zondag, 01 december 2013

Kerstfeestje

Geschreven door  Quirine Meester

Kerstfeestje

Gerard (31)

“Het gebeurde vorig jaar met kerst. Mijn schoonouders hadden mijn vrouw, ons vijfjarig zoontje en mij uitgenodigd voor een reis naar Suriname. Mijn schoonvader had vroeger bij de Troepenmacht in Suriname (TRIS) gezeten en had, zoals hij zelf steeds zei, een geweldige tijd gehad. We zaten in een klein hotel in Paramaribo-Noord. De eerste dagen waren nog wel leuk, maar na een tijdje begon het bij mij te kriebelen. Mijn vrouw wilde met de kleine vooral bij de rand van het zwembad zitten. Op Eerste Kerstdag, toen de anderen hadden besloten weer in het hotel te blijven, vond ik het welletjes. Ik wilde Paramaribo verkennen, mensen ontmoeten. Voorzien van een rugzakje met wat flessen koud water en een camera ging ik op pad. Verder dan de receptie van het hotel kwam ik echter niet. Daar raakte ik aan de praat met de baliemedewerkster, Joyce, een Javaanse meid. Tot mijn verbazing vroeg ze al na een half uur of ik zin had om wat met haar te gaan drinken als haar dienst erop zat, om negen uur ’s avonds. Ik kon de verleiding niet weerstaan en hapte toe. Met een smoes ben ik die avond het hotel uitgeglipt. Ik weet niet wat mij heeft bezield en hoe het precies is gegaan, maar nog geen uur later lag ik bij Joyce thuis met haar in bed. Haar intenties waren vanaf het eerste moment dus duidelijk. Ik moet toegeven dat ik ervan genoot: ze was bloedmooi, slim en lachte constant. Het was na een paar dagen tussen mijn familie een zeer welkom kerstfeestje. In de dagen daarna hebben we elke mogelijkheid aangegrepen om elkaar te zien. Dat wekte natuurlijk argwaan. Mijn schoonvader had al snel door dat er iets niet klopte en onderwierp collega’s van Joyce stiekem aan een kruisverhoor. Hij begon mij in de gaten te houden en ging zelfs zo ver dat hij zich verschool tussen de bosjes achter het huis van Joyce om ons te betrappen. Dat lukte hem op de avond voor oudejaarsdag. Toen wij daar aankwamen, kwam hij als een duveltje uit een doosje tevoorschijn. Hij dreigde al mijn botten te breken, maar zei dat niet te doen vanwege zijn dochter en kleinzoon. In het hotel heeft hij alles aan mijn vrouw en schoonmoeder verteld. Drama natuurlijk. Mijn vrouw heeft mijn excuses wel geaccepteerd, maar het wordt uiteraard nooit meer zoals het was. Onze vakantie is, zoals je kunt begrijpen, in mineur geëindigd, mijn schoonvader wil het woord Suriname niet meer horen. En Joyce? Die heb ik na die bewuste avond nooit meer gezien: zij meldde zich de volgende dag ziek. Dat was misschien het beste wat ze kon doen.”