maandag, 21 september 2015

Vier maanden in Suriname

Geschreven door  Carl Haarnack

Het is dit jaar precies honderd jaar geleden dat het boek Vier maanden in Suriname van de Herrnhutter-zendeling H. Weiss verscheen. De Duitser Weiss werkte gedurende lange tijd, vanaf 1896, in Suriname. Daarna werkte hij in Nederland, als secretaris van de Evangelische Broedergemeente (EBG) in Zeist. Maar in maart 1914, slechts een paar maanden voor het begin van de Eerste Wereldoorlog, bezocht hij Suriname opnieuw. Dit boek is een verslag van dat verblijf in Suriname. Het boek is in de eerste plaats een eyeopener als het gaat om de hoeveelheid activiteiten van de EBG in Suriname. Er zijn, zo schrijft Weiss, 31 hoofden 25 bijposten in Suriname. Dan zijn er maar liefst 33 plaatsen waar een leraar gevestigd is. Er zijn 43 Europese zendelingen in het land, plus veertig vrouwen van zendelingen. Het aantal ‘inlandsche leeraars’ bedraagt achttien, er zijn 52 evangelisten en 320 ‘inlandse’ helpers.

Er is een veelheid aan kerken: de Grote Stadskerk, de Zuiderstadskerk, en de Noorderstadskerk, om nog maar te zwijgen van het grote aantal kerken en kerkjes in het binnenland. Onder leiding van de EBG zijn er ook talloze scholen en schooltjes opgericht. Zo is er Klein Welka, genoemd naar de Duitse gemeente die nu onderdeel uitmaakt van Bautzen, een internaat voor de kinderen van ‘inlandsche zendelingen’. Kindertehuis Saron is er speciaal voor verwaarloosde kinderen. In een groot gebouw op de hoek van de Dominee- en de Steenbakkerijstraat was de bewaarschool gevestigd, een soort kleuterschool. De Graaf Von Zinzendorfschool, een muloschool die nog steeds bestaat, telde een enorme hoeveelheid kinderen. Veel kleiner was de Theologische School in de Heerenstraat. In totaal bezat de EBG in Suriname 32 scholen, die door 3.088 kinderen werden bezocht en waar 115 onderwijzers (m/v) les gaven.

Maar Vier maanden in Suriname is veel meer dan alleen een boek over het uitgebreide netwerk van de EBG. Wat het boek voor ons zo bijzonder maakt, is dat Weiss ook naar de ‘binnenlanden’ van Suriname reist. De Surinaamse Bibliotheek kent maar weinig ooggetuigenverslagen uit de vooroorlogse periode, zeker als het gaat om het leven op de voormalige plantages en in de marrondorpen. Zo reist Weiss bijvoorbeeld richting de Commewijne, waar hij onder andere een bezoek brengt aan plantage Leliëndaal, een belangrijk centrum in de zending onder Javanen, en het plantage-hospitaal op plantage Mariënburg.

De reis gaat verder naar Portribo aan de Boven-Commewijne, waar ‘broeder’ Sprang predikant is. Het einddoel van de reis is zendingsdorp Wanhatti. Op die post zijn de ‘inlandse missionaris’ Helstone en zijn vrouw werkzaam. In de buurt liggen een paar marrondorpen die ook worden bezocht, zoals Agitiondro, Langahoekoe en Lantive. Een volgende trip behelst een bezoek aan Bethesda, de instelling waar melaatsen worden verpleegd. Een groot aantal foto’s geeft een aardig beeld van het leven op Bethesda. Zo zien we een paar zieke meisjes die poseren met hun poppen. Andere reizen die Weiss maakt, hebben als bestemming Wanica, Albina, Nickerie, de bovenloop van de Surinamerivier, Domburg, Coronie en de nederzettingen aan de Saramacca. Veel van de dorpen aan de Surinamerivier die Weiss bezocht, zijn verdwenen door de aanleg van het stuwmeer.

Vier maanden in Suriname is een van de vroegste fotoboeken waarin we het Surinaamse leven van honderd jaar geleden terugvinden. Gewone mensen, zoals Weiss’ dienstbode nenne Jetta, zijn vereeuwigd. Ook van de predikant van de gemeente Domburg, Cornelis Blijd, is een prachtige foto opgenomen. Blijd was de eerste Surinaamse volledig bevoegde EGB-predikant, die bekend werd vanwege zijn reis in 1913 door Nederland en Denemarken. De foto’s van Surinamers van wie de naam helaas niet wordt vermeld, zijn echter net zo goed indrukwekkend. We zien roeiers op de Saramacca bij het dorpje Groningen, brandweermannen van de Herrnhutter-firma Kersten & Co, en niet te vergeten de foto’s van kinderen van het kindertehuis Saron. Daarmee is Vier maanden in Suriname een belangrijke bron waarin een deel van ons erfgoed is vastgelegd.

Vier maanden in Suriname. H. Weiss. Nijkerk: G.F. Callenbach, 1915