vrijdag, 30 september 2011

Antiquariaat, oktober 2011

Geschreven door  Carl Haarnack

antiquariaat.jpgDe kanten Zakdoek

Eduard Gerdes (1821-1898) werd geboren in het Duitse Kleef maar verhuisde op jonge leeftijd naar Amsterdam. Hij werd opgeleid tot predikant en werkte onder de arme arbeidersgezinnen. Gerdes behoorde samen met P.J. Andriessen tot de belangrijkste kinderboekenschrijvers van de negentiende eeuw. De kanten zakdoek is één van zijn bekendste titels die honderd jaar na het verschijnen nog werd herdrukt.

Dit verhaal speelt ergens aan het eind van de zeventiende eeuw in een grote Nederlandse stad. De hoofdfiguur, Pieter van Delft, is straatarm en moet bedelen en stelen om aan de kost te komen. Hij ziet hoe een rijke dame haar dure kanten zakdoek, met parels en gouddraad versierd, uit haar koets laat vallen. Pieter grist de zakdoek weg maar wordt door de knecht van deze mevrouw Van Polslagen in de kraag gevat. Zij besluit Pieter een kans te geven op het rechte pad te komen. Zelf heeft zij een zoon genaamd Julius, die niet wil deugen en die haar veel verdriet bezorgd. Ze brengt Pieter onder bij Saartje, een vroedvrouw, waar hij leert lezen en schrijven. Achttien jaren verstrijken en Pieter is inmiddels kapitein op een schip van de Staten van Zeeland dat op West-Indië vaart. Hij laat een van zijn mannen op zoek gaan naar zijn weldoenster, mevrouw Van Polslagen. Hij verneemt dat zij het grootste deel van haar vermogen aan haar zoon heeft opgeofferd en ergens in eenzaamheid haar laatste dagen slijt. Waar weet niemand.
Van Delft arriveert met zijn schip in Paramaribo. Nu wordt het voor ons pas echt interessant. Op dat moment was op twee plantages een slavenopstand uitgebroken. Hij krijgt opdracht om met zestig van zijn manschappen naar de opstandelingen te gaan. Hij doet dat met tegenzin want hij weet ‘dat zij (de slaven, red.) hoofdzakelijk alleen door onmenschelijke wreedheden’ tot hun gewelddadigheden gekomen waren. Gerdes keurt de slavernij af en toont begrip voor de acties van de opstandige slaven. Voor zijn beschrijvingen van de slechte behandeling van de slaven, put hij overduidelijk uit het werk van Stedman. Kapitein Van Delft arriveert net op tijd om de vrouw en kinderen van de plantage-eigenaar te ontzetten. Ook redt hij het leven van de wrede blank-officier. Dit blijkt Julius van Polslagen te zijn. Na terugkeer in Nederland slagen Pieter en Julius er in mevrouw Van Polslagen te vinden.
De kanten zakdoek heeft een sterk moraliserende toon en is doorspekt met bijbelteksten. Hoewel Gerdes de slavernij verwerpt, heeft hij duidelijk geen hoge pet op van de slaven. Ze praten gebrekkig Nederlands (de slavin Sally: ‘Ik hare twee kinderen gevonden en gered heb’). Ook het anti-semitisme is niet van de lucht (‘...daar waar kostbaarheden, parelen, juweelen, gouden en zilveren voorwerpen aan de meestbiedende ter veiling liggen, daar vindt de jood de ware negotie’). De kanten zakdoek is een boek dat gedurende meer dan honderd jaar lang beeldbepalend is geweest voor vele generaties jongeren.
Carl Haarnack

De kanten zakdoek, een verhaal uit den ouden tijd, E. Gerdes, 1867, A.W. Sijthoff, Leiden