maandag, 21 maart 2016

Ganja, wiri, weed

Geschreven door  RAPPA

Zoals gedistilleerde dranken ons land binnenkwamen via de blanken, kwam ganja (Indische hennep, marihuana, cannabis sativa) via de BritsIndische immigranten. Die brachten dus niet alleen zaden van de karaila (sopropo), bhindi (oker), sem (bonen) en kohora (pompoen) mee. nu telen ze dat kruid tot in nederland met lampen op zolders, en de kwaliteit van die nederwiet is goed. Hier spelen we ook op dit vlak nog steeds ‘roomser dan de paus’; onze verouderde koloniale wetten verbieden ganja; dat is toch zo giftig! Het mooie is dat alleen de teelt van de vrouwelijke ganja-plant verboden is. Jarenlang heeft op de vensterbank van een van de bovenste ramen van het later in brand geschoten hoofdbureau van politie aan de Waterkant een grote mannelijke marihuana-potplant gestaan.

Vele immigranten rookten de gedroogde vrouwelijke ganja-toppen tijdens religieuze rituelen in een tjielem, een koehoorn waarvan de punt was weggezaagd. toen ik met lyceumvriend Chander naar z’n woning op boiti (platteland) ging, zag ik zijn grootvader en wat leeftijdsgenoten in de lege koestal achterop roken. ‘Wat roken ze?’ ‘Marihuana’, zei Chander doodleuk. ‘Kan niet’, zei ik. ‘Kom dan maar mee’, zei hij. In de stal vroeg Chander: ‘Nana, tu kontyi pi-ye hai?’ (Wat rookt u?) ‘Ganja’, bromde de opa en bood me spontaan de tjielem aan. Stoer doend nam ik een flinke stoot, waarna ik hoestend naar adem snakte, terwijl nana en z’n oude vrienden smakelijk lachten. Ik voelde m’n benen tintelen en m’n hoofd kwam los van m’n lijf. Giechelend zweefde ik met Chander terug naar het voorhuis, waar we muziek uit het psychedelische Beatlesalbum Sgt. Pepper’s draaiden en luidkeels over politiek geboefte en kolonialisme discussieerden.

In de koloniale tijd werden regelmatig immigranten gearresteerd en voor de rechter gebracht wegens het telen van marihuana. De tolk vertaalde voor de rechter: ‘Hij zegt dat hij het als pandit (geestelijke) plant, en rookt om over religie te filosoferen’. De koloniale magistraat, die thuis waarschijnlijk met cognac en sigaar de rechtspraak uitdiepte, zei: ‘Wat is dat voor geouwehoer? Drie maanden cel om daar over religie te gaan filosoferen.’ Vele oudere immigranten verboden daarom hun zonen om wat dan ook te roken. Alcohol mocht wel, dus schakelde de volgende generatie massaal over naar dit verslavende vergif, dat vooral binnen hun etnische groep in ons land door overmatig gebruik elk jaar ettelijke tientallen doodt in het verkeer, tijdens familie-vechtpartijen en door ziekten aan maag, lever en nieren.