maandag, 20 juni 2016

Unique (en) van alle markten thuis

Geschreven door  Theo Ruyter

Het best bewaarde geheim van Paramaribo. Zo mag je Theater Unique wel noemen, want de doorsnee inwoner van onze hoofdstad moet bij die naam diep nadenken en de toerist die toevallig in de Frederik Derbystraat belandt, gaat er gemakkelijk aan voorbij. Toch heeft het zich al tientallen jaren kunnen handhaven. Wat en vooral wie zit daarachter?

“Ik had het theater al in mijn droom gezien”, vertelt Stanley Ritfeld. Samen met Mike, zijn compagnon in filmzaken, ontvangt hij Parbode op het voorterras. Schuin achter Ritfeld, aan de muur, hangt een grote foto van een reünie in 2010 van meer dan tweehonderd mensen met dezelfde achternaam.

Hij vertelt over een bezoek aan Salvador de Bahia in 1978, waar hij met zijn vriend Ro Bakker enkele theaters bezocht. In het ene werd hij getroffen door de combinatie van een capoeirashow met een restaurant (voor in de pauze), in het andere door de vorm van een amfitheater (rond of ovaal, met oplopende bankenrijen).

Zoiets wilde hij ook. Had hij dan verstand van bouwkunde of zoiets? Hij grinnikt: “Welnee, ik heb twee linkerhanden. Maar ik had veel gereisd en ik dacht aan de opkomst van het toerisme. In zo’n theater zouden we kunnen laten zien wat Suriname aan cultuur te bieden heeft.”

En hij beschikte over een terrein, van zijn grootouders. Weliswaar met een paar huizen erop, maar daar zou hij wel iets op verzinnen. Zo begon het avontuur van zijn leven.

Het ontwerpen van een amfitheater, waaraan zijn broer Roy een grote bijdrage leverde en waarvoor ook nog een ingenieur van buiten werd aangetrokken, duurde ruim een jaar. Vervolgens was de bouw met eigen middelen (want geldschieters stonden niet bepaald te springen) ternauwernood begonnen, of de tweede maand van 1980 brak aan.

Ritfeld: “Echt alles werd on hold gezet. We hadden geen enkele ervaring met coups. Maar uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat het leven gewoon doorgaat. Dus waarom wij niet? En een geluk bij een ongeluk was dat Ro, de man die verstand had van metaal, hier om de hoek woonde. Zo konden we ondanks de avondklok gewoon doorwerken.”

Vanaf het begin heeft Ritfeld gestreefd naar een multifunctioneel gebouw, omdat hij wel inzag dat shows en dergelijke een te smalle basis zouden vormen voor een gezonde exploitatie. De bouw duurde tot eind 1982, maar toen de opening in zicht kwam, gooiden de politieke moorden van december roet in het eten.

Enkele maanden lang was het enige lichtpuntje het succes van de party’s die er al plaatsvonden, want gezien de avondklok konden de feestgangers pas de volgende morgen weer de straat op. In mei 1983 ging eindelijk de zaak officieel van start.

In de eerste jaren was Theater Unique alleen ‘s avonds open, want Ritfeld had toen nog een gewone baan, bij de IBM. En op grond van die betrekking kon hij toch een bescheiden lening afsluiten bij een bank in de stad. In 1987 zei hij met een golden handshake zijn baas vaarwel en zette hij een volgende stap: een snackbar vóór het nieuwe gebouw, aan de straatkant.

Op die manier is Ritfeld inmiddels al meer dan drie decennia volop bezig: bij de snackbar kwam een terras, eerst in de open lucht en later overdekt, gevolgd door een achterterras en een zaaltje voor twintig personen boven de snackbar. De meest recente uitbreiding was de Bamboo Lounge, in combinatie met twee appartementen. Daarmee is voorlopig de kous af en wordt het tijd om wat meer aan de weg te timmeren. De mogelijkheden zijn immers legio. Ritfeld: “Als ik tien mensen op een rij zet met de vraag wat je met Unique zou kunnen of willen doen, krijg ik tien verschillende antwoorden.”

Maar hij is wars van mensen die alleen maar ideeën hebben en geen energie of doorzettingsvermogen om die uit te voeren en gaande te houden. Bij voorkeur laat hij een bepaalde activiteit geheel aan een ander over, zoals in het geval van Mike. Een immigrant uit Nederland die ervaring had met filmhuizen en een flinke dvdcollectie bij zich had, toen hij enkele jaren geleden bij hem aanklopte.

Mike heeft zich voorgenomen het Surinaamse publiek ten minste drie keer per maand te trakteren op ‘wereldcinema’. Vanwege de kwaliteit en de ondertiteling koopt hij meestal dvd’s van films die al uit de roulatie zijn. Maar als het zo uitkomt – het prijsverschil is vaak groot – scoort hij ook kopieën van films die nog furore maken in de bioscoop. Zijn grootste klapper tot nu toe was de Franse film Intouchables, die vijf keer is vertoond. Maar hij draait er niet omheen dat zijn ‘vaste kern’ vooralsnog niet veel groter is dan een man – beter gezegd vrouw – of twintig. Maar die krijgen dan ook waar voor hun geld.