Back U bevindt zich hier: Home Actueel Fayalobi: Inflatiespook - Parbode Sneak Peek
dinsdag, 30 januari 2018 09:59

Fayalobi: Inflatiespook - Parbode Sneak Peek

Geschreven door Welmoed Ventura
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Ach, laten we het nogmaals proberen. Alsjeblieft? Jaaaa, ik begrijp het, het was een moeilijk jaar. Stiekem werd alles langzaam duurder. Huh, langzaam? Hoe bedoel je! Oké, iets sneller dan. Maar wij hebben toch niet voor niets zulke geweldige pagara´s afgestoken? Je moest ze zien, de rode stukken spetterden ervan af.  Iedereen stak zijn vingers in de oren en kneep zijn ogen dicht. Vanwege het lawaai en de wolken rook. De mensheid hield heel eventjes haar adem in, omgeven door giftige kruitnevel. Maar ook om al die boze spoken die zich in alle hoeken en gaten ophielden, en nu verstoord opfladderden. Die schrokken zich natuurlijk het apelazarus! Zij waren eraan gewend geraakt, dat zij lekker hun gangetje mochten gaan. Wat een duivelse pret. Hopelijk waren die bombels hard genoeg, want wij hadden ons namelijk het eten uit de mond gespaard om ze te kopen. Dan is het zuur als die boze geesten, yorka’s en bakru’s hier – zich ellendig geschrokken – toch wanhopig blijven rondwaren. Wie weet wat zij nog allemaal voor streken in petto hebben. Vooral het inflatiespook, dat tevreden in zijn spelonk zat te gniffelen om zijn eigen streken. Af en toe kwam hij er uit, bewandelde de straten om van zijn resultaat te genieten en er elke maand weer een schepje boven op te smijten. De hogere goden in rang, knepen ook een oogje dicht, of allebei. En de oren ook, zij hielden zich Oost-Indisch doof. Niet om die pagara´s. Al eerder, om die grote boze geldgeest die al te lang uit zijn fles was geschoten. Dat kreng er in stoppen dat was een hele toer. Steeds floepte hij er weer uit, en dan zagen de mensen zijn gemene grijnzende kop. Er was geen verbergen meer aan. Zelfs duizenden lieve en kwade woorden konden hem niet terug drijven in die nauwe fles. De enige manier om die gemene spelbreker niet te zien was ogen en oren dicht. Huuuh! Nee, dan liever oliegeur en maneschijn. Want we hebben een geweldige hoeveelheid aardolie. Die ligt rustig te wachten onder de bodem van onze zee. Als een groot, uitbundig en vrolijk wezen, zo’n happy Boeddha met een enorm dikke buik. Heerlijk ronkend overdekt door zand, krabben en schelpen, met een tevreden smile, tot iemand hem met een reuzenspeld wakker boort. Dan ontwaakt hij, rekt zich gapend uit en stijgt borrelend van plezier omhoog.

 

Het hele artikel is te lezen in het januarinummer van Parbode.