woensdag, 20 april 2016

Barretje Bibber

Geschreven door  Leonoor Wagenaar

We laaien dat het een lust is!’ Verzaligd kijken we met z’n allen naar de koperen ploert die de srd’s als manna uit de hemel laat neerdalen. Want het is zover: ons complex is overgeschakeld op zonneenergie. We zijn, zoals dat heet, off grid. tenminste, dat zouden we moeten zijn, gezien het onvoorstelbare aantal (36) panelen. Maar, laat ik er dit van zeggen: als je ooit overweegt om die stap te wagen, doe dat dan niet, ik herhaal nIEt, in de maand februari! Want met al die regen en die aaneenschakeling van grauwe, grijze dagen moeten we tot onze diepe spijt nog steeds af en toe leentjebuur bij de EBS spelen, tandenknarsend.

(Hoewel, het valt nog mee; vanmiddag alleen maar regen en toch maar zes procent stroom gekocht) Er waren wel wat voorbereidingen nodig. Zo hebben we het dak van ons woonhuis vernieuwd en – vooral – verstevigd. En dan die accu’s. Victron is naar het zich laat aanzien veruit het beste merk, maar ook bij Victron zeggen ze dat hun accu’s in nederland wel twintig jaar, maar in de tropen helaas maar tien jaar meegaan. Dus een list was vereist. Eerst koesterde René het onzalige plan om in mijn eetkeuken een accuhok te maken. Maar godzijdank kwam een personeelslid toen op een geniaal alternatief: het magazijn! Het magazijn is van oudsher de opslagplaats voor spullen en eten van en voor Mi Gudu en de appartementen. Maar het is, door de vorige eigenaar, gebouwd met allemaal gaten tussen de stenen (lekker luchtig, ze heten dan ook ‘luchtstenen’) waardoor alle soortelijk ongedierte naar binnen kon kruipen of fladderen, van vleermuizen tot ratten, van padden tot muizen, en we dus alles wat eetbaar was (hondenvoer, koek en ga zo maar door) in plastic tonnen moesten stouwen en mijn kersversiering elk jaar weer heftig was aangevreten. De oplossing voor zowel de accu’s als de voorraden: een kamer in een kamer. En daarin een kleine airco.

De mannen (Harry en René) hebben die samen gebouwd. De kleine airco aangelegd. En toen zijn ze in dat hok gaan vieren dat het werkte. Sindsdien heet het magazijn: de Bibber Bar, want half klappertandend, maar immer volhardend, werkten ze zich door djogo na djogo. En toen ik wat later een kijkje kwam nemen, kon je er de sigarettenrook letterlijk snijden (weer een bewijs dat het werkte: als de rook er niet uit kan, dan de koelte toch zeker ook niet?!). En ik moet zeggen: het ei van Columbus, niet alleen voor de batterijen. tegenwoordig liggen verse groenten en fruit ook lekker koel en de drank is al op de juiste schenkbare temperatuur!

Daags erna mocht de vrachtwagen eindelijk het haventerrein op om de lading te halen (maar niet nadat we zeker vier keer doelloos heen en weer moesten rijden om douaneformaliteiten en Kafkaiaanse toeslagen (iets met valutaverschil) te voldoen (ik voel diepe compassie voor de importeurs van dit land; wat een ware hel is het om iets Suriname binnen te krijgen). Vriend Maarten van der Jagt legde, samen met zijn vaste partners, binnen een paar dagen de panelen op het dak, de accu’s mochten naar hun koude holletje, de boel werd aangesloten en toen keken we nog tegen een hele hoop digitale techniek aan.

Maar wat wil het wonder? De man die ons het hele zaakje vanuit nederland geleverd heeft, en met wie we het mailsgewijs steeds beter vinden konden, hoorde van René dat wij ooit (alweer veertien jaar geleden) dit land op onze huwelijksreis in ons hart gesloten hadden. En omdat hij en zijn vrouw eigenlijk ook wel een huwelijksreis tegoed hadden, logeren ze nu hier. En zijn hij en René op de momenten dat het jonge paar geen luiaards, dolfijnen en rode ibissen spot, samen de techniek aan het finetunen, wat eigenlijk ook weer beregezellig is.

Maar goed. Eigenlijk is het wel bijzonder, zo’n grote investering in een behoorlijk failliet land. Ik heb me laten vertellen dat we, op goudwinbedrijf newmont na, op dit moment het grootste zonneproject van Suriname zijn. Het is natuurlijk een economische stap, omdat je niet weet hoeveel EBS de tarieven nog laat stijgen, maar we hebben ook wel degelijk ecologische motieven. En daarom zouden we eigenlijk graag gecertificeerd worden; dat je een groen - lief voor het milieu - label krijgt opgeplakt.

Dus zijn we een beetje gaan googelen. Green Key is de grootste wereldwijde organisatie en hun voorwaarden zijn niet mals; tien A4’tjes vol composthopen en duurzame microfiber vaatdoekjes. Plastic tasjes zijn uit den boze, maar onze gasten krijgen al canvastassen voor hun inkopen. ‘Cupsen’ zijn hier eigenlijk allang verboden en die wegwerpbordjes: weg, weg, weg ermee! tien pagina’s met voorwaarden, ik denk dat we er toch wel min of meer aan kunnen voldoen, voor zover dat in Suriname mogelijk is. Maar ja, er is nog niemand hier gecertificeerd. En of ze ook een keurmeester hebben die daadwerkelijk komt kijken?

Ik ga het proberen. En vooruitlopend op de zaak kwam zaterdag onze vriendin, de schrijfster Ellen ombre, zo schattig, met echte eco-wijn, organisch gefabriceerd en hier gekocht. nee, ik zeg niet in welke winkel! Hoewel, we gingen vanmorgen zelf kijken; waren er nog zes rode, drie witte en vijf rosé over. Ik sprak er een medewerker op aan. nee, op is op. Een volgende zending? Die kon nog wel een maand of drie op zich laten wachten... Daar zit je dan met je goede voornemens... onze oprijlaan wordt afgezoomd met zusterdruifbomen. Moeten we dan zelf een wijndistilleerderij beginnen? nee dus. Het milieu moet ook een beetje vergevingsgezind zijn, toch?