dinsdag, 21 juli 2015

Bye bye, oude politiek!

Geschreven door  Pieter van Maele

Het was drie uur in de ochtend van de verkiezingsnacht, het moment waarop al helemaal duidelijk was dat de Nationale Democratische Partij (NDP) van Desi Bouterse de verkiezingen overtuigend had gewonnen. In Ocer knalden de champagneflessen open, in De Olifant keken ze met ongeloof naar de binnenlopende resultaten. Hoe groot het ongeloof bij de aanhangers van V7 ook mocht zijn, het was iedereen wel duidelijk dat de oude politiek een paarse opdoffer had gekregen.

Het was bijna aandoenlijk om te zien, toen voormalig parlements-lid Guno Castelen van de Surinaamse Partij van de Arbeid (SPA) zich liet interviewen door Apintie TV. Hij leek als een van de weinigen nog niet te willen beseffen dat zijn politieke rol (voorlopig) is uitgespeeld. “Je zou kunnen vaststellen dat er geen overwinnaar is in deze verkiezingen. Niemand zal op zijn eentje kunnen regeren, niet V7, maar ook niet de NDP. De partijen zullen eerst eens goed moeten nadenken wat het volk nu eigenlijk bedoelt met deze verkiezingsuitslag. Welke boodschap moeten we eigenlijk uit deze resultaten halen?” zo vroeg de partijvoorzitter zich zonder blikken of blozen af.

Een beter voorbeeld van het motto ‘spreken is zilver, zwijgen is goud’ op zulke momenten is moeilijker te verzinnen. Terwijl de Surinaamse kiezers Castelen en zijn hele partij hebben gereduceerd tot nul – de SPA haalde geen enkele zetel meer – beweerde de beste man met droge ogen dat hij nog eens goed moet nadenken over de betekenis van het verkiezingsresultaat. Ongelooflijk. Het siert een goed politicus om een nederlaag ruiterlijk toe te geven nadat hij klappen heeft geïncasseerd. Wanneer een respectabel parlementslid uit de gratie valt, dan bedankt hij het volk voor de afgelopen jaren. Dan gaat hij zeker niet krampachtig tegenstribbelen. Wanneer jouw partij door het volk is weggestuurd, welke andere boodschap zou er je dan nog achter kunnen zoeken dan dat je het gewoonweg verkeerd hebt aangepakt?

Uitgeteld
Niet alleen bij de SPA liggen ze uitgeteld in de touwen. Wat te denken van de Nationale Partij Suriname (NPS)? De partij van wijlen Jopie Pengel, een van de architecten van ons land, die ooit van Paramaribo tot in het diepe binnenland ongekend populair was. De partij van Henck Arron, een van de belangrijkste voorvechters van de Surinaamse onafhankelijkheid. De partij ook van Ronald Venetiaan, die ons land na de donkere jaren tachtig uit een diep economisch dal haalde en de democratie herstelde.

De ooit zo trots flakkerende ‘frambo’, het bekende symbool van de NPS, is tegenwoordig niks meer dan een zielig nachtkaarsje. De cijfers spreken voor zich. In 2000 had de groene partij nog dertien parlementsleden uit maar liefst acht districten, vandaag zijn dat er maximaal nog twee, enkel in Paramaribo (toen dit artikel werd geschreven, was het nog wachten op de officiële resultaten). De NPS veranderde van een nationale volksbeweging in een elitair stadspartijtje. Een partij die niet doet wat ze zegt. Want als je jongeren zogezegd zo belangrijk vindt, waarom maak je hen dan lijstduwer in plaats van lijsttrekker? Voorzitter Gregory Rusland zou daar conclusies aan moeten verbinden, maar zal dat uiteraard niet doen. Of wat te denken van die lui van DA91? De partij nam in 1991 met een eigen combinatie deel aan de verkiezingen en haalde toen zomaar eventjes negen parlementszetels. Het is vergane glorie: ook de volgelingen van Winston Jessurun halen geen enkele verkozene meer. Kortom, de oude (etnische) politieke partijen van weleer liggen volledig in duigen. Net zoals Nederland nog amper een liberale, protestantse of socialistische zuil kent, voelt de Surinamer zich steeds minder gebonden door zijn etnische zuil.

Hoe dat komt? De verliezers moeten op de eerste plaats naar zichzelf kijken, en naar de manier waarop ze de afgelopen vijf jaren oppositie hebben gevoerd. Een arbeiderspartij als de SPA die niet opdaagt in het parlement wanneer er wordt gediscussieerd over de invoering van een minimumloon, simpelweg omdat ze de regering het succes niet gunt, valt gewoon niet uit te leggen.

De wereld op zijn kop
Of wat te denken van de zielige poging van Winston Jessurun om enkele dagen voor de verkiezingen zwaar uit te halen naar Carl Breeveld van DOE, omdat die zich de voorbije vijf jaren wel constructief opstelde in het parlement? Jessurun nam het Breeveld bijvoorbeeld kwalijk dat die als oppositielid had meegewerkt aan het goedgekeurd krijgen van begrotingen, als ware het heulen met de vijand. De wereld op zijn kop – Jessurun zou zich moeten schamen dat hij begrotingsbehandelingen doelloos saboteerde, maar daarvoor tegelijk wel een vorstelijk salaris bleef opstrijken. Arrogantie, een ander woord is er niet voor. De arrogantie te denken verheven te zijn boven hun kiespubliek, de arrogantie te denken het beter te weten dan de gewone man. Gelukkig heeft de gewone man in een democratie nog steeds het laatste woord, en zijn de zelfgenoegzame partijen uiteindelijk nog kleiner geworden dan ze al waren.

Naast het graf dat de V7-partijen voor zichzelf hebben gegraven, was het natuurlijk ook moeilijk opboksen tegen de paarse wervelwind die de afgelopen maanden door ons land raasde. Gratis gezondheidszorg, hogere pensioenen, een minimumloon, sociale woningen en nieuwe waterleidingen, ga daar als oppositiepartij maar eens tegenin. Zeker wanneer het elke avond allemaal ook nog eens op kosten van de belastingbetaler in geuren en kleuren uit de doeken wordt gedaan door de propagandamachine die Info Act heet.

Een propagandamachine die er bovendien niet bij vermeldt dat alle populaire maatregelen ervoor zorgen dat we stilaan zicht hebben op de bodem van onze schatkist, en waardoor gerespecteerde economen als Waddy Sowma intussen openlijk waarschuwen voor een nieuwe devaluatie. Een andere uitweg uit de monetaire smurrie zien ze al lang niet meer. Het zal de kiezer die dankzij Bouterse net is ingetrokken in een nieuwe sociale woning duidelijk een worst wezen. Toch hangt het zwaard van Damocles intussen iedereen boven het hoofd. Kijk maar naar de chaos die momenteel in Venezuela heerst, een land dat ons qua ongebreidelde sociale uitgaven is voorgegaan. Zelfs voor toiletpapier moet urenlang in de rij worden aangeschoven, iets wat onze ouderen nog kennen uit de jaren tachtig en negentig.

Zonnekoning
Wat ons land de komende jaren te wachten staat? Wel, laat ons op de eerste plaats hopen dat we eindelijk nog eens volksvertegenwoordigers krijgen die werken voor hun geld, ons belastinggeld. Jennifer GeerlingsSimons gaat ook voor nog vijf, en krijgt dus opnieuw de voorzittershamer in haar handen gedrukt. Het is bemoedigend dat ze meteen na de verkiezingswinst de oproep deed dat ze voortaan van alle gekozen NDPparlementariërs verwacht quorum te krijgen. Wie dat niet doet, mag ze van ons buiten het parlementsgebouw trappen!

We kijken expliciet naar Rashied Doekhie, de verwaande zonnekoning van Nickerie. Ondanks al zijn grootspraak over het verpulveren van de ‘vijand’, over hoe hij V7 belachelijk zou maken, zette hij als enige paarse partijsoldaat een belabberd resultaat neer. Doekhie en de zijnen haalden in het district 7.500 stemmen, terwijl V7 in het westen zo’n 11.000 kiezers wist te overtuigen. Hopelijk doet het slechte resultaat Doekhie flink wat toontjes lager zingen, want het niveau van zijn kiescampagne, waarin hij onder meer VHP-kandidate Krishnakoemarie Hussainali-Mathoera ervan beschuldigde een crimineel te zijn en over enkele ABOP’ers zei dat ze moeten worden gestenigd, was beneden alle peil.

Tijd voor Bouterse dus om her en der orde op zaken te stellen. Niet alleen wat Doekhie betreft, want ook het graaigedrag van de openlijk corrupte Ramon Abrahams als minister van Openbare Werken heeft de partij zetels gekost. Laat die beloofde kruistocht tegen corruptie nu eens eindelijk beginnen.

De allergrootste fout die de NDP nu zou kunnen maken, is wel te gaan voor de alleenheerschappij. Te denken dat het verkiezingsresultaat bewijst dat ze alle wijsheid in pacht heeft, en haar zienswijze de enige juiste manier is om het land te leiden. Onze steeds leger wordende schatkist toont namelijk aan dat het niet zo is. Er moet nu actie worden ondernomen, voor het straks te laat is. De uitgaven moeten dringend omlaag, het ambtenarenapparaat moet inkrimpen en de pensioenen kunnen niet blijven stijgen. De afgelopen vijf jaren doen op dat vlak echter niet meteen het beste vermoeden. Denk ook aan de uitspraak van Winston Caldeira, dat de NDP ‘moe is van met anderen samen te werken’.

NDP en VHP?
Hopelijk denkt president Desi Bouterse daar intussen anders over en heeft hij, wanneer dit artikel is verschenen, toch besloten een coalitie te vormen met een andere partij. Het zou ons een gang naar de Verenigde Volksvergadering besparen, waar principes vaak ver te zoeken zijn. En dan graag een stabiele coalitie, niet het losse zand waarmee we de afgelopen vijf jaar zaten opgescheept. Welke andere partij? Wel, waarom niet met de op een na grootste partij van het land, de VHP van Santokhi? Het zou het bewijs zijn dat ons land eindelijk heeft afgerekend met het etnische hokjesdenken van weleer, en dat een partij uit de ‘oude politiek’ niet noodzakelijk beperkt is tot samenwerken met een historische partner. Ook mathematisch klopt het: samen hebben de VHP en de NDP een tweederdemeerderheid in het parlement. Het is ook de enige partij binnen de V7 die niet is afgestraft door de kiezer, maar in tegenstelling tot haar partners stabiel is gebleven. Ten slotte zou Chandrikapersad Santokhi veel beter in staat zijn om Bouterse tot de orde te roepen wanneer dat moet, dan een Brunswijk of een Somohardjo – twee rasopportunisten voor wie alleen maar telt hoeveel ze ergens aan overhouden. Enige obstakel lijkt de amnestiewet, maar Santokhi heeft twee jaar geleden in een interview met Parbode al aangegeven dat als zijn achterban samenwerking met de NDP eist, hij niet zal gaan dwarsliggen.

Op zoek gaan naar een stabiele coalitie is niet het enige huiswerk dat we president Bouterse meegeven. Het staatshoofd wordt dit jaar zeventig jaar oud. Na zijn tweede ambtstermijn zal hij 75 jaar oud zijn, en al veertig jaar de politiek in ons land bepalen. Op het einde van de kiescampagne was hij duidelijk oververmoeid. Er wordt volop gespeculeerd over zijn gezondheidsproblemen. Het is nu wel echt tijd dat Bouterse zijn opvolger klaarstoomt. Na vier decennia maakt hij stilaan zélf deel uit van de oude politiek.