maandag, 22 augustus 2016

Die mensen

Geschreven door  Karin Lachmising

Bij het tankstation vroeg hij me 5 SRD, voor een brood. Een beetje vreemd, want hoezo moet ik extra betalen voor tanken? Ik had me vergist. Het rode jasje leek inderdaad op het jasje van de pompbedienden, maar die waren allang vertrokken. Het tankstation was op zelfservice overgegaan. Zelf uitstappen, betalen en vervolgens tanken. Maar de pseudopompbediende had alles al gedaan. ‘Vijf SRD?’ ‘Ja, voor een brood’ zei hij met rood doorlopen ogen. Ik gaf het geld, brood of geen brood; de man had werk verricht. Ik betaalde hem daarvoor, ook al had ik het niet van hem gevraagd. In deze tijden gaan we daar niet over zeuren.

Toen ik het later aan iemand vertelde, reageerde die geschrokken: ‘Je moet oppassen voor die mensen’. Er zijn veel ‘die mensen’: ‘Die mensen’ met die borden op straat, ‘die mensen’ die dit over ons heen laten komen en nu zelfs ook ‘die crisis’. Als ‘die mensen’ vervolgens eerlijk zijn, heb je geluk. Basis-sociale handelingen zijn geluk geworden en pech is een feit. Bijna zou je wat extra’s geven aan de vriendelijke persoon achter het loket, of de aardige mevrouw die je een prettige dag toewenst.

Laatst kreeg ik bijna de neiging om iemand te trakteren op een portie eten. Ik wachtte op mijn kleingeld, toen twee andere wachtende klanten vriendelijk groetten terwijl ze in gesprek waren met elkaar. Ze spraken uitbundig genoeg voor eenieder om mee te genieten. ‘Ik heb zo veel cassave geplant, niets is zo lekker als verse cassave, even opkoken, bakken in olie, je kan het zo opeten. Als ze uitkomen, boi.’ Ik glimlachte. ‘U bent het met me eens toch?’ vroeg ze vervolgens aan mij. ‘Eenvoudig, zonder pranpran, maar erg lekker’.

Sociaal zijn is eenvoudig, belangeloos en dus zonder pranpran. Het werd een gezellig praatje, die middag in de winkel. Niet over de toestand van het land, noch over de moeilijkheden die dagelijks op ons afkomen. Deze ervaring herinnert je weer eraan dat samenzijn een sociaal gebeuren is. Ik geef mezelf dan even die pingi in mijn arm, het kneepje dat deze ontmoetingen echt zijn, dat er ook nog ‘die’ mensen zijn.