donderdag, 01 augustus 2013

Cultuur&Zo

Geschreven door 

 

Nieuwe tentoonstelling Villa Zapakara: 'De Qi van China’ 

draakEr zijn onlangs in Paramaribo twee containers aangekomen: één van het Tropenmuseum Junior in Amsterdam, waar Villa Zapakara al vanaf de oprichting nauw mee samenwerkt en waarvan ook nu een flink deel voor deze tentoonstelling werd overgenomen, en een container uit China, die de Surinaamse museummedewerkers ter plekke vulden met prachtige voorwerpen. Deze tweede container werd verscheept door Soeng Ngie baas Micle Fung, altijd actief op cultureel (en culinair) gebied. Het kindermuseum heeft namelijk ook nu weer veel ondersteuning gekregen, en terecht, want dit is een project in Suriname waar donoren ‘waar voor hun geld’ krijgen! De vorige tentoonstelling over India trok bijvoorbeeld 22.000 bezoekers, een groot succes, waardoor ook de Nederlandse ambassade weer voor drie jaar geld toezegde, terwijl ze overal op moeten bezuinigen. Dat zegt wel iets. Centraal in de nieuwe tentoonstelling staat ‘qi’, van chi kung, waarin chi de betekenis heeft van ‘levensenergie’, en in het Chinees uitgesproken wordt als ‘tsjie’. Deze levensenergie is voor Chinezen belangrijk, denk bijvoorbeeld aan tai chi, een populaire ‘gymnastiek’ waarbij langzame bewegingen in een vaste volgorde worden uitgevoerd. Tai chi komt voort uit de filosofie van yin en yang, de Chinese voorstelling van kosmische dualiteit, waarbij yin vrouwelijkheid (aarde, koude, het noorden, vochtigheid) symboliseert en yang mannelijkheid (hemel, warmte, het zuiden, droogte). Het zijn niet alleen tegenstellingen, maar vooral elkaar aanvullende waarden (volgens Wikipedia). Geen eenvoudige kost voor kinderen misschien, maar waarom zou je voor hen de lat laag leggen? Villa Zapakara heeft zich toegelegd op het ‘boeiend maken van de wereld’ voor kinderen vanaf zes jaar en zodoende legt directeur Dakaya Lenz uit welke nieuwe avonturen de kinderen straks te wachten staan: “Ze zijn familie van de draak, moeten zaken doen in het moderne China, treden op in een karaokebar en gaan Chinese snacks klaarmaken. Ook maken ze kennis met het theeritueel, werken ze in een paraplufabriek, leren ze kalligraferen en terracotta soldaten maken.” Zelf dingen doen dus, maar ook even uitrusten in de mediatheek waar de film wordt vertoond die door de museummedewerkers in China zelf gemaakt is. In deze, een kwartier durende film laten twee jonge meisjes zien wat qi voor hen betekent. Eén van beiden was veel ziek, maar nu ze aan kung fu doet, voelt ze zich veel sterker. Het andere meisje komt uit een bekende kalligrafie familie en treedt met succes in de voetsporen van haar voorouders. Door de schrijfkunst leert ze zich ontspannen en kan ze zich beter concentreren op school. De film is op dvd, samen met het andere lesmateriaal, naar scholen gestuurd, zodat de kinderen zich al op het bezoek kunnen verheugen. Zo is de afgelopen maanden keihard gewerkt. Er zijn nieuwe decors geplaatst en alles is opnieuw ingericht. De levensgrote terracotta beelden van het ondergrondse leger van de eerste keizer van China staan opgesteld en de draak Long hangt aan het plafond. Er is een Chinese apotheek nagebouwd met tientallen laatjes vol traditionele Chinese geneesmiddelen (trouwens, ook in het echt zijn deze winkels nog steeds te vinden in Paramaribo). Het gaat goed met het museum. De openingstentoonstelling, gewijd aan de Ashanticultuur in Ghana, trok zeventienduizend bezoekers. Daarna ‘Ster in de stad’, over de metropool Bombay in India, met 22.000. Dakaya: “Er zit groei in, ook omdat we steeds bekender worden. Alleen kunnen we niet alles beeldenbewaren, dus enkele voorwerpen van de eerste tentoonstelling hebben we aan culturele instellingen geschonken, een paar juweeltjes uitgezonderd, die sieren nu de kantine. We hopen in de toekomst themakamers te kunnen maken, zodat van elke tentoonstelling toch iets bewaard blijft. Dat de bezoekers ook later nog een keer de sfeer kunnen proeven.” De opening is op 3 augustus, iets eerder dan normaal om volop mee te kunnen doen met Carifesta. Dat daarna de vakantieperiode begint is voor Villa Zapakara geen bezwaar, want aldus Dakaya: “We hebben sinds vorig jaar in de vakanties een weekpas, daar hebben toen aardig wat kinderen gebruik van gemaakt. Ook in de vakantie proberen we kinderen hiernaartoe te halen als hun ouders werken. Dan is het een uitkomst als hun kinderen een hele week van acht tot vier uur op een leuke en educatieve manier bezig gehouden worden.”

 

Villa Zapakara
Prins Hendrikstraat 17b (Ons Erf)
www.villazapakara.com

De memoires van Ruben Rozendaal

Ruben RozendaalMede-couppleger in 1980 en altijd loyaal gebleven aan Bouterse, tot hij op de valreep, met de dood in de ogen – tenminste zo zei hij het zelf, hij lijdt aan zwaar nierfalen – toch nog over de Decembermoorden ging getuigen voor de Krijgsraad. Terwijl vrijwel iedereen na dertig jaar problemen had gekregen met het geheugen, behalve dan onder elkaar op feestjes en partijen, vertelde Rozendaal de rechtbank onbekommerd dat Bouterse zelf bij de moorden aanwezig was geweest. Het effect was overdonderend. De paniek greep om zich heen, anders valt niet te verklaren dat de Amnestiewet zo snel werd ingediend en aangenomen. Wij van Parbode wisten al een tijd dat Rozendaal schoon schip wilde maken en hadden hem voor de rechtszitting op de redactie uitgenodigd. Het werd een mooi interview en de editie vloog de winkels uit, maar er blijft een verschil tussen een opinieblad en een boek. Een boek ligt langer en er wordt uit geciteerd. Dus waren we niet vergeten dat Rozendaal tijdens het interview vertelde met een boek bezig te zijn. Een soort memoires. Dat hij zijn herinneringen uit die lange periode aan de secretaris van de Nierstichting dicteerde en dat het onthullend zou zijn. Hoe ver hij dan al was? Nog niet zo ver, antwoordde hij toen, maar of we alvast een voorschot wilden betalen. Hoewel wij zelden meteen in de startblokken springen bij aangeboden manuscripten, was onze belangstelling gewekt. Historisch gezien interessant als een couppleger zijn verhaal vertelt en het zou absoluut goed verkopen, tot in Nederland aan toe. We bespraken alvast de opzet van het boek. Dat het een autobiografie zou zijn met nadruk op de periode 1970-1990 en dat het onthullend zou zijn, want er zijn meer revolutieboeken. We beloofden het boek uit te brengen in Suriname, Nederland, België en de Antillen, en dat we het uitgebreid zouden promoten. Toch vonden we het voorschot riskant, ook omdat een ander scenario mogelijk was. Want zou het misschien een verkapt dreigement van Rozendaal zijn? Zou hij nog niets geschreven hebben, maar Bouterse onder druk willen zetten om – berooid als hij was – met geld over de brug te komen? Waren wij niets meer dan boodschappers? En zouden we als kleine uitgeverij ooit op kunnen bieden tegen een Bouterse, die vast meer wil betalen als er juist niets gepubliceerd wordt? We besloten geen voorschot te verstrekken. Heeft de amnestiewet hier, en Ruben Rozendaal 1internationaal, voor veel ophef gezorgd, toch liggen er voor geschiedschrijvers en uitgevers opeens nieuwe kansen. Want als niemand meer gestraft kan worden en als daarvoor in de plaats een waarheidscommissie tot verzoening moet leiden, dan kan iedereen nu toch openheid van zaken geven? Op dit effect van de Amnestiewet hebben de coupplegers zich verkeken, want al ontloop je de cel, je staat wel eeuwig te boek. Er zijn de afgelopen jaren in de Surinaamse media nogal wat mensen de revue gepasseerd die niets durfden te vertellen over de militaire periode. Interessant wat die gaan doen, krijgen we nu de echte verhalen te horen, de waarheid? We lezen er nog weinig over, maar dat kan aan de media zelf liggen. Laten wij dan maar beginnen en eens bij Rozendaal thuis langs rijden. Hij blijkt er niet meer te wonen. We bellen hem, maar hij neemt niet op. Dat klinkt niet best, want hoe zou het met zijn gezondheid zijn? Dan belt Ruben Rozendaal opeens terug. Het gaat goed met hem! En hoe is het met uw boek? Hij is er nog mee bezig. Kunnen we misschien al een hoofdstuk publiceren in de Parbode? Dat blijkt lastig nu. Hij wil er eigenlijk niet over praten, maar we konden over een half jaar nog wel eens terugbellen. De memoires van Ruben Rozendaal laten dus op zich wachten. Iemand anders dan maar? We wachten af.

 

Jaap Hoogendam houdt de lezers op de hoogte van interessante ontwikkelingen op cultuurgebied