woensdag, 21 oktober 2015

Surinaemen ontmaskerd

Geschreven door  Carl Haarnack

Jan Willem Engelbert de Man werd geboren op 23 december 1743 in Nijmegen. Hij was advocaat van beroep en vertrok in 1774 met het schip Margaretha Johanna naar Suriname. In 1778 publiceerde hij dit obscure boekje in Amsterdam. Het is obscuur omdat er in Nederland slechts één exemplaar te vinden is. Dat bevindt zich in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het enige andere bekende exemplaar is in het bezit van de New York Public Library. De collectie Buku Bibliotheca Surinamica moet het slechts doen met een digitale versie van www.earlydutchbooksonline.nl. In 1786 verscheen er, postuum, een ander boekje van dezelfde schrijver waarin Suriname centraal staat: De waare gesteldheid en de gebeurnissen van de colonie Surinaamen, waarin de bloei’t verval des volks en de vryheid der drukpers, ten nutte der Nederlanders aangetoond (Jan Willem Engelbert de Man. Amsterdam: by Cornelis Groenewoud, 1786).

De Man schrijft over de jammerlijke toestand waarin de kolonie Suriname zich bevindt. En dat terwijl het een ‘allerschoonst Gewest’ is dat de titel aards paradijs verdient. Met dit boekje wil hij de lezers graag vertellen wat de oorzaak is van het verval van Suriname, en de lezer informeren over de ‘gebreken in de administratie van de civiele justitie’. Hiermee bedoelde hij dat de gang van zaken bij het Hof van Justitie ondoorzichtig en oneerlijk was. In het voorjaar van 1776 had De Man een ontmoeting met Agatha Margaretha de Loeff, de weduwe van Johannes van Bergen. Zij vroeg hem om als haar advocaat op te treden in een zaak tegen haar schoonzoon, Jan Rocheteau, een vooraanstaand lid van het Hof van Civiele Justitie. Jan Rocheteau had een aanzienlijke som geld van zijn schoonmoeder in bewaring genomen of geleend. De Man werd door gouverneur Jan Nepveu ontboden en op een norse en bitse wijze toegesproken. Door het Hof worden De Man en zijn compagnon veroordeeld tot schorsing voor een periode van een jaar. Deze verbanning uit het ambt betekende voor De Man een aantasting van zijn eer en reputatie. Hij voelde zich als crimineel behandeld. De gezworen klerk J.E. Veira, die vanwege de afwezigheid van de heer Beeldsnijder Matroos de rol van secretaris waarnam, las hem het vonnis voor.

Verschillende zaken waarin De Man als advocaat optrad, werden zodanig gemanipuleerd dat hij steeds in het ongelijk werd gesteld. In het boek worden verschillende zaken aangehaald en besproken. Zo was er een zaak rond een timmerbaas en een wisselbrief van de plantage Frederiksdorp aan de Commewijne. De Man, ten einde raad, besloot Suriname te verlaten en naar Nederland terug te keren. Maar omdat hij tegenwerking verwachtte, besloot hij een schip naar Sint-Eustatius te nemen en van daar naar Nederland te vertrekken. Hij moet toch op een bepaald moment weer naar Suriname teruggekeerd zijn, omdat hij op 7 september 1785, op 41-jarige leeftijd, in Paramaribo overlijdt. Zou deze De Man de stamvader zijn van de huidige familie De Man die we in Suriname kennen? De Man heeft aan den lijve ondervonden dat het gevaarlijk is om iemand die lid is van het Hof van Justitie voor de rechter te brengen. Wat voor goeds is er te verwachten van zo’n Hof, vraagt De beschrijving Surinaemen ontmaskerd Man zich af. In zijn ogen betekent deze gang van zaken uiteindelijk de ondergang van de kolonie Suriname. Het aanspannen van zaken kost grote sommen geld. De procedures duren oneindig lang en de kwaliteit van de uitspraken laat, op zijn zachtst gezegd, te wensen over. Met de publicatie van dit boekje, en de ontmaskering van wat er mis is in Suriname rond 1776, hoopt de schrijver dat aan de kwijnende positie van het land een einde komt.

www.buku.nl

Surinaemen ontmaskerd, of Zakelyke beschouwing, waer aen het verval der colonie Surinaemen, thans Grotelyks toe te schryven is. Uit meest authenticque stukken bewyslyk, ten nutte der Nederlanderen aangetoond. Jan Willem Engelbert de Man. Amsterdam, Gedrukt voor rekening des aucteurs, en zyn te bekoomen, by J.A. Crajenschot [ca. 1776]