eddy Bruma.

“Ik sympathiseerde met de Nationale Partij Suriname, de NPS; het was ‘logisch en begrijpelijk’ voor die tijd, dat je als jonge zwarte intellectueel je aansloot bij de NPS, ondanks de PNR-georiënteerde Spes Patriae.” In zijn eerste ministersperiode is Sedney nog niet erg prestatiegericht, waarschijnlijk omdat hij voor het ministerschap gevraagd was nadat de regering-Ferrier gevallen was, en hij zich niet als zodanig had kunnen voorbereiden op een politieke functie. Als hij in 1969 premier wordt, is hij ondertussen lid van de PNP geworden. De PNP was opgericht door Just Rens, die in het kabinet-Pengel als minister had geweigerd een wetsvoorstel voor verandering van het kiesstelsel te ondertekenen, en daarom door Pengel oneervol ontslagen was. De PNP was dus niet zozeer uit een andere ideologie ontstaan, maar deed aan de volgende verkiezingen wel zelfstandig mee, en behaalde drie zetels. 

 

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.