dinsdag, 01 juni 2010

EuroSuri

Geschreven door 

Mijn Bijlmer
Je loopt door lange, donkere gangen in sombere flats waar buren elkaar niet kennen en mensen elkaar niet groeten. Buiten een grauwe hemel, ijzige kou, snijdende wind. Junkies en daklozen die beschutting zoeken in portieken en hallen, waar ze zilverpapiertjes, peuken, bierflesjes en urinestank achterlaten. Zomers waarin kinderen spelen op groene grasvelden. Toko’s en markten met Surinaamse groenten en vruchten. Buurthuizen en bars waar je je in Suriname waant. Het Kwakoe festival waar iedereen met sterke trommelvliezen kan genieten van eten, drinken en gezelligheid.

 

Daar denkt u misschien aan als u ‘Bijlmer’ hoort. De Bijlmer is de eerste plek in Nederland waar Surinamers zich massaal vestigden en is nog steeds één van de weinige plekken in Nederland waar meer Surinamers wonen dan blanke Nederlanders. Waar denkt de gemiddelde Nederlander aan als hij ‘Bijlmer’ hoort? Aan een getto vol zwarte, arme en gevaarlijke mensen, drugs, moord en doodslag. Punt. Geen enkel lichtpuntje. Er zijn nog steeds taxi ’s die niet naar de Bijlmer rijden. De enige Nederlanders die niet bang zijn voor de Bijlmer, zijn de Nederlanders die er wonen. Want in tegenstelling tot wat de rest van Nederland denkt, is vijftien tot twintig procent van de Bijlmer nog blank.
De Nederlandse programmamaker Patrick Lodiers zal drie maanden in de Bijlmer wonen en er een televisieprogramma over maken. Hij was recent te gast in de populaire dagelijkse talkshow ‘De wereld draait door’. Inmiddels woonde hij een maand in de Bijlmer. ‘En ben je al beroofd?’vroeg een andere bekende Nederlander met een brede grijns. ‘Waarom heb je dit onmogelijke plekje uitgezocht om een reportage te maken?’ vroeg de presentator.
Ik werk nu bijna twintig jaar in het hart van de Bijlmer en woon in een wijk die je een buitenwijk van de Bijlmer zou kunnen noemen. Deze buitenwijken van de Bijlmer zijn groen, rustig en kennen weinig problemen. Vooral de eerste tien jaar heb ik de minder leuke kanten van de Bijlmer ervaren. Drie van mijn assistenten zijn op straat beroofd, één van haar tas, één van haar fiets en één van zijn geld. Er werd gedreigd, maar geen geweld gebruikt. In mijn praktijk is in die tijd vier keer ’s nachts ingebroken. Een groepje kleine jongens ging er, toen ik even niet oplette, met mijn kasgeld vandoor. Ze konden veel sneller rennen dan ik.
Toen een man zijn moord en brand schreeuwende tienerdochter een auto in wilde duwen, probeerde ik hem tot kalmte te manen. Hij pakte een bierflesje dat hij dreigde op mijn hoofd kapot te slaan. Meerdere van mijn klanten zijn in de loop der jaren beroofd, al dan niet met geweld. Een klant werd in elkaar geslagen en moest zijn mooie pup afgeven. Een Afrikaanse vrouw beweerde dat ze door vrouwenhandelaren gevangen werd gehouden en zocht hulp in mijn praktijk. De politie maakte ooit van mijn kantoor een uitkijkpost om criminelen te bespieden. Er zijn dagen geweest dat mijn grootste zorg was de drugsdealers voor mijn deur zien weg te krijgen. De laatste tien jaar heb ik de Bijlmer echter steeds veiliger en rustiger zien worden. De Bijlmer is vernieuwd, de probleemgevallen worden minder en de probleemgebieden kleiner.
Waar denk ik dan aan als ik ‘Bijlmer’hoor? Vooral aan gewone mensen die ondanks achterstand en tegenslagen er het beste van proberen te maken. En natuurlijk aan macho‘s, players, artiesten, kunstenaars, atleten, ondernemers, religieuzen, alternatievelingen, levensgenieters, oplichters, kwakzalvers, onaangepasten, psychisch gestoorden, invaliden, tienermoeders, onwaarschijnlijke koppels, gemengde huwelijken, mooie kinderen, werklozen, illegalen, hangjongeren, hangouderen, Oost-Europese arbeiders, gelukzoekers, zigeuners, studenten, vluchtelingen, verdwaalde toeristen, mensen op doorreis. Aan het altijd aanwezige gebrek aan geld dat een contrast vormt met de dure kapsels, kleren, sieraden, nagels, gouden tanden en schoenen.
Ook denk ik aan de idealisten, politie, ambtenaren, buurtwerkers en vrijwilligers die onvermoeibaar werken aan een betere Bijlmer. Aan de sloop van de oude Bijlmerflats die nu al bijna twintig jaar duurt en de mooie nieuwe wijken die er voor in de plaats komen. Aan gigantische kantoorgebouwen, een prachtig zwembad, een splinternieuw theater, een bloeiend winkelcentrum en een megabioscoop.
Wat vind ik van de Bijlmer? De Bijlmer is voor mij net een grillig, onvoorspelbaar familielid. Meestal vriendelijk en gezellig, soms kwaad en agressief. Meestal sociaal en redelijk, soms asociaal en onuitstaanbaar. Vaak tot in de puntjes verzorgd, soms vies en vuil. Soms schaam ik mij voor de Bijlmer, maar steeds vaker ben ik er trots op. Eén ding weet ik zeker. Met de Bijlmer komt het echt wel goed. 

Chris Polanen woont en werkt als dierenarts en schrijver in Nederland

Meer in deze categorie: « EuroSuri EuroSuri »