donderdag, 31 maart 2011

Antiquariaat, april 2011

Geschreven door  Carl Haarnack

antiquariaat.jpgSurinam

In 1789 verschijnt er in Jena (Duitsland) een boek dat is uitgegeven en van commentaar voorzien door dominee Binder. Hierin geeft hij een beschrijving van Suriname ‘die mij door een man ter hand is gesteld, die vele jaren daar heeft doorgebracht en alles werkelijk heeft gezien en meegemaakt’. Al in het voorwoord van dit boek wordt de transatlantische slavernij gebagatalisseerd: ‘De arbeid voor de slaven in Suriname is veel lichter en het eten beter en de behandeling menselijker, dan toen zij nog in Afrika waren’, zo schrijft Ludwig.
Boerenverstand, kunnen schrijven en rekenen en de wil iets te leren is al genoeg om ‘schrijver’ of blank-officier op een plantage te worden. Onderdak, goed eten en drinken worden betaald en men verdient er fl.200,- mee.

Binnen twee a drie jaren kan hij er zelfs directeur van een plantage worden en verdient dan fl. 600 - 800 of fl.1000,- en uiteindelijk fl. 1200. Ludwig is zelf arts. Uit onderzoek weten we dat hij in 1800 in Ludwigsburg (Duitsland) is overleden.
Hij heeft zo’n vijftien jaar in Suriname doorgebracht. Over de omgang met slavinnen is Ludwig zeer direct. Zo zijn volgens hem zeer mooie en welgevormde slavinnen die niet zelden in de smaak vallen bij de blanken. ‘Het is gevaarlijk om aan deze gevoelens toe te geven’, stelt Ludwig.
Behalve dat er een geldstraf staat op het verwekken van kinderen bij slavinnen, lijkt er voor de auteur een belangrijker bezwaar.
Men weet namelijk nooit of men ‘seine Negerin’ alleen heeft omdat zij voldoende kans heeft zich ook aan minnaars van haar eigen volk over te geven. Het gebeurt niet zelden, zo stelt hij verder, dat wanneer de blanke van zijn geliefde, een slavin, een mulattenkind verwacht, er een zwart kind geboren wordt. En zo blijkt dat ‘de blanke de gunsten van zijn geliefde met een slaaf delen moet’.
Ludwig is een belangrijke ooggetuige die ons een beeld schetst van het leven in de tweede helft van de 18e eeuw.
Zo verhaalt onze Ludwig over de visserij in Suriname. Het zijn de ‘vrije negers’ die meestal actief zijn in de vishandel. Hij vertelt over een zwarte man die Kauffmann heet. Deze Kauffmann heeft van zijn meester de vrijheid gekregen en houdt zich bezig met de visserij. Hij is er schatrijk van geworden en bezit minstens
fl. 50.000,-. En wat doet deze Kauffmann met zijn geld? Helpt hij de hongerende zwarte bevolking van Paramaribo ? Nee, hij doet wel veel aan liefdadigheid, maar dan onder de arme blanken in de stad.
Carl Haarnack

Herrn Johann Friedrich Ludwigs Neueste Nachrichten von Surinam. Als Handbuch für Reisende und Beytrag zur Länderkunde, herausgegeben und mit Anmerkungen erläutert von M. Philipp Friedrich Binder, Pfarrer in Haberschlacht. In der academischen Buchhandlung, Jena, 1789.