zondag, 30 december 2012

Eerste slippertje

Geschreven door  Sabrina Sugiarto

Iedere maand vertellen lezers
over de eerste keer dat zij
een scheve schaats reden

eerste_slippertje.jpg

Poppenkast

“Oog om oog, tand om tand. Zo is het gegaan. Ik kom uit een gezin met alleen maar jongens. Allemaal stuk voor stuk succesvol, dus de druk voor mij als jongste was hoog. Ik koos de advocatuur. Niet omdat ik een passie had voor rechten, maar het voldeed aan de droom die mijn ouders hadden. Ik droeg elke dag een pak, reed in een mooie auto, had genoeg geld en met mijn kennis zou ik boven de normale man staan. Ik zou erbij horen en net zo succesvol zijn als mijn broers. Kortom: een zoon om trots op te zijn.

Toen ik als zelfstandig advocaat ging werken, trouwde ik met mijn vriendin Issa. We kenden elkaar al vier jaar en ze was in verwachting van onze tweede zoon. In het eerste jaar was de druk van een eigen advocatenkantoor groot, maar het was niet het werk dat me zo uitputte of m’n hoofd vol maakte. Ik was alles behalve mezelf en daar werd ik langzaam gek van. Aan het einde van elke werkdag sloeg die angst toe. Hoelang kon ik deze poppenkast nog spelen? Ik wist niet hoe ik het moest aanpakken, dus begon ik te drinken. En met het drinken kwamen de vrouwen. In het begin wist ik het geheim te houden, maar naarmate ik meer begon te drinken, kon het me steeds minder schelen. Hoewel ik misschien mijn ouders de schuld had moeten geven van mijn toestand, richtte ik mijn frustraties tot mijn vrouw. Ik heb haar en mijn kinderen nooit geslagen, maar ik was niet de vader of man die zij kenden. Sober was ik afstandelijk en sprak ik niet, dronken was ik onhandelbaar en agressief. Mijn vrouw nam afstand en nam de kinderen zoveel mogelijk mee. Het verwondert me dat ik in die periode mezelf niet heb doodgereden, want ik was altijd onder invloed van drank. Maar als ik thuiskwam, had ik altijd een kort sober moment als ik de koelkast opendeed. Want ondanks de afwezigheid van mijn gezin, vond ik elke avond een bordje eten in de koelkast. En zo heeft Issa mij gered. Ik stopte met drinken en gebruikte mijn kennis om mensen te helpen. Ik deed veel pro-Deowerk en dat gaf mij een goed gevoel. Thuis probeerde ik een voorbeeldige vader en man te zijn voor mijn gezin. Toen Issa mij vertelde dat ze opnieuw zwanger was, was ik dolgelukkig. We konden een soort nieuw begin maken. Ik zou een kind krijgen dat mijn slechte kanten niet had gezien. Maar Issa vertelde mij dat ze zwanger was van een ander. Ik was boos, erg boos! En volgens haar moest ik dat ook zijn, maar vooral op mezelf. Zelf dacht ik dat ons huwelijk voorbij was. Maar Issa wilde het niet opgeven en ik ook niet. We hebben lang gevochten om elkaar weer te kunnen vertrouwen en het is ons gelukt. Rian, Jerrel en Romano zijn nu volwassen mannen. Volbloed broers, althans, dat denken ze. Het is ons geheim. Ik wil niet dat Romano zich anders gaat voelen. Dat hij ook gaat willen vechten om erbij te horen, want dat hij een andere vader heeft is toch indirect mijn schuld. Zo voel ik dat. Ik had Issa ertoe gedreven om het met een ander te doen. Zelf kon ze er slecht mee leven dat ze was vreemdgegaan en de zwangerschap was daar een confronterend bewijs van. Ik had mijn Issa, die altijd trouw, sterk en positief was, gebroken.”