zaterdag, 20 maart 2010

Films & Zo, 48

Geschreven door  Bert Steinmetz, Robin Austen
 De ontwikkeling van Suriname
Een box met drie dvd’s onder de titel ‘De ontwikkeling van Suriname tot een zelfstandige republiek’: dat klinkt aantrekkelijk. De inhoud is echter teleurstellend wisselvallig. De eerste dvd duikt in het verleden. Hoofdmoot is de beroemde documentaire ‘Faja Lobbi’ van Herman van der Horst uit 1960, die op het filmfestival van Berlijn de Gouden Beer won. Van der Horst laat ruim een uur de mensen en hun land zien, zonder enig commentaar. Maar nu, vijftig jaar later, valt die film niet mee. Het is erg langdradig en gericht op het pittoresk-primitieve: het simpele bestaan van de Indianen en Creolen in hun dorpjes langs de rivier, met hun mysterieuze gewoontes en dansen. Op deze dvd staan tevens korte stukjes filmjournaal, tot aan de onafhankelijkheidsviering.

Het meest interessant is het verslag van het bezoek van prinses Juliana in 1943. Vanwege het unieke karakter, maar ook vanwege de benadering van de ‘primitieve inlanders’.

Curieus is een bundeltje filmfragmenten uit rond 1920, helaas gemakzuchtig zonder enige samenhang achter elkaar geplakt. Toch zit je met verbazing te kijken naar de liftgondel aan een kabelbaan waarmee toen de Surinamerivier werd overgestoken.
De derde dvd kun je helemaal weggooien, op een korte terugblik uit 2009 na op de SLM-ramp op Zanderij. Verder staan er twee in Suriname opgenomen tv-programma's op: een reisprogramma van omroep Llink en een bezoek van Rik Felderhof met Kamerlid Laetitia Griffith. Beide zijn ergerlijk oppervlakkig, met nul informatie en alleen maar hinderlijke aandacht voor een kwekkende Froukje Jansen in het reisprogramma (‘best wel onwijs gezellig’) en voor de zalvende ijdeltuit Felderhof.
Maar dvd twee maakt veel goed. Daarop staan vijf afleveringen van een reeks prachtige documentaires die de NPS in 2000 heeft uitgezonden, 25 jaar na de onafhankelijkheid, onder de titel ‘Wie niet weg is, is gebleven’. We zien bijvoorbeeld de man die nog steeds thuis de vlag koestert die tijdens de onafhankelijkheidsviering werd gehesen. We horen de familie van Cyril Daal over de Decembermoorden. We gaan met kolonel b.d. Bas van Tussenbroek, indertijd militair attaché in Paramaribo, op bezoek bij Ronnie Brunswijk, die tijdens de Binnenlandse Oorlog door Van Tussenbroek werd gecoacht. Daar gaat het eindelijk over de ontwikkeling van Suriname.
Bert Steinmetz

De ontwikkeling van Suriname tot een zelfstandige republiek (3 dvd-box), uitgave Just Entertainment. Verkrijgbaar via de webwinkel van de Volkskrant


 

 Slim, maatschappelijk betrokken en ambitieus: dat zijn de Surinaamse jongeren in de documentairefilm ‘Het is zo fijn om Surinamer te zijn’. Met hun ‘Dim Sum Academie’ willen ze de toekomst van Suriname verbeteren. Als het aan hen lag, ging het er in de Surinaamse politiek een stuk beter aan toe en hadden jongeren er werkelijk iets in te brengen. Door wekelijks bijeen te komen en andere jongeren te inspireren en motiveren, hopen ze een steentje bij te dragen aan een betere toekomst.

Het is fijn om een Surinamer te zijn, In-soo Radstake (regisseur), 2008


 Kara Dara

Het is inmiddels tien jaar terug dat gitarist/percussionist/componist Andro Biswane en Icatya Sedney, vocaliste en danseres, besloten hun creatieve ideeën samen te laten ontspruiten waarna Kara Dara ontstond.
Kara Dara is een begrip uit de Yoruba-taal. Deze taal is, behalve in Nigeria, Togo, Benin en Sierra Leone, ook nog in kleine gemeenschappen in Brazilië en Cuba belangrijk. “Het zijn de verschillende bloemen die de tuin maken”, weet bandleider Biswane te vertellen. Deze cross over-gedachte is eigenlijk per definitie al een garantie voor succes.
Kara Dara is een frisse, luchtige cd met diepgang. Het is de musici gelukt een cd te maken die prettig is om naar te luisteren en geschikt is om op te dansen. De tien nummers op de cd zijn doorspekt met invloeden uit de rijke Afrikaanse diaspora, waarbij de Surinaamse achtergrond van Biswane en Sedney niet onopgemerkt blijft.
Uit de rijke vijver van de cross over Afro-Caribische Surinaamse jazz wordt al decennia lang, niet zonder succes, gevist door inmiddels gerenommeerde ensembles, zoals Fra Fra Sound (waar Biswane overigens ruim vijftien jaar deel van uitmaakt), de Ronald Snijders Extended Band, Pablo Nahars 4 Sure, Franky Douglas Sunchild, Time Out en De Nazaten.
Het is daarom uiterst knap dat ‘nieuwkomer’ Kara Dara een volstrekt eigen geluid uit de hoge hoed weet te toveren en nooit als een slap aftreksel van bovengenoemde patenthouders klinkt. Verrassend en even spectaculair is
vocaliste Icatya Sedney, die de perfecte stem heeft om een melodie te kunnen dragen, zonder maar één moment gelikt en gladjes te klinken. Er zijn genoeg zwarte vrouwen die prachtig kunnen zingen en befaamde Amerikaanse jazzdiva’s kunnen evenaren. Er zijn echter maar weinig zangeressen die in dit genre geïnteresseerd zijn en hierin ook daadwerkelijk de modale middenmoot kunnen ontstijgen.
Sedney heeft een bepaalde manier van zingen en bewegen die de luisteraar als het ware dwingt tot luisteren. Zij treedt met haar vocale interpretatie in de voetsporen van overleden meesteressen als Miriam Makeba en Nina Simone, zonder maar een moment als een slaafse opvolger te klinken.  Ook van de musici die meegewerkt hebben aan deze cd, kan gezegd worden dat ze iets bijzonders hebben laten horen.
Robin Austen

Kara Dara, Kara Dara, Sampone Productions/Pramisi Records, 2009


 

 De in februari overleden Soekhram ‘Suky’ Akkal heeft zijn sporen achtergelaten op muzikaal en radiotechnisch gebied. Akkal volgde in de jaren vijftig in India een muziekopleiding en maakte in de jaren daarna een interessante fusion van Hindoestaanse, Westerse, Caribische en Kaseko muziek. Vooral onder de oudere Hindostaanse burgers is Akkal een bekende muzikant en waarschijnlijk duurt het nog een paar jaar voordat ook de rest van Suriname zijn werk op waarde weet te schatten. Disco Amigo lijkt zo’n beetje de enige muziekwinkel die cd’s van Akkal verkoopt en ziet de verkoop nu al licht stijgen.
Suky Akkal plays Indian hits, Suky Akkal