vrijdag, 30 november 2012

Saamaka

Geschreven door 

Menno Marrenga woont al
tientallen jaren langs de Boven-Surinamerivier.
Hij deelt zijn belevenissen met de lezers

Open markt

Toen Lombé in 1964 in het stuwmeer ten onder ging, bouwden de bewoners twee nieuwe dorpen: Nieuw Lombé benedenstrooms en Jaujau bovenstrooms, dieper het bos in. Het zijn tweelingdorpen en onderzoekers werken graag met tweelingen. Jaujau en Nieuw Lombé zijn dus uitgebreid onderzocht op de invloed van ontsluiting. Iedereen verwachtte dat hoe dichter bij de beschaving, hoe beter het leven. Daar is beschaving tenslotte voor. Maar de onderzoekers ontdekten dat de kinderen in Jaujau gezonder waren dan hun neefjes en nichtjes in Nieuw Lombé. De kinderen in Jaujau kregen beter eten, de kinderen van Nieuw Lombé waren ondervoed: te weinig groenten. Want Nieuw Lombé stond in contact met Paramaribo, waar groenten geld opbrengen. In Jaujau was goed voedsel niet verhandelbaar en werd het aan de kinderen gegeven.

saamaka.jpgHelaas heb ik dit verhaal uit tweede hand. De eerste hand is gedemotiveerd terug naar Nederland en onvindbaar. Ik beschouwde het als een anekdote, categorie ‘raar maar waar’. Maar het is weer actueel. De weg naar Atjoni is geasfalteerd; Jaujau is nu sneller vanuit Paramaribo te bereiken dan Nieuw Lombé vijf jaar geleden. Er zijn verdergaande ontsluitingsplannen: de weg wordt doorgetrokken naar Brazilië. Dan is het aardig te weten hoe de vorige plannen hebben gewerkt. Daarom zou ik dat onderzoeksverslag over Jaujau en Nieuw Lombé graag lezen. Misschien heeft een lezer het. Zo ja, laat me dat weten via Parbode. Ontsluiting kan averechts werken. Ik heb daar een ander verhaal over. Tijdens de binnenlandse oorlog was de Tjongalangapasi geblokkeerd en kapot gereden. Saamaka was geïsoleerd en leerde weer voor zichzelf zorgen. Zo werden er bijvoorbeeld primitieve oventjes gebouwd en werd brood gebakken. Maar rond 1990 verloren de combattanten belangstelling voor oorlogvoeren en kwamen er weer DAF-trucks uit Paramaribo. De weg bleef stukgereden en ze moesten in konvooi rijden om elkaar door de modder te slepen. De reis duurde vaak langer dan een dag. Als het regende in de stad, vertrok het konvooi helemaal niet. Of toch wel. Er was geen peil op te trekken, telefoons waren er nog niet, de radiozenders waren van de combattanten en niemand wist of het konvooi was vertrokken of niet. Als een konvooi aankwam, was het feest. Mensen uit Paramaribo brachten brood mee, echt Fernandes-brood. Het brood van de bakkers in de dorpen kon daar niet tegen op en was die dag onverkoopbaar. Daarom bakten ze andere dagen ook maar niet; als het konvooi er op zo’n dag niet door kwam, dan mopperde iedereen dat er geen brood was en at rijst bij het ontbijt. Binnen een paar maanden na de heropening van de Tjongalangapasi waren de bakkers in Saamaka gestopt en was er minder brood dan voorheen. Geen harde onderzoeksresultaten, maar wel anekdotisch materiaal dat illustreert hoe ontsluiting een ontluikende nijverheid kan hinderen. Het is mode om te geloven in de open, vrije markt. Globalisering, vrije goederenstromen over de hele wereld, iedereen heeft daar baat bij. Rijke Landen propageren dat. Daarbij wordt gemakshalve vergeten dat Rijke Landen zelf niet rijk zijn geworden van vrije handel, integendeel. Nederland, Engeland en Frankrijk zijn rijk geworden door mercantilisme. China is geïndustrialiseerd achter het Bamboe-gordijn. Japan en Korea zijn ook geen schoolvoorbeelden van liberale politiek. De Amerikaanse industrie is gemoderniseerd door militaire orders: zonder bommen en raketten was de computerindustrie er niet gekomen. Maar nu Amerika het sterkste land ter wereld is geworden, pleit het voor een open markt waarin de sterke de grootste winst binnenhaalt. Wat voor landen in het groot geldt, geldt voor districten in het klein. Ik beschreef hoe ontsluiting een ontluikende nijverheid kan dwarsbomen. Is dat erg? Het brood uit de primitieve ovens uit 1990 was slecht. Natuurlijk heeft iedereen die het betalen kan, recht op goed brood. En alle kinderen van groentenplantende moeders hebben recht op groenten, ook al hebben ze liever Fernandesbrood en nog liever snoepjes uit China.

Meer in deze categorie: « Saamaka Saamaka »