woensdag, 01 oktober 2014

Multiculti of toerist in eigen land?

Geschreven door  Karin Lachmising

schrijver en theatermaakster Karin Lachmising
opereert in het maatschappelijk middenveld als
‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’

De slager is tegenwoordig een wonderlijke winkel van vreemdsoortig vlees en bijbehorende naambordjes. We zijn zó een sociale samenleving, dat we ons volledig hebben aangepast aan de - inmiddels niet meer zo heel nieuwe - Surinaams-Braziliaanse bevolking. Ik sta vertwijfeld te kijken naar de onbegrijpelijke namen en het even raadselachtige vlees in de vitrine, terwijl de Braziliaan doelgericht binnenstapt en in een voor mij onverstaanbare taal zijn bestelling opgeeft. Ik voel me toerist in eigen land. De integratie van deze ‘nieuwe Surinamers’ vlot aardig.

‘Wat mooi, zo een multiculti-samenleving’, zou je denken en vooral: ‘wat een prachtige, sociale surinaamse maatschappij’. Maar zijn we werkelijk zo multiculti, en omarmen we werkelijk vol liefde al die andere accenten? Kort geleden verscheen er in de Ware tijd een mooi geschreven recensie over een kindervoorstelling in theater on stage. De voorstelling was ‘verrassend’ en ‘spannend’, alleen... die nederlandse accenten... ik dacht nog: ‘welke accenten’? Het was me niet bijzonder opgevallen, dat is toch normaal? We hebben hier zo een variatie aan talen en daarom alleen al aan accenten. Maar het nederlandse accent werd als storend ervaren. Dat het toch wel jammer was, dat kinderen daarmee spraken. Blijkbaar zijn we vooral multiculti als er iets te verdienen valt, als we een klant moeten binnenhalen, als we onze waar moeten verkopen. Maar in ons sociale samenzijn houdt het al snel op met ons multicultigevoel. Dat we helemaal niet zo open staan voor het andere als op eerste gezicht lijkt, wordt maar al te graag verbloemd met mooie woorden over ‘surinaams zijn’, ‘surinamer voelen’, of het bijna tot vervelends toe herhaalde praatje over de synagoge en de moskee die broederlijk naast elkaar staan. Dat de werke-lijkheid van ‘naast elkaar maar niet mét elkaar’ daardoor nog schrijnender zichtbaar wordt, valt blijkbaar weinigen op. Want de slager die in het Javaans of Hindostaans zijn waar aanprijst, heb ik in Paramaribo nog niet ontmoet. of het nou om Chinese hamlapjes gaat, het dagaanbod in het Braziliaans- Portugees, de Chinese en Braziliaanse pagina’s van de yellow Pages of zelfs de Engelstalige pagina’s in de krant; je wordt als buitenlander op je wenken bediend. Het winkelen en deelnemen aan het sociale leven gaat je gemakkelijk af; je beweegt je zonder aarzeling en soms met gebarentaal. Abrir, fechado en ook de vrije dagen van de sportschool worden in het Braziliaans-Portugees bekend gemaakt, met daaronder in kleine letters in het nederlands de openingstijden. integratie of puur economisch belang? Volgens mijn encyclopedie gaat integratie eigenlijk de andere kant op: ‘De nieuwkomer neemt de belangrijkste delen van de dominante cultuur over (taal en wettelijke regels) en behoudt de eigen cultuurgewoonten die niet botsen met die van de dominante cultuur’. Maar daar zit dan precies de moeilijkheidsgraad voor de nieuwkomer, want wat is de dominante cultuur in suriname en welke taal moeten zij overnemen? En het woord ‘dominant’ brengt misschien ook wel foute associaties op. Dat zou betekenen dat het ene het andere overrulet, en dat op zich geeft een nasmaak. Maar waarom is er eigenlijk geen pagina in het Javaans in de krant, of in het Karibs? Hoeveel van ons zouden daar niet blij mee zijn. of met iemand bij het CBB die de oude saramaccaanse man uit Laduwani in zijn eigen taal te woord kan staan. of, nog mooier: de Javaanse zender die een nederlandse ondertiteling voert bij haar nieuwsprogramma, of als het even kan misschien ook wel in het sranan. onszelf vertrouwd maken met onze vele verschillende moedertalen blijkt net een stap te ver. Geen vreemd gevolg dat we nu meer dan ooit opgescheept zitten met legio anderstalige zenders en dat ik schaapachtig naar wat beelden zit te kijken waar ik niets van versta, zoals ik dat als niet-Franstalige ook zou hebben wanneer ik in Frans-Guyana naar de lokale televisie kijk. De Chinese hamlappen en de Braziliaanse piripiri-kip ten spijt, het nederlandse accent op het toneel viel op, en niet omdat het mooi gevonden werd. Wat is er toch mis met accenten als we ons tegelijkertijd allemaal aanpassen om bij de sportschool, de slager, de politie en zelfs de huisartsenpoli vooral in de taal van de nietnederlandssprekenden te converseren? onbegrijpelijk is het dan ook om jarenlange discussies bij te wonen over de zin van tweetalig onderwijs op de scholen in het binnenland, terwijl we reclames op de televisie over ons heen krijgen die een groot deel van de samenleving niet verstaat. We integreren blijkbaar wel in omgekeerde richting, maar niet binnen alle groepen die de ontstaansgeschiedenis van suriname hebben vormgegeven. De politiek helpt het allemaal een handje mee. Want waarom is het nodig dat een partij een ‘Chinees platvorm’ opzet? Met tolk en al begeeft de VHP zich tussen de Chinese gelederen om vooral duidelijk te maken dat het hen serieus te doen is om ook Chinezen een plek te geven. Wanneer komt het Javaanse platvorm? of het ‘gemengde platvorm’ en het ‘nederlands accent platvorm’? Het is eng om te bedenken dat we in plaats van het loslaten van al die groepjes, er steeds verder in wegduiken. En dat we, als het nodig is, zelfs een speciale groep creëren voor die ene met die andere taal wanneer we er belang bij hebben. Het voordeel behalen speelt blijkbaar een grotere rol dan het creëren van een samenleving zonder al die labels van nationaliteiten, culturen en accenten. De komende maanden kunnen we er alvast naar uitkijken. We zullen alle talen op de verkiezingspodia horen, en de tolken zullen daar waar zij de kans krijgen het gekakel in zinnige woorden vertalen. Mocht het allemaal even te veel of onverstaanbaar worden, gun jezelf dan nog wat extra vakantietijd en plak jezelf een nieuw label op: ‘toerist in eigen land’. Geniet ervan!