donderdag, 31 mei 2012

Theo Para

Geschreven door 

theo-para1.jpgTheo Para is essayist. Zijn bundel De schreeuw van Bastion Veere, om de rechtsorde in Suriname is in tweede druk verschenen

Het uur van de waarheid
Bijna drie decennia na de brandstichtingen, ontvoeringen, martelingen, moorden, verschijningsverboden en leugens – ‘op de vlucht neergeschoten’ - van 7, 8 en 9 december 1982 dreigt de definitieve ontmaskering van de architect van die misdrijven. Het bewijs tegen Desi Bouterse in het 8 decemberstrafproces is naar het oordeel van vooraanstaande strafpleiters als Gerard Spong overweldigend. ‘Voor veel minder word je in Nederland schuldig geacht.’ Irvin Kanhai, die met zijn cliënt ook zijn eigen politieke biografie (PALU) verdedigt, ziet de bui al hangen.

Zijn bluf dat hij geen beroep zou doen op de amnestiewet 2012, maar zijn pleidooi zou houden voor vrijspraak, heeft hij op 13 april haastig vervangen door toevlucht zoeken in de amnestiewet. Zijn bluf impliceerde wel de erkenning van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en dus de ontkenning dat het om een ‘politiek proces’ zou gaan. Hij vroeg om de niet-ontvankelijkheid van de auditeur-militair. Sterker, hij heeft publiek de initiatiefnemers van de amnestiewet geadviseerd specifieker te formuleren dat de verdachten van de Decembermoorden van strafvervolging moeten worden vrijgesteld. Kanhai heeft in deze rechtszaak de professioneel ethische code van onafhankelijkheid ten opzichte van zijn cliënt aan zijn laars gelapt. Hij heeft eerst getracht de rechtszaak te voorkomen door een politiek pleidooi te houden voor straffeloosheid als beste voorwaarde voor waarheidsvinding. Niet de strafrechter, maar een zogenaamde waarheidscommissie, zou de ‘waarheid’ aan het licht brengen. Toen de rechtszaak onvermijdelijk bleek, heeft hij met alle ten dienste staande middelen tot en met wraking van de rechter toe, getracht het strafproces te vertragen. In plaats van zijn cliënt aan te moedigen strafrechtelijke verantwoordelijkheid te nemen, draafde hij als advocaat op met allerhande smoesjes om het lafhartige absenteïsme van de hoofdverdachte te vergoelijken. Hij schurkte daarbij tegen gezondheidsfraude aan door te roepen dat de hoofdverdachte ‘Mexicaanse griep’ had. Toch was het meest gênant het laten opdraven van de oplichter en fantast Peter van Haperen als getuige à decharge om de slachtoffers van 8 december 1982 postuum te besmeuren met de leugen dat zij deelgenoot waren aan een couppoging. Het was voormalig 25 februari-blood brother Ruben Rozendaal die onthulde dat Kanhai hem had bezocht en geld had gegeven. Kanhai heeft dat niet ontkend, maar slechts het geven van geld gemotiveerd als ‘taxigeld’. Poging tot beïnvloeding van getuigen is een doodzonde voor een advocaat. Kanhai heeft de schijn tegen zich.

theo-para2.jpgLafheid
Als filmmaker Babette Niemel in haar Suriname-documentaire aan Henk Herrenberg vraagt of hij ooit aan zijn leider Bouterse heeft gevraagd wat er op 8 december 1982 in het Fort Zeelandia is gebeurd, antwoordt hij ontkennend. Het is niet in hem opgekomen. Een integere politicus zou willen weten wat en wie hij steunt. Hij zou geïnteresseerd zijn in de ware toedracht van zo een ernstig delict. Hij zou willen weten hoe om is gegaan met de rechtsorde en de menselijke waardigheid van slachtoffers en nabestaanden. Anders is het gesteld met de opportunistische collaborateurs van de decembermoordenaars. Zij blinken uit in laf zelfbehoud. ‘Liever een lafaard dan een dode held’, zei een verdachte tot de Krijgsraad. In het klimaat van extreme intimidatie en disproportioneel hoge beloning voor medeplichtigheid, kiest de lafbek voor de machtige dader. Met de amnestiewet hebben de collaborateurs in parlement en regering bewezen – in de woorden van Janine Riedewald - ‘letterlijk over lijken te gaan’. Niet alleen bewezen zij kritiekloze serviliteit ten opzichte van hun leider. Zij sloofden zich uit om, gedreven door het mengsel van carrièrezucht en de persoonlijkheidscultus rond de leider, steeds hoger in de achting van Hem te geraken. Het toont de cultuur van compromittering. Hoe meer zij de smerige kastanjes uit het vuur halen voor de leider, hoe meer zij vervreemden van het fatsoenlijke deel van de samenleving en hun waardige zelf, hoe afhankelijker ze van Hem worden. Partners in crime. In de verkiezingen hebben zij met verwijzen naar de onafhankelijkheid van de rechtsgang, het afleggen van verantwoordelijkheid voor samenwerking met de 8 decemberverdachten kunnen vermijden. Nu in diezelfde rechtsgang de ontmaskering van hun leider dreigt, pogen zij tot schade van hun persoonlijke ‘branding’ en in strijd met de grondwet en internationale rechtsorde, met de amnestiewet het 8 decemberstrafproces te stoppen. Zij durven hun leider niet gelijkwaardig tegemoet te treden en blijven gevangen in de megalomane voorstellingen van zijn Ego. Ze zien niet dat terwijl zij de publicitaire slagen moeten incasseren, hun leider dokt en zich in dure hotels verschanst, zogenaamd voor gewichtige buitenlandse contacten, waar overigens nooit meer dan pathetische fotokiekjes voor binnenlandse consumptie uit voortvloeien. Het ontgaat de opportunisten dat hun leider op kosten van de belastingbetaler en het landsbelang met geleend gezag van buitenlandse staatshoofden koortsachtig poogt zijn belabberde morele status in de internationale en nationale gemeenschap te camoufleren. Zij zijn als de dood dat met de waarheidsvinding in het strafproces de bodem onder hun politiek-ideologische brouwsel van ontkenning wordt weggeslagen. Daarom dreigde DNA-voorzitter Jennifer Simons met ‘ernstige gevolgen’ als Bouterse zou worden veroordeeld. Terecht daagde strafpleiter Hugo Essed haar uit te verduidelijken wat zij daarmee bedoelde. Essed was helder. Niemand staat boven de wet. Niet de president, maar de persoon Desi Bouterse staat terecht. Als die persoon wordt veroordeeld tot gevangenisstraf, moet hij aftreden als president en het gevang in. Waarom elke burger wel en hij niet? Simons zou aan de justitiële autoriteiten moeten melden wat voor ‘ernstige gevolgen’ er dreigen en wie die gevolgen zou kunnen veroorzaken. Doet zij dat niet en beschermt zij hen die zulke ‘ernstige gevolgen’ veroorzaken, dan zal zij vroeg of laat daar strafrechtelijk voor ter verantwoording kunnen worden geroepen.

Wel de trekker overgehaald
De waarheid is concreet. De NDP voorlieden trachten hun kiezersbedrog te rechtvaardigen met aanvallen op de rechterlijke macht. Er zou sprake zijn van een ‘politiek proces’ en nog voordat de rechters iets hebben gezegd, weten zij al dat hun oordeel bevooroordeeld zal zijn. Zij schromen niet vooral de president van de Krijgsraad met al dan niet vermeende fouten uit haar verleden, in diskrediet te brengen. Wat hierbij opvalt, is dat zij evenals hun leider en hoofdverdachte de vele concrete feiten die in het strafproces naar voren zijn gekomen angstvallig uit de weg gaan. Zij leiden het liefst de aandacht daarvan af. Zo heeft Ruben Rozendaal getuigd dat Bouterse hem heeft verteld persoonlijk Cyrill Daal en Surendre Rambocus te hebben doodgeschoten. Het was een getuigenis die overeenkwam met eerdere ooggetuigenissen van Roy Horb en Paul Baghwandas, beiden ook voormalige leden van de Groep van zestien en aanwezig tijdens de decembermoorden. Maar hoe antwoordde de president-hoofdverdachte op deze specifieke, verpletterende getuigenis? Met zijn gebruikelijke narcistische bravoure ontweek hij tegenover zijn opgetrommelde, beschonken aanhangers op het Onafhankelijkheidsplein de compromitterende getuigenis over moord en ging hij zich op banale wijze te buiten aan machismo-rivaliteit met Rozendaal over thema’s als ‘moro meid’ en ‘mi oto’. Het forensische onderzoek, de ooggetuigenis van Fred Derby, ooggetuigenissen van leden van het executiepeloton, getuigenissen van de buitenvrouw van Bouterse, getuigenissen van nabestaanden, de ooggetuigenis van Ruben Rozendaal en videobeelden van 8 december 1982 waarop te zien is hoe Bouterse onder dwang André Kamperveen verhoort, het laat allemaal geen spaan heel van de leugens van Desi Bouterse. De NDP-leider heeft in Ocer zijn eigen (jonge) aanhang voorgelogen dat hij de trekker niet had overgehaald en dat hij niet aanwezig was in het Fort Zeelandia tijdens de Decembermoorden. Voor de sanctionering van de verpletterende waarheid zijn Bouterse en zijn NDP-collaborateurs dodelijk bang. Daarom willen zij hemel en aarde bewegen om waarheidsvinding en vonnis te blokkeren. Zij zijn als de dood voor het uur van de waarheid, en proberen in het bijna afgeronde proces van waarheidsvinding, nu ook met een pseudo-waarheidscommissie, de klok terug te draaien. Hun waarheidsvrees is zo groot dat zij desnoods de goede naam van Suriname internationaal opofferen. Liever Suriname het imago bezorgen van een bananenrepubliek die internationale mensenrechtenverdragen aan zijn laars lapt, dan toegeven dat ze een leugenachtige schender van de mensenrechten tot president hebben gemaakt.

Morele renaissance
Als ik dit artikel schrijf, heeft de auditeur militair met zijn voorstel over toetsing van de amnestiewet door een fictief Constitutioneel Hof verzaakt in de verdediging van de grondrechten van slachtoffers en nabestaanden. Hij schrok terug voor de feitelijke intimidatie van de daders. De Krijgsraad moet de amnestiewet nog toetsen aan grondwet en internationale verdragen waar Suriname partij bij is. Er zijn door nationale en internationale juridische deskundigen overstelpende argumenten aangevoerd op grond waarvan de Krijgsraad de amnestiewet niet van toepassing zou moeten verklaren en het strafproces zou moeten doorzetten. Als de Krijgsraad dat doet, zou dat getuigen van courage civil en professionaliteit, juist omdat zij onder grote fysieke intimidatie, want zonder effectieve politiebescherming en onder de regering van de hoofdverdachte, moet functioneren. Die professionele moed zou niet uit de lucht komen vallen. Duizenden democratische en pro-rechtsstaat demonstranten in Paramaribo, Amsterdam en Willemstad hebben immers getuigd van de morele renaissance binnen de Surinaamse natie, onder de jeugd in het bijzonder. De rechters hebben kunnen ervaren dat de democratische rechtsstaat haar wortels in laatste instantie niet vindt in de wetgevende macht, maar in het collectieve geweten.

 

Meer in deze categorie: « Theo Para Theo Para »