woensdag, 20 april 2016

Kunstschatten in Suriname

Geschreven door  Susan Krieger

‘Als wij in staat zijn iets meer te bereiken dan degenen die ons zijn voorgegaan, dan is dat omdat wij staan op het fundament dat zij voor ons en in ons bouwden.’ Je vindt deze tekst vastgeschroefd aan de voorgevel van de Readytex Art Gallery in Paramaribo. Ik herkende het direct als een aangepaste vorm van een uitspraak van de natuurkundige Isaac Newton: ‘If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants’. En hoe waar is het niet, het belang van het fundament van de geschiedenis en familie waar je uit voorkomt. Zo is het ook met kunst. Kunst ontstaat niet in het luchtledige, gemaakt door een eenzaam genie in een geïsoleerd atelier, maar wordt beïnvloed door de omgeving in tijd en plaats.

Het onderzoeken daarvan is wat mijn tweelingbroer, kunsthistoricus Bart Krieger, bezighoudt. En wat is er mooier om dit te mogen doen in Suriname, het land waar onze vader vandaan komt en waarmee we nog steeds een sterke band voelen. Het vormt een deel van ons fundament.

Tezamen met een uitspraak van Marcel Pinas, Bart en ik zochten hem op in Moengo, vormde het de rode draad van de ‘kunstschatten on tour’ in Suriname: ‘Kunst is richtinggevend en identificerend: tembe fu libi’. Het vak Kunstgeschiedenis is helaas nogal westers georiënteerd, wellicht dat het daarom een geringe aantrekkingskracht heeft op studenten met een Surinaamse achtergrond; ze zijn op één hand te tellen. En dat is een gemis, want wie duidt dan de tijd en plaats van de vele Surinaamse kunstschatten die we zijn tegengekomen vanuit een niet-westers perspectief? Door de bundeling van de Surinaamse kunstschatten, de Parbode-lezer niet onbekend, maar ook door lezingen en les te geven over Surinaamse kunstschatten, probeert Bart deze lacune te doorbreken.

Mijn eigen les begon direct toen we de vliegtuigtrap afgedaald waren en zowat botsten op het beeld ‘De beroving van Mama Sranang’ van Jhunry Udenhout. In bruinrood gevlamd mahoniehout, het Carrara-marmer van de tropen, is hier een worsteling weergegeven, waarvan de betekenis zich moeilijk raden laat. De blik echter die de vrouw achter zich werpt, is hoopgevend (zie voor een uitgebreide omschrijving http://surinaamsekunstschatten. nl/2016/02/01/mama-sranang/).

Meer dan hoopgevend, fantastisch zelfs, was vervolgens de enorme collectie van beeldende kunst waaruit Bart een selectie mocht maken voor de tentoonstelling Treasure Hunt!. Hierbij werd geput uit werken van kunstenaars die door Readytex worden vertegenwoordigd, onder wie Kurt Nahar, die speciaal een installatie ontwierp voor deze tentoonstelling, Reinier Asmoredjo, Soeki en Sri Irodikromo, Kenneth Flijders, Sunil Puljhun, Kit-ling Tjon Pian Gi en ga zo maar door. Iedereen die weleens door de hele art gallery van Readytex is gelopen - ik bedoel dus inclusief alle bovenliggende etages - weet hoe veel werken hier verzameld zijn; het lijkt wel op het museum voor Surinaamse moderne kunst. Wat niet iedereen weet, is dat er ook nog eens een groot aantal werken zijn opgeslagen in het depot; een ware snoepwinkel voor de kunsthistoricus en kunstliefhebber. Het was hard werken om alle werken te aanschouwen, en om de tentoonstelling op tijd voor de opening gereed te hebben. Hierna startte de missie van kunsteducatie. De bezoekers van de drukbezochte opening van de tentoonstelling waren de eerste leerlingen: de ontwerpster van de indianen bij de ingang van hotel Torarica is Noni Lichtveld, de dochter van Albert Helman. Voor hen is dat nu geen geheim meer. Chandra van Binnendijk, die zo’n twintig jaar geleden met Paul Faber de tentoonstelling ‘20 jaar Surinaamse beeldende kunst’ in Amsterdam had georganiseerd, ontving op deze avond het eerste exemplaar van ‘50 Surinaamse kunstschatten’. Zij heeft Bart geïnspireerd wat Surinaamse kunst betreft, en was zo een van zijn ‘giants’.

De missie ging verder langs studenten van de Nola Hatterman Art Academy. Op een avond op dat instituut, ook toegankelijk voor algemeen belangstellenden, stond Bart naast een reproductie van ‘Op het terras’, een welbekend werk van Nola Hatterman. Hij stelde vervolgens de vraag of iemand wist waarom het gemaakt was. Het was toen even stil. Het is aannemelijk dat dit werk is gemaakt in opdracht van een bierbrouwerij. Toen Hatterman ongevraagd een zwarte man schilderde, was het snel gedaan met de samenwerking. Ook dit werk is niet in isolatie te zien; de relatie met ‘sapeurs’ en werk van Tamara de Lempicka is snel gelegd.

De meeste voldoening, want het meest aansluitend op zijn kunsteducatiemissie, gaf de ckv-les, Culturele en Kunstzinnige Vorming, die Bart als gastdocent mocht geven bij de NOS Scholengemeenschap. Kíjken, daar begint het mee, was de boodschap die hier werd meegegeven. In wisselwerking met Cynthia McLeod werd het verhaal achter Kwakoe prijsgegeven, het beeld van Jozef Klas. Het beeld werd onthuld door Jopie Pengel in 1963, ter herdenking aan 100 jaar afschaffing slavernij. Kwakoe is in veel West-Afrikaanse talen een naam voor jongens geboren op woensdag; de afschaffing van de slavernij was op een woensdag. Klas had het beeld eerst uit modder opgetrokken op zijn erf. Bart en ik hopen met deze kunsteducatiemissie de ogen te hebben geopend van een aantal mensen. Opdat we, met elkaar, vérder kunnen gaan kijken: tembe fu libi.