Armand Snijders

Armand Snijders

donderdag, 15 januari 2015 00:00

Eindelijk een minimumloon

.

Op de goede weg met 4,29 srd

In de nacht van donderdag 28 op vrijdag 29 augustus van vorig jaar nam De Nationale Assemblee drie sociale wetten aan. Daarmee werd de weg vrijgemaakt voor het instellen van een nationale Basiszorgverzekering (die al per 1 juli 2013 gedeeltelijk was ingevoerd), een pensioenregeling én de invoering van een wettelijk minimumuurloon. Over dat laatste hebben politici en beleidsmakers decennia gedaan.

Ruim tien jaar geleden leek het er ook al op dat een minimumloon er eindelijk zou komen. Toen stelde toenmalig minister Clifford Marica van Arbeid, Technologische Ontwikkeling en Milieu (ATM) de Commissie Minimumloon in. Die moest vooral ‘loononderzoek’ verrichten aan de
hand waarvan met het bedrijfsleven en de vakbeweging in overleg zou worden getreden om de hoogte van het minimumloon vast te stellen. Maar zoals wel vaker kwamen de partijen er niet uit. Toenmalig voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken (en huidig vicepresident) Ameerali kwam namens het bedrijfsleven met een voorstel van twee srd per uur. Hij wilde waarschijnlijk ook zijn eigen personeel bij Djinipi aan de strakke loonleiband houden. Deze fooi vonden de meeste vakcentrales onacceptabel, waarna weer lange tijd niets gebeurde.

Pas nadat de regering-Bouterse aantrad, werden de plannen opnieuw serieus bekeken. Uitgegaan werd van een minimumloon van tussen de drie en vijf srd per uur. Dat vond een deel van het bedrijfsleven uiteraard belachelijk hoog, want ondernemers willen vaak wel verdienen maar geen geld uitgeven. En zeker hun werknemers niet doen toekomen waar ze recht op hebben. Besloten werd het Algemeen Bureau voor de Statistiek (ABS) een rekensom te laten maken. Dat becijferde dat een werknemer voor de minimale levensbehoeften
maandelijks 1.227,65 srd nodig heeft. Voor de vertaling naar een minimumuurloon werd uitgegaan van een zesdaagse werkweek van acht uur per dag.

Onvoorziene uitgaven
Toch schort er iets aan die berekening. Met enige goede wil kan je daar een gezin de hele maand van laten eten, de brandstof voor de brom van betalen en de kinderen naar school sturen, maar dan is de portemonnee aan het eind van de maand wel leeg. En dus blijft er niets meer over om de huur of hypotheek te betalen. Terwijl een goed dak boven het hoofd toch een van de minimale behoeften voor ieder mens is. En dan hebben we het nog niet eens over onvoorziene uitgaven, zoals reparaties aan een auto of vervanging van het gasfornuis. Waarom die uitgaven niet door het ABS zijn meeberekend, is onduidelijk.

Maar toch, er is een begin gemaakt door werkgevers te verplichten het personeel een minimale vergoeding te geven. Dat is al heel wat. Bovendien geldt voor winkelpersoneel dat zij 120 procent van het minimumloon uitbetaald moeten krijgen. Dat is prettig voor al die vrouwen en meisjes, vaak uit de volkswijken, die tot 1 januari minstens acht uur per dag moesten werken voor slechts dertig srd (3,75 srd per uur), daar hun busgeld nog van moesten betalen en bovendien niet de pech moesten hebben dat ze iets kapot lieten vallen. Want dat beschouwen veel winkeleigenaren niet als bedrijfsrisico; voor die schade draait de werknemer zelf op. Dan blijft er weinig over om de kinderen te eten te geven. Nu zijn de dames een stuk beter af met een uurloon van minimaal 5,14 srd per uur. Nog geen vetpot, maar wel beter dan het was.

Beter af
En nu al is bepaald dat het uurloon per 1 januari volgend jaar naar 5,22 srd gaat (voor winkelpersoneel 6,26 srd) en op 1 januari 2017 wordt het zelfs 6,14 srd (en 7,37). Dat begint ergens op te lijken. Voor werknemers in de horecasector en bij bewakingsbedrijven geldt zelfs dat zij 140 procent van het basisminimumloon krijgen, dus die zijn nog beter af.

Ons land heeft zich met de invoering van het minimumloon geschaard in de rij van veel andere landen in de wereld waar dat al veel langer bestaat. De verschillen zijn nog groot: Nederland hoort bijvoorbeeld tot de top met omgerekend 40,53 srd, maar in Indonesië kan een arbeider worden afgescheept met 0,80 srd (zie tabel). Dus vergeleken met de voormalige kolonisator komen we er maar bekaaid vanaf. Daar staat tegenover dat daar de kosten voor onder meer wonen en levensonderhoud vele malen hoger zijn. Maar vergelijk je het met Indonesië, dan kom je al snel tot de conclusie: ‘we hebben het hier zo slecht nog niet’.

donderdag, 15 januari 2015 00:00

Politieke prostitutie

Met de verkiezingen voor de deur, beleeft de politieke prostitutie hoogtijdagen. Zoals een motjo van de ene naar de andere man hobbelt om er zelf beter van te worden, zo verruilen opportunisten de ene partij voor de andere.

Het is geen ongebruikelijk verschijnsel dat politici en partijleden overstappen naar een andere partij. Dat gebeurt overal in de wereld, in de meeste gevallen omdat men zich niet meer kan terugvinden in de visie of het gevoerde beleid van de oude partij. Maar de massale uittocht die al tijden aan de gang is bij Surinaamse partijen, gaat ieder voorstellingsvermogen te boven. De overstappen zijn zelden ingegeven door politieke ideologieën; eigen belang en gewin geven vaak de doorslag. Zo dreigde de VHP enkele jaren geleden een kopstuk kwijt te raken aan de NDP, omdat de partij weigerde nog langer haar huishuur te betalen. Die beslissing werd teruggedraaid toen bleek dat de NDP dat wel wilde doen, in ruil voor de overstap van De Olifant naar Ocer.

Tegenwoordig weet vrijwel dagelijks wel een partij te melden dat ze ‘een grote vis’ of een ‘talentvolle jongere’ hebben afgesnoept van de ander. Ook als het bewuste lid bij het grote publiek nagenoeg onbekend is, wordt deze met veel tromgeroffel binnengehaald. Hilarisch was, tenminste voor de buitenstaander, de overstap eind oktober van Regillio Dors van de NDP naar Pertjajah Luhur. Dors verliet de NDP ‘verbitterd’ omdat jongeren binnen die partij geen stem zouden hebben. Gelukkig was daar Paul Somohardjo om hem op vaderlijke wijze te omarmen. Ruim twee weken later verdween Dors achter de tralies omdat hij iemand een tas met een halve kilo marihuana had meegegeven. Bouterse zal ongetwijfeld schuddebuikend van het lachen een paar flessen champagne hebben opengetrokken en leeggedronken.

Vooral tussen de NDP en VHP vliegen de leden over en weer. Maar voor de NDP zijn er nog meer kapers op de kust: nota bene coalitiegenoot ABOP trekt onder aanvoering van Ronnie Brunswijk hartgrondig in de districten aan aanhangers van paars, gebruikmakend van hun teleurstelling in Bouterse en ongetwijfeld zwaaiend met bankbiljetten. Stem op Brunswijk en alles zal beter worden. Dat de ABOP de meest visieloze partij van het land is, doet voor de overlopers kennelijk niet ter zake.

Want een andere vorm van politieke prostitutie is exclusief voorbehouden aan Brunswijk: het strooien en uitdelen van aanzienlijke sommen geld tijdens partijbijeenkomsten. Het zal wel een zwaktebod zijn, omdat ook hij beseft dat hij de kiezers niet met heldere ideeën en een klinkklare toekomstvisie over de streep kan trekken om op hem te stemmen. Simpelweg omdat hij die niet heeft.

Het is echter een kwalijke zaak waartegen opgetreden zou moeten worden, want het lijkt erg sterk op stemmen kopen. Daar kom je in veel andere landen als politicus niet mee weg. Nog erger is dat Brunswijk vooral geld geeft aan vrouwen, vaak meisjes nog, die pas geld krijgen als zij hun telefoonnummer aan hem geven. Dat ruikt toch wel heel sterk naar het aanzetten tot prostitutie. Het niveau van onze politici begint een dieper dieptepunt te bereiken dan iedereen voor mogelijk hield.

Van dit boek van John Wladimir Elskamp verscheen onlangs alweer de tiende druk. Een mooie aanleiding om het ter gelegenheid van deze jubileumuitgave weer even voor het voetlicht te halen. De eerste uitgave verscheen al in mei 2005. Sindsdien is dus gemiddeld een keer per jaar een nieuwe druk op de markt gebracht. Dat zou erop kunnen duiden dat het een echte bestseller is of dat er iedere keer een beperkte oplage wordt geprint.

Elskamp heeft een onderwijsachtergrond, maar besloot uiteindelijk beroepsmilitair te worden. Al tijdens de studiejaren begon hij met schrijven en werd daarbij, zo valt te lezen in het inleidende verhaal, aangemoedigd door zijn docent Rappa, die tevens eigenaar is van uitgeverij Ralicon. De samenwerking leidde tot verschillende boekjes, waaronder Roodborstje en Holland maakt mensen gek. Holland heeft ook takroe sani en andere verhalen bevat 22 verhalen die, anders dan de titel doet vermoeden, allemaal over Suriname gaan. Ze zijn stuk voor stuk vlot geschreven, vaak met een vleugje gepaste humor en boeiend genoeg om in één adem uit te lezen. Ieder verhaal wordt verteld door een ander personage. Zoals het titelverhaal over een bigiyari van oma Zuszo, die alles adoreert wat met Nederland te maken heeft. Maar ook een verhaal over een christelijke Creoolse jongen die bij een dede oso een oude liefde moet ontlopen.

Het boek is ‘geschikt voor lezers boven de 16 jaar’. Dat valt te begrijpen, want de meeste verhalen zijn doordrenkt van erotiek. Wat dat betreft heeft Elskamp een goede leermeester aan Rappa gehad. ‘Toen deed SB iets wat mij versteld deed staan. Zij knoopte haar blouse open en aangezien zij geen beha droeg, wezen haar stevige, puntige borsten naar mijn gezicht.
“Dan wil ik vandaag door jou ontmaagd worden.” Het mag gezegd worden dat ik daar wel zin in had, maar ik hield rekening met de leeftijd van het meisje.
SB zag mijn aarzeling.
“Wat is er John? Ben ik niet mooi genoeg? Of vind je mijn borsten te klein?”
“Nee dat niet. Je bent een van de mooiste meisjes van Suriname en jouw borsten zijn prima.”
“Wat is het dan?”
“Jij bent pas veertien.”
“Daaraan dacht je niet toen je mij op straat verveelde.”
“Wij hebben het daar al over gehad; het was als grap bedoeld.”
“O, je ziet mij dus als een grap.”
“SB, begin niet weer.”
“Jij houdt niet van mij.”
“Toch wel.”
“Jij hebt een andere.”
“Nee hoor.”’

Dit fragment kun je ‘typisch Surinaams’ noemen en zal al snel de indruk wekken dat het waar gebeurd is. Maar er staan ook minder voor de hand liggende verhalen in, zoals die van de hoofdpersoon die gedrogeerd met een travestiet naar bed gaat en daar uiteindelijk verliefd op wordt. Elskamp laat ook een andere kant van zichzelf zien met het korte stuk ‘Afscheid van Claus’ en zijn ‘Open brief aan kroonprins Willem-Alexander’ (waarin overigens een gepensioneerde van de TRIS voorspelt dat deze nooit koning zal worden omdat hij voor zijn moeder overlijdt; een beetje achterhaald dus). Al met al een heerlijk gevarieerd boekje, vooral prettig om ’s avonds in bed of ergens op boiti in de hangmat te lezen. Hou het wel buiten bereik van kinderen.

Holland heeft ook takroe sani en andere verhalen, John Wladimir Elskamp, 2014 (10e druk), Ralicon, ISBN 9991489126

Comments ()
maandag, 15 december 2014 00:00

Snotneus

A: ‘Des, wat heb je mij aangedaan?’
B: ‘Niet zo veel toch?’
A: ‘Noem het maar niet zo veel! Je hebt me voor lul laten staan ten overstaan van het hele volk door mij bevoegdheden te ontnemen en mijn toch al niet zo boeiende takenpakket uit te dunnen.’
B: ‘Ach joh, dat stelt toch niets voor? Ik vond het zelfs een onwaardige taak voor een veepee om zich met iedere benoeming van elke ambtenaar te moeten bemoeien. Ik heb je eigenlijk een plezier gedaan.’
A: ‘Nou, ik jubel van blijheid: in de media wordt gesteld dat ik onder curatele ben gesteld. In de Ware Tijd ben ik door die Iwan Bravo zelfs een ‘snotneus tweedeklas’ genoemd. Dat doet pijn.’
B: ‘Laat die media toch kletsen en die snotneus Bravo helemaal. Ze snappen er helemaal niks van.’
A: ‘Maar waarom heb je het gedaan dan?’
B: ‘Dat is toch helder? Ik moet er zeker van zijn dat er naar de verkiezingen toe geen ongeleide projectielen op Binnenlandse Zaken worden aangesteld. Dat zou ons overwinningsfeestje wel eens kunnen verpesten.’
A: ‘Je wilt dus gaan frauderen?’
B: ‘Ben je gek? Dan krijg ik OKB-Jenny op mijn dak en dat wil niemand! Waar het om gaat is dat ik wil voorkomen dat Brunsie op BiZa de kans krijgt om te gaan rommelen, ik vertrouw die ouwe terrorist voor geen millimeter.’
A: ‘Nou zeg, jullie zijn toch politieke vrienden, zoiets zal hij toch niet in zijn bolle hoofd halen?’
B: ‘We zijn geen vrienden, dat weet jij ook. We gedogen elkaar noodgedwongen omdat we allebei gek zijn op macht. Maar nu de verkiezingen aanstaande zijn, probeert hij mij op elk front een loer te draaien. In Wanica en andere districten probeert hij mijn kernen leeg te roven door ze van alles te beloven. En ze geloven hem ook nog op zijn donkerbruine ogen.’
A: ‘Tja, zo gaat dat in de politiek; voor je het weet, heb je een messteek in je rug.’
B: ‘Zoals Brunsie dat nu bij jou heeft gedaan, hij heeft je keihard laten vallen. Hij is pas een echte snotneus.’
A: ‘Dat was niet fijn nee. Waarschijnlijk had hij gedacht dat ik er de brui aan zou geven, maar dat heb ik lekker niet gedaan.’
B: ‘Waarom eigenlijk niet?’
A: ‘Boi, ik zit hier veel te lekker: niet te hard werken, mooi salaris, veel gratis etentjes… Wat wil een mens nog meer? Ik gruwel bij het idee dat ik weer achter de kopieermachines van Djinipi moet gaan staan.’
B: ‘Kan ik mij goed voorstellen ja. Wees in ieder geval blij dat je wat meer vrije tijd hebt nu je niet meer zoveel handtekeningen hoeft te zetten. Vooral met de aanstaande feestdagen erg handig.’
A: ‘Da’s wel weer zo. Ga jij nog wat leuks doen?’
B: ‘Hard werken! En vooral de verkiezingscampagne voorbereiden, zodat alles gladjes verloopt.’
A: ‘Die ga je toch op je sloffen winnen...’
B: ‘Denk je echt?’
A: ‘Natuurlijk, je hebt geen serieuze tegenstand. Binnen die bende van Front-superplus wil bijna iedereen president worden. Somo roept natuurlijk al een kwart eeuw dat hij dat wil terwijl hij geen schijn van kans maakt, maar nu ziet WaterBep zichzelf ook wel de baas worden. Om te gillen toch? Geloof me, dat blok bestaat op 25 mei alleen nog maar uit los zand met daarin een paar opportunistische snotneuzen.’
B: ‘Je vergeet Santokhi.’
A: ‘De grootste snotneus van allemaal: hij voert vooral campagne in Nederland. Ik heb gehoord dat hij er op mikt om de volgende koning van Holland te worden.’
B: ‘Ha ha, hij is al een echte Oranje-man en waarschijnlijk is zijn aanhang daar groter dan hier.’
A: ‘Laten we het hopen en daar op drinken!’
B: ‘Dat is een geweldig plan. Proost, fijne feestdagen en een fantastisch 2015!’
A: ‘Idem: proost, ook op alle snotneuzen!'

maandag, 15 december 2014 00:00

Een spannend jaar

We staan op de drempel van 2015. Het zal een gedenkwaardig jaar worden. Het is 35 jaar geleden dat de staatsgreep werd gepleegd, 125 jaar sinds de eerste Javaanse contractarbeiders voet op Surinaamse bodem zetten en veertig jaar Srefidensi. Maar bovenal zijn er op 25 mei verkiezingen. Vooral dat laatste zal het land op stelten zetten; het wordt één groot feest. De vraag is hoe groot achteraf de kater zal zijn.

Wie wint en wie verliest, zal op 25 mei nog niet duidelijk zijn. De echte strijd barst zoals gebruikelijk pas los na de stembusgang. Zonder schaamrood op hun kaken stappen partijen vanuit het ene samenwerkingsverband over naar het andere, ook al hebben ze voor de verkiezingen nog zó gezworen nooit meer met de tegenpartij aan tafel te zullen zitten. Hunkering naar macht doet vaak zogenaamde principes als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Het valt dus niet te voorspellen wie het volgend jaar uiteindelijk voor het zeggen krijgt. En ook niet of de president en vicepresident zullen behoren tot de partijen die een meerderheid in De Nationale Assemblee (DNA) weten te smeden. Mocht dat zo zijn, dan ontstaat er natuurlijk een onmogelijke situatie. Met dank aan ons vreemde kiesstelsel.

Sinterklaasgedrag
Maar voordat dit circus op volle toeren gaat draaien, moeten we eerst naar de stembus. En kunnen de kiezers volop genieten en profiteren van het Sinterklaasgedrag van veel politici, die de stemgerechtigden aan zich proberen te binden door het uitdelen van cadeautjes en soms zelfs geld. Trouwens, al maanden trekken de campagnekaravanen van verschillende politieke partijen door stad en vooral district om het volk wijs te maken dat alleen door op hen te stemmen, de poorten naar de hemel opengaan.

Sommige partijen doen dat met indrukwekkend opgetuigde wagens, liefst met daarop de kop van de belangrijkste partijtopper daarop afgebeeld. Zo toont de ABOP al rijdende Ronnie Brunswijk aan de medeweggebruikers, de VHP doet dat met Chandrikapersad Santokhi, dankzij een schenking van de afdeling in Nederland.

Reclamezuil op wielen
Maar de NDP spant de kroon door in het westen rond te rijden met een reclamezuil op wielen voorzien van vrolijke foto’s van president en partijvoorzitter Desi Bouterse en de ‘koning van Nickerie’, Rashied (Rachied volgens de autobeplakker) Doekhie. Alsof dat niet genoeg is, worden alle ‘gerealiseerde projecten’ opgesomd, ook al zijn ze niet of slechts ten dele gerealiseerd. Campagnevoeren betekent ook een beetje jokken. Een gevaar op de weg is het wel, want wil je als medeweggebruiker de uitgebreide teksten lezen, dan loop je het risico door onoplettendheid in de rijstvelden te belanden.

Mocht u alle massameetings, meet the people-bijeenkomsten en voorbij scheurende partijwagens toevallig missen, als u van televisiekijken houdt, kan het u zeker niet ontgaan dat 25 mei langzaam dichterbij komt. De perschef van de president, Clifton Limburg, beter bekend als Limbo, zal nog langere dagen maken om alle verworvenheden van zijn baas voor het voetlicht te brengen via InfoAct. Gelukkig wordt hij daar vorstelijk voor beloond, anders zouden we nog meelij met hem krijgen.

Het is natuurlijk volslagen absurd dat Limbo, als zegsman van een president die boven alle partijen hoort te staan, belastinggelden gebruikt om vooral de NDP in de schijnwerpers te zetten en iedereen die kritiek heeft af te branden. Dat is niet iets van nu, het is al aan de gang sinds Bouterse in augustus 2010 president werd. Reken maar dat InfoAct de komende maanden niet meer slechts dagelijks via vijf stations tegelijk uitgezonden en eindeloos herhaald wordt; de intensiteit zal drastisch worden opgevoerd. Een goede speelfilm rond prime time hoeft u dus voorlopig niet te verwachten.

Vuil spuien
De meeste andere partijen zullen het wat rustiger aan moeten doen, omdat ze geen toegang hebben tot de staatskas. Dus zijn de financiële middelen beperkt en proberen ze hooguit één keer per week via de buis de kiezers te bereiken. Gelukkig voor de VHP verschijnt partijgenoot en assembleelid Sheilendra Girjasingh ook iedere zondag een uur lang op Apintie TV om vuil te spuien over alles wat met de regering te maken heeft, en om zichzelf op de borst te slaan omdat hij zelf vindt dat hij zo veel doet voor de bewoners van zijn eigen Commewijne.

Daarnaast vecht hij op beschamende wijze een persoonlijke vete uit met Sammy Doerga, die vervolgens op kanaal 26 maar liefst drie uur lang even hard terugscheldt richting Girjasingh. Doerga doet duidelijk een poging om in een goed blaadje te komen bij de huidige machthebbers, mogelijk om na 25 mei zelf een leuk baantje te krijgen. De honden lusten in ieder geval geen brood van wat beide heren uitkramen.

Wie er ook gaat winnen, achteraf zal al snel blijken dat alle mooie beloftes niets anders waren dan ferme verkiezingspraat en vooral de kiezers met een stevige kater blijven zitten. Zo is het altijd geweest en zo zal het ook nu weer gaan. Wilt u al die campagneellende echt helemaal aan u voorbij laten gaan, dan kunt u zich beter thuis opsluiten of tijdelijk emigreren. En anders kunt u niets anders doen dan lijdzaam afwachten tot het allemaal voorbij is.

maandag, 15 december 2014 00:00

De spooktram van de president

President Desi Bouterse weet het zeker: uiterlijk 25 mei volgend jaar rijden de eerste trams tussen Poelepantje en Onverwacht. Alleen hij heeft die overtuiging, ieder ander weldenkend mens weet dat het onmogelijk is.

Op zich is het niet eens zo’n onaardig plan om een tram te laten rijden. De vraag is echter wat de achterliggende gedachte is. De volgelopen Indira Gandhiweg ontlasten en dus maar hopen dat iedereen zijn of haar auto laat staan om naar het werk of school in Paramaribo te gaan? Dat lijkt onwaarschijnlijk; Surinamers koesteren hun auto, de files nemen ze klagend voor lief. Toeristen een extra attractie bezorgen? Zou kunnen, maar dan moet het aantal buitenlandse bezoekers eerst vertienvoudigen, wil je het ooit rendabel krijgen.

Of is het toch het zoveelste prestigeproject van de president met als doel iets na te laten aan het volk? En waar vooral niet goed over is nagedacht. Van dat laatste heeft het veel weg. Toch heeft de president heel veel haast en wil hij voor de verkiezingen over een half jaar al een tram laten rijden. Afgezien van de vraag of het technisch haalbaar is, liggen er nog heel wat beren op het beoogde tracé, dat grotendeels door overvolle woongebieden loopt, inclusief de Indira Gandhiweg. Zo moet nog met de perceeleigenaren onderhandeld worden om de tram over hun grond te mogen laten rijden. Hoe moeilijk dat is, bleek wel bij de bouw van de Saronbrug, waarvan de oplevering jaren werd vertraagd omdat lanti en de grondbezitters geen overeenstemming konden bereiken. Daar ging het slechts om een paar enkelingen, bij de tramlijn zijn er minstens honderden potentiële dwarsliggers.

Los daarvan is het duidelijk dat het nooit rendabel wordt om trams te laten rijden, daar hoef je geen slimme rekenmeester voor te zijn. Dus ook politici en beleidsmakers zullen dat snappen. Suriname leent voor het project volgens eigen zeggen 130 miljoen euro bij de ING Bank. Laten we uitgaan van vijf procent rente die daarover moet worden betaald, dan kost dat alleen al per jaar 6,5 miljoen euro. Ofwel ruim 500.000 euro per maand, dat is een kleine 20.000 euro per dag.

Laten we optimistisch zijn en ervan uitgaan dat iedere dag vijfduizend passagiers worden vervoerd. Die moeten per persoon een kleine vier euro betalen (zo’n zeventien srd, viermaal het wettelijk vastgestelde minimum uurloon), zodat in ieder geval de rente kan worden betaald. Dan hebben we het nog niet eens over de aflossing en de kosten voor personeel, stroom en onderhoud van de rails en de treinstellen.

Lanti moet er dus zwaar op toeleggen om passagiers te lokken. Wellicht kunnen de 130 miljoen euro beter besteed worden aan projecten die echt zin hebben, zoals het aanleggen van fatsoenlijke voet- en (brom)fietspaden. Daar bewijs je het volk een grotere dienst mee en het scheelt ieder jaar een paar verkeersdoden en honderden gewonden. Maar ja, daar kun je als president politiek niet mee scoren.

maandag, 15 december 2014 00:00

Edgar Fer (58)

Edgar Fer (58), is toezichthouder bij een houtconcessie aan de weg naar West-Suriname

Hoe ziet uw werkdag er uit?
“Ik sta ’s morgens zo rond half vijf op. Dan maak ik wat schoon. Koken voor de arbeiders hoef ik niet, iedereen zorgt voor zijn eigen eten. Maar het is wel een 24-uursjob, ik moet altijd in het kamp blijven en zorgen dat mensen geen dingen weghalen. Een paar keer per week komt er een truck uit de stad om de boomstammen op te halen en komen er mensen van de Stichting voor Bosbeheer en Bostoezicht (SBB) om de bomen te nummeren. Maar dat is niet mijn hoofdpijn. Meestal ga ik om acht uur ’s avonds weer slapen. Want tja, er is hier niet zoveel te doen.”

Hoe bent u aan deze baan gekomen?
“Via mijn neef Panka, die de concessie heeft. Ik doe dit nog niet zo lang hoor, pas sinds een paar maanden.”

Wat vindt u het leukste aan uw werk?
“Tja... Er gebeurt hier niet zo veel. Overdag gaan de arbeiders naar de concessie in het bos om bomen te kappen en dan zit ik hier alleen. Daarom ben ik blij als er mensen stoppen die nieuwsgierig zijn en een praatje willen maken. Dan vertel ik ze graag wat we hier doen. En als dat niet gebeurt, vind ik het al fijn als er een bus met toeristen of stagiaires voorbijrijdt en dat ze naar mij wuiven. Als dat gebeurt, heb ik een leuke dag gehad.”

En wat het vervelendste?
“Het is vaak saai, dus ik verveel mij veel. Dat vind ik het ergste, dat ik de hele dag moet zitten, met de armen over elkaar. Dan val je al snel in slaap. Dus daarom is het prettig als er iemand stopt. Dat gebeurt meestal op vrijdag en zondag, dat zijn de drukste dagen op de weg. Het zou mooi zijn als we hier een winkeltje hadden, dan zouden er meer mensen stoppen.”

Bent u nooit bang? U zit immers in de middle of nowhere.
“Nee, nooit. Het is niet echt gevaarlijk. Er zijn wel wat spullen die gestolen kunnen worden, zoals drie gasbommen, brandstof en Stihl-zagen. Maar als dieven zien dat er iemand is, dan nemen ze de kans niet. En als ik alleen ben en er stopt een auto en ik vertrouw het niet, dan zeg ik tegen de inzittenden dat de anderen van het kamp verderop in Tibiti naar de winkel zijn en elk moment terug zullen komen.”

Bent u tevreden met wat u verdient?
“Tja... wanneer ben je tevreden als mens… Nou ja, laat ik het zo zeggen: ik zit soms weken of zelfs maanden achtereen hier, dus ik heb niet veel nodig want er is hier niets om geld aan uit te geven. Maar om nou te zeggen dat ik echt tevreden ben met wat ik verdien...”

Wat wilt u over vijf jaar hebben bereikt?
“We zijn in de buurt, nabij een mooie kreek, een logeergelegenheid voor toeristen aan het opzetten. Ik hoop dus over vijf jaar toeristen te kunnen ontvangen, zodat ik wat vaker een praatje met ze kan maken."

maandag, 15 december 2014 00:00

Soeresh Algoe - Ik ben geen politicus’

Hij is pas sinds 23 april van dit jaar minister, maar door zijn directe optreden als baas van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV) heeft Soeresh Algoe al meer bereikt dan veel van zijn voorgangers tijdens een hele regeerperiode. Aan politiek bedrijven heeft hij geen boodschap. “Ik ga gewoon door waarmee ik bezig ben.”

Op 13 december wordt hij 37, dus voor een minister is hij relatief jong. Toch is hij gepokt en gemazeld in de agrarische wereld. Soeresh Algoe groeide op als zesde in een gezin van zeven kinderen in Nickerie, om precies te zijn in de Corantijnpolder. Zijn ouders runden daar een fors agrarisch bedrijf en de kleine Soeresh hielp daar al snel in mee. “Mijn vader, die op 27 november 2010 is overleden, was in die tijd een van de weinige agrariërs die naast rijstbouw ook aan tuinbouw deed. En we hadden ook melkvee, schapen, doksen en legen slachtkippen.

“Als kind had ik nooit speelgoed zoals de meeste andere kinderen. Ik was altijd buiten om mijn vader en moeder te helpen. Op mijn achtste heb ik mijn eerste cassave en rijst geplant in een hoekje van het erf. Mijn vader gaf mij dan feedback over hoe ik dat het beste kon doen. Hij was een agrariër in hart en nieren. Bovendien was hij zijn tijd vooruit; hij heeft altijd twee seizoenen vooruit gepland en wist precies wanneer hij wat zou planten. Chemicaliën gebruikte hij alleen als het echt nodig was en voor de bemesting gebruikte hij stalmest in plaats van kunstmest.”

Verder lezen? Koop dan nu de Parbode. Nog tot eind deze maand in de winkel en daarna verkrijgbaar via de redactie.

Comments ()
maandag, 15 december 2014 00:00

Broodje geweld

Het zal een jaartje of twee geleden zijn geweest dat ik ’s avonds laat als vredestichter optrad voor twee knaapjes die elkaar nabij de Centrale Markt te lijf gingen. De één, nauwelijks tien jaar oud, wist zijn rivaal die een kop groter en zo’n twee jaar ouder was tegen de grond te werken en smeet een zware steen tegen de rug van het weerloze slachtoffer. Terwijl de oudste lag te janken op de met verrotte groenten bezaaide straat, ontfutselde ik de steen uit de handen van zijn belager. De twee bleken vriendjes, zo werd snel duidelijk, al was de wederzijdse loyaliteit op dat moment ver te zoeken. De ruzie ging om een broodje dat de oudste volgens zeggen van de ander had afgepakt.

Volgens eigen zeggen woonden ze nergens. Over de oorzaak van dat dakloos zijn, werd met geen woord gerept, maar dat zich zich over hen ontfermde, was duidelijk. Ze hadden beiden nog niet gegeten, dus toen de eigenaar van een winkel de jongste een broodje gaf, was het hek van de dam. Honger leidt tot geweld, zoveel is ook wel duidelijk.

Ik moest laatst aan dit voorval denken toen ik las dat het beleid om honger uit te bannen in Suriname ‘vruchten afwerpt’. Volgens de Global Hunger Index behoort Suriname tot de landen die vanaf 1990 honger met tussen de 25 en vijftig procent hebben teruggedrongen. Klinkt prachtig natuurlijk. En het is een feit dat het sinds 1990 in ons land steeds beter is gegaan en dat nu minder mensen honger lijden.

Maar dat is nog geen reden om onszelf op de borst te slaan. Want er zijn nog veel te veel gezinnen waar moeder zich ‘s morgens afvraagt of ze haar kinderen busgeld zal geven om naar school te gaan, of dat ze dit gebruikt om rijst en een bosje groenten te kopen zodat haar kroost te eten heeft. En er zijn te veel kleine kinderen die langs de kant van de weg moeten staan om knippa of markusa te verkopen aan automobilisten, zodat de gezinnen waar ze deel van uitmaken weer een dag kunnen overleven.

We mogen dan wel op de goede weg zijn, we zijn er echter nog lang niet. Vraag dat maar aan de twee jonge vechtersbazen bij de Centrale Markt, die ik daar onlangs weer in het donker zag struinen, op zoek naar een volle maag.

Comments ()
zaterdag, 21 februari 2015 12:41

Marki!

Dat een documentaire over oudpresident Ronald Venetiaan op zijn plaats is, daar zullen vriend en vijand het over eens zijn. Drie regeerperiodes heeft hij ons land geleid. Vooral de eerste, van 1991 tot 1996, was gedenk-waardig en roept nog altijd bewondering op. Suriname kwam net uit de militaire dictatuur, maar Venetiaan wist standvastig de nog altijd aanwezige macht van de militairen te breken. In Marki! komt vooral die moeilijke periode aan bod. Tipjes van de sluier over hoe moeilijk het was, worden een klein beetje opgelicht. Bezwaar is dat Venetiaan geen echte openheid van zaken geeft. Met als gevolg dat je na het zien van Marki! nog met veel vragen blijft zitten. Zo vertelt hij over het aanbod van Nederland om in het begin van zijn eerste regeerperiode militairen naar Suriname te sturen omdat er een serieuze coupdreiging
was. Venetiaan heeft dat ‘als nationalist’ afgewezen omdat hij van mening was dat Suriname de eigen boontjes moest doppen. Prima natuurlijk, maar hoe serieus was die dreiging? Dat hoor je niet.

In diezelfde periode hebben de militairen ook geëist dat de regering ‘uiterlijk om 18.00 uur’ zou moeten aftreden. Spannend! Venetiaan zegt alleen iets over dat die eis bij de Assembleevoorzitter op tafel was gelegd en hij er kennelijk daarom geen gehoor aan heeft gegeven. We weten dat de regering niet opstapte, maar hoe de militairen reageerden en hoe het uiteindelijk is afgelopen, blijft volslagen onduidelijk. Wel vertelt hij gezellig dat hij echtgenote Liesbeth voor het eerst op een studentenfeestje in Nederland ontmoette, zittend op een afvalemmer. Schattig hoor, maar daar kun je als kijker verder weinig mee.

Een ander manco is dat Marki! geen objectief beeld schetst van de persoon Venetiaan, wat je wel van een goede documentaire zou verwachten. Maar ja, dat krijg je als je een productie maakt in opdracht van ‘De Vrienden van RRV’. Die wilden natuurlijk niet dat de zwakheden van hun idool ook zouden worden belicht. Want die waren er uiteraard ook. Zoals zijn opmerkelijke weigering in zijn laatste regeerperiode (2005-2010) om orde op zaken te stellen op het ministerie van Ruimtelijke Ordening, Grond en Bosbeheer, waar Pertjajah Luhur-minister Michael Jong Tjien Fa en zijn kornuiten op schandalige wijze zaten te sjoemelen met grond. Hoe vaak heeft Venetiaan niet geroepen dat de emmer vol was en dat hij, als er nog een druppel bij kwam, zou ingrijpen. Daarover wordt met geen woord gerept.

Door dit soort tekortkomingen heeft Marki! meer iets weg van een propagandafilmpje; leuk voor de eigen achterban die geen kwaad woord over Ventiaan wil horen. Maar hopelijk komt er nog eens een echte documentaire, die een wel een objectief beeld schetst.

Marki! Uitdagingen en Verworvenheden van drie regeertermijnen Runaldo Ronald Venetiaan als President van de Republiek Suriname, The Back Lot (productie) i.o.v. ‘De vrienden van RRV’, 2014

Comments ()
Pagina 1 van 28