dinsdag, 01 juli 2014

Iraida Dikmoet

Geschreven door  Tanya Wijngaarde

Lezers vertellen over hun werk en wat
ze daar leuk aan vinden (of juist niet)

Iraida Dikmoet (33)
is radiodiagnostisch laborant bij radiologiekliniek
Halfhide & Hofwijk.

Hoe ziet jouw werkdag eruit?
“Mijn werkdag begint officieel om zeven uur, maar in de praktijk moet ik er wat eerder zijn. De eerste patiënten moeten namelijk al om zeven uur op de tafel liggen, en sommige machines hebben een tijdje nodig om op te warmen. Vervolgens ben ik tot zes uur bezig met patiënten begeleiden, apparatuur bedienen en foto’s ophangen voor de arts. We doen hier MRI-scans, CT-scans, echo’s, röntgenonderzoek en mammografie, en ik ben afwisselend op die afdelingen aan het werk. Zo werk ik een deel van de week bij de mammografieafdeling. Dan moet je inderdaad de borsten van vrouwen goed in het apparaat plaatsen. Nee, daar heb ik helemaal geen moeite mee, ik ben er al lang aan gewend.”

Hoe ben je aan deze functie gekomen?
“Ik heb een driejarige opleiding tot radiodiagnostiek gevolgd in het Academisch Ziekenhuis, en daarna heb ik daar vier jaar gewerkt. Drie jaar geleden ben ik overgestapt naar dit bedrijf.”

Wat is het leukste van je werk?
“Het blijft toch het leukste om een patiënt te kunnen vertellen dat hij of zij niets heeft. En je ziet allerlei soorten mensen; meestal is dat leuk. Het is wel eens vermoeiend als je de hele ochtend alleen maar patiënten hebt gehad die veel vragen, omdat je dan steeds alles moet uitleggen. Maar ik ben echt elke dag gemotiveerd om aan het werk te gaan.”

En wat het vervelendste?
“Wanneer iemand allergisch reageert op de contrastvloeistof die gebruikt wordt bij de MRI- scans. Die vloeistof is nodig omdat de arts anders bepaalde organen niet kan zien. Maar een enkele keer blijkt iemand allergisch te reageren, bijvoorbeeld met hoesten, jeuk of rode bulten. We hebben daar wel iets tegen hoor, en erger dan dat is het bij ons nooit geweest - in het buitenland is er wel eens iemand aan overleden. Maar het blijft heel eng en vervelend.”

Wat moet je in je hebben om dit werk te kunnen doen?
“Belangrijk is dat je leergierig bent, want je werkt met technologie die niet stilstaat. We krijgen ongeveer drie keer per jaar een training om alle veranderingen bij te houden. En op alle afdelingen hebben we internet, zodat wanneer de arts een onbekende term gebruikt, we het direct kunnen opzoeken. En verder moet je geduldig en verdraagzaam zijn, omdat je met mensen te maken hebt.”

Wat is het vreemdste dat je hebt meegemaakt tijdens het werk?
“Dat was toen ik iemand dacht blij te maken met de mededeling dat ze niets had. Maar dat viel helemaal niet in goede aarde! Ze begon te schelden en schreeuwen: ‘Zomaar laat je me betalen om te moeten horen dat ik niets heb? Dat kan niet, er móet iets zijn!’ Maar als er geen afwijking is vastgesteld, kunnen wij niets anders dan dat meedelen.”

Ben je tevreden over het salaris?
“Ja! Zeker vergeleken met de overheid. Ik maak wel lange dagen, maar ’s avonds en in de weekenden ben ik vrij.”

Wat wil je over 5 jaar bereikt hebben?
“Eigenlijk wil ik dit de komende vijftien jaar nog wel blijven doen. Het bevalt me zo goed. Het is goed te combineren met de kinderen en ik houd genoeg tijd over om de was te doen. Ik voel me helemaal thuis hier.”