vrijdag, 01 juni 2007

De ijle tonen van de Taza

Geschreven door  Elvira Rijsdijk

Afgelopen maand hield Roy Raghoe een workshop traditioneleHindostaanse muziek in de Volks Muziek School. Raghoe is een docent met dertigjaar ervaring in de traditionele muziekstijlen die zijn Hindostaanse vooroudershier brachten. Hij komt bovendien uit een muzikale familie; zijn vader en driebroers zijn muzikant. 

 

taza.jpg

Van de laatstegrijze eminentie, de Nickeriaan Ramdhan, leerde hij zes jaar geleden de ‘Taza’spelen. De Taza is islamitische percussiemuziek uit Iran en Irak, die via Indiain Suriname kwam. De muziekstijl is genoemd naar de opvallend hoog klinkende,bolronde Taza-trommels (kettledrums), oorspronkelijk gemaakt van een pan meteen geitenvel erover heen. Een Taza-band bestaat uit vier van deze kleineTaza-trommels, een basdrum (dhool) en een paar cimbalen (ghaal). Taza werdgebruikt als muzikale begeleiding wanneer de bruidegom naar het huis van zijnbruid gaat.

 

Tot 1954 speelde de Taza in Nickerie een belangrijke roltijdens de Tajiya (spreek uit: tadja), een ceremoniële optocht. Moslims maaktenin de moskee een hoge toren, versierd met bloemen, die onder begeleiding vanTazamuziek in processie op een baar naar de rivier werd gedragen, waar hij metde stroom werd meegegeven. Dit als herdenking aan de gewelddadige dood vanHassan en Hoessein, de zonen van profeet Mohammed. In Commewijne was er naarverluidt tot 1978 Tajiya met Taza, het was zelfs populairder dan Idulfitr.

Raghoe leerde ook zelf Taza-trommels maken, hij ontwikkeldekunststof Taza-instrumenten en deed wat onderzoek naar de historie. “Taza wordtde laatste jaren meestal gebruikt als muzikale begeleiding voor huwelijksstoetvan de Hindoes, en voor entertainment”, weet hij. “

De Creoolse drumbands en de Bangra percussionhits hebben deTaza populair gemaakt. Achttien groepen zijn nu als paddestoelen uit de grondgeschoten en hebben onlangs opgetreden zonder dat ze hun huiswerk hebbengedaan.” Hij doelt op de zogenaamde Taza-muquabla of Taza-battle, die op 28april werd gehouden. “Het had meer met enthousiasme te maken dan met Taza.Gebrek aan deskundigheid kenmerkte de publiciteit, en de meeste groepen kwamennog maar net kijken. Het was bovendien geen battle, want daar dagen demuzikanten elkaar uit en wordt applaus getimed en gemeten zodat het publiekbeslist. De jury bij de ‘Taza-battle’ bestond uit drie heren die allen uitverdienstelijke zang en muziekgroepen komen, maar er was niet éénTaza-percussionist of -deskundige tussen.” De jury heeft gehoord wat iedereenhoorde: naast nummer een en twee, Naja Roshnie en Jay Krishna, was de restchaotisch en eentonig, een enkeling voegde tamboerijn en fluit toe voor devariatie. “Maar Taza moet gespeeld worden in de tientallen traditionele,gezamenlijke patronen, onderbroken met solo’s. Dáár ligt de variatie”, legt Raghoeuit. “Drummers kunnen er met dansbewegingen een show van maken en natuurlijkzijn er ook momenten waaropt de ene drummer de andere uitdaagt, in een vraag enantwoord drumspel. Maar op de Taza-muquabla waren in totaal slechts vier solo’ste horen. Het leek alsof ze bang waren voor het traditionele spel.”