maandag, 22 september 2008

De eerste keer, 30

Geschreven door 

Shanta (21)
“Mijn eerste keer was eigenlijk ook voor lange tijd mijn laatste keer. Ik was vijftien en voor ik het wist lag ik met de buurjongen in bed. Uit vrije wil hoor, ik wist heel goed wat ik deed. Een paar weken later bleek ik zwanger te zijn. Boi, ik was ik paniek! Na een paar dagen heb ik het mijn moeder maar verteld. Die zei alleen ‘meisje, wat dom van je’. Maar een paar dagen later kwam mijn vader, aan wie ze het had verteld. Hij begon te schreeuwen en heeft me geklapt, dat wil je niet weten!
1stekeer.jpgMaar ja, je wilde weten van die eerste keer, hoe dat is gegaan toch? Nou, eigenlijk niet zo heel bijzonder. Ik woon in Boma-polder, waar mijn ouders kippen kweken. In een echte Hindostaanse buurt. Ik ben heel beschermd opgevoed. Als meisje mocht ik niks, werd door mijn ouders altijd in de gaten gehouden. Terwijl mijn broers alles mochten. Uitgaan, dronken worden, vriendinnen hebben: wat ze ook deden, ik kan mij niet herinneren dat mijn vader iets tegen ze gezegd heeft. Maar tegen mij, als enig meisje in het gezin, was hij streng. Als ik naar de winkel moest en ik te lang weg bleef, schreeuwde hij me. Als ik even met een jongen voor de poort stond te praten, werd hij boos en moest ik dagen binnen blijven.
Zoals ik al zei, mijn ouders hadden een kippenbedrijf. Ze hadden duizenden kippen voor de slacht of de eieren. Als ik uit school kwam moest ik helpen om de hokken schoon te maken of om de kippen te voeren. Ook de buurjongen hielp daarbij al jaren. Op een middag, mijn vader en moeder waren weg om eieren te verkopen in winkels in de stad, was ik met die buurjongen, Suresh heette hij, alleen.
Hij was twee jaar ouder en ik herinner mij dat we al met elkaar speelden toen we nog klein waren. Ik vond hem erg aardig, altijd als we met de kippen bezig waren maakten we grappen en plaagden elkaar. Zo ook die middag. We hadden elkaar nat gegooid met water en opeens zegt hij ‘mi sie joe tepel’, wijzend op mijn bobbie. Die was hard geworden door het koude water. ‘Nou en’, zei ik, ‘vind je hem mooi?’. Hij zei van wel en toen heb ik hem gevraagd of hij ook wat moois had. Nou! Dat had hij wel. Hij deed zijn broek open en liet zien wat hij had. Boi! Paniek en opwinding tegelijk.
Ik mag dan wel in een beschermd gezin zijn opgegroeid, door de verhalen van mijn vriendinnen en televisie wist ik heus wel hoe mannen eruit zagen! Voor mijn gevoel ging het daarna heel snel. We zijn achter het kippenhok gegaan, waar niemand ons kon zien, en hebben het daar gegaan. Ik vond het eng en heerlijk tegelijk. Het gekke is dat we daarna weer aan het werk zijn gegaan alsof er niets gebeurd was.
Tja, en toen was ik dus zwanger. Nadat mijn vader het van mijn moeder had gehoord en mij zo vreselijk had geklapt, heeft hij er nooit meer iets over gezegd. Hij heeft mij wel van school gehaald. ‘Je gaat de familie geen schande geven door met een dikke buik naar school te gaan’, zei hij. Een jaar later, dus enkele maanden na de bevalling, heeft hij mij weer ingeschreven. In de maanden van de zwangerschap heeft hij geen woord tegen mij gesproken, maar wel gezorgd voor een bedje en andere dingen voor mijn kindje. Ooit heeft hij tegen mijn moeder gezegd dat hij dat deed omdat het kind ook zijn bloed is en hij de plicht heeft daarvoor te zorgen.
Na de bevalling wist natuurlijk de hele familie en iedereen in de buurt dat ik een zoontje had gekregen. Maar niemand heeft mij gefeliciteerd, iedereen gaf mijn moeder gelukwensen. Alsof het haar kind was! Ik mocht het de borst geven, mijn moeder deed de rest. En een paar maanden later moest ik weer naar school. Daar heeft mijn vader het verhaal verteld dat ik heel erg ziek was geweest. Natuurlijk wisten mijn vriendinnen wel wat er echt aan de hand was, maar die vertelden het niet verder.
Mijn zoontje is nu vijf jaar, maar ik heb er eigenlijk niet echt een band mee. Hij wordt opgevoed door mijn moeder, die hij mama noemt. Mijn vader is drie jaar geleden overleden en sindsdien heb ik het makkelijker thuis. Twee jaar geleden kreeg ik een vriendje waar ik nu nog steeds mee ben. Met hem heb ik het voor de tweede keer gedaan. Maar dat was toch anders. Die eerste keer, die vergeet je nooit.”

Tekst: ROY WONGSODIKROMO
Beeld: Ginoh Soerodimedjo