Back U bevindt zich hier: Home Actueel Mi eigi Moengo: Johan Djoe
vrijdag, 09 februari 2018 11:30

Mi eigi Moengo: Johan Djoe

Geschreven door Valerie van Leersum
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

De Ware Tijd lag op tafel. Johan kwam binnen, ging zitten en vouwde de krant open om rustig de koppen te lezen. Het toont een man die zowel de krant als het hier en nu weet te waarderen. Toch zijn we tijdens ons gesprek ver teruggereisd in de tijd. Johan Djoe, of zoals ze in Suriname zeggen, Djoe Johan, is geboren in Moengo Tapoe. Na de lagere school was hij genoodzaakt om bij zijn oma te gaan wonen, in Moengo waar hij kon doorleren aan het ulo, afdeling Techniek. Dit hield in dat je naast je tweejarige opleiding, praktijkervaring opdeed bij Suralco, in zijn geval als metaalbewerker. Wanneer ze tijdens deze praktijkuren iets in je zagen, kon je vervolgens drie jaar intern worden opgeleid en kreeg je uiteindelijk een vaste baan.

Eindelijk had ik dus iemand die over de Suralcoperiode van Moengo kon vertellen. En vertellen kan meneer Johan prachtig. Het Moengo dat hij schetste was schoon, verzorgd, zeer levendig en mensen van verschillende culturen en achtergronden leefden er in goed vertrouwen met elkaar.

Het was vooral de markt aan de Cotticarivier waar Johan graag kwam. Op de plek waar nu af en toe twee kraampjes staan, was het in de Suralcotijd een propvolle, levendige bedoening. Fruit, roti, bami en altijd wel een bekende die je tegen kwam. Aan de overkant van de Cotticarivier, de plek die nu dichtbegroeid is met mangrove- en ander bos, waren twee Chinese winkels: één van Frits en één van Allan. Elk had zijn eigen bootje om klanten heen en weer te varen. Aan de waterkant stonden bankjes onder de bomen waar je iets kon drinken. Op de achtergrond twee rokende schoorstenen van bauxietdroogovens.

“Hoe groot waren die bauxietblokken eigenlijk?”, vroeg ik. Johan begon te lachen en vouwde zijn mond een beetje schuin over zijn tanden heen. De blokken waren zo groot als een gebouw, glunderde hij. Om er mee te kunnen werken moesten ze worden gesplitst en werd er een gat in geboord waar dynamiet in werd gestopt. Vervolgens klonken er drie waarschuwingssirenes, afkomstig van een auto die in een wijde beweging om het tot ontploffing te brengen blok heen cirkelde. Zo wist iedereen in een straal van één kilometer dat ze dekking moesten zoeken. Daarna BOEM! Je kon de grond tot vele kilometers in de omtrek voelen beven. Om vier uur ‘s middags klonk de dorpszoemer van Moengo voor de zesde keer die dag, en was het tijd om uit te klokken.

Zo ging het in de gloriejaren van Moengo, het was fijn weer even terug te zijn.