maandag, 15 december 2014

Ron Flu schildert Limbo

Geschreven door 

Ron Flu, geboren in 1934 te Singapore (zijn Surinaamse vader werkte daar voor Shell), werd in februari tachtig jaar en dat is niet stilletjes voorbij gegaan. Zijn beide zoons waren ervoor overgevlogen uit Nederland. En daarna kwamen ze nog een keer, nu omdat hun vader een licht herseninfarct had opgelopen: “Ik kan door die stroke mijn hand moeilijk bewegen. Verder is de fut er een beetje uit. Ik heb soms geheugenverlies, kan slecht op namen komen, maar dat is gewoon ouderdom, denk ik.” Maar hij is optimistisch, want hij merkt dat het langzaam beter gaat, dat ‘in mijn hoofd nieuwe verbindingen worden gelegd’. Op de kunstbeurs in Sana Budaya, afgelopen november, is Ron Flu in het zonnetje gezet als eerbetoon aan een prachtig oeuvre. Er waren schilderijen van hem in bruikleen afgestaan en het was fantastisch die weer eens te zien.

Verbeeldde Ron vroeger algemene thema’s als ‘kwaadspreken’, de laatste jaren wordt het specifieker, zijn het meer actuele, politieke cartoons, zoals over smeergeld, over de amnestiewet, of over Abrahams, Bouterse en Steve Meye, die in een hoek van zijn atelier gebroederlijk op hetzelfde linnen figureren. Worden de eerste twee personen geregeld in de media besproken, de laatste spreekt liever zelf. Zoals in 2012 op het Onafhankelijkheidsplein, waar de voorganger van Gods Bazuin als de nieuwe kalief van Paramaribo wel raad zei te weten met Surinamers die het hogere doel van ‘één volk, één natie’ belemmeren: ‘Die mensen moeten wij identificeren en aanpakken als staatsvijanden omdat ze alleen maar bezig zijn dit volk uit elkaar te rukken om chaos te creëren’. Cartoonesk type dus, of zoals Ron schamperde: “Dat is de man die ervoor moet zorgen dat Bouterse naar de hemel gaat.”

Zijn recente werk wordt allemaal verkocht. “Er is iemand aan het verzamelen, het schijnt een jurist te zijn, ik weet alleen niet wie.” Ron kan gelukkig nog even vooruit, want er zijn kandidaten genoeg om geschilderd te worden, zoals Henk Herrenberg, die misschien ook door hem vereeuwigd wordt: “Het is een man die zichzelf erg intelligent vindt. Hij wil dat de geschiedenisboeken herschreven worden, dat de ondergang van het slavenschip Leusden en de slachtpartij op de suikerfabriek Mariënburg er in opgenomen worden. Prima natuurlijk, maar de Decembermoorden mogen er dan weer niet in.”

Maar Herrenberg moet even wachten, want eerst is de perschef van de president aan de beurt. Clifton Limburg dus, de roeptoeter die voor een dik salaris zijn journalistieke principes overboord gooide. “Het werk vordert langzaam, want ik probeer hem van de televisie na te schilderen, dus moet ik steeds kijken hoe hij er ook alweer uit ziet. Zijn hoofd is af, die wonderlijke ogen heb ik nu wel. Ik worstel alleen nog met de antieke grammofoon, want hoe scharniert de hoorn eigenlijk?” Op de vraag of hij Limbo niet als afbeelding van internet kan halen, antwoordt Ron: “Ik heb geen internet, van al die moderne dingen heb ik niks. Mijn zoons gaven me al twee keer een mobiele telefoon, maar Fanny gebruikt ze.

“Weet je trouwens dat Bouterse ook een werk van me heeft? Het is een groot schilderij over de geschiedenis van Suriname, die zoals bekend begint met Indianen, dan zie je verderop de zeilen van een boot, de slavenhoudster Susanna du Plessis, en dan politici als Pengel en Soemita, met op de achtergrond de couppleger met zonnebril. Ik heb het verkocht aan iemand die dacht dat het de geschiedenis van Suriname leuk weergaf. Maar zo leuk is het niet, want wat ze niet doorhadden is dat onderaan een meneer met een pangi is geschilderd die wegloopt. Die symboliseert dat honderdduizenden Surinamers het land verlieten.”

Een komen en gaan dus, ook in de stamboom van Ron zelf, eens uitgezocht door zijn zoon. De verre voorouder was een zekere Olfson, een Zweed die in Duitsland verzeilde, waar ze de naam inkortten tot Olf. Verder omlaag in de stamboom verhuisde een Olf naar Suriname, waar deze later als Ulf door het leven blijkt te gaan. Toen na de slavernij veel namen achterstevoren gespeld werden - de Surinaamse naam Kalop komt zo doende van Polak -, werd het Flu en tegenwoordig is die naam voorgoed gevestigd. Vooral door Ron Flu, een groot Surinaams kunstenaar.