zaterdag, 01 maart 2014

Bombels

Geschreven door  Rappa

Rappa ontleedt op zijn typisch eigen(wijze) manier
bekende en minder bekende woorden

Oudjaar is al lang voorbij; toch schieten bepaalde dwazen op de meest onchristelijke tijden nog steeds harde knallers af. Ach, in Suriname mag toch alles. Elk jaareinde schieten we, onder het mom van jorka’s verjagen, ook stukken huid, vingers en ogen weg. Als jongelingen kochten we in die periode met wat bijeengeschraapt geld een paar pakjes bombels (zo zeggen wij, geen rotjes) bij de, hoe kan het anders, Chinees op de hoek. Het gewoon afschieten met een stuk muskietenkaars werd al gauw saai, dus begon het experimenteren. “Kijk, ik hou eentje vast”, zei Koendoe. Paf! En jawel, hij leefde nog. “Ik kan dat ook”, zei Tjander. Pow! En tot vandaag heeft hij geen gevoel in de top van zijn duim en wijsvinger. Drie ineengedraaide bombels onder een conservenblikje en bieuwww! Het blikje kletterde op buurvrouws dak. “Yeah, Cape Kennedy”, zei Ouwe, maar deze keer gebeurde er niets. Net toen hij onder het blikje wilde kijken, klonk er beng!!! Je ziet het litteken van de vier hechtingen nog steeds op z’n voorhoofd. Zitten op een leeg Wijsmanboterblik, een bombel eronder en ‘bof!’, een schok in je anus. “Zet drie, zet drie”, zei Fransje. “Okay, tik dya”, zei Lenne en hij zette drie dikke pagarabombels onder het blik. Babof! klonk dat. Fransje kreeg een opwaartse kontdreun en werd voorover gesmeten, waar hij secondelang roerloos bleef liggen. Toen kwam hij kreunend overeind. Twee dagen kon hij niet afgaan; toen poepte hij alles vol. Nog steeds loopt en schijt hij scheef. Op 1 januari gingen we in de hopen rood papier de niet afgegane bombels verzamelen. Sommige schoten we alsnog af. Vele gaven dan geen knal, maar een secondelange helwitte steekvlam. “Voetsjoegher”, brulden we dan en dansten om de narokende bombel. Of we ontrolden de bombels, tot we het grijszilverachtige kruit bereikten. Dat verzamelden we en Mandje zei: “Oen loekoe mi vlam”, en hij stak z’n veel te korte muskietenkaars in het bergje kruit: fel licht, ‘vvvwoem!’ en veel rook. “Sjit jongoe, mi finga weti”, zei hij en toen klonk z’n huizenver gebrul. Drie van z’n vingers hebben sindsdien een rose-wittige kleur. Schitterend was het toen we een enorm nest rode mieren opbliezen. Het zand en de bijtgrage beestjes vlogen ons om de oren; we hebben uren daarna nog beten gevoeld. Sjaak kreeg een lading in z’n linkeroog. Nog steeds ziet hij dof met dat oog. Zo hebben we de oudejaarskruitwaanzin overleefd.

Meer in deze categorie: « Kloppen Die dingen toch! »