woensdag, 20 april 2016

Je moet wat worden in de maatschappij

Geschreven door  Karin Lachmising

Ik was met een schrijf- collega op een gezellig feestje, toen we werden voorgesteld aan een gast die net was gearriveerd. Met ‘dit zijn schrijvers’ werden we geïntroduceerd. ‘Ah jullie schrijven?’ We knikten beiden.

We waren voorbereid op de tweede vraag: ‘oh, wat voor verhaaltjes schrijf je dan?’ of: ‘Zo lekker leuk bezig’. Maar dit keer was het de variant: ‘Ja, creatief bezig zijn is leuk, maar…’ En de gast ging verder met een lichtelijke zelfingenomenheid: ‘als je eerst maar die goede basis legt, die is belangrijk. Je wilt sowieso iets worden in de maatschappij!’

Ik weet niet meer wie van ons de ander naar buiten heeft getrokken, maar het feest was ten einde voor ons, na wat gangbare opmerkingen als ‘fijn je te ontmoeten’ en ‘prettige avond’. De basis... En wat betekent die zo vaak gebruikte opmerking ‘iets worden in de maatschappij’, ingeprent in de hoofden van onze kinderen, nou eigenlijk? Ik hoor wel vaker om me heen roepen: ‘waarom stel je al die vragen, want het gaat zoals het gaat en het is zoals het is’. Maar voor schrijvers is juist dat gegeven een reden tot verwondering en nóg meer vragen. Het zinnetje bleef mij dus bij, en ik vroeg me van alles af. Is wat mijn buurman doet, ‘iets’ worden in de maatschappij? Worden de kinderen van de overkant iets in de maatschappij? Is het werk dat ik doe een basis?

om daarop antwoord te geven, wil ik graag weten wat dat ‘iets’ is. Want wie onze dagelijks gebruikte zinnen onder de loep plaatst, komt al heel snel tot de ontdekking dat er niet veel van over blijft. De encyclopedie geeft een interessant beeld van ‘iets’. Iets is een beetje, maar iets is ook vooral een ding zonder dat je weet wat. Met het werkwoord ‘worden’ komen we op hetzelfde mysterieuze vlak terecht. De betekenis van dit koppelwerkwoord geeft aan dat ‘worden’ iets is dat in een bepaalde toestand komt, begint te zijn of in de toekomst zal zijn. ontleed zeggen we dus: ‘je moet een beetje zijn van een bepaalde toestand en daarin komen en in de toekomst ook zijn’.

Een zin zonder enige inhoud. Hoe mooi zou het zijn als we wat meer zinnetjes met inhoud zouden horen. Zinnen die ergens voor staan, die werkelijk wat te vertellen hebben. tot nu toe geven we aan dat ‘iets worden in de maatschappij’ dus onze eigen invulling en betekenis is. In de meeste gevallen is dat ‘iets’ zeker geen creatief beroep, want dat is immers leuk. En of ‘leuk’ en ‘worden’ samengaan, is niet duidelijk.

Maar ‘iets’ is ook vaak de wens van ouders, de eis van je omgeving, vooral gebaseerd op geld, huis en status. Dat laatste mag zelfs gebaseerd zijn op illegale praktijken, als dat eerste maar goed zit. En die status, dat is het succes. Succes gemeten op basis van cijfers; het allerbeste en hoogste. tegenwoordig wordt dat extra versterkt door sociale media. De sociale media staan vol met ranglijsten. Ranglijsten die zijn aangelegd voor succesvol bezig zijn: best geslaagden, interessante bijbehorende titels, strakke pakken en klinkende successen. Een maatschappij waarin iedereen het hoogst haalbare probeert te bereiken; een stevige basis leggen, waarmee je goed verdient. Daarnaast wat schrijven, muziek maken, schilderen, dat is inderdaad wel leuk. We zien stralend uitziende gezichten op foto’s. Maar krijgen we wel alle foto’s te zien? Waar is de foto van de bankwerker, de foto van de sjouwer op de haven, of die zoon die met zo een extra rugband stenen een truck in gooit? Is al het streven naar beter en beste ‘iets worden in de maatschappij’, vraag ik me af? Waar is de mens achter die fanfare van succes? Wat doet de mens ondertussen? Kent hij zijn medemens die niet op die eerste tree van zijn ranglijst staat? Met bijna de helft van het schooljaar achter ons, zullen de studenten het opnieuw voor hun kiezen krijgen: ‘doe je best, je wil toch iets in de maatschappij worden? Anders word je vuilnisman!’

Aha, vuilnisman is dus niets. Hoe erg voor de mensen die dagelijks dit beroep uitoefen, om onder de ‘niets geworden’-noemer in de maatschappij te vallen. En zo zijn er vast nog meer beroepen die in datzelfde rijtje genoemd zullen worden. Aan het ‘mens-zijn’ wordt niet alleen voorbijgegaan, het wordt ook volledig vergeten. De maatschappij is gereduceerd tot grondstoffen, economische handelingen, succesvolle communicatiepraatjes en een grote applaudisserende tribune van pers, sociale media en figuren die onder de noemer van ‘gezellig samen vriendschappen aangaan’ belangen hebben bij dat succes.

Het is niet verwonderlijk dat er een bijna vier uur durende documentaire, Human, is gemaakt, die gelukkig via het mediakanaal YouTube voor eenieder toegankelijk is (of toegankelijk gemaakt kan worden). Human geeft niet alleen een beeld van waar ons menselijk ras in verschillende delen van de wereld staat. Het vertelt op de meest eenvoudige manier de diversiteit van mensen op verschillende plekken en de invloed van al die plekken op ons dagelijks bestaan. Er zijn mooie verhalen en trieste verhalen, maar het is vooral een stopbord om na te denken over hoe we met elkaar willen omgaan. Zoals de Zuid-Afrikaanse aartsbisschop Desmond tutu het verwoordt in zijn uitleg van ‘ubuntu’.

Wanneer je tegen iemand zegt ‘Yu, u nobuntu’, is dit de waardering voor iemand die een prachtige humanitaire kwaliteit bezit. Iemand met ubuntu staat open voor anderen en is toegankelijk. Iemand met ubuntu voelt zich absoluut niet bedreigd door wat een ander kan, want er is genoeg zelfvertrouwen. Er hoeft daarom niemand onderdrukt of gemarteld te worden, niemand opzij gezet te worden. Er hoeft geen draai gegeven te worden door het produceren van loze zinnen en er bestaat geen meer of minder.

De documentaire Human geeft die opening om toegankelijker te zijn. te begrijpen wat het is om deze wereld te bevolken, te leven op een bepaalde plek, in een bepaald land. De mens is overal hetzelfde. Zoals een van de sprekers het zegt: ‘We zijn niet anders, we zijn niet speciaal, we zijn mensen. We hebben allemaal twee ogen, twee oren. Maar misschien ben jij beter opgeleid dan ik?’ Als we dan toch iets moeten worden in de maatschappij, laten we dan wat minder een maatschappij van geforceerde successen worden, maar een meer humane maatschappij. Waarom is het dan nog nodig om naar een basis te zoeken? Het ‘mens-zijn’ is de basis.