zondag, 01 september 2013

Antiquariaat

Geschreven door 

Histoire d’une Franco-Indienne, écrite par elle-même

Histoire dune Franco-Indienne écrite par elle-même

De Surinaamse bibliotheek groeit nog steeds. Regelmatig duiken oude boeken op die tot dan toe volledig onbekend waren. Een aantal jaren geleden verwierf Buku Bibliotheca Surinamica Histoire d’une Franco- Indienne, écrite par elle-même. Alleen de Bibliothèque National in Parijs en drie Duitse universiteitsbibliotheken beschikken over een exemplaar. Niet alleen vanwege zijn zeldzaamheid is het boek bijzonder. Allereerst is de vertelster, Cécile, een vrouw die haar licht laat schijnen over een interraciale liefdesrelatie. Ze noemt zichzelf een ‘Franco-Indienne’. De vraag is natuurlijk of het hier werkelijk om een ‘Indiaanse’ gaat. In elk geval kiest zij ervoor vanuit een autochtone blik de wereld om haar heen te beschrijven. Het merendeel van de achttiende eeuwse boeken waarin Surinaamse Marrons of Inheemsen worden beschreven, staat bol van exotiserende retoriek. Dit boek vormt een uitzondering op die regel. Het verhaal begint met de vraag: ‘Is het een geluk om mooi te zijn?’ Cécile vertelt over haar leven en de gevaren die uiterlijke schoonheid met zich meebrengen. Zo komt zij in aanraking met boeven en de zwarte kanten van het nachtleven in Amsterdam. Maar samen met haar geliefde vlucht zij op een schip naar de kolonie Suriname. Cécile komt op de plantage Alkmaar aan de Commewijne terecht. Daar wordt zij ontvoerd door twee gevluchte slaven. Eén van hen, Sipparipabo, neemt haar tot zijn vrouw. Hij is de zoon van een Senegalese landheer die zelf in slaven handelde. Toen hij hoorde dat zijn geliefde als slavin naar Amerika getransporteerd zou worden, ging hij vrijwillig mee. Maar zij moest achterblijven op Sint Eustatius en hij werd naar Suriname gebracht. Cécile en Sipparipabo krijgen samen een zoon, Alexis. Maar dan wordt Sipparipabo gevangen genomen door een Europeaan die aan het hoofd van een patrouille staat. Cécile wordt door de militair het hof gemaakt, maar weet met man en kind te vluchten. Zij komen terecht bij een Inheemse stam die onder leiding staat van Cacique. Deze wil dat zij zijn opvolgster wordt, omdat hij van mening is dat Cécile zijn verloren dochter is. Zij beleeft de meest verschrikkelijke avonturen, die eindigen met de opofferingen van haar dochter. Later doodt Sipparipabo hun zoon Alexis en berooft hij ook zichzelf van het leven. Nergens is het verhaal saai. Deze roman is realistisch geschreven en de auteur heeft zich goed verdiept in de achttiende eeuwse situatie in Suriname. De complexiteit van de slavenmaatschappij komt goed aan bod.
Carl Haarnack

Histoire d’une Franco-Indienne, écrite par elle-même. Anoniem. Paris: Buisson, 1787

Tula The Revolt

Tula The Revolt

De strijd tegen de slavernij op Curaçao was minstens zo heftig en bitter als die in Suriname. Waren hier Kodjo, Present en Mentor de boegbeelden, op het Antilliaanse eiland verwierf vooral Tula faam door het op te nemen tegen het Hollandse slavenbewind. Hele boeken zijn aan hem gewijd en nu is er ook een film verschenen, het regiedebuut van Jeroen Leinders. Het is voor het eerst dat in een speelfilm zo de nadruk wordt gelegd op de verschrikkingen van het Nederlandse slavernijverleden. Op 17 augustus 1795 besloot Tula met zo’n zeventig lotgenoten zijn werk op de plantage neer te leggen en naar de hoofdstad Willemstad te trekken. Reden: op Haïti had de zwarte bevolking kort daarvoor zijn vrijheid verkregen en Tula vond dat de slaven op Curaçao hetzelfde recht hadden. Tijdens de tocht sloten steeds meer slaven zich aan. De Hollanders waren daar niet van gediend en bestempelden Tula en de zijnen als revolutionairen. Na zes weken strijd werd Tula opgepakt en zijn ‘legertje’ verslagen. De straf die hij kreeg, is te gruwelijk voor woorden: hij werd ten overstaan van andere slaven aan een kruis gehangen en al zijn botten werden gebroken, te beginnen bij zijn voeten. Daarna werd zijn gezicht in brand gestoken en tot slot, alsof het nog niet voldoende was, werd hij onthoofd. Met befaamde acteurs als Jeroen Krabbé, Derek de Lint en Danny Glover is succes bijna gegarandeerd, zou je denken. Maar het resultaat valt tegen. Het verhaal heeft een ietwat te geromantiseerd karakter, wat niet past bij een zo zwaar beladen onderwerp. Bovendien zijn niet alle acteerprestaties om over naar huis te schrijven. Vooral Danny Glover wekt de indruk dat hij deze film een mooie schnabbel vond in de nadagen van zijn carrière, maar er eigenlijk niet zo’n zin in had. Hij overtuigt als oude slaaf geen enkel moment. Veel Nederlandse acteurs roepen ergernis op door het vreselijke steenkolenengels dat uit hun mond komt. Dat gekozen is voor een Engelstalige film valt wel te begrijpen, daar bereik je een internationaal publiek mee. Maar een taalcursus om de uitspraak wat te fatsoeneren, zou vooraf geen overbodige luxe zijn geweest. Het neemt niet weg dat Nederlandse bioscoopbezoekers een pijnlijke spiegel krijgen voorgehouden over de daden van hun voorouders. Wat dat betreft dient Tula, The Revolt een doel: het bijbrengen van historisch besef.
Armand Snijders

Tula, The Revolt, Jeroen Leinders (regie), 2013