maandag, 29 februari 2016

Astrid Roemer en de P.C. Hooftprijs

Geschreven door  Armand Snijders

Waarschijnlijk hadden tot voor kort maar weinig Nederlanders van Astrid Roemer gehoord. Maar daarin is in één klap verandering gekomen toen bekend werd dat ze in mei van dit jaar de prestigieuze P.C. Hooftprijs in ontvangst mag nemen. Het is de eerste keer dat de belangrijkste literaire onderscheiding in het Nederlandse taalgebied wordt toegekend aan een auteur met Surinaamse roots.

De jury legt met de bekroning van Roemer een verbinding met de positie van het Caribisch gebied in de Nederlandse literatuur: ‘Politiek engagement en literair experiment gaan bij Roemer hand in hand. Naar het oordeel van de jury leidt dat tot romans die tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn én complexe literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname [...] Het is een geschiedenis die voor velen in Nederland nog tamelijk onbekend is, buiten de steekwoorden ‘slavernij’ en ‘Decembermoorden’, maar die onlosmakelijk met ons land verbonden is, en daarmee ook, middels het unieke oeuvre van Roemer, met onze literatuur.’

Roemer werd op 27 april 1947 in Paramaribo geboren, vertrok in 1966 naar Nederland maar keerde enkele jaren later weer terug naar Suriname om als onderwijzeres te werken. In 1975 koos zij opnieuw voor Nederland. Pas in 2006 vestigde ze zich weer in haar geboorteland maar hield het daar na drie jaar voor gezien. Haar schrijversdebuut maakte zij al in 1970 met de poëziebundel Sasa: Mijn actuele zijn, die ze onder het pseudoniem Zamani publiceerde.

Vier jaar later brak ze (vooral in Suriname) door met de roman Neem mij terug Suriname, de ontheemding van een Surinamer in Nederland en zijn ‘terugverlangen’. Volgens kenners was het niet echt een hoogstaand werk, maar dat veranderde toen Roemer het herschreef en het in 1983 onder de titel Nergens ergens opnieuw werd gepubliceerd. In de tussentijd had ze al De wereld heeft gezicht verloren (1975), Waarom zou je huilen, mijn lieve, lieve... (1976) en de fragmentarische biografie Over de gekte van een vrouw (1982) geschreven. Dat laatste was haar eerste echte succes.

De aandacht in haar boeken is in de loop der jaren verschoven van het thema ‘negeridentiteit’ naar ‘het mysterie van het vrouw-zijn’. Haar meest bekende werk is de romantrilogie Gewaagd leven (1996), Lijken op Liefde (1997) en Was Getekend (1999), die in 2001 in één band verscheen als Roemers drieling. In deze grote en uiterst complexe trilogie geeft Roemer verbeelding aan de werkelijkheid en de dromen van de Surinamers in de laatste drie decennia van de 20e eeuw, en in het bijzonder aan wat de militaire dictatuur van het regime-Bouterse van na 1980 voor het land Suriname en de mensen heeft betekend. Ook als toneelschrijfster heeft Roemer naam gemaakt met onder meer De buiksluiter (1981) en Paramaribo! Paramaribo! (1983). In december vorig jaar ging in het Amsterdamse Theater van ‘t Woord de documentaire De wereld heeft gezicht verloren van cineaste Cindy Kerseborn over Roemer in première. De schrijfster was daarbij zelf niet aanwezig. Ze leidt al jaren een teruggetrokken bestaan, trok enige tijd moederziel alleen door Schotland en verblijft nu in een klooster in het Belgische Gent.

In een reactie in NRC Handelsblad zei Roemer dolgelukkig te zijn met de prijs. ‘Het voelt goed. Er is een hele rij auteurs met wie ik me verwant voel. Schrijvers die tot dezelfde bloedgroep behoren, maar die het zeer moeilijk hadden of hebben, zoals Bea Vianen, Edgar Caïro, Anil Ramdas en Frank Martinus Arion. Zij hebben veel ellende gekend in hun leven. Ik wil deze prijs aan hen opdragen.’ Verwacht had ze het niet: ‘Ik heb in mijn leven aan bijna alles gedacht, maar niet aan de P.C. Hooftprijs. Sinds ik gebeld werd, ben ik onophoudelijk blij. Zo’n prijs is een acceptatie van wat ik doe en ben. Het is troostend.’ De inmiddels 68-jarige Roemer zal ook de zestigduizend euro die aan de prijs verbonden is op haar bankrekening bijgeschreven krijgen.