vrijdag, 27 februari 2015

Bacove en banaan

Geschreven door  RAPPA

In Nederland zegt men ‘eetbanaan’ en ‘kookbanaan’, maar wij duiden ze verfijnder aan. De eetbanaan noemen wij ‘bacove’, in het Sranan ‘bakba’. De bekendste is de korte, dikke, naar appel smakende appelbacove, een ware delicatesse. Dan hebben we de kleinere suikerbacove (sukrubakba), mierzoet, vandaar ook de naam. Ook bekend is de ‘ingibakba’ (‘ingi’ betekent Indiaan) met dezelfde vorm als de appelbacove, maar met een donkerrode schil en anders van smaak.

Vroeger had je van die winkeltjes waar men groenten, fruit en bacoven verkocht; een Ons Belang heette dat, waarschijnlijk naar de naam van zo’n winkel waar de Hollandse boeren (de boeroes) hun eigen teelt aan de man brachten. In zo een Ons Belang hingen er geheid enkele bossen (trossen) bacoven en de klant kon daarvan ‘een hand’ kopen, of vaak zelfs een paar losse. Door de tropische hitte werden de bacoven snel overrijp en vielen van de tros. Vogeltjes en vliegen deden zich tegoed en er hing een weeïge geur in het winkeltje, dus
alles bij elkaar niet zo proper. Vandaar dat het negatief overkomt als men zegt dat jouw bedrijf er als een bacovenwinkel uitziet (een bakbawenkri) of als zodanig gerund wordt.

De kookbanaan noemen wij bananen, in het Sranan ‘bana’. Die vallen uiteen in de groene bananen, die na koken hard worden met een ietwat grauwe kleur en in de her’ heri (aardvruchtengerecht) voorkomen. De iets rijpere bananen worden na het koken in een vijzel gestampt en als bolletjes (tomtom, naar aanleiding van het stampgeluid) in de bekende tomtom-soep gedaan. De rijpe worden na koken lichtgeel en zacht en worden bij vele Creoolse gerechten (zoals bruine bonen en moksi-aleisi) gegeten. De overrijpe (met zwart geworden schil) worden in olie gebakken en heten dan bakabana.

Voor de snoeppauze op school moest Chermaine bakabana klaarmaken; ze liet die echter te lang in de olie. Haar vriendin rapporteerde: ‘Juf, die bakabanavan Cher zijn blakabana  geworden.’ Alleen Surinamers zullen hierom lachen, omdat wij onderling bana in overdrachtelijke zin ook gebruiken voor ‘mannelijk geslachtsdeel’. Dus toen na de zwemles Ronald tegen Chander zei: ‘Boi, Armand tya wan bana’, bedoelde hij echt niet dat Armand een kookbanaan mee van huis had genomen.

En tot slot is er ook de bananenbacove; die hebben de lengte van een kookbanaan, maar zijn na rijping eetbaar zonder gekookt te zijn. Onze exportbacoven zijn bananenbacoven; in de koeling blijven ze langer goed. We exporteren dus geen bananen, maar bananenbacove.