zondag, 21 juni 2015

Van het goudfront

Geschreven door  Theo Ruyter

Het was niet zo maar een cadeautje, het superkleine goudstaafje dat ondernemer John Chee in januari overhandigde aan Sigmund Proeve bij de opening van het jubileumjaar van diens Surinaamsche Bank (DSB). Het was een kwestie van gezond zaken doen van topondernemers onder elkaar. Of schuilt er nog iets anders achter?

Pal na het banket kwam Proeve in To the point op Apintie-TV vertellen dat de langverwachte hightech goudraffinaderij bij Zanderij de volgende maand zou worden geopend. Toen de presentator vroeg aan wie deze aanwinst voor het land te danken was, gewaagde Proeve slechts van een paar ondernemingen in Paramaribo die de handen ineen geslagen hadden. Presentator Henk van Eyck glunderde en liet het daarbij. De fabriek werd op 20 februari inderdaad plechtig geopend, in aanwezigheid van hoogwaardigheidsbekleders die elkaar de hemel in prezen. Een maandje later lanceerde DSB een campagne voor de verkoop van duizend gouden jubileumplaatjes à raison van 799 USdollar per stuk, of de tegenwaarde in srd’s. In de advertentie stonden details als ‘999.9 als graad van zuiverheid’ en Suriname als ‘bron van goud’.

Iedereen, niet alleen rekeninghouders van DSB of ingezetenen van het land, kon zich met een simpel formuliertje inschrijven voor maximaal twee plaatjes. Als de inschrijvingen het totale aantal van duizend zouden overschrijden, zouden de plaatjes op 16 april per notariële loting worden toegewezen. Potentiële kopers die meer wilden weten over de fabrikant van de plaatjes, konden op de site van DSB de mededeling vinden dat het ging om een ‘product van het Kaloti Suriname Mint House’. Diepergaande schriftelijke vragen werden echter niet beantwoord en mondelinge vragen smoorden in bureaucratisch gedoe en loze toezeggingen. Betrokken medewerkers bleken, geen benul te hebben van de discussies over goud die al jaren gaande zijn. De actieve lezer hoeft slechts het rapport The Gold Marketing Chain in Suriname van Marieke Heems-kerk uit 2010 in te kijken om een idee te krijgen.

Ondertussen kwam de fabriek in Zanderij - ruim een maand na de opening - alsnog in opspraak tijdens de behandeling van de staatsbegroting in De Nationale Assemblée. Daar informeerde oppositielid Arthur Tjin A Tsoi (NPS) namelijk bij minister Hok van Natuurlijke Hulpbronnen naar een overeenkomst tussen de staat en de multinational Kaloti (zie Parbode van maart 2015). En toen die minister zo onverstandig was te beweren dat hij daar niets mee te maken had en dat de geachte afgevaardigde daarvoor bij zijn collega van financiën moest zijn, had je de poppen aan het dansen. De overeenkomst kwam boven water, met de handtekening van de minister in hoogsteigen persoon eronder en heel Paramaribo neuriede: ‘Hok jokt!’ Maar de minister kwam met de schrik vrij en alles bleef zoals het was.

Waar is nu John Chee, van dat banket bij DSB, gebleven? Die Surinaamse ondernemer met een Nederlands paspoort, die je nooit in de krant of op televisie ziet verschijnen. In het handelsregister van de Kamer van Koophandel en Fabrieken vind je hem bij de ondernemingsnaam Global Investments NV. Daaronder staan zeven handelsnamen, van Spanhoek Passage tot Hotel Spanhoek, alle op of nabij het adres Domineestraat 2 te Paramaribo. En laten dat nou ook de ondernemingsnaam en het adres zijn waar je uitkomt wanneer je gaat zoeken naar contactinformatie van het Kaloti Suriname Mint House (KSMH).

Om dit stukje dan maar even rondte maken: John Kok Foe Chee, zoals zijn volledige naam luidt, is toevallig ook de grote man achter de schermen van Century Mining Company NV. Een onderneming die staat voor negen (gelijknamige) bedrijven met als gemeenschappelijk doel het verkrijgen van goud enerzijds en de verkoop van goud aan afnemers in het buitenland anderzijds. Zeven daarvan bevinden zich in Paramaribo, een op het vliegveld Benzdorp en een in Marowijne.

Aanvankelijk heerste er enige onduidelijkheid over de genoemde inschrijvingsprocedure. Met name toen de sluitingsdatum verstreek, zoals die in de advertenties had gestaan (zaterdag 11 april, 14 uur). Ja hoor, kregen laatkomers te horen, ze zijn nog te koop. Maar toen de beoogde notaris Parbode op 15 april liet weten dat hij zijn handen ervan afgetrokken had, werd duidelijk dat de verkoop onder de duizend was blijven steken. Een week later, op 22 april, kon DSB in een nieuwe advertentie eindelijk ‘met genoegen’ het publiek meedelen dat iedere inschrijving gehonoreerd zou worden en dat de bank met elke betrokkene persoonlijk contact zou opnemen over de betaling en levering van het kleinood. Het zal wel even duren voor bekend wordt hoeveel mensen uiteindelijk een of twee plaatjes verworven hebben. Zowel de producent te Zanderij als DSB zal er meer van hebben verwacht. Maar al is de bestelling gehalveerd, vijf kilo is gewoon vijfduizend gram en als je de verkoopprijs in aanmerking neemt, gaat het nog altijd om een aanzienlijk totaalbedrag. En door het antwoord op voornoemde vraag naar de herkomst van het goud schuldig te blijven, wekt DSB de schijn van een witwasoperatie.

In de overeenkomst van de staat Kaloti inzake het KSMH is namelijk niet geregeld waar het bedrijf zijn grondstof vandaan moet of mag halen. Over een zakelijke relatie van de (legale) grootschalige goudwinning met het bedrijf is tot dusver niets openbaar gemaakt. Dus ligt het, zeker in deze beginfase, voor de hand dat de raffinaderij openstaat voor leveranties uit de (illegale) kleinschalige mijnbouw. Te meer omdat die laatste verantwoordelijk wordt geacht voor tweederde van het totale productieen exportvolume. Zie de jaarlijkse schatting van de Centrale Bank.

Voorlopig is Suriname overigens nog niet klaar met Kaloti. Het moederbedrijf is onlangs opnieuw door het ijs gezakt en deze keer op de thuisbasis zelf. De plaatselijke toezichthouder Dubai Multi Commodities Centre (DMCC) heeft namelijk begin april de ‘Jewellers Factory’ van Kaloti afgevoerd van een ‘Dubai Good Delivery’-lijst voor de sector (producenten en handelaren in goud en andere edelmetalen). Je komt als bedrijf op die lijst terecht, wanneer je je houdt aan bepaalde standaarden die internationaal zijn overeengekomen in het kader van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO). Regels en normen die voortkomen uit de discussie over het delven van goud in conflictgebieden en het gebruik ervan in witwasoperaties. Met dit laatste werd Kaloti in verband gebracht door de Britse organisatie Global Witness in het rapport City of Gold (februari 2014).

Het DMCC heeft niet gespecificeerd waarom het Kaloti geschrapt heeft. De Kaloti Group heeft van zijn kant de maatregel bevestigd, zonder op mogelijke beweegredenen in te gaan. De groep verwacht overigens niet dat de maatregel gevolgen heeft voor de dagelijkse werkzaamheden. Ook de opening van een nieuwe raffinaderij in Dubai, later dit jaar, gaat gewoon door. Niettemin werpt deze diskwalificatie in Dubai een nieuw licht op de dochter in Suriname.

Wat zeiden bepaalde feestvierders ook al weer bij de opening in februari? Ceremoniemeester Proeve zwaaide op 20 februari in Zanderij zijn collega Hoefdraad van de Centrale Bank de meeste lof toe, want die had – volgens hem – Kaloti zo ver gekregen dat ze een filiaal in Suriname wilden openen. Hoefdraad zelf voorzag bij die gelegenheid extra inkomsten voor het land, omdat de raffinaderij de waarde van het Surinaamse goud zou doen toenemen. Vicepresident Ameerali sloot zich daar volmondig
bij aan, met de toevoeging dat de raffinaderij laat zien hoe gunstig ons investeringsklimaat is voor buitenlandse bedrijven. De disciplinaire maatregel van het DMCC werd hier destijds nauwelijks opgemerkt. Maar er was tenminste een waarnemer, die op de radio waarschuwde dat Suriname in een eventuele internationale afgang van Kaloti zou kunnen worden meegesleurd.