Bori Tori

Bori Tori (9)

vrijdag, 27 januari 2017 14:32

Bori Tori: Eggplant Friday

Geschreven door

Elke dag rond één uur liep Sven van school naar huis. Hij kwam dan langs een mooi oud huis. Het zesde huis in de straat. De buren hadden hem verteld dat er tot zes jaar geleden een vrouw woonde. Ze had haar man en hun kinderen, zes, vergiftigd. Volgens buurvrouw Shirley was ze na haar dood blijven rondzwerven. De toegang tot het licht werd haar ontzegd als straf voor haar daad. Hij lachte in zichzelf om het verhaal. Hij had al veel van dit soort spukutori’s gehoord in de paar jaar dat hij nu woonachtig en werkzaam als leraar was in Suriname. Zijn nuchtere Hollandse geest kon er niet zoveel mee. Aan het huis te zien was het van een familie met een lange en rijke geschiedenis. Misschien waren het kleurlingen geweest die ten tijde van de slavernij een redelijk luxe leventje hadden geleid? Of waren het bakra’s, zoals hij, die hun geluk hadden beproefd in Suriname? Hij zou eens een keer op onderzoek uitgaan, dacht hij bij zichzelf terwijl hij zijn straat inliep.

Ineens zat ze daar op de veranda van het verlaten huis in zijn straat. Op een witte schommelstoel. Haar kleurrijke bigi koto stak fel af tegen de verweerde gevel van het huis. Op haar schoot hield ze een koperen bekken vast. Het was afgedekt met een opgevouwen pangi waaronder een paar aubergines uitstaken. Hij had de kinderen in zijn klas horen praten over ‘bouwlangers’ en ‘boelansjee’. Aparte benamingen, maar hij kon er wel om lachen. Net als om het feit dat ze het in het Engels ‘eggplant’ noemden. Een plant waar eieren uitgroeiden? Hij vond aubergine wel lekker. Op zijn Italiaans of als tapenade met een toastje. Hmmm.                            Hij tikte tegen de rand van zijn denkbeeldige hoed, terwijl hij naar de dame in haar mooie koto knikte en goedemiddag zei. Ze keek hem niet aan toen ze heel lichtjes knikte. Er gingen zo een aantal weken voorbij. Elke dag als hij langsliep, zat ze daar voor zich uit te staren. Iedere keer begroette hij haar en steevast kwam er niet veel anders uit dan een nauwelijks zichtbaar knikje. Nooit maakte ze oogcontact.

Op een vrijdag besloot hij een praatje te maken en liep naar de poort. Toen hij die wilde openduwen stond ze op en liep het huis in. Sven knipperde met zijn ogen. Was ze nou gewoon door de deur gelopen? Hij liep verder richting het huis en klom het trappetje van de veranda op. “Hallo?” Er kwam geen antwoord.

Langzaam liep hij naar de voordeur en klopte aan. De deur ging krakend open. Het huis was donker en het rook er muf. Al het meubilair was afgedekt met witte doeken. In een hoek van de voorzaal zat ze in de schommelstoel, met haar rug naar hem toe. “Mevrouw?” Boem! Sven schrok en voelde zijn hart kloppen in zijn keel. Er was een aubergine uit haar koperen bekken gevallen en die rolde zijn richting op. Hij keek naar de paarse vrucht die vlak voor zijn voeten tot stilstand kwam. Raar... Toch bukte hij om het op te pakken.

Boem! Deze keer was het geen aubergine maar een klap op zijn achterhoofd. Voor hij boe of ba kon zeggen, zakte hij in elkaar op de grond. Moeizaam kroop hij richting de voordeur. Net toen hij die wilde opentrekken, werd het zwart voor zijn ogen.

“Sven! Sven!!!” Hij knipperde met zijn ogen.

“Gaat het? Wat deed je daar? Heb je haar gezien? Gelukkig liep ik net langs!”

Zijn buurvrouw Shirley zat naast hem gehurkt. Angstig keek ze om zich heen.

“Kom noh, sta op. Ik ben bang hier, hoor!”

Ze hielp hem overeind en samen liepen ze naar zijn appartement. Shirley stuurde hem naar de douche, maar pakte eerst de aubergine uit zijn handen. Ze zou het voor hem klaarmaken.

Toen Sven terugkwam in de keuken stond er een lekker bordje eten klaar op tafel. Shirley wenste hem smakelijk eten en ging weg. Hij genoot van het eten, waste daarna af en ging op de bank liggen om tv te kijken.

Hij hoorde een ritmisch gekraak in de verte. Op de tv was er sneeuw. Op de binnenvallende straatverlichting na was het vrij donker in huis. Hij was in slaap gevallen.

Sven wreef zijn ogen uit en wilde opstaan om naar zijn slaapkamer te gaan, toen hij achter zich weer het gekraak hoorde. Hij draaide zich om en zijn mond viel open van verbazing. Daar zat ze. Die vrouw in de bigi koto zat in haar schommelstoel, in zijn woonkamer.

“Mi gudu, heeft de boelansjee gesmaakt?” Ze lachte naar hem.

Het laatste wat Sven zag waren zwarte stompjes waar er tanden moesten zijn.

 

Krokante boulanger

Benodigdheden:

– 1 aubergine, in repen gesneden
– bloem
– 1 blik bier
– chilisaus
– olie om in te bakken

Bereidingswijze:

Maak een beslag van de bloem met bier. De dikte moet je zelf bepalen tijdens het mengen. Hoe dikker het beslag, hoe dikker het krokante jasje om de aubergine. maar als het te dik is, heb je kans dat het niet helemaal gaar wordt. Haal de repen aubergine door het beslag en bak goudbruin. Serveer met een scheutje chilisaus. Eet smakelijk!

vrijdag, 16 december 2016 10:06

Duizend Smaken van Terra

Geschreven door

Negen maanden had hij gereisd en eindelijk was het zover. Hij had veel over deze plek gehoord: Suriname! Er woonden verschillende soorten mensen uit alle hoeken van de wereld. De mensen waren vriendelijk en het eten was er heerlijk en divers. De mensen van waar hij vandaan kwam zeiden dat hij de ‘duizend smaken van Terra’ kon proeven in Suriname. Velen van zijn wereld kwamen naar dit kleine landje om het aardse te ervaren en vooral hun smaakpapillen te verwennen. Nu was het zijn beurt

Hij voelde hoe hij naar buiten werd geduwd door de ‘proppers’ die mensen in en uit de transportcocons duwden. Hij knipperde met zijn ogen. Een fel licht verblindde hem en hij was nat. Was hij wel op de juiste plek aangekomen? Hij probeerde iets vast te pakken, maar zijn armen en handen leken slechts willekeurige bewegingen te maken. Hij voelde iets langwerpigs en hield het vast. Hij hoorde stemmen die dichtbij klonken, maar ook ver weg. “O John, kijk, hij heeft je vinger vastgepakt”, zei een bekende stem. “Evelien, we hebben een mooie zoon. En kijk eens, hij is echt een zoon van zijn vader.” Hij voelde een zachte tik op zijn ‘tolwoh’, en tegelijkertijd klonk er een soort gebolder of gerommel om hem heen. “We noemen hem Arnold”, zei die zwaardere stem die hij vreemd genoeg ook kende.

Arnold? Arnold? Wat was dat voor iets? Zijn naam was L’i. L’iGorhie, geen Arnold. Hij begon te schreeuwen van boosheid en onmacht. Hij probeerde op te staan maar kon nergens heen. Wild sloeg hij met zijn armen en benen, of beter gezegd beentjes. Hij had korte beentjes! Hij begon nog harder te schreeuwen en om zich heen te slaan. “Ik heet L’iGorhie! Ik kom van een andere wereld: de planeet Woowoojo. Ik ben met een moleculaire transportcocon naar Terra gekomen om het kleine landje Suriname te bezoeken. We komen allemaal hierheen, omdat het eten er zo lekker is. Ik wil eten! Ik wil eten!” Hij keek die ‘libiswos’ aan, maar ze zeiden alleen maar vertroetelende woorden alsof hij een of andere pasgeboren Woowoojaan was.

“John, hoor hoe hard hij schreeuwt. Dat is toch een goed teken? Of heeft hij honger? Zal ik hem eten geven?” Evelien pakte de baby vast en schoof het naar de borst om die te voeden. “Kom Arnold, eet.” L’i wilde niet. Hij kreeg een deel van het lichaam van die ‘oemwoh’ in zijn mond en voelde iets warms in zijn mond stromen. Hij spuugde het uit en begon te schreeuwen en te duwen. Evelien raakte in paniek. John stelde haar gerust en zei dat hij de nene zou halen. Ze was een oude Javaanse vrouw met veel rimpels. Mensen zeiden dat ze bloemen at. En gebakken insecten. John hoopte alleen maar dat ze raad wist met Arnold. Hij haastte zich naar het achterbalkon en liep luid de naam van de oude vrouw die verderop woonde, in een bos dat op hun erf aansloot.

Nene Djojo kwam een uur later de kamer binnen. Met grote ogen keek ze naar het wezentje dat John in zijn armen vasthield. “Awoo, Woo, Joh”, mompelde ze liefkozend. “Lieeee, kom bij me.” Nene Djojo nam het kind over van John. Ze begon te praten met Arnold in een vreemde taal. Babytaal? John ging bij Evelien op bed zitten. Samen keken ze toe hoe Nene Djojo het kind kalmeerde. L’i lachte naar de nene. Voor hem was ze J’ubiThanha. Hij wist nog goed dat ze negen maanden geleden naast hem stond op het vertrekplatform. J’ubi had naar hem gezwaaid voor ze haar transportcocon instapte. Ze waren even oud. Ze hadden zelfs ‘poenwoh’ en ‘tolwoh’ verenigd. Maar hier op Terra was hij een speenvarkentje en zij een harde kip!

J’ubi fluisterde zachtjes in de oren van L’i. “We zullen elkaar weer zien op WooWoojo. Dan zijn we weer even oud. Ruimte en tijd werken hier anders dan bij ons. Maar ik zal op je wachten, milobwoh”. Ze draaide zich om naar het koppel. “Geen gewone baby. Gaat veel eten, gekke dingen. Geen baby van hier. Baby van daar.” Ze wees naar boven, draaide zich om liep de deur uit. Toen John haar enkele dagen later ging zoeken, was er geen spoor van haar, noch haar huis te bekennen.

Evelien zat op haar schommelstoel en keek naar Arnold. Hij was nu tien. Die herinnering aan zijn geboorte en de nene stonden in haar geheugen gegrift. Iedere keer was ze wel benieuwd naar zijn culinaire rariteiten. De ene keer wilde hij een ‘pomelet’, een gebakken ei met pom erdoor. Gisteren vroeg hij om grit’bana ijs! Alsof hij haar gedachten kon horen, draaide hij zich om. “Vandaag wil ik bruine bonen met oker eten!” Evelien zuchtte diep. “Tjee, poti mi, da hoe ga ik dat nou maken?"

Bruine bonen met oker
Benodigdheden

  • 1 blik bruine bonen
  • 6 kleine okers en 4 tenen knoflook
  • 1 ui en 2 takjes soepgroenten
  • 1 paprika en 3 stuks laurierblad
  • 1 halve borstfilet, in stukken gesneden
  • Nootmuskaat, gember en een peper
  • Zwarte peper en een eetlepel bouillonpoeder
  • Bruine suiker, 1 eetlepel

Bereiding
Bak de in zout, zwarte peper en nootmuskaat gemarineerde stukjes kipfilet goudbruin. Voeg de knoflook, gember en ui toe. Voeg en klein beetje water toe en roer goed om, zodat de smaken vermengen en weer loskomen. Voeg de helft van de gehakte soepgroente, de laurierblaadjes, alle lontai en de peper toe. Breng op smaak met bouillonpoeder. Laat dit even opkoken en voeg dan de bruine bonen toe. Breng dit lichtjes aan de kook en voeg de helft van de gehakte paprika toe. Breng indien nodig verder op smaak met verse nootmuskaat, bouillonpoeder en suiker. Voeg dan de rest van de soepgroenten en paprika toe, leg de okers bovenop de bruine bonen en laat zachtjes doorkoken. Voor het opscheppen even doorroeren zodat okers goed mengen met bruine bonen. Serveer met rijst en pittige piccalilly. Nyan switi!

donderdag, 17 november 2016 15:48

Bori Tori: De yoghurt van boer Lommerds

Geschreven door

Vanachter haar gordijn keek ze naar het weiland van de buren. Buurman Lommerds kwam net terug van zijn dagelijkse ronde. Zijn vette lichaam blubberde mee op het ritme van de kar die over de zandweg hobbelde. Boer Lommerds verkocht melk, yoghurt en kaas aan de bewoners van het zandweggetje, en aan de winkel op de hoek. Zijn yoghurt stond bekend als de zachtste en romigste van Paramaribo en omstreken. Maar hij verkocht niet aan haar, Lucretia. Sinds de dag dat ze hem had betrapt, had hij haar beschuldigd van laster. En haar pleidooi bij de buren haar te geloven, mocht niet baten.

Boer Lommerds was vroeger een knappe man, met donker haar en lichte ogen. Door het harde werken was zijn lichtbruine lichaam in topvorm. Gespierde armen, strakke buik en een lach... Zelfs nu nog, na alles wat gebeurd was, voelde ze haar hart een kleine sprong maken als ze terugdacht aan de rij witte tanden en die pretlichtjes in zijn ogen. Maar dat was toen. Nu was boer Lommerds een vadsige oude man die nooit meer lachte.

Ze ging zitten op haar schommelstoel. Prachtig houtsnijwerk, afgewerkt met koper. Iedere keer als ze erop ging zitten, werd ze emotioneel. Het was het laatste cadeau dat ze had gekregen van een man, van boer Lommerds. Of Karel, zoals zij hem kende. Jaren geleden vroeg hij haar eens om te gaan wandelen. Het was in de vooravond, de zon ging bijna onder. Ze liepen samen naar een kreekje, namen plaats op een bankje en babbelden wat. Zij vertelde dat het alleen wonen haar zwaar viel. “Ik ben ook alleen”, zei hij. “Misschien kunnen we elkaar gezelschap houden? Als je bij mij het huishouden komt doen, dan betaal ik je.” Ze knikte.

Sindsdien was ze dagelijks bij Karel. Ze waste, boende en kookte voor hem. Steeds vaker werd Karel rood als ze naar hem lachte. Het deed haar blozen. Een keer botsten ze tegen elkaar in het gangetje dat van zijn keuken naar de eetkamer leidde. Karel pakte haar beet, kuste haar, duwde haar meteen van zich af en stotterde iets dat op ‘sorry’ leek. Ze lachte, pakte zijn hand en keek hem diep in de ogen, terwijl ze hem zachtjes meetrok naar de slaapkamer.

Sinds die avond bleef ze steeds vaker slapen. Maar het viel haar op dat ze altijd alleen wakker werd. En soms werd ze wakker van rare geluiden. Alsof iemand bij het tandenpoetsen de borstel te diep naar achteren duwde. Toen hij een keer in de schuur bezig was, sloot hij snel de deur en liep haar tegemoet toen hij haar zag aankomen. “Nee, niet daar komen. Ik, uhm, heb er een verrassing voor je verstopt.” Het klonk als een ter plekke verzonnen smoes. Stomverbaasd was ze toen hij haar een week later verraste met een prachtige schommelstoel.

Toch was haar nieuwsgierigheid niet gestild. Ze kreeg eigenlijk steeds meer het gevoel dat er iets niet klopte. Altijd maar die rare geluiden uit de schuur die voor haar verboden terrein was. Op een dag was ze het zat en besloot op onderzoek uit te gaan. Ook nu hoorde ze weer de rare geluiden. Ze klom op een kratje, zodat ze door het hoge raam aan de zijkant van de schuur kon kijken. Ze werd ijskoud vanbinnen. Karel hing boven een van de melkkannen. ‘Yoghurt’ stond er met witte letters op. Daarnaast stond een tafeltje met allemaal halve lemmetjes.

Ze zag hoe hij met een pollepel wat melk dronk uit een kan. Vervolgens nam hij een half lemmetje en perste het sap in zijn mond. Zijn gezicht vervormde door de zure smaak, maar hij slikte alles in. Ze kon aan zijn gezicht zien wanneer het lemmetjesap zijn maag bereikt had. Hij begon te kokhalzen en begaf zich naar een melkkan. Hij stopte zijn vinger in zijn keel en leegde zijn maag in de melkkan. Bij de volgende kan herhaalde het proces zich. En zo ging hij rustig verder. Melk drinken, lemmetjesap, even wachten, uitbraken. Lucretia was vervuld van afschuw en begon ook te kokhalzen. Karel hoorde het geluid en draaide zich om. Zijn ogen speurden de schuur af tot hij recht in Lucretia’s ogen keek. “Lucretia?! Nee, nee, neeeeee...”

 

Spiesjes met in yoghurt gemarineerde kip

Benodigdheden:

Yoghurt

Kippenborstfilet

Knoflook

Ui

Grof gemalen zwarte peper

Zout

Nootmuskaat

Zwarte sesamzaadjes

Chinese pepers


Bereidingswijze:

Snijdt de borstfilet in blokjes. Doe de blokjes in een schaal en breng op smaak met wat zout, zwarte peper en een snufje nootmuskaat. Voeg vervolgens net zo veel yoghurt toe totdat alle stukjes kip bedekt zijn.

Hak drie tenen knoflook en een kleine ui in stukjes, en voeg dit toe aan het kip-yoghurtmengsel. Meng alles goed door elkaar, en plaats het in een afgesloten schaal in de koelkast, waar het ongeveer een uur moet marineren. Rijg daarna de kipblokjes aan satéstokjes. Leg ze op een platte, ingevette schaal en doe deze in een voorverwarmde oven op de middelste stand. De kip zal langzaam garen in een mengsel van yoghurt en het eigen vocht.  Van het overgebleven mengsel, dat bestaat uit yoghurt, fijngehakte ui en knoflook, kan een sausje worden gemaakt. Bak wat fijngehakte groene Chinese of Spaanse peper in wat boter en blus af met het yoghurt mengsel. Voeg eventueel wat meer yoghurt toe en breng het verder naar wens op smaak. Schenk over in een schaaltje en laat eventjes afkoelen. Serveer de kipspiesjes met lauwwarme saus, zwarte sesamzaadjes erover gestrooid, en geniet van de meest malse kip ooit.

donderdag, 20 oktober 2016 10:07

Het pompoenenmysterie

Geschreven door

Het begint al te schemeren wanneer tante Martha en oom John, twee pompoenen van plantage Babunhol, elkaar ontmoeten voor een crisisberaad. “Batman, Robin, een sexy verpleegster. Dit zijn enkele van de verschillende kostuums die straks op 31 oktober te verwachten zijn tijdens Halloween. Dit feest wordt voornamelijk in Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada gevierd. De kinderen gaan in de vooravond langs de verschillende huizen, waar zij luidkeels ‘trick or treat’ roepen. De bewoners geven de kinderen dan snoep”, fluistert oom John. “De huizen in de straten zijn, net als hoe wij hier in Suriname de woningen versieren tijdens kerst, versierd met Halloweendecoratie. De decoratie bestaat voornamelijk uit de traditionele uitgeholde pompoenen. We mogen als Surinaamse pompoenen van geluk spreken dat dit ons niet overkomt. Ook dit jaar moeten we onze overzeese families herdenken die op gruwelijke wijze - speciaal voor Halloween - worden uitgehold”, beredeneert hij verder.

“Dat kan toch niet!”, schreeuwt tante Martha emotioneel. “Pompoenen uithollen voor je eigen plezier? En het ergste van alles is dat ze ook een kaars in ze stoppen”, gilt zij tegen oom John. “Hoe komen ze aan zo’n verschrikkelijke traditie”, vraagt zij met tranen in haar ogen.

“Stil schatje, niet huilen”, probeert oom John haar te troosten. “Het komt vast goed met je familie in Amerika.”

De Surinaamse pompoen, bekend als de Ayote pompoen, is familie van de Amerikaanse reuzenpompoen waarvan jaarlijks de decoraties voor Halloween worden gemaakt. Dit vindt tante Martha helemaal niet leuk. Elk jaar wordt zij opgebeld door haar Amerikaanse familie, die voor de zekerheid afscheid neemt. De pompoenen vinden het vreselijk dat zij op deze wrede wijze uitgehold worden, puur voor het plezier van de mens. Pompoenen zijn helemaal niet bestemd om als decoratie gebruikt te worden. Zij moeten lekker klaargemaakt en gegeten worden. In pompoenen zit veel vitamine A, C en E, alsook foliumzuur en mineralen.

“In Suriname kennen ze onze voedingswaarden. Hier maken ze lekkere soep van ons, en pompoen moksi alesi met warme vis en agu tere, pannenkoeken, sap en lekkere koeken. Natuurlijk kan je de pompoen met zoutvlees niet vergeten. Surinamers weten wat lekker is!”

Natasja hoort het gesprek tussen haar oom en tante, en informeert bij Derrick of het waar is.

“Ja,” zegt Derrick, “dit wordt al sinds de 19e eeuw gevierd. Met een scherp voorwerp worden er ogen en monden gemaakt in de pompoenen, en met een lepel worden alle pitten en het vruchtvlees eruit gehaald.” “Wat! Meen je dat echt?”, schreeuwt Natasja verbijsterd. “Waarom komen de pompoenen dan niet in opstand? Kunnen wij ze helpen, zodat dit niet meer gebeurt?”

“Nou, ik denk niet dat het mogelijk is”, mompelt Derrick. “Dit is een eeuwenoude Angelsaksische traditie, ik geloof dat je daar jammer genoeg niets meer tegen kan doen.”

Maar sinds Natasja dit gehoord heeft, kan zij haar gedachten op niets anders brengen. Hoe angstig zullen die pompoenen zich voelen rond de Halloweenperiode. Er moet iets gedaan worden om ze te redden, dit kan zo niet doorgaan. Ze smeedt een complot om al deze pompoenen te redden. Dit plan zal zij later op de avond bespreken met tante Martha.

‘s Avonds komen alle pompoenen van de plantage bij elkaar om het plan van Natasja aan te horen. tante Martha heeft via Skype alle pompoenen in het buitenland gebeld; ook daar op het veld wordt aandachtig geluisterd naar de nerveuze stem van Natasja als zij haar plan ontvouwt.

“Jullie moeten weglopen”, roept Natasja. “Weglopen?!”, hoort ze de andere pompoenen verbaasd vragen. “Waar naartoe dan?”

“Jullie moeten holen maken die groot genoeg zijn voor eenieder en deze bedekken met bladeren, om zo niet gezien te worden.”

Dezelfde avond beginnen de pompoenen al met het maken van de holen. Alle pompoenen helpen mee: jonge, oude, kleine en grote. Wanneer zij klaar zijn met de holen, verstoppen zij zich erin en bedekken de holen met bladeren. De volgende ochtend staan alle boeren verbaasd te kijken naar hun pompoenvelden. Die zijn helemaal leeg! Waar zijn alle pompoenen naar toe? Die zijn toch niet zomaar in de avond meegenomen door iemand. ‘Het pompoenenmysterie’ wordt dit genoemd door CNN. In Ierland, het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten en Canada zijn alle pompoenen kort voor het Halloweenfestijn op mysterieuze wijze verdwenen. twee dagen na het feest zitten de pompoenvelden echter weer vol pompoenen. tot op heden verschuilen de pompoenen zich een week vóór het festijn en keren twee dagen daarna weer terug op de velden. Dit mysterie kan nog door niemand opgelost worden.

Pompoenpannenkoekjes

Benodigdheden

  • 1 pond pompoen
  • 1 ons rozijnen of krenten
  • een mespunt zout
  • 50 gram blom
  • 1 ei
  • suiker naar smaak 
  • vanille-essence of kaneel
  • boter of olie om te bakken 

Bereiding
De pompoen zacht koken en fijnwrijven of door een grote zeef halen, vermengen met ei, suiker, zout, blom, een smaakje en de gewassen en gedroogde rozijnen. Van dit beslag nette koekjes vormen en in een koekenpan in boter of olie gaar bakken. Ook kan na het bakken suiker en kaneel op de pannenkoekjes gestrooid worden.

woensdag, 21 september 2016 08:07

De koekjes van Mani

Geschreven door

Vroeger, toen de mensen de planten en dieren nog verstonden, was er aan de rand van het oerwoud een dorpje waar de Woyarokule woonden. Dit dorpje werd ‘Tapioca’ genoemd door deze inheemse stam. Er gebeurde niet veel bijzonders in dit dorp, de dorpsbewoners leefden vredig met elkaar als een grote familie. Tot er op een dag plotseling een onbekend meisje in het dorp verscheen. Niemand kende dit meisje, dat opviel doordat zij een zeer blanke huid had. Het meisje leefde een stil en bescheiden bestaan in haar nieuwe leefomgeving, zij was niemand tot last en leefde vreedzaam met de Woyarokule. Uiteindelijk namen de bewoners haar aan als hun eigen kind en noemden haar Mani.

Mani at nooit een stukje fruit of iets wat de jagers meenamen voor hun dorpelingen, toch groeide zij snel. Als de jagers pech hadden en met lege handen terugkeerden naar Tapioca, bakte Mani heerlijke koekjes voor haar dorpsgenoten. Daardoor leden de inwoners van het dorp geen honger. Niemand wist echter waarvan de koekjes van Mani gemaakt werden. Als zij koekjes had gebakken, zag zij er bleek en dun uit, en als de jagers meerdere dagen achter elkaar niets hadden gevangen, wankelde ze van zwakte.

Op een dag sloeg het noodlot toe in Tapioca. Een vreselijke aardbeving vernielde het land. De bodem trilde en beefde zo hard, dat de bomen in het oerwoud omvielen en de dieren verschrikt wegvluchtten. Na een paar dagen werd de aarde weer rustig. De dorpsbewoners waren gelukkig ongedeerd gebleven, maar niemand wilde meer op jacht gaan - uit angst. Maar het oerwoud was de belangrijkste bron van voedsel voor de stamgenoten, en nu zij daar niet meer kwamen, sloop zo de honger in Tapioca.

De dorpelingen dachten dat het niet veel zin had om het bos in te gaan om eten te zoeken. De dieren woonden niet meer in het oerwoud, en de vruchten hingen niet meer aan de bomen en planten. Het enige voedsel om de honger te stillen, waren de koekjes van Mani. Maar Mani werd steeds bleker en magerder. Na een maand kon ze nog maar nauwelijks op haar benen staan. Toch bleef zij haar dorpsgenoten voeden, tot zij op een avond zei: ‘Ik weet niet hoe lang ik nog de kracht heb jullie te voeden. Jullie moeten weer op jacht gaan en jullie geluk in het oerwoud beproeven. Als je met lege handen thuiskomt, mogen jullie mijn gasten zijn.’ Ze sloot haar ogen en de mensen uit het dorp lieten haar rusten.

De sjamaan van het dorp bad de hele nacht tot de geesten van de hemel om een goede jacht. Toen de zon langzaam opkwam, gingen de jagers meteen het oerwoud in. Deze missie bleek tevergeefs, en zij keerden terug zonder ook maar het kleinste wild te hebben gevangen of de kleinste vrucht te hebben geplukt. ’s Avonds klopten de hongerige Woyarokule weer bij Mani aan om haar om koekjes te vragen, maar haar hut was leeg. Daar waar het meisje had gelegen, groeide uit de gebarsten bodem een onbekende struik. ‘Mani is van ons heengegaan en haar ziel is veranderd’, fluisterden ze zachtjes. ‘We zullen de plant precies zo begieten als de graven van onze voorvaderen’, besloot de sjamaan langzaam en treurig, en hij deed als eerste water in de schaal.

De sjamaan had de plant nauwelijks water gegeven, of de bodem scheurde wijd open. Een prachtige witte wortel toonde zich aan de dorpsbewoners. De stam verzamelde zich heel dicht om de witte wortel heen, die precies leek op het lichaam van de goede Mani. ‘Al is Mani dan van ons weggegaan, ze leeft desondanks nog bij ons. Jullie zien, dat ze zich in een plant heeft veranderd, zodat we geen honger meer hoeven te lijden. Uit deze plant kunnen we het meel maken, waaruit Mani de koekjes bakte’, zei de sjamaan. En sinds deze tijd verbouwen de inheemsen op hun velden de planten, die ze de naam maniok hebben gegeven, nu beter bekend als cassave. Het recept voor cassavekoekjes is nog altijd populair in Suriname. Het is makkelijk te maken, en het kost niet veel tijd.

Cassavekoekjes

Ingrediënten:

  • 650 gram cassave (geraspt)
  • 200 ml kokoscreme
  • 1 ei
  • ¼ tl zout
  • 200 gram suiker
  • 1 el tapiocameel
  • 1 el gesmolten boter of plantaanrdige olie
  • evt. 1 zakje vanillesuiker

Verwarm de oven voor op 180 graden Celsius. Meng alle ingrediënten in een grote kom. Je hebt hier geen mixer voor nodig. Giet het beslag in een ingevet bakblik en bak dertig tot veertig minuten. De cassavekoek is gaar wanneer men er met een vork of cocktailprikker in steekt en deze er schoon uitkomt. Verhoog de temperatuur vervolgens naar 250 graden Celsius of zet de bovengrill aan en bak de koek nog vijf minuten totdat de bovenkant mooi is gekarameliseerd. Haal de koek uit de oven en laat goed afkoelen voordat deze wordt aangesneden.

maandag, 22 augustus 2016 10:10

Munga!

Geschreven door

‘Iweki noo?’, riep oma. Afi keek naar de tijd: zeven uur ‘s morgens. Buiten hoorde zij het gefluit van de vogels en het gekakel van de kippen. Elke grote vakantie ging zij bij oma in het dorp Nyun-Lombe logeren. Daar keek zij elk jaar weer naar uit, vooral omdat zij later kokkin wilde worden. En haar oma kon heel lekker koken; van haar leerde zij elke keer tijdens de vakantie weer nieuwe traditionele recepten klaarmaken. Hoewel oma al 87 jaar oud was, werkte zij elke dag hard. Ze gaf de kippen zelf te eten en maakte elke dag iets lekkers klaar voor de kinderen in het dorp. Voor oma had zij heel veel bewondering. Afi vroeg haar vaak waarom zij niet met hen in de stad kwam wonen. Er was genoeg plaats in huis, oma kon gewoon bij hen inwonen. ‘De stad is te druk en te duur’, gaf oma dan als antwoord.

Afi ging naar buiten om oma te helpen met de kippen. Ze nam een koba om de eieren die de avond daarvoor gelegd waren in te zetten; later zou zij een lekker broodje met gebakken ei eten. Na het ontbijt ging Afi nog even met oma naar de rivier om de vaat te wassen; oma hield ervan als alles in huis netjes was. Tijdens dit huishoudwerk vertelde Afi aan oma over het afgelopen schooljaar, de dingen die zij allemaal meegemaakt had. Hoe het leven in de stad nu duur geworden is, over de water- en stroomtarieven die verhoogd zijn. Ook de benzineprijzen zullen binnenkort verhoogd worden. Oma lachte en zei: ‘Hier heb ik dat probleem niet. Als ik water nodig heb, kom ik naar de rivier om vaat te wassen en om te baden. De bootsmannen zullen het wel voelen met de verhoging van de benzineprijzen, maar daar is weinig aan te doen.’

Opeens kwam er een klein meisje naar oma toegelopen. Ze onderbrak haar en vroeg of zij vandaag munga voor haar wilde klaar maken. ‘Munga?’ zei oma. “Mujëëi, sabi un mëni ten ata teei o?’ ‘Ja oma, dat weet ik, maar vandaag ben ik jarig en voor mijn jaardag wil ik graag munga eten. Gaantangi mi begi, oma’, zei het meisje met een heel lieve stem. ‘Is goed, wanneer ik klaar ben met afwassen, zal ik dan beginnen.’ ‘Kom laat mij u helpen oma’, zei het meisje. Zij riep haar vriendinnetjes om ook te komen helpen. Gezamenlijk liepen zij naar het huis van oma, waar zij met de voorbereidingen voor de munga begonnen.

Uit de tuin van oma werden alle ingrediënten gehaald: zoete aardappelen, rijst, pinda en kokosnoten. De mata werd uit de keuken van oma gehaald en gewassen, om de pinda en rijst fijn te stampen nadat het geroosterd was. Afi moest de rijst eerst in water zetten om te weken. Na enkele uren hard gewerkt te hebben aan de munga, was de cake eindelijk af. Afi ging samen met de meisjes langs de rivier zitten genieten van een lekker stuk munga.

De benodigdheden voor de munga zijn:
1 kilo pinda’s
2 kilo rijst (het liefst breukrijst)
1 kilo zoete patat
3 geraspte kokosnoten
water naar behoefte (tussen 10 en 50 ml)
mespuntje zout
nootmuskaat
suiker naar behoefte

Bereiding
De kokosnoten fijn raspen. De rijst goed wassen en vervolgens een uurtje in water laten weken, dan laten uitlekken. De pinda’s mooi bruin bakken. Vervolgens de pinda en rijst, net zoals Afi dat deed, samen fijnstampen in de mata. Voor het gemak kan het ook in een blender fijngemaakt worden. Wanneer je de pinda en rijst mooi fijngestampt hebt, ontstaat het munga-meel. Voordat we dat meel gebruiken, wordt het eerst gezeefd en in een kom gedaan. Nu gaan we de zoete patat schillen en zachtkoken. De zoete patat net als de rijst en pinda fijnmaken. Dit wordt dan toegevoegd aan het munga-meel, samen met de geraspte kokosnoot. Zorg er wel voor dat de kom waarin dit alles gedaan wordt, groot genoeg is om in te kunnen roeren. Dit mengsel wordt samen met wat water, suiker, zout en nootmuskaat op smaak gebracht. Dit alles wikkel je dan goed in een schoon bananenblad. Een pot met water op vuur zetten, en als het water kookt, worden de opgerolde bananenbladeren met munga-vulsel in het kokende water gezet. Het moet twee uur lang gekookt worden. Het munga-vulsel kan ook in de oven gebakken worden, zoals tegenwoordig wel gedaan wordt door de jongere generatie. Een precieze tijd hiervoor is er niet, omdat de rijst in dit vulsel eerst helemaal zacht moet zijn alvorens het klaar is. Dus het beste is om er steeds naar te kijken, totdat je merkt dat het helemaal gaar is.

woensdag, 20 juli 2016 09:52

Als een kip zonder kop

Geschreven door

Nooit stond haar mond stil. Jenny sprak altijd, vaak druk gebarend en met veel muzikaal talent in haar melodieuze zinnen. Als ze ergens binnenkwam, was het meestal direct gezellig. Maar toegegeven: er kwamen niet alleen positieve geluiden uit haar mond. Want als ze de nieuwtjes van die dag had doorgesproken, restte er niets dan roddel. Was er niets te melden, dan verzon ze wel wat. ‘Meisje, heb je Mildred gezien, met die nieuwe vlam van d’r? Wel, wat ik van hem heb gehoord, is niet mooi. Hij werkte bij De Vries toch? Nou, mijn nicht heeft een kennis, en die haar man vertelde…’ En vervolgens kwam er een beschuldiging die we hier niet durven te herhalen. Maar als Jenny de volgende dag niemand had om mee te praten, ging ze net zo makkelijk naar Mildred, om daar de gasten van de dag ervoor te bespreken.

Jenny had er geen last van. Waar ze wel last van had, was haar rug. Een stekende pijn, die doortrok naar haar tenen en elke dag erger werd, en waarover de neuroloog had gezegd dat ze geopereerd moest worden. Nou had Jenny al zoveel negatieve verhalen over ziekenhuizen en operaties verteld, dat ze echt niet van plan was er zelf te gaan liggen. En dus ging ze met een fles rum en een pak geld naar een lukuvrouw.

De lukuvrouw was van onduidelijke herkomst. Zelfs Jenny, die er toch oog voor had, kon niet met zekerheid zeggen tot welke etnische groep ze behoorde. Haar troebele ogen waren halfgesloten, en gingen na verloop van tijd zelfs helemaal dicht. Ze leek iets te neuriën.

ondertussen rookte ze een dikke sigaar, en blies de rook over Jenny heen. “Je spreekt lelijk over mensen, Jenny. Dat is niet goed. Het is een hebi die je moet kwijtraken. Dan gaat je rugpijn ook over. Ik wil dat je het volgende doet: slacht een van je kippen, en pluk de veren. Vervolgens ga je naar al die mensen over wie je slecht hebt gesproken, en je legt een veertje voor hun poort. Dan kom je weer bij mij terug.

Dat was nog een heel werk, want Jenny bleek over heel veel mensen gepraat te hebben. Ze had eigenlijk niet eens genoeg veertjes. Maar ze deed het zo goed en kwaad als ze kon, en keerde terug naar de lukuvrouw. Die zat deze keer buiten, op haar balkon, zonder sigaar.

“Jenny, wat je nu moet doen, is weer langs al die huizen gaan waar je een veertje voor de poort hebt gelegd, en ze stuk voor stuk oprapen en bij mij brengen.” Jenny werd boos. “Maar dat is toch onmogelijk”, riep ze. “Die veertjes waaien weg, en het gaat straks misschien zelfs regenen!”

De lukuvrouw deed voor het eerst haar ogen helemaal open, en keek Jenny doordringend aan. “En precies zo gaat het met de roddels die jij verspreidt. Je kunt ze niet meer terughalen, omdat ze alle kanten opwaaien.”

Met een schok realiseerde Jenny zich nu pas echt wat ze al die tijd gedaan had. Met gebogen hoofd en in diepe gedachten verzonken liep ze naar huis. Ze zat een uur lang zwijgend in de keuken, toen ze merkte dat haar mond toch wel erg moest wennen aan deze werkloze status. Gelukkig was daar nog die kip, die al geplukt was. En Jenny bedacht direct een nieuwe activiteit voor haar mond: lekker eten! Met dezelfde inventiviteit als bij de roddels ging ze aan de slag in de keuken. En daar waren haar vriendinnen ook blij mee.

Noord-Afrikaanse kip met vruchten

Ingrediënten:

  • 1 flinke kip, in stukken gekapt
  • 250 gram gedroogde vruchten, zonder pit (pruimen, abrikozen of Surinaamse vruchten)
  • 1 ui
  • 4 tenen knoflook
  • sap van 1/2 lemmetje 50 gram boter
  • 1 dl parwahoning
  • 75 gram amandelen
  • 2 tl koenjit
  • 1 tl ketoembar
  • 1 stukje kaneel
  • 1 rode peper
  • olie
  • evt. een eetlepel sesamzaadjes zout, peper, water.

Was de stukken kip met water, en wrijf ze in met zout, peper en wat lemmetjessap. Laat een half uurtje staan, en bak de stukken kip dan in een mengsel van olie en boter bijna goudbruin (het hoeft nog niet gaar te zijn). Voeg fijngesneden ui en vervolgens knoflook toe, en na een paar minuten ook de specerijen. Je kunt met die specerijen naar smaak variëren, bijvoorbeeld met gember of wat djira. Voeg water toe, zodat er voldoende is om de kip (op een laag vuur) in te stoven. Voeg na drie kwartier de gedroogde vruchten toe, en weer een kwartier later de honing. Leg de peper er bovenop. Laat het geheel vervolgens op zeer laag vuur nog een minuut of tien stoven. Bak ondertussen in een koekenpan met weinig olie de amandelen tot ze licht kleuren en doe ze in een bakje. Nu de sesamzaadjes, zonder weer olie in de pan te doen, in diezelfde pan kort roosteren. Strooi als laatste de noten en zaadjes over het gerecht. Serveer met rijst en groenten.

maandag, 20 juni 2016 13:03

De kip die weg wilde

Geschreven door

Soeradj gaapte, rekte zich uit en wreef over zijn te dikke buik. Het rommelde daarbinnen. Met enige moeite stond hij op uit zijn bed. Buiten werd het langzaam licht en hij hoorde de kippen scharrelen. ‘Mmm, gestoofde kip’, dacht hij, en likte zijn lippen al af bij de gedachte

“Moen”, riep hij zijn vrouw die al in de keuken stond. “Ik lust kip vanmiddag. Laat Vijay straks eentje uitzoeken!” Soeradj baadde snel en vertrok om te gaan werken. ontbijt sloeg hij altijd over, dan viel het eerste biertje straks lekkerder. En bovendien was het eten dan nóg smakelijker!

Kleine Vijay had natuurlijk alles gehoord. Soeradj was zijn opa van vaders kant. Sinds zijn ouders waren overleden, hadden zijn adja en adjie de zorg voor de kleine Vijay op zich genomen. Hij hield van ze, maar een van de kippen uitzoeken om op te eten… Het idee alleen al!

Vijay was een beetje anders dan andere kinderen. niet zozeer vanwege zijn uiterlijk, al was hij erg mager en had hij een nogal meisjesachtig gezicht. En ook niet omdat hij andere interesses had dan de meeste jongetjes uit zijn buurt. nee, Vijay was écht anders: hij kon met dieren praten. niet dat iemand dat geloofde, maar dat maakte hem niet uit.

Daar had je de ellende al: adjie riep hem vanuit de keuken. Met tegenzin liep hij naar haar toe. “Vijay, ga een kip voor adja uitzoeken. Dan gaan we iets lekkers voor hem klaarmaken!” Ze aaide de kleine jongen over zijn hoofd. Het was echt een lieve vrouw en Vijay durfde haar niet tegen te spreken, dus liep hij naar buiten.

“Vijay!” riepen de kippen en doksen blij. “Heb je wat lekkers bij je?” Hij schudde zijn hoofd. “Ik moet een van jullie uitkiezen om klaar te maken voor adja”, zei hij zacht. “Maar hoe kan ik nou kiezen?”

“Baap re baap,” riep een doks, “wat zeg je me nou?” Een dikke kip stapte naar voren. “Hoezo ‘kiezen’, je gaat ons toch niet echt laten doden? Wij, je beste vrienden, wij die altijd naar je luisteren als je ergens mee zit, wij die je tot rust brengen en troosten als je je ouders mist. Wij die altijd heerlijke eieren voor je leggen!” De kip keek hem boos en teleurgesteld aan.

“Maar wat moet ik dan zeggen tegen adjie? En adja gaat me vermoorden…” Vijay zat in een lastig parket. Een kleine kip met een mank pootje hipte nu naar voren. “Vergeet niet wie je vrienden waren in tijden van nood”, kakelde ze. “Denk na over wat je doet. Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook een ander niet.” Alle dieren keken nu verwijtend naar Vijay. “Babun tere na babun skin”, mompelde een oude zwarte kip, terwijl ze wegwaggelde.

De kippen hadden gelijk. Vijay sprong op en liep naar de omrastering. “Ga snel, vrienden”, zei hij terwijl hij het hek opendeed. “Loop, ren, maak dat je wegkomt, dhaure.” Met een hoop gefladder nam het gevogelte de benen. Vijay keek ze na. toen pakte hij een hoopje boulanger van het tafeltje bij de poort en liep weer naar binnen. Adjie moest vandaag maar iets maken zonder kip.
En dat deed ze.

Gevluchte kip (vegetarisch)

Benodigdheden:

  • 1 hoop boulanger (bij voorkeur veilig geteeld)
  • 1 grote groene paprika
  • 2 flinke tomaten
  • Een lepel masala, naar smaak meer of minder
  • Een theelepel komijnpoeder (djira)
  • 1 ui, fijngesneden
  • 6 tenen knoflook, fijngesneden
  • 2 bouillonblokjes of zout en peper naar smaak
  • Eventueel een gele peper

Een eenvoudige vegetarische schotel die verrassend lekker is. En: je mist de kip niet. Schil de boulanger niet, maar snijd ze in blokjes (wel de uiteinden verwijderen). om iets van de bittere smaak eruit te halen, kun je de blokjes in een vergiet leggen, ruim bestrooien met zout en een half uurtje laten inwerken. Het bittere vocht wordt dan door het zout eruit getrokken. Vervolgens wel heel goed afspoelen en laten drogen of droogdeppen met een schone doek. Maar gewoon direct bereiden is ook prima voor wie juist van de licht bittere smaak van de groente houdt.

ontvel de tomaten door er aan de onderkant met een mes een kruisje in te kerven en ze 10 tellen onder kokend water te dompelen. Dan laten schrikken in ijskoud water en het vel eraf trekken. Dit lukt alleen goed als de tomaten rijp zijn. Verwijder de zaadjes en snij in stukjes.

Doe ruim olie in de pan en fruit de ui erin. Als deze wat glazig is, de knoflook toevoegen en even later de masala en djira. Laat het specerijenmengsel al roerend een minuutje bakken op een laag vuur, het moet niet aanbranden. Voeg de fijngesneden tomaat toe, en dan de boulanger. Laat het stoven tot het iets zachter is, en breng vervolgens op smaak met de bouillonblokjes of zout en peper. Verwijder de zaadlijsten van de groene paprika, snijd deze in blokjes en voeg toe aan de schotel. naar smaak kan een gele peper op het geheel worden gelegd. Doe de deksel op de pan en laat even doorsudderen tot alles zacht en gaar is. Serveer met rijst.

woensdag, 18 mei 2016 14:20

De hongerige bakru

Geschreven door

“Boi toch niet écht , je gelooft in die dinges?” Ravi zuchtte. Soms had hij het idee dat zijn vriend in een andere wereld leefde. Bakru’s, een soort houtachtige bosgeesten uit de winti-religie...?

Maar Dylan bleef serieus kijken, een beetje bang zelfs. “Ik zég je, ik heb eentje gezien bij dat bruggetje bij Republiek. En niet ik alleen, Ryan was er ook bij. We zaten net te eten.”

“Luister Dylan, je bent universiteitsstudent! Je wordt wetenschapper. En je weet, wetenschappers zeggen dat bakru’s niet meer gemeld worden sinds er elektriciteit is in Suriname. Sinds de mensen gewoon kunnen zien wat er is, weten we dat het gewoon honden zijn die door de bosschages lopen, kinderen die zich verstoppen, maar geen spookmannetjes met grote hoofden.”

“Ravi, mi boi, ik ben niet gek toch! Niet omdat je niet weet wat iets is, is het er niet. ook mijn ouders hebben ooit eentje gezien, precies op diezelfde plek. Mijn vader heeft er zelfs een foto van gemaakt, maar die is zoekgeraakt.”

Nu kon Ravi zijn lachen echt niet meer inhouden. “Dus wat, het enige bewijs dat jullie hadden is zoekgeraakt? Come on. Weet je wat? Ik ga morgen naar die plek, met mijn hangmat en mijn telefoon, en ik ga er slapen. Zodra ik iets hoor of zie, maak ik een foto en app het naar je. Je gaat zien dat het niks bijzonders is.”

En zo geschiedde. Ravi pakte zijn bosuitrusting bij elkaar en vertrok de volgende middag naar de plantage. Hij maakte zijn kamp en verwarmde een klein beetje van al het eten dat zijn moeder had meegegeven. Het was een gigantische pot vol, want hij had tegen zijn ouders gelogen dat hij met een hele groep vrienden zou gaan. Hm, lekker! Hij at wat, nam nog een beetje, installeerde zich in zijn hangmat en ging naar de sterren liggen kijken.

Blijkbaar was hij ingedommeld, want hij werd wakker van een diep gezoem. Zag hij daar nou een licht over de bomen schieten? Hij schrok van een geluid in de struiken en ging snel rechtop zitten. Wat was dat? Daar stond iets. Een kind, althans, zo leek het. Maar dan wel eentje met een enorm waterhoofd… Ravi pakte voorzichtig zijn telefoon. Even later gilde hij, maar het geluid werd direct gesmoord. Daarna was het muisstil.

toen Ravi de volgende dag nog niet thuis was, sloegen zijn ouders alarm. Zijn vrienden, onder wie Dylan, kamden de hele omgeving af maar vonden geen spoor. Wel zagen ze zijn spullen her en der liggen: wat kleding, een hangmat, een gigantische maar volledig lege kookpot en uiteindelijk Ravi’s telefoon. Dylan zocht haastig in het apparaat; zou er iets op staan? De foto’s waren donker en wazig, slechts op de laatste was een vreemd figuurtje te zien. Klein, met een heel groot hoofd. Gewoon een kind dat ’s nachts in de bosjes speelde, zou Ravi gezegd hebben. Dylan wist wel beter.

Van Ravi werd overigens nooit meer iets vernomen.

bakru patu (kronto bana)

benodigdheden:
2 oude kokosnoten of 800 ml kokosmelk
1 pakje bakkeljauw
4 groene kookbananen
Paar takjes soepgroente (bladselderij)
Zout
Zwarte peper
1 gele peper (madame Jeanette)
Evt. wat olie, ui, knoflook en tomaat

De bakru heeft een bijzondere plaats in de winti-religie. Bovenaan staat Anana, de Schepper, en daaronder drie categorieën van entiteiten die Anana geschapen heeft: de yorka (vooroudergeesten), de winti (de natuurgeesten) en de bakru. In Suriname wordt over de bakru altijd gesproken als een dwerg met een groot hoofd, soms deels van hout. En dat is misschien wel de meest opvallende eigenschap van deze ‘bosgeest’: welk boek je ook openslaat, wie je er ook over spreekt; zijn uiterlijk wordt altijd omschreven. Van geen enkele (andere) winti vind je zo’n eenduidige beschrijving van het uiterlijk.

De oorsprong van de naam is terug te vinden in Ivoorkust, Ghana, togo, Benin en Nigeria; daar heet hij bakru of biakuru. Hij kwam met de slavernij mee uit West-Afrika, en diende bij de tot slaaf gemaakten als beschermer of boodschapper. Er wordt tegenwoordig wel onderscheid gemaakt tussen de goede bere-bakru en de slechte kartiki- of trusu-bakru. Die laatste kan worden gestuurd om anderen kwaad te doen.

Er kan veel van bakru’s gezegd worden, maar smaak hebben ze in elk geval wel; ze zijn dól op kronto bana! om te voorkomen dat u er ongemerkt een bakru bij uitnodigt, raden wij aan niemand te vertellen dat u het gerecht gaat bereiden en alle ingrediënten afzonderlijk bij een andere winkel te kopen. Sluit, voordat u begint met koken, alle ramen en deuren.

Week de bakkeljauw een nachtje in water of kook het twee keer uit om het overtollige zout eruit te krijgen. Verwijder alle velletjes en graatjes en pluis de vis in stukjes. Naar smaak kun je de bakkeljauw in olie opbakken met wat ui, knoflook en tomaat, maar dat hoeft niet.

Schil de bananen en snijd deze in grove stukken. Leg ze in een kookpot en overgiet de bananen met de kokosmelk. Voor meer smaak, maar ook aanzienlijk meer werk, kunt u ook zelf kokosnoten raspen en het sap eruit drukken. Vul het vocht eventueel aan met wat water, voeg de soepgroente, wat zout en zwarte peper en de gele peper toe en breng aan de kook. Laat het even doorkoken tot de kokosmelk tot de helft is verdampt. Voeg tot slot de bakkeljauw toe, en laat het geheel op een heel laag vuur nog even zachtjes doorkoken tot de banaan zacht is en de kokosmelk is ingedikt tot een dikke pap. Serveer met rijst. En – met het oog op de bakru’s - niet smakken!