Back U bevindt zich hier: Home Actueel Boekrecensie: Wa.ter.sé Herinneringen van de dorpsjongen uit Bakkie - Parbode Sneak Peek
woensdag, 24 januari 2018 08:35

Boekrecensie: Wa.ter.sé Herinneringen van de dorpsjongen uit Bakkie - Parbode Sneak Peek

Geschreven door Welmoed Ventura
Beoordeel dit item
(2 stemmen)

Een getuigenis van hoe het leven eruit zag toen Reynsdorp (‘Bakkie’), gelegen aan de Warappakreek, nog een bloeiende plantage was. De Javaanse cultuur leefde er, voor zover mogelijk en dus met wat aanpassingen, alsof de ‘bakkinezen’ van toen er nog op Java woonden. De schrijver, Reinier Kromopawiro, geboren (1949) en getogen op de plantage Bakkie, toont de lezer als door een videocamera hoe het leven er daar uitzag. In een wonderlijke stijl van perfect Nederlands en het ritme van een Javaanse vertelling. Hij verhaalt door de ogen van hem als kind van de feesten met wayangspel, en ludrûg (volkstoneel). Van lopen naar school met een rookvat in de hand zwaaiend om de muskieten, die zich massaal op de benen van de kinderen in korte broek stortten, weg te jagen. Dagelijkse gebeurtenissen, mythologie en cultuur zijn verweven in het boek, met een uitleg in de tekst van elke Javaanse term die bij het vertellen nodig is. Het boek bestaat – symbolisch als in het wayangspel - uit verschillende podia (levensfasen) waarbij de waterkant van Bakkie, in de Javaanse mond watersé (van watrasei) dienst deed als een belangrijk decor. Daar was levendige centrum, met het af en aan varen van de boten en de vrouwen die er hun warungs dreven. Hij vertelt over de dagelijkse kost: tevreden met rijst en een gebakken visje uit de kreek. Samenlevingsprincipes als gôtông rôyông (vereende krachten) en rukûn (saamhorigheid) stonden er nog sterk overeind. Een boek voor de liefhebber van Surinaams-Javaanse cultuur en geschiedenis: Reinier schrijft over Javaanse gebruiken waarvan een deel in de loop der tijden in Suriname in de vergetelheid is geraakt, en brengt de lezer in de sfeer van toen. Terwijl je het leest, krijg je bijna net zoveel heimwee naar het oude Bakkie als de auteur zelf. Ook zijn er passages waarin oud-contractarbeiders die nog in Nederlands-Indië waren geboren, praten over vroeger. In de tijd van de schrijver was er bijvoorbeeld een pelmolen van meneer Biharie, maar de voormalige contractarbeiders vertelden hoe de rijst gestampt werd met alu (stampstok) en lesûng (stampblok). Het ritmische stampen (kothèkan) werd ook bij maansverduistering gedaan - zonder rijst - om de niet-aardse wezens te wekken. Interessant zijn de verhalen over het vervoer van toen: fietsen over de paden tussen de plantages en met de boot naar Moengo. De lezer kan zich afvragen: wat is deze jongen in hemelsnaam in Nederland gaan zoeken? Maar nostalgie is nostalgie, zoals vogels het nest ontgroeien, verliet deze plantagezoon zijn omgeving. Eerst op zijn twaalfde om in Paramaribo aan de Sint Paulusschool zijn mulodiploma te behalen, waarbij hij onderdak vond in het internaat Taman Putri (‘tuin der prinsen’). Daarna in 1967, toen Reinier vertrok naar tanah sabrang - het land aan de overkant - om beeldende kunsten te studeren in Rotterdam. In Nederland zette Reinier zich in voor de Surinaams-Javaanse cultuur, onder andere met een gamenlangroep, en hij werkte er als grafisch ontwerper.

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode