maandag, 15 december 2014

Broodje geweld

Geschreven door 

Het zal een jaartje of twee geleden zijn geweest dat ik ’s avonds laat als vredestichter optrad voor twee knaapjes die elkaar nabij de Centrale Markt te lijf gingen. De één, nauwelijks tien jaar oud, wist zijn rivaal die een kop groter en zo’n twee jaar ouder was tegen de grond te werken en smeet een zware steen tegen de rug van het weerloze slachtoffer. Terwijl de oudste lag te janken op de met verrotte groenten bezaaide straat, ontfutselde ik de steen uit de handen van zijn belager. De twee bleken vriendjes, zo werd snel duidelijk, al was de wederzijdse loyaliteit op dat moment ver te zoeken. De ruzie ging om een broodje dat de oudste volgens zeggen van de ander had afgepakt.

Volgens eigen zeggen woonden ze nergens. Over de oorzaak van dat dakloos zijn, werd met geen woord gerept, maar dat zich zich over hen ontfermde, was duidelijk. Ze hadden beiden nog niet gegeten, dus toen de eigenaar van een winkel de jongste een broodje gaf, was het hek van de dam. Honger leidt tot geweld, zoveel is ook wel duidelijk.

Ik moest laatst aan dit voorval denken toen ik las dat het beleid om honger uit te bannen in Suriname ‘vruchten afwerpt’. Volgens de Global Hunger Index behoort Suriname tot de landen die vanaf 1990 honger met tussen de 25 en vijftig procent hebben teruggedrongen. Klinkt prachtig natuurlijk. En het is een feit dat het sinds 1990 in ons land steeds beter is gegaan en dat nu minder mensen honger lijden.

Maar dat is nog geen reden om onszelf op de borst te slaan. Want er zijn nog veel te veel gezinnen waar moeder zich ‘s morgens afvraagt of ze haar kinderen busgeld zal geven om naar school te gaan, of dat ze dit gebruikt om rijst en een bosje groenten te kopen zodat haar kroost te eten heeft. En er zijn te veel kleine kinderen die langs de kant van de weg moeten staan om knippa of markusa te verkopen aan automobilisten, zodat de gezinnen waar ze deel van uitmaken weer een dag kunnen overleven.

We mogen dan wel op de goede weg zijn, we zijn er echter nog lang niet. Vraag dat maar aan de twee jonge vechtersbazen bij de Centrale Markt, die ik daar onlangs weer in het donker zag struinen, op zoek naar een volle maag.