zaterdag, 31 december 2011

Antiquariaat, januari 2012

Geschreven door  Carl Haarnack

antiquariaat.jpgTORI VO WI MASRA EN HELPIMAN JESUS KRISTUS

Vanaf het begin van de negentiende eeuw verschijnen in Suriname voor het eerst boeken die niet gemaakt waren voor de rijke Europese bovenlaag. Het zijn boeken die gedrukt werden door de Hernhutters (Evangelische Broedergemeenschap) voor de bekering van slaven en het geven van taalonderwijs. Deze titels werden veelal in Duitsland gedrukt en geschreven in het Sranan. Doordat de Hernhutters het Sranan tot hun kerktaal maakten, hebben zij grote aantrekkingskracht uitgeoefend op de zwarte bevolking van Suriname. De vroege Bijbelvertalingen in het zogenaamde ‘Neger-Engels’ zijn van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van het Sranan. Deze teksten vormden de eerste gedrukte teksten die het ‘gewone’ Surinaamse volk in zijn eigen taal onder ogen kreeg.
Dit boek is een vertaling van teksten van Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes uit het Nieuwe Testament. In 1816 verscheen Da tori va wi masra en helpiman Jesus Christus, so leki wi finni datti na inni dem fo evangeliste: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes (Het verhaal van onze Heer en Redder Jezus Christus, zoals wij het vinden bij de vier evangelisten: Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes). Dit was het eerste gedrukte werk in het Sranan. Deze vertaling was van C.L. Schumann, een missionaris van de Moravische Broeders (Hernhutters).
Maar de uitgave waar we het hier over hebben, is van 1865 en een nieuwe vertaling door Wilhelm Treu (1803-1846). Treu was net als Schumann ook missionaris en was daarnaast kleermaker van beroep. Hij schreef ook een Grammatik der negerenglischen Sprache (1838) en was begonnen aan een Negerenglisches Wörterbuch dat hij slechts half af kreeg. Hij hield ook een dagboek bij tijdens zijn verblijf in Suriname, dat begon in 1832 en eindigde met zijn dood in Paramaribo in 1846.
Door zijn dagboek krijgen wij een boeiend beeld van het leven dat hij in Suriname aantrof. Zo stoorde hij zich aan het gedrag van de blanke elite in de kolonie. Ze waren volgens hem platvloers en gingen zich te buiten aan kaartspelen, dobbelen en drinken.
Ook de seksuele moraal van de kolonisten was hem een doorn in het oog. Treu: ‘Lieutenant Canzee vertelt mij zonder schaamte dat hij in de stad twee vrouwen heeft, Celesta en Patiensi die tot onze kerk behoren. Dokter Westerveld en directeur Van Thol zeggen hetzelfde’.
In dit exemplaar van Tori vo wi Masra en Helpiman (…) staat op het schutblad een handgeschreven opdracht: ‘Aan Salomo de Rijp, uit liefde van Alexander’. Nieuwsgierigen onder ons willen natuurlijk dolgraag weten wie Salomo en Alexander waren. En wat was hun relatie? Zullen we het ooit te weten komen?
CARL HAARNACK

Tori vo wi Masra en Helpiman Jesus Kristus so leki wi finni hem na ini dem fo Evangeliste Matteus, Markus, Lukas en Johannes. Stolpen, gedrukt by Gustav Winter, 1865