woensdag, 20 april 2016

Lege Handen Lege Buik

Geschreven door  Anne HuIts

In het boek Lege Handen Lege Buik leven we mee met de ouders van Zahara en anderen. De zwangerschap eindigde tragisch. De schrijfster van het boek, Annegriet Wijchers, destijds eindredacteur bij de Ware Tijd, vertelt in haar voorwoord dat ze het boek over haar doodgeboren dochtertje Zahara vooral heeft geschreven om het verdriet over het verlies te verwerken. In de inleiding wordt duidelijk dat zij niet de enige is met die ervaring. Regelmatig sterft er in ons land een baby vlak voor, tijdens of vlak na de geboorte. Jaarlijks maken ongeveer tweehonderd ouders hetzelfde mee, schrijft Wijchers. Onduidelijk is of het gaat om honderd baby’s, uitgaande van twee ouders, of om tweehonderd kinderen.

In het eerste hoofdstuk lezen we het persoonlijke verhaal over de zwangerschap van Annegriet en het trieste einde van die periode. Het dochtertje van Annegriet en Furgill sterft in de baarmoeder en Annegriet moet alsnog bevallen van haar overleden dochtertje. Hoe wreed kan het leven zijn. Ook andere vrouwen komen aan het woord, waaronder de moeder van Xavier, de moeder van Joshua en de moeder van Chloë. De moeder van Justin, Cheriva en Joël, u leest het goed, heeft deze vreselijke ervaring driemaal moeten doormaken. De enige vader die aan het woord komt, is Furgill.

Het persoonlijke verhaal van de schrijfster is hartverscheurend en oprecht. De behandeling die de vrouwen voor, tijdens en na de bevalling van sommige verpleegkundigen en specialisten krijgen, de goeden niet te na gesproken, is ronduit verbijsterend. De vrouw die op de zaal moet bevallen, ‘omdat ze nog geen 28 weken zwanger is’, of de gebeurtenis van het verdwenen lijkje dat niet meer werd gevonden en dus niet meer begraven kon worden. En het lukt me niet om op te schrijven hoe het lijkje is verdwenen.

Het zijn onthutsende gebeurtenissen. Voeg daaraan toe de gevoelloze reactie van de ambtenaar bij het Centraal Bureau Burgerzaken: ‘Mijnheer, uw kind heeft niet geleefd en dús kunt u het kind niet erkennen’. Ook woorden die als troost zijn bedoeld, kunnen als pijnlijk of kwetsend worden ervaren. Geen van de echtparen krijgt op enig moment een doorverwijzing naar welke hulpverlenende instantie dan ook. Neuropsychologe Sila Kisoensingh voorziet de verhalen van commentaar en adviezen. Irene Burgzorg zorgt voor een aanvullend register met de verklaring van Surinaamse termen en gebruiken.

Zowel uit de persoonlijke relazen als uit de toelichting van de psycholoog wordt duidelijk dat er absoluut niets valt te troosten. Niet met de beste bedoelingen, niet als gelovige medemens die zo goed weet wat God wil. Het voldoet aanwezig te zijn, te zwijgen en te luisteren en misschien een keer de vraag te stellen: ‘hoe gaat het met jou?’.

De persoonlijke verhalen van Annegriet zijn zonder meer het meest aangrijpend. De overgang naar de verhalen van de andere vrouwen, waarin Annegriet de rol van journalist vervult, was naar mijn smaak wat abrupt en de verhalen maken, hoe verdrietig ook, op mij als lezer veel minder indruk. Ik zag het boek liever beperkt tot het verhaal van Annegriet en haar man, aangevuld met een apart hoofdstuk waarin de lezer adviezen krijgt en een deskundige toelichting op het proces van verwerking. Nu moet de lezer te vaak heen en weer schakelen van nabijheid naar afstand. Kleine opmerking: het werkwoord ‘beseffen’ is niet wederkerend.

Een verplicht boek voor eenieder die in de gezondheidszorg werkt, of denkt te gaan werken. Een aanbevolen boek voor mensen die dit verdriet zelf hebben meegemaakt, of mensen die in hun nabijheid iemand kennen die een kind heeft verloren.

Lege Handen Lege Buik: Een boek over rouw bij doodgeboorte, Annegriet Wijchers, 2016, ISBN 9789402142655