zondag, 31 juli 2011

Antiquariaat, augustus 2011

Geschreven door  Carl Haarnack

anitiquariaat.jpgDer Pflanzer von Paramaribo

Andrä Heinrich Fogowitz (1858-1909) was auteur van avonturenromans en sprookjes. Der Pflanzer von Paramaribo is opgenomen in een verhalenbundel en gaat over een man genaamd Jansen Houtwijn. Arm en zonder middelen van bestaan komt hij per schip uit Amsterdam in Suriname aan.

 

Twaalf jaar later heeft hij plantages aan de Commewijne (Canewine), bezit hij vijftienhonderd slaven en is hij lid van het Hof van Justitie. Op een dag, het is oogsttijd voor het suikerriet, verlaat de inmiddels rijke Jansen Houtwijn Paramaribo om zijn plantages te inspecteren. Zijn boot is versierd met gouden ornamenten en trekt veel bekijks. Vier jonge slaven in prachtige livreien zitten bovenop de cabine en blazen op trompetten die tot ver in de bossen te horen zijn.
De volgende morgen zit Jansen Houtwijn op de veranda van zijn plantagehuis. De opzichter stapt naar voren en zegt dat een slaaf geklaagd heeft over de twintig uren die ze per dag moeten werken. De opzichter krijgt de opdracht de opstandige slaaf honderd zweepslagen te geven. Een grote, trotse, zwarte man verschijnt voor Jansen Houtwijn. ‘De blanken noemen me Michael, maar in mijn land heet ik Faddalah’.
Hij toont geen slaafse nederigheid, maar kijkt zijn meester kalm aan. Faddalah zegt dat hij sterk genoeg is om hard te werken. Maar hij vraagt om zijn vrouw en kinderen te ontzien en hen iets meer slaap te gunnen. De hardvochtige plantagehouder geeft opdracht om de vrouw en kinderen van Faddalah de volgende ochtend in Paramaribo te verkopen.
Een lange tijd gaat voorbij. Op een dag is Jansen Houtwijn weer op zijn plantage en hij geeft aan een willekeurige slaaf opdracht hem in een boot naar een naburige plantage te roeien. Jansen Houtwijn herkent de slaaf niet, maar het is Faddalah, die al die jaren op een kans als deze gewacht heeft. Hij neemt wraak en roeit naar een afgelegen plek.
Hier gooit hij de plantagehouder in de rivier, waar hij door kaaimannen wordt verslonden. Faddalah vlucht de bossen in.
Jaren later komt een indiaan in Paramaribo de inmiddels uitgeloofde beloning innen. In een zak heeft hij het hoofd van Faddalah meegenomen.
De vraag is, wie dit verhaal echt heeft geschreven. Fogowitz kan nooit de originele auteur zijn geweest. In 1833 verscheen het verhaal al in een andere publicatie in Duitsland. In 1842 verscheen het in Der Aufmerksame, ein Unterhaltungsblatt.
Hierin wordt gemeld dat dit gebaseerd is op een waar verhaal uit 1786. Verwezen wordt naar een Engels origineel van G.A. Dorn. In 1872 duikt het verhaal ook op in een krant in Nieuw-Zeeland onder de titel: Only a nigger.
CARL HAARNACK

Aus fernen Welten. Geschichten und Bilder für die Jugend geschrieben, Andrä Heinrich Fogowitz, 1891, Düms Verlag