Spijt

Spijt (17)

maandag, 21 december 2015 13:19

De verkeerde beslissing

Geschreven door

Debby (33)

“ik zou de klok graag willen terugdraaien, als dat had gekund. ik ben een alleenstaande dame die een goede baan en een relatie heeft opgegeven voor de politiek. nadat ik de middelbare school in 2000 had afgerond, ben ik in 2004 gaan werken bij een bekend particulier bedrijf in suriname. ik werkte daar zes jaar op de afdeling interne controle. Dit was de eerste geschikte baan die ik kon vinden na vier jaar intensief solliciteren.

Het was erg moeilijk geweest om werk te krijgen. ik had het overal geprobeerd, zowel bij de overheid als in de particuliere sector. Op een zaterdag in februari 2004 kwam ik in de stad een oud-medestudente tegen. Zij vertelde mij dat het particuliere bedrijf in kwestie dringend naar mensen zocht. ik heb direct de maandag erna heel vroeg mijn brief ingeleverd en de volgende dag werd ik al gebeld om te komen voor een sollicitatiegesprek. ik mocht op woensdag beginnen met werken, met een startsalaris van vijftienhonderd srd per maand.

Doordat ik hard werkte, kreeg ik al snel promotie en andere toeslagen. ik was geliefd bij de directeur, maar dat viel niet in goede aarde bij mijn collega’s. Het werd moeilijk voor mij; ik werd tegengewerkt bij het uitvoeren van mijn werk. Maar nadat er een bespreking was gehouden over de onrust op de afdeling, werd de werksfeer hersteld. Het werken was weer prettig; we konden goed met elkaar optrekken en samen uitgaan buiten werkuren werd een ware hobby.

in 2009 besloot ik mij actief te gaan bezighouden met de politiek. Dat was het begin van de verkeerde beslissingen in mijn leven. ik kreeg van een van mijn collega’s een formulier om in te vullen voor het verkrijgen van mijn lidmaatschap. Zo werd ik lid, en ik was direct heel actief binnen de partij. alle vergaderingen woonde ik bij, ook als het bestuur naar andere districten ging. ik begon mijn gezin en mijn baan te verwaarlozen.

Mijn partner begon te klagen, maar ondanks zijn geklaag, veranderde ik niets aan mijn doen en laten. Ook mijn twee dochters zag ik minder, omdat ik vaak na het werk direct doorging naar vergaderingen. Mijn partner zocht overal naar hulp. Hij ging zelfs naar de voorzitter van de partij om zijn beklag te doen. Dit was echter water naar de zee dragen, want de voorzitter was juist blij met zo’n actief lid als ik. na een jaar volhouden, hakte mijn partner de knoop door en besloot hij mij te verlaten. Ook werd ik ontslagen op mijn werk, waar ik inmiddels al het salaris had van 3.850 srd netto per maand. ik bleef dus achter zonder baan en zonder partner.

Vandaag de dag, vijftien jaar later, werk ik bij de overheid als administratieve kracht met een salaris van vijftienhonderd srd. ik laat mij nooit meer zo misbruiken binnen een politieke partij en bemoei me dus ook niet meer met de politiek. ik ben nu een alleenstaande moeder met twee kinderen. Mijn ex-man heeft een heel mooi leven opgebouwd met een andere dame, met wie hij ook een dochtertje heeft. De directeur van mijn vorige werkgever wil niets meer van mij horen. spijt komt altijd te laat.”

vrijdag, 20 november 2015 14:59

Heimwee naar Bakkie

Geschreven door

“ik was vijf jaar toen ik met mijn ouders, broers en zussen begin 1975 naar Nederland vertrok. Zoals zoveel Javaanse Surinamers, uit angst voor wat er na de aanstaande onafhankelijkheid zou gebeuren. Mijn vader en moeder waren van Bakkie, in Commewijne; daar hebben ze hun hele leven gewoond en daar ben ik ook geboren. onderwijs had mijn vader niet genoten, hij kon niet eens lezen en schrijven. Maar we hadden het goed daar, hij leefde van de visvangst en samen met mijn moeder plantte hij groenten. Hun producten verkochten ze aan bezoekers van Bakkie, soms brachten ze wat naar de markt in de stad.

toen ik vier was, verhuisden we naar Paramaribo; mijn vader kon daar een baantje krijgen als wachter. Hij was toen al bijna vijftig en sukkelde met zijn gezondheid. Weer een jaar later emigreerden we dus naar Nederland. We kwamen in Hoogezand-Sappemeer terecht, daar gingen heel veel Javanen heen die uit Bakkie kwamen. Die werden vooral in een flat van tien verdiepingen gestopt aan de Donker Curtiusstraat, die in de volksmond tot ‘de Bakkieflat’ werd omgedoopt. De overgang kon niet groter zijn: met mijn ouders, twee oudere broers en twee zussen moesten we ons opeens zien te redden op zeven hoog, in een ruimte van nog geen vijftig vierkante meter. ik kan mij niet zoveel herinneren van die tijd. Maar wat ik wel weet, is dat vooral mijn moeder doodongelukkig was. Moet je je voorstellen: je hele leven heb je in een warm, paradijselijk land gewoond en opeens word je weggestopt in een kil land waarvan je de taal nauwelijks kent en waar je niets omhanden hebt.

Mijn vader was ook niet happy, maar dat sprak hij nooit uit. over Bakkie heeft hij nooit meer gesproken. Hij kreeg een baantje achter de lopende band in een fabriek een paar kilometer verderop en knutselde wat in zijn vrije tijd. ’s Avonds kwamen vaak andere Javanen van Bakkie over de vloer om te kaarten en tori te praten. Mijn vader overleed al in 1986, ik was toen zestien. eigenlijk had mijn moeder toen naar Suriname terug moeten gaan, dan zou ze nog enkele gelukkige jaren hebben gehad. Maar ze wilde bij haar kinderen blijven die, zoals ze mijn vader had beloofd, hun studie in Nederland moesten afmaken. Bovendien hadden we het geld niet voor de overtocht.

ik nam mij voor om als ik wat ouder was en een baan zou hebben, een ticket voor haar te kopen zodat ze in ieder geval nog een keer in Bakkie kon gaan kijken. in 1996 was het zover en maakten we plannen. Maar toen werd ze ziek, en nog geen drie maanden later stierf ze aan de gevolgen van kanker. Pas tien jaar later had ik zelf de moed om naar Suriname te reizen en Bakkie te bezoeken. ik was geschokt door het verval van het dorp, vrijwel alle bewoners waren weggetrokken. van mijn ouderlijk huis kon ik niets terugvinden, dat was verzwolgen door Moeder Natuur. Achteraf was ik dus blij dat mijn moeder dat niet heeft gezien, het zou haar hart hebben gebroken. Aan de andere kant heb ik er nog steeds spijt van dat ik als zoon haar diepgekoesterde wens niet in vervulling heb kunnen laten gaan.”

woensdag, 21 oktober 2015 11:28

Overschaduwd geluk

Geschreven door

“Ik heb er heel bewust voor gekozen om vrijgezel te blijven in mijn leven. Dat kwam vooral door mijn ouders, die hadden een rothuwelijk. Mijn vader was alcoholist, sloeg mijn moeder vrijwel dagelijks en had overal schatjes, mijn moeder raakte daardoor verbitterd en was diep ongelukkig. Ik kan mij geen prettig moment uit mijn jeugd thuis herinneren. Dus als kind had ik mij al voorgenomen om geen relatie aan te gaan - ik was denk ik dertien - en dat voornemen werd later alleen maar gesterkt door de ongelukkige liefdes van vriendinnen die ik van dichtbij meemaakte.

Kinderen krijgen, leek mij ook niets, ik ben niet zo’n moederkloek. Dus daar had ik ook geen man voor nodig. Ik wilde mij storten op mijn carrière, door het leven gaan als een zelfstandige vrouw die niemand nodig had, en al helemaal geen man. Natuurlijk had ik wel behoeften, dus ik had van tijd tot tijd een soort van vriendje. Maar dat duurde nooit langer dan een paar weken, hooguit een paar maanden. Dan was ik het opeens zat en maakte er een einde aan. Dat deed ik, achteraf gezien, af en toe best wel op een botte manier. Zo van: ‘Het is leuk geweest, maar ik wil dat je nu vertrekt, ik kan je gezicht niet meer zien!’ Nu denk ik dat het wel tactischer had gekund. Maar ik heb door alleen te blijven eigenlijk alles bereikt wat ik mij als kind al had voorgenomen: een leuke baan, een eigen huis, veel reizen en vooral zelfstandigheid.

Maar nu ik ouder ben, begin ik mij toch af te vragen of ik wel de juiste keuze heb gemaakt. Ik ben inmiddels twee jaar met pensioen en mis daardoor veel sociale contacten die ik via mijn werk had. Veel vrienden zijn in de loop der jaren vertrokken naar het buitenland, of het contact is gewoon verwaterd. Anderen zijn dood. Dus ik zie het kringetje om mij heen waar ik goed en veel contact mee heb, steeds kleiner worden. Ik maak mij nu zorgen over de toekomst. Wie is er over tien jaar nog over? Heb ik dan nog wel vrienden? familie heb ik nauwelijks en ik heb er al tientallen jaren geen contact mee gehad, dus ik ben echt op anderen aangewezen.

Stel dat mijn gezondheid minder wordt, wat dan? Op wie kan ik dan rekenen? Het is een nachtmerrie-scenario dat ik in een bejaardenhuis terecht kom met alleen maar oudjes die hun kinderen regelmatig op bezoek krijgen, terwijl ik daar moederziel alleen zit weg te kwijnen. Dan spring ik liever van de brug.

Begrijp mij goed: ik ben nu gelukkig nog gezond, maar ik begin wel steeds meer te twijfelen. Ik heb nog niet echt spijt van het levenspad dat ik heb bewandeld, maar ik ben bang dat dit wel gaat komen. En dat overschaduwt mijn geluk. Soms denk ik ‘moet ik op mijn oude dag toch nog een man zoeken om de laatste jaren van mijn leven niet alleen te hoeven zijn’, maar die gedachte zet ik snel weer van mij af. Ik vrees dat ik zo’n relatie niet aankan, het zou ook niet eerlijk zijn naar die man toe. Want dan kies ik eigenlijk niet voor hem, maar voor het vermijden van eenzaamheid. Nou ja, ik moet het allemaal maar op mij af laten komen en er het beste van hopen.”

maandag, 21 september 2015 13:42

Miskend talent

Geschreven door

Glenn (35)

“Ik heb, al zeg ik het zelf, een enorm muzikaal talent. Als kind trommelde ik al ritmisch op alles wat er maar te trommelen viel, en toen ik tien jaar was, kon ik best behoorlijk blokfluit spelen. Later kreeg ik van een oom een saxofoon en kocht ik zelf een gitaar. Het bespelen van die instrumenten had ik in een mum van tijd onder de knie, zonder ook maar een les gevolgd te hebben. Dus ik ben een echte autodidact, het zit gewoon in mijn genen. De een kan goed voetballen, ik heb het muziek maken in mijn bloed. Het is mijn passie.

Dus voor mij stond al heel snel vast dat ik later naar het conservatorium in Nederland wilde. Ik was twaalf of dertien jaar toen ik die keuze had gemaakt. Maar mijn ouders, en mijn vader in het bijzonder, vonden dat een idioot idee en hebben het tegengehouden. ‘Daar kun je toch geen geld mee verdienen’, zei mijn vader altijd. op eigen kracht kon ik niet in Nederland studeren, daar had ik het geld niet voor. Na de middelbare school ben ik toen maar bij lanti gaan werken. Mijn vader is zijn hele leven lantiman geweest en heeft mij aan een baantje geholpen. Je weet hoe dat gaat. ‘Dan heb je tenminste echte zekerheid’, vond hij.

Mijn werk vond ik vanaf de eerste dag niets aan. Er was en is niet eens echt werk, ik zit dag in dag uit met zo’n tien collega’s in een troosteloze ruimte te wachten totdat het drie uur is om naar huis te gaan. En dat al bijna vijftien jaar lang! Echt vreselijk. Mijn liefde voor de muziek is gebleven, ik heb inmiddels zelfs een drumstel en een piano thuis staan. Als ik muziek maak, vergeet ik mijn rottige werk. Maar steeds weer zijn er de frustraties dat ik niet kon gaan studeren aan het conservatorium om van mijn hobby mijn werk te maken. Ik neem dat mijn ouders nog steeds enorm kwalijk. Mijn vader is al overleden, maar ik heb het er nog wel eens over gehad met mijn moeder. Die dan zei dat vaders wil wet was en zij daar ook niets tegenin kon brengen. Als ik dan zeg dat ze mijn talent miskend hebben, haalt ze haar schouders op.

Misschien had ik destijds meer mijn best moeten doen om mijn zin door te drijven en geld bij elkaar te krijgen. Maar mijn vader zou mij dan zeker alle hoeken van de kamer hebben laten zien, want hij was geen gemakkelijke man. financieel zou ik nu wel in staat zijn om alsnog naar het conservatorium te gaan, maar daarvoor ben ik eigenlijk al te oud. En ik heb inmiddels een gezin, dus het is een bijna onmogelijke stap om dat te moeten achterlaten.

Het gaat zoals het gaat in het leven, zegt mijn moeder altijd. En ze heeft gelijk. En dus blijft muziek slechts een hobby. Ik ga zo veel mogelijk naar jamsessions om die hobby uit te oefenen, dan ga ik helemaal uit mijn dak. Maar ja, dat blijft een schrale troost.”

vrijdag, 21 augustus 2015 20:28

De verliefde schoonmoeder

Geschreven door

Sergio (42)

“Als ik van tevoren had geweten dat dit vijf jaar later nog aan mijn geweten zou knagen, had ik het nooit gedaan. Ik ontmoette Mercelien in 2003, tijdens een avondje chillen in ’t Vat. Na een maand kregen we een intieme relatie, die we het eerste halfjaar geheim hielden voor haar moeder. Mercelien woonde alleen met haar moeder, haar vader zat in Nederland. Maar nadat we onze relatie eenmaal kenbaar hadden gemaakt, zat ik elke dag thuis bij Mercelien. Als enig kind was de band tussen Mercelien en haar moeder heel close. Ze waren naast moeder en dochter ook elkaars beste vriendinnen en gingen samen regelmatig wandelen. ook ik raakte erg gehecht aan mijn schoonmoeder. Zij werkte destijds als hoofd van een afdeling bij een particulier bedrijf.

Vier jaar later merkte ik dat mijn schoonmoeder steeds meer aandacht voor me had. Ze deelde alles met me en gaf mij altijd het beste deel. Ze koos ook altijd mijn kant wanneer Mercelien en ik wrijving hadden. Mijn vriendin vond dit normaal en maakte zich niet druk. Ik proefde daarentegen op dat moment al dat er meer achter zat, en dat mijn schoonmoeder meer voor mij voelde dan enkel de band als schoonzoon. Het werd me eigenlijk steeds duidelijker dat mijn schoonmoeder verliefd op me was geworden, maar ik durfde mijn vermoedens niet te delen met Mercelien. Ik wilde de speciale band tussen moeder en dochter niet verstoren.

Mijn liefde voor Mercelien groeide met de dag. Ze was heel lief voor mij en ik deed mijn best dat ook voor haar te zijn. In alle relaties komt wel eens een woordenwisseling voor, en dat was ook zo bij ons. Maar we maakten het altijd binnen vijf minuten weer goed.

Mijn schoonmoeder werd echter met de dag erger in het uiten van haar gevoelens naar mij. In het weekend logeerde ik meestal daar, en wanneer ik stond te douchen, zocht ze altijd excuses om te gluren.

Op aandringen van Mercelien ben ik op een gegeven moment bij hen ingetrokken. Ik was bezig met de bouw van mijn huis, maar dat ging niet zo snel zoals ik had gehoopt. Bij mijn ouders thuis kon ik mijn draai niet echt meer vinden, omdat het daar steeds drukker werd vanwege gezinsuitbreiding. Ik wist wel dat ik problemen zou hebben met mijn schoonmoeder, maar ik had als het ware geen andere keus. Een huurhuis was op dat moment geen optie.

Ik vergeet nooit meer die bewuste zaterdagavond. Mercelien was op stap met vriendinnen. Mijn schoonmoeder kwam de kamer binnen en begon te vertellen over haar problemen met haar man, en haar gevoelens voor mij. Ik kreeg medelijden met haar, omdat mijn schoonvader maar twee keer per jaar naar Suriname kwam. Voordat ik iets kon zeggen, lagen we in elkaars armen. De affaire ging nog zeker een jaar zo door. Altijd wanneer Mercelien niet thuis was. In 2010 kon ik het niet meer aan en heb ik achter beide relaties een punt gezet. Dat is nu precies vijf jaar geleden. Ik heb een ander leven opgebouwd met mijn huidige vrouw, maar het verleden achtervolgt mij nog steeds."

dinsdag, 21 juli 2015 09:29

Rood-wit-blauw

Geschreven door

Elma (58)

“Bijna dertig jaar geleden hakten mijn man en ik de knoop door: we zouden verhuizen naar Suriname, het geboorteland van mijn man. Hij had sinds zijn studiejaren in Nederland gewoond, maar had altijd de wens om terug te keren. Onze twee kinderen waren nog jong, dus ik vond het ook een goed moment om het avontuur aan te gaan. Ik was al drie keer in Suriname op vakantie geweest en voelde mij er heerlijk. Ik vond het wel vervelend om mijn familie achter te laten, maar daar zou ik wel aan wennen, zei ik tegen mijzelf.

Mijn man vond direct een baan in Suriname, en ik bleef thuis, bracht de kinderen naar school en dat soort dingen. Het was een moeilijke tijd: de militairen hadden het nog voor het zeggen en economisch ging het heel slecht. Lege schappen in de winkels en een gierende inflatie. Maar in het begin vond ik alles geweldig. We woonden in een mooi huis aan de rand van Paramaribo, met een grote tuin vol vruchtenbomen, en mijn familie stuurde van tijd tot tijd een pakket met spullen die we hier echt niet konden krijgen. Maar ik miste Nederland meer dan ik had verwacht, ik had echt heimwee. Ik noemde dit het ‘rood-wit-blauw-met-oranje-wimpelgemis’. Vooral de Hollandse gezelligheid, die typische feesten zoals Koninginnedag en Sinterklaas. Ik wilde daar echter niet aan toegeven, ook omdat mijn kinderen het echt vreselijk naar hun zin hadden. Maar mijn man begon zich al snel anders te gedragen. In Nederland was hij een keurige huisvader die veel tijd besteedde aan mij en de kinderen, hier werd dat langzaam maar zeker minder. Hij kwam steeds later thuis, volgens eigen zeggen omdat het druk was op het werk. Na een jaar ontdekte ik bij toeval dat hij een buitenvrouw had. Het was het klassieke verhaal begreep ik later: Surinaamse mannen die zich in Nederland keurig gedragen, maar zodra ze terug zijn in hun eigen land, een scheve schaats gaan rijden.

Van de ene op de andere dag werd ik met de kinderen het huis uitgezet. Ik kon gelukkig bij kennissen terecht, maar ik was radeloos. Ik had geen werk, geen geld… Achteraf was dat het goede moment geweest om terug te gaan naar Nederland, mijn familie was bereid om de tickets te betalen. Maar ik wilde mij niet laten kennen, wilde mijn man laten zien dat ik het ook zonder hem zou redden. Gelukkig hielp mijn familie in Nederland met geld, zodat we een huisje konden huren. Al snel vond ik een baan bij een groot bedrijf, zodat we op eigen benen stonden.

Maar al die jaren is steeds het gevoel blijven hangen dat ik in Nederland misschien beter af was geweest. Weliswaar heb ik het samen met mijn kinderen, die inmiddels zijn afgestudeerd en een eigen gezin hebben, wonderwel gerooid, maar toch… Nu kan ik niet meer weg; de kinderen en kleinkinderen zijn allemaal hier, en ik zou op mijn leeftijd in Nederland geen werk meer kunnen vinden. Maar vooral tijdens de hoogtijdagen in Nederland knaagt het aan mij. En iedere keer als ik over het Onafhankelijkheidsplein fiets en het rood-wit-blauw van de Nederlandse vlag zie, voel ik de tranen van heimwee opborrelen.”

vrijdag, 19 juni 2015 14:42

Alleen maar vraagtekens

Geschreven door

Radha (37) 

“Ik ben bijna zestien jaar met Radjen getrouwd geweest, totdat ik er op harde wijze achter kwam dat hij niet de man bleek te zijn die ik dacht te kennen. We hebben elkaar ontmoet toen we op de mulo zaten. We zijn daarna contact blijven houden, en uiteindelijk is de vonk tussen ons overgeslagen en in het huwelijksbootje gestapt. Een jaar later werd onze dochter geboren, Shanta, drie jaar later kregen we een zoon, Viresh.

We hadden het best wel goed. Radjen was een echte hosselaar, reed taxi en pakte allerlei klusjes aan, vooral in de bouw. Kort nadat onze zoon werd geboren, benik weer als onderwijzeres aan het werk gegaan. Een voorbeeldgezin waren we. Ik merkte een jaar of vijf geleden wel dat Radjen zich wat anders ging gedragen. Niet vervelend of zo, gewoon wat stiller werd, mij iets minder aandacht gaf. Ik dacht dat het erbij hoorde als je al zo lang met elkaar bent. Maar eigenlijk hadden toen de vraagtekens al moeten komen. Ook het gedrag van Shanta veranderde rond diezelfde periode, ik gooide dat op de pubertijd. Ze werd steeds opstandiger, bijna onhandelbaar. Het meest vreemde was dat ze niet meer met haar vader mee wilde als hij ergens naar toe ging. Even wandelen in de stad, samen een broodje kopen: ze verzette zich bijna als ik aandrong. Terwijl ze vroeger niet kon wachten tot hij haar meenam.

Ruim een jaar geleden kwam de aap uit de mouw, toen de politie voor de poort stond om Radjen op te halen. Een paar dagen eerder had hij geprobeerd zijn veertienjarige nichtje, een dochter van zijn zusje, te verkrachten. Ik wilde het niet geloven! Ik heb een scène gemaakt, de politieagenten uitgescholden dat mijn Radjen zoiets nooit zou doen. Maar hij bekende al dezelfde dag, er was een getuige en voldoende bewijs. Mijn wereld stortte in en opeens realiseerde ik mij dat het wel eens niet alleen bij zijn nichtje kon zijn gebleven. Ik ben met Shanta gaan praten en al snel kwam de vreselijke waarheid naar boven: sinds haar twaalfde, dus drie jaar lang, was ze door hem misbruikt. Soms meerdere malen in de week, altijd als ik niet thuis was. Uit angst voor haar vader, die had gedreigd haar dood te rammelen als ze het tegen iemand zou zeggen, durfde ze haar geheim met niemand te delen.

Hoe heeft dit ooit kunnen gebeuren? Waarom heb ik het niet doorgehad, terwijl het in mijn eigen huis gebeurde? Ik ben als onderwijskracht nota bene getraind om misbruik en mishandeling bij kinderen te herkennen! Waarom heb ik de signalen die ik al jaren kreeg, en die er ook zeker waren, niet opgepikt? Achteraf is het natuurlijk makkelijk praten, maar als ik alles bij elkaar had opgeteld had ik toch moeten weten dat er iets niet klopte? Vragen, vragen, vragen... Maar de antwoorden vind ik niet.

Ik voel mij echt vreselijk schuldig naar Shanta toe. Ik was er niet voor haar als moeder. En nu ook niet meer; ze is kort na het gebeuren uit huis geplaatst en heeft deskundige begeleiding gekregen. Maar ze zal nooit meer de oude Shanta worden, haar leven is eigenlijk verwoest. Ik ben haar dus ook kwijtgeraakt, en daar ben ik mede verantwoordelijk voor. Dat doet mij nog het meeste pijn.”

woensdag, 20 mei 2015 21:38

Zwarte zondag

Geschreven door

Romano (35) - “Het is inmiddels meer dan twintig jaar geleden, het was een zondag in september 1994. Een zwarte zondag! Ik was veertien, mijn broertje Kevin net twaalf. We hadden het best goed thuis, iedere vakantie gingen we zelfs naar het buitenland. Vaak naar Nederland om familie op te zoeken, soms naar Curaçao of Aruba. Maar dat jaar wilde mijn vader ‘op vakantie in eigen land’. Hij was dol op het binnenland, maar daar was het lange tijd niet veilig door de militaire dictatuur en de Binnenlandse Oorlog. Dus hij was er al bijna vijftien jaar niet geweest. Maar nu was de tijd rijp, zei hij. En hij wilde ons, mijn moeder, Kevin en mij, laten zien waarom hij zo van het binnenland hield.

Mijn moeder had er eigenlijk helemaal geen zin in. In een hangmat slapen vond ze maar niks, ze hield van luxe. Maar uiteindelijk stemde ze toch toe, vooral om mijn vader een plezier te doen. Hij beloofde haar met Kerst weer naar Nederland te gaan. We trokken dagenlang van dorp naar dorp aan de Boven-Suriname. Kevin en ik vonden het geweldig; nu zagen we met eigen ogen wat we alleen van filmbeelden kenden en op school leerden. Ook maakten we veel vriendjes.

Na ruim een week besloten we een paar dagen in Nieuw-Aurora te blijven. Daar hadden ze huisjes met bedden, vlakbij was een wilde sula. De hele dag speelden Kevin en ik met de dorpskinderen en we zwommen veel in de rivier. Kevin was doodsbang voor de sula, daar durfde hij niet in. Ik riep steeds dat hij een meitie was. Uiteindelijk wist ik hem toch over te halen. We sprongen van rots naar rots, maar dat ging al snel helemaal mis: Kevin gleed uit, sloeg met zijn hoofd tegen een rotsblok en werd meegesleurd door het woeste water. Ik had gelijk door dat het ernstig was en ben achter hem aan gesprongen. Maar het water was zo wild, dat ik zelf bijna verdronk. Met moeite kon ik weer op de oever komen, Kevin zag ik niet meer.

Inmiddels waren de andere kinderen gaan gillen, waardoor de mensen van het dorp kwamen aanrennen, ook mijn ouders. Iedereen ging stroomafwaarts op zoek naar Kevin. Pas vier uur later werd zijn lichaam ruim een kilometer verderop uit het water gehaald. De dagen daarna heb ik in een roes geleefd, daar weet ik niet zoveel meer van. Ik was echt in shock, voelde mij verantwoordelijk voor de dood van mijn broertje; ik had hem immers overgehaald om de sula in te gaan. Mijn ouders hebben het mij nooit verweten, zij vonden het al erg genoeg voor mij. Het ergste vond ik het verdriet dat zij hadden, hun leven was verwoest.

De dood van Kevin is uiteindelijk zelfs de ondergang van mijn vader geworden. Hij verweet zichzelf dat hij, ondanks de bezwaren van mijn moeder, de binnenlandse vakantie had doorgedrukt. En dat het dus daardoor met Kevin is gebeurd. Hoe vaak heb ik hem niet horen zeggen dat als we naar Nederland op vakantie waren gegaan, zoals mijn moeder wilde, Kevin nog geleefd zou hebben? Mijn moeder zweeg altijd als hij dat zei, ik denk dat ze het diep in haar hart hem ook kwalijk nam. Vijf jaar later is mijn vader plotseling overleden, volgens iedereen aan een gebroken hart. Dus dat heb ik ook nog op mijn geweten.”

maandag, 20 april 2015 14:32

Wat als...?

Geschreven door

Naomi (27) - “Ik was zestien en zat op de muloschool toen ik Randy leerde kennen. Hij zat niet bij mij op school, want hij was al een stuk ouder. Na school ging ik altijd met mijn vriendin met de bus naar huis. De school lag in hartje stad, dus we konden altijd eenvoudig een bus vinden om thuis te komen. Vaak genoeg gingen we eerst een beetje slenteren in de stad zoals velen dat deden. Soms liepen we gewoon wat rond of we gingen een ijsje eten bij McDonald’s. Daar heb ik Randy leren kennen, hij was daar met zijn schoolvrienden lol aan het trappen. Ik zag hem steeds naar me kijken en had gelijk door dat hij me leuk vond.

Toen hij zag dat we opstonden om te vertrekken, liep hij achter ons aan en vroeg of hij mee mocht lopen. Toevallig moest hij ook naar de bushalte, en onze lijnbussen stonden vlak bij elkaar. Vanaf die dag was het heel gewoon dat we op elkaar wachtten om samen nog even een babbeltje te maken. Op een dag vroeg hij of ik niet met hem mee wilde naar zijn huis. Hij was alleen thuis, want zijn moeder was tot ‘s middags aan het werk. Hij woonde alleen met haar, zijn vader was al sinds zijn zevende niet meer in beeld.

We keken eerst een tijdje naar televisie en hadden de grootste lol. Hij was heel erg lief. Op een gegeven moment gingen wij naar zijn kamer en begonnen te zoenen. Ik was nog maagd en wist niet zo goed wat ik moest doen. Ik kon merken dat Randy dit al eerder had gedaan, het ging allemaal zo snel. Uiteindelijk hadden wij seks en ik dacht helemaal niet aan een condoom. Maar toen ik na een maand mijn menstruatie niet kreeg, was ik direct in paniek. Toen ik het Randy vertelde, riep hij gelijk dat ik het weg moest laten halen. Want hoe zouden wij een baby verzorgen? We hadden geen geld, we moesten de school afmaken. Ik zat in de derde klas, ik moest nog maar een jaartje. En daarna moest ik echt verder studeren. Nee, ik kon de baby zeker niet houden van hem.

Na het gesprek met hem wist ik het ook zeker. Ik zou het laten weghalen. Hij zou alles regelen, ook de betaling. We hadden het aan niemand anders verteld. Die avond, nadat ik het Randy verteld had, begon ik even in de andere richting te denken. Hoe zou het zijn als... En toen kreeg ik mijn twijfels. Ik wist dat ik nog veel te jong was voor een baby, maar er is toch altijd wel een oplossing? Toen ik dit aan Randy vertelde, werd hij boos. Hij zei dat ik onze hele toekomst zou verpesten als ik dit kind zou baren. Aan de ene kant had hij gelijk en ik stemde toe, maar ik had dat gevoel nog steeds. Na de abortus heb ik Randy niet meer gecontact. Ik kon het emotioneel niet aan om hem in mijn buurt te hebben. Tot de dag van vandaag heb ik nog dat gevoel. Wat als ik het niet had gedaan? Ik had zeker wel een oplossing gevonden om de school nog af te maken na de geboorte van mijn kind. Nu moet ik leven met dat gevoel, ‘wat als...?’”

donderdag, 26 maart 2015 21:27

Grote bek

Geschreven door

“Toen ik zestien jaar was, ben ik van huis weggelopen en niet meer teruggekomen. De relatie met mijn ouders was zo slecht, dat ik geen seconde langer bij hen wilde blijven. Ze zijn strenggelovige moslims en wilden dat ik me aan allerlei regels hield. Maar ik kon me er echt niet aan houden. Ik was een koppige, losgeslagen puber die hield van zijn vrijheid. Ik heb het leven van mijn ouders erg moeilijk gemaakt door alles te doen waarin ik zin had. Zo stal ik de auto van mijn vader meerdere keren en op een dag heeft hij aangifte gedaan. Toen werd ik opgepakt door de politie. Daarna kreeg ik nog een maand straf thuis.

Mijn vader mishandelde me soms zo erg dat ik striemen had. Hij voelde zich machteloos, omdat ik nooit luisterde. Het werd zo erg, dat ik uiteindelijk kwaad uit huis ging om een eigen leven op te bouwen. Ik dacht dat ik het wel alleen kon. Vrijheid blijheid. Maar dit liep natuurlijk zwaar uit de hand.

De vrijheid gaf mij zo veel mogelijkheden dat ik helemaal los ging, en ik verwaarloosde mezelf enorm. Mijn moeder stopte mij stiekem geld toe, maar dat ging grotendeels naar de huur van mijn kamer. En voor de rest ging het vooral naar alcohol, wiet, hasj en cocaïne. Daardoor at ik soms dagenlang alleen brood. En ik ging met allerlei vrouwen naar bed. Ik kwam er ten slotte achter dat het stoer lijkt om een grote bek tegen je ouders te hebben, maar als een instabiele jongen van zestien kon ik echt niet zelfstandig zijn. Na ongeveer drie jaar kreeg ik mezelf weer onder controle, en op mijn negentiende had ik toch een leuke baan gevonden en een vaste relatie.

Dit duurde ongeveer tien jaar, daarna ging het mis. Mijn vriendin ging vreemd en ik werd zó depressief dat ik opnieuw de verkeerde keuzes maakte. Ik verkocht binnen een paar weken het huis dat ik inmiddels van mijn oma had geërfd en vertrok voor een maand naar Brazilië. Daar heb ik enorm gefeest en met tientallen vrouwen seks gehad. Maar toen ik thuis kwam, had ik een lege portemonnee, geen huis en geen vrouw. Ik had ongelooflijk spijt, want ik stond weer bij het begin.

Dit is inmiddels jaren geleden, maar ik merk dat ik nu nog last heb van mijn keuzes in het verleden. Ik koos steeds voor de korte termijn, ontvluchtte situaties om het zo snel mogelijk te vergeten. Maar nu heb ik daar niks aan. Ik ben nu een man van veertig die zich soms nog steeds gedraagt als een zestienjarige. Dan denk ik: Amir, je bent geen puber meer. Je moet op deze leeftijd een huis, vrouw en kinderen hebben. Ik ben toe aan stabiliteit, alleen weet ik niet hoe ik dat kan bereiken. Ik ben constant in mijn oude patroon gevallen.

Als ik mijn leven opnieuw kon leven, had ik de tijd uitgezeten bij mijn ouders, totdat ik wat volwassener werd. Ik had die periode van verwaarlozing moeten voorkomen. Hierdoor heb ik een slechte basis gekregen en ben ik mijn huis kwijtgeraakt. Daarnaast had ik meer aan mijn moeder moeten denken. Zij was ontzettend verdrietig toen ik wegging. Ik koos steeds voor mezelf. Maar aan de andere kant: ik weet niet hoe het anders was gegaan. Alleen nu probeer ik wel jongeren te waarschuwen tegen naïviteit en losbandigheid. Want als ik naar mijn verleden kijk, vind ik het echt verschrikkelijk.”

Pagina 1 van 2