Back U bevindt zich hier: Home Column en Essay

COLUMN & ESSAY

woensdag, 22 maart 2017 17:09

Saamaka: STOUT - Parbode Sneak Peek

Geschreven door
Het is vakantie en een neefje uit Frans-Guyana is in het dorp. Hij is  groter dan Stanga en heeft meer van de wereld gezien - maar het dorp is Stanga’s territorium. De twee jongetjes hebben dus een pikorde-confl ict. Dat moet uitgevochten worden. Daarom brengt Stanga het neefje naar mijn werkplaats. Mijn werkplaats hoort bij het dorp, maar er zijn geen moeders, Stanga is er dus heer en meester en dat kan hij tonen door alles te doen wat eigenlijk niet mag. Als de jongetjes komen ben ik bezig een beitelhouder te maken op de sterkearmschaafbank.Vergeet de technische details: de sterkearmschaafbank maakt een grommend geluid en haalt indrukwekkend uit. Het neefje is geïmponeerd en erkent direct Stanga’s superioriteit. Daarom hoeft Stanga maar een klein beetje stout te zijn. De sterkearmschaafbank is halfautomatisch. Af en toe moet ik aan een handwiel draaien, dat is alles.Comments ()
woensdag, 22 februari 2017 12:58

Betonning en bebakening

Geschreven door
Het was bij Botopasi dat ik voor het eerst een steentorentje in de rivier zag, een paar jaar geleden. Een platte rots die net boven het water uitstak, met daarop een stapeltje stenen, misschien dertig centimeter hoog. Bij hoogwater werd het torentje weggeslagen, maar in de volgende droge tijd verscheen het weer. Het was zo'n ondiepe plek waar kinderen makkelijk bij kunnen en waar losse stenen op de rivierbodem liggen. Spelen met stenen is altijd leuk.Comments ()
vrijdag, 27 januari 2017 14:13

FayaLobi: Nieuwjaarsdoelen versus realiteit

Geschreven door
Een heel jaar lang hebben we op december gewacht. Sommigen hadden, ondanks de precaire situatie, hun kerst en oudejaarsplannen al in november en anderen zelfs in oktober. De kerstliederen, de versiersels, de kerstbomen, de diners en de vele kortingen op goederen in de winkels,  lieten het gevoel van de meest wonderbaarlijke tijd van het jaar niet onopgemerkt voorbijgaan. Naar dit moment toeleven is wat we doen in Suriname. De decemberhype biedt menigeen de mogelijkheid alle beslommeringen van alledag, persoonlijke frustraties of 'Is Bouta schuld' los te laten. Gedurende het aflopen feestmaand waren we positief en hadden we een hoop plannen voor 2017. We zijn ervan overtuigd: dit jaar eten we gezonder, sporten we meer of gaan we studeren. Jip! Een hele bucketlist. Eindelijk tijd voor de pagara's, wat die ook gekost mogen hebben.   3…2…1…Happy new year!!! Tijd voor de goedbedoelde wensen. Je mobiel draait overuren: Whatsapp staat roodgloeiend,evenzo de vele Facebookgetuigenissen, insta selfies. De realiteit die met de maand januari meekomt, is evenals feestmaand december, reeds maanden van tevoren bekend. Maar! Het is vooral verstandig dit te negeren, anders…Comments ()
vrijdag, 16 december 2016 09:41

Memre Japi

Geschreven door

En opeens lag mijn lieve Japi roerloos op de vloer van zijn buitenkooi, als een slordige, neergekwakte hoop bonte, kleurrijke, exotische veertjes. De verbijstering kon niet groter zijn. Japi is dood?! Japi, die zo vanzelfsprekend was als de zon, de maan en de sterren, die het eeuwige leven had, of toch minstens vijfenzeventig zou worden. Japi, die ons allemaal zou overleven, onze enige erfgenaam. Om alle dieren op het erf maak ik me doorlopend zorgen. Om de pups, inmiddels alweer vier jaar, die alle twee een keer door een piranha zijn gebeten en toch nog stiekem de rivier in gaan. Raaf Romeo, die al zo vaak ontsnapt is en dan pas dagen later weer uitgehongerd terugkeert. Tigri, de kater die, toen hij z’n ballen nog had, elke ochtend het huis binnenkwam strompelen met een kop als Cassius Clay. En de stokoude Jessy met haar pijnlijke reumabotten. Het zijn allemaal zorgenkindjes. Maar Japi was altijd gewoon Japi. Soms had hij weliswaar iets raars; een wrat op zijn ooglid die maar groeide en groeide, de dokter is er nog naar wezen kijken, maar opeens was dat ding verdwenen – als sneeuw voor de zon. En op een keer bleef zijn snavel maar doorgroeien; te weinig op houtjes geknaagd. We hebben zijn snavel geknipt, en dat was dat. Want verder... Japi was er gewoon, binnen of buiten. Met hem kon het eenvoudigweg niet mis gaan.

We woonden nog in Paramaribo-Noord, omdat René ons riviercruiseschip Mi Gudu aan het bouwen was. En in die tijd had ik, tot mijn grote verdriet, al drie kleine poesjes verloren – alle drie vergiftigd door kwaadwillige buren met een volière. Vriend Marcel vond het welletjes en deed me een kaal ‘orange wing’ papegaaienkuik (kule kule) cadeau. In een doos stond hij op me te wachten aan boord van het schip, dat toen al in het water lag. Laat Japi gelijk die eerste dag al een aanrijding meemaken! Dat kwam zo: een hijskraan van het bedrijf waar wij bouwden was van de rem af gesprongen en raasde vervolgens als een dolleman het terrein over, richting het kanaal. Hij zou nu nog op de bodem liggen, ware het niet dat hij in volle vaart tegen Mi Gudu aanknalde en daar bleef hangen. De holle dreun in de kale romp moet lang nagegalmd hebben in het kopje van de jonge vogel.

Enfin, ik haalde hem op, schrok van zijn kale lijfje, maar begon hem trouwhartig brood met melk in zijn snaveltje te proppen, want dat hoort zo met jonge vogels was mij verteld. En nu komt er een episode waar ik nog steeds diepe spijt van heb. Marcel had me geadviseerd om hem te ‘branden’ zodat hij niet meer weg kon vliegen. Hoewel ik me nauwelijks realiseerde wat dat ‘branden’ inhield, ging ik op zoek naar een dierenarts die me kon helpen. Uiteindelijk vond ik een oude Chinees die Japi’s kopje in een closetrol duwde en met een soldeerbout de schouder van zijn vleugel – letterlijk – brandde. Het wondje moest ik verder maar desinfecteren met blauwsel uit zo’n spuitbus. Het werden verschrikkelijke weken, want de wond heelde niet en de vogel werd steeds angstiger van mijn handen. Het heeft hem voor het leven getekend. Hij zou later nog wel op mijn schouder komen zitten. Ik mocht hem ook wel op zijn kopje kroelen, maar het was beslist een schuw en angstig dier geworden, en dat is in de loop der jaren eerder meer dan minder geworden.

Toch hadden we geweldig veel lol in die beginjaren. Ik was hoofdredacteur van de Parbode en elke dag stapte hij in zijn reiskooi en ging hij met me mee naar de redactie. Daar had hij z’n eigen roze kooi. Doorgaans liep hij gewoon los, knagend aan computerkabels en potloden, knabbelend aan andermans lunchpakket of soms klauterend via mijn schouder naar mijn kruin. Daar zat hij dan triomfantelijk om zich heen te kijken als hoofd-hoofdredacteur!

De eerste echte tocht binnendoor naar Nickerie, een schip vol vrienden en dagen onderweg, natuurlijk mocht Japi niet ontbreken. We hadden een zaagmachine aan boord, en al varend legden de mannen een vloer in de zitzaal, in de stuurhut. Er werd een kaartentafel gebouwd plus een opklapbare bank. Wat heeft mijn vogel die tocht een hoop herrie te verduren gehad. Wij ook trouwens. En we hebben die hele reis geen één wild dier gezien; allemaal op de vlucht naar Brazilië, stelden we ons zo voor.

Overigens, Japi is nooit een echte prater geworden. Hij riep zijn eigen naam, met een telkens weer verbaasde octaafhoogte naar de ‘I’, alsof er een vraagteken achter moest. Een of andere burgerturf heeft hem op die reis heimelijk het sukkelige ‘koppie krauw’ aangeleerd. Dat liet Japi zich héél af en toe beschaamd ontvallen. Hij kon ook het Surinaamse volkslied fluiten. En, na een middag waarop een alarm van de buurman ongestoord zeven uur stond te loeien, kon hij op de wonderlijkste momenten alarm slaan; net als je geen alarm nodig had.

We zijn verhuisd naar Saramacca, aan de oever van de rivier. Boven, in onze huiskamer, zaagden we een gat in de buitenmuur naar het balkon; Japi kreeg zijn oude kooi tegen de muur geplakt en aan de andere kant van het gat een riante buitenkooi van waaruit hij de omgeving streng inspecteerde.

Hij was mijn vogeltje. We waren elkaar zo toegedaan, maar toen Japi geslachtsrijp werd, wilde ze steeds minder van me weten. Ze. Ik vermoed dat het Japinette was, opeens verslaafd aan René, aan alle mannen die op bezoek kwamen. En maar grauwen tegen mij.

‘Japi is klaar!’ Degene die het eten voor alle dieren die dag toebereidt, roept het naar boven, en wie zijn handen vrij heeft, draaft de trap af naar de keuken. Want Japi zijn ontbijt geven, dat is elke dag een feestje; koerend, kirrend, tokkelend verwelkomde hij zijn twee bakjes. Standaard: banaan, papaya, ananas, appel en peper, maar hing je het bakje op, dan loerde hij er met zijn linkeroog in: mopétijd? Nog een kers? Al manjaseizoen? En daarnaast zijn droogvoerbakje met papegaaienmix, zonnebloempit, doppinda’s en walnoot. Hij kon er zo verlekkerd op aanvallen.

En nu sta ik daar, met die twee bakjes pretpakket. Overweldigd te kijken naar een dier dat niet dood kon. Geen clou. Geen idee waarom hij ons op deze vroege donderdagochtend verlaten heeft. René en ik missen Japi vreselijk. We zijn van de leg, om in Japi’s vocabulaire te blijven. Dag lieve hoofd-hoofdredacteur.

vrijdag, 16 december 2016 09:08

De smadelijke aftocht van Sandew Hira

Geschreven door
Hij kwam met veel fanfare, maar sloop met de staart tussen de benen, haast onopgemerkt weg van het strijdtoneel. Gerecruteerd door de beruchte Melvin Linscheer, directeur Nationale Veiligheid en ‘in natura’ gefinancierd door president Bouterse, drugsveroordeelde en hoofdverdachte van de Decembermoorden, wierp publicist Sandew Hira zich vorig jaar op als de man die door waarheidsvinding, dialoog en verzoening, troost zou bieden voor het verdriet dat veroorzaakt werd door politiek geweld. Hij, broer van 8 decemberslachtoffer en advocaat John Baboeram, zou de verdeelde Surinaamse gemeenschap weer verenigen. Nee, hij was niet partijdig, maar een wetenschapper die objectief de feiten zou onderzoeken. Hij zou het publiek regelmatig informeren over het proces van waarheidsvinding, via zijn wekelijkse column in Starnieuws. Nu is een column niet echt een column meer als andere belangen en perspectieven dan die van de persoonlijke mening van de columnist, inhoud en vorm bepalen. Als spreekbuis van het proces van waarheidsvinding, een proces dat door de regering Bouterse werd gefinancierd en gefaciliteerd, was het wekelijkse Starnieuws stukje dan ook niet meer dan propaganda vermomd als column. Hira nam echter lang…
vrijdag, 16 december 2016 09:04

Kusje

Geschreven door
Eerder schreef ik in deze column over Boike: een pubertje dat het wat moeilijk had en af en toe bij me kwam om uit te leggen hoe erg het allemaal was. Ik kon hem alleen maar gelijk geven: het was erg. Je zal toch maar opgroeien in een klein dorp waar je moeder en alle tantes de baas zijn. Jongens worden verwend in Saamaka. Ze hoeven niet te werken - ze mogen niet eens werken, want ze kunnen niets. Werken is voor hun zusters. Jongens moeten moeders mooiste zijn. Wie denkt dat verwend worden prettig is, denk dan aan het leven van een picolet in een kooitje. Vooral op school is het erg. Juf is opgeleid voor de omgang met kinderen. “Goed opletten hoor, niet vrijpostig zijn”, schalt ze op die toon waarmee je kleine kinderen onder de duim houdt, en waar op de kweekschool zo hard aan gewerkt wordt. Onder de duim - Boike? Boike is geen klein kind - Boike is een man. Een man die sterker is dan alle vrouwen bij elkaar. Een man met een buitenboordmotor…Comments ()
vrijdag, 16 december 2016 08:34

Fa waka?

Geschreven door
Hoe gaat ‘t? Alvast is dat vraagteken in ‘fa waka?’ in feite onjuist, want de uitspraak is niet zoals in ‘Hoe heet je?’. Hierbij begin je hoog, dan een trapje lager en bij ‘je’ ga je nog wat omlaag en dan met een swing weer omhoog. Dit laatste gebeurt niet bij de laatste lettergreep van ‘waka’, die gaat gewoon een half trapje lager. Verder is het opvallend dat ‘fa’ alleen in deze groet gevolgd wordt door een werkwoord of zelfstandig naamwoord. Je zegt niet: ‘fa sribi, fa nyan of fa wasi?’ Dat komt waarschijnlijk omdat ‘fa waka’ de inkorting is van ‘fa fu a waka’ (letterlijk: ‘Hoe staat het met het lopen’ of beter: ‘Loopt het?’) zoals je wel kan zeggen: ‘fa fu a nyan’, ingekort tot ‘fa’f a nyan?’ Toen we als jongelingen via onze vriend Raoul ‘boorden’ op een familiefeest en hij ons flink ‘regelde’ met drank, vroeg Bertje, een wandelende lintworm, al gauw: ‘Raoul, fa’f a nyan?’ oftewel: ‘Hoe staat het met het eten?’ Dat vraag je ook als je informeert naar de gesteldheid van iemand, bijvoorbeeld:…Comments ()
dinsdag, 06 december 2016 17:40

FayaLobi: Je ne suis pas knoflooksaus

Geschreven door
‘Wauw, een moskee en synagoge náást elkaar, zonder problemen?’, zegt een vriendin van mij die net voor het eerst in Suriname vertoeft. Aangezien moslims en joden elkaar niet in de haren vliegen, gaat men er vanuit dat mensen hier in vrede naast elkaar kunnen leven. Ik heb al vaak trotse gezichten gezien die me vertelden dat verschillende bevolkingsgroepen hand in hand gaan in dit land, en dat Surinamers ontzettend beleefd zijn. Maar ik heb het afgelopen jaar weinig van die broederliefde en bescheidenheid gemerkt. Nog nooit heb ik zoveel agressie in de bodemloze put van Facebook zien verdwijnen. Naast de vele selfies en emoji’s, is er plaats gemaakt voor gescheld en getier. DNA-lid Jennifer Vreedzaam, die verklaarde dat we allen schuldig zijn aan de crisis, werd onder een nieuwsbericht massaal uitgemaakt voor kankerpatiënt. Bij posts over rovers reageren mensen met ‘kogel door hun kop’. Laatst ging het knoflooksausfilmpje viral. Een zekere Bombelman die per se knoflooksaus wilde bij zijn shoarma, maar wat niet mogelijk was. Hij begon te blèren als een bezetene, en maakte een werknemer uit voor varken. Tot…Comments ()
dinsdag, 22 november 2016 09:36

God bless you!

Geschreven door
Dit is zonder twijfel de meest verrassende column die ik voor deze rubriek zal schrijven. Het is tevens de laatste. Groeten Uit Ghana is namelijk niet door de bezuinigingsronde van Parbode gekomen. Helaas, de relatie met u als lezer is betrekkelijk kort geweest, maar gelukkig ook heel vruchtbaar. Het vullen van deze ruimte heb ik altijd met veel plezier gedaan en ik hoop dat het voor u ook een mooie leeservaring is geweest. Voordat ik afscheid neem, wil ik nog iets kwijt over een belangrijke verandering in mijn leven die recent plaatsvond. Het herstel van mijn geloof, om precies te zijn. Ik heb eerder op deze plek iets gezegd over de kerk in Ghana. Dat was een verhaal over het luide nachtpreken dat mijn slaap verstoorde en de drang van mensen om mij te bekeren. Daar is weinig aan veranderd, maar ik sta er nu wel anders in. Ik ben het christelijk geloof in deze omgeving beter gaan begrijpen en heb mij zelfs aangesloten bij een gebedsgroep. Ik ben uit de schaduw gekropen en durf nu ook uit te komen…
dinsdag, 22 november 2016 08:38

Leriman, sabiman, koniman en sabiso

Geschreven door
Als kleinzoon van een evangelist vond mijn vader het toch goed dat ik naar de zondagsschool ging. Een jeugdvoorganger, echt zo een leriman, spijkerde ons in een benedenkamer van de domineeswoning van de Emanuelkerk heftig de Bijbelse kronieken bij. De buurtjongens knikten braaf mee op de maat van de woordenstroom, maar ik onderbrak die regelmatig met achtergrondvragen. Het verwonderde mij dat onze kerkelijke sabiman dat irritant vond, te oordelen aan de chagrijnige trek op zijn gezicht als ik zijn stichtelijke bijles weer eens onderbrak. Een zondag liep dit helaas uit de hand. De jonge broeder had het steeds heftig over Judas, in feite de tweede man in de groep geloofsvernieuwers onder leiding van de veelbelovende Jezus van Nazareth. Die Judas was een smerige verrader; die had zijn leider voor dertig zilveren munten, de berucht geworden zak met zilverlingen, verraden aan de Romeinen. Ik vroeg: “Broeder, wat had Judas over Jezus verraden?” De jonge evangelist keek me aan, knipperde een paar maal met z’n ogen en zei toen geïrriteerd: “Judas heeft de Romeinen verraden wie de Here Jezus was.” En voort…Comments ()
vrijdag, 18 november 2016 16:28

Essay: Kwaliteit, of het gebrek daarvan

Geschreven door
Wat verstaan we onder kwaliteit? Er zijn verschillende definities van het begrip, te veel om ze nu allemaal op te noemen. Als we het in gewone mensentaal verwoorden, gaat het er bijvoorbeeld om dat we tevreden zijn met de prijs die we voor een product hebben betaald. Het gaat er ook om dat we in tweede instantie tevreden zijn over de prestaties van het product. Maar we kijken niet alleen naar het product. We kijken ook naar de bijpassende dienstverlening. Zijn we volledig en duidelijk geïnformeerd? Zijn we tevreden over de manier waarop en de snelheid waarmee we zijn geholpen, ook toen het product een kleiner of groter gebrek vertoonde? Bijvoorbeeld, u hebt een apparaat gekocht. “Prima apparaat mevrouw”, zegt de verkoper. “Nooit klachten over gekregen.” U boft ook nog, want het is én de laatste én u krijgt tien procent korting. Daarom besluit u over te gaan tot de aankoop. Het apparaat kan worden thuisbezorgd, tegen een vergoeding uiteraard. U loopt de winkel uit en ziet net niet meer dat de winkelier in zijn handen wrijft. Hij is zijn…
Pagina 1 van 10