Jaap Hoogendam

Jaap Hoogendam

maandag, 15 december 2014 00:00

Ron Flu schildert Limbo

Ron Flu, geboren in 1934 te Singapore (zijn Surinaamse vader werkte daar voor Shell), werd in februari tachtig jaar en dat is niet stilletjes voorbij gegaan. Zijn beide zoons waren ervoor overgevlogen uit Nederland. En daarna kwamen ze nog een keer, nu omdat hun vader een licht herseninfarct had opgelopen: “Ik kan door die stroke mijn hand moeilijk bewegen. Verder is de fut er een beetje uit. Ik heb soms geheugenverlies, kan slecht op namen komen, maar dat is gewoon ouderdom, denk ik.” Maar hij is optimistisch, want hij merkt dat het langzaam beter gaat, dat ‘in mijn hoofd nieuwe verbindingen worden gelegd’. Op de kunstbeurs in Sana Budaya, afgelopen november, is Ron Flu in het zonnetje gezet als eerbetoon aan een prachtig oeuvre. Er waren schilderijen van hem in bruikleen afgestaan en het was fantastisch die weer eens te zien.

Verbeeldde Ron vroeger algemene thema’s als ‘kwaadspreken’, de laatste jaren wordt het specifieker, zijn het meer actuele, politieke cartoons, zoals over smeergeld, over de amnestiewet, of over Abrahams, Bouterse en Steve Meye, die in een hoek van zijn atelier gebroederlijk op hetzelfde linnen figureren. Worden de eerste twee personen geregeld in de media besproken, de laatste spreekt liever zelf. Zoals in 2012 op het Onafhankelijkheidsplein, waar de voorganger van Gods Bazuin als de nieuwe kalief van Paramaribo wel raad zei te weten met Surinamers die het hogere doel van ‘één volk, één natie’ belemmeren: ‘Die mensen moeten wij identificeren en aanpakken als staatsvijanden omdat ze alleen maar bezig zijn dit volk uit elkaar te rukken om chaos te creëren’. Cartoonesk type dus, of zoals Ron schamperde: “Dat is de man die ervoor moet zorgen dat Bouterse naar de hemel gaat.”

Zijn recente werk wordt allemaal verkocht. “Er is iemand aan het verzamelen, het schijnt een jurist te zijn, ik weet alleen niet wie.” Ron kan gelukkig nog even vooruit, want er zijn kandidaten genoeg om geschilderd te worden, zoals Henk Herrenberg, die misschien ook door hem vereeuwigd wordt: “Het is een man die zichzelf erg intelligent vindt. Hij wil dat de geschiedenisboeken herschreven worden, dat de ondergang van het slavenschip Leusden en de slachtpartij op de suikerfabriek Mariënburg er in opgenomen worden. Prima natuurlijk, maar de Decembermoorden mogen er dan weer niet in.”

Maar Herrenberg moet even wachten, want eerst is de perschef van de president aan de beurt. Clifton Limburg dus, de roeptoeter die voor een dik salaris zijn journalistieke principes overboord gooide. “Het werk vordert langzaam, want ik probeer hem van de televisie na te schilderen, dus moet ik steeds kijken hoe hij er ook alweer uit ziet. Zijn hoofd is af, die wonderlijke ogen heb ik nu wel. Ik worstel alleen nog met de antieke grammofoon, want hoe scharniert de hoorn eigenlijk?” Op de vraag of hij Limbo niet als afbeelding van internet kan halen, antwoordt Ron: “Ik heb geen internet, van al die moderne dingen heb ik niks. Mijn zoons gaven me al twee keer een mobiele telefoon, maar Fanny gebruikt ze.

“Weet je trouwens dat Bouterse ook een werk van me heeft? Het is een groot schilderij over de geschiedenis van Suriname, die zoals bekend begint met Indianen, dan zie je verderop de zeilen van een boot, de slavenhoudster Susanna du Plessis, en dan politici als Pengel en Soemita, met op de achtergrond de couppleger met zonnebril. Ik heb het verkocht aan iemand die dacht dat het de geschiedenis van Suriname leuk weergaf. Maar zo leuk is het niet, want wat ze niet doorhadden is dat onderaan een meneer met een pangi is geschilderd die wegloopt. Die symboliseert dat honderdduizenden Surinamers het land verlieten.”

Een komen en gaan dus, ook in de stamboom van Ron zelf, eens uitgezocht door zijn zoon. De verre voorouder was een zekere Olfson, een Zweed die in Duitsland verzeilde, waar ze de naam inkortten tot Olf. Verder omlaag in de stamboom verhuisde een Olf naar Suriname, waar deze later als Ulf door het leven blijkt te gaan. Toen na de slavernij veel namen achterstevoren gespeld werden - de Surinaamse naam Kalop komt zo doende van Polak -, werd het Flu en tegenwoordig is die naam voorgoed gevestigd. Vooral door Ron Flu, een groot Surinaams kunstenaar.

Comments ()
dinsdag, 16 december 2014 00:00

Luciel Becker, woordkunstenaar

Voor zijn huis aan de Commewijnestraat ligt de berm vol kunstwerken. Of is het willekeurig aangespoeld? Is het drijfhout en woont hier een strandjutter of zullen we vragen of hij misschien toch kunstenaar is? Hij geeft een prachtig antwoord: “Ik noem mezelf geen kunstenaar, maar bewerker van het platte vlak.” Nu kunnen wel meer kunstenaars dat zeggen, of doelt hij juist op de vrijheid maar wat aan te kunnen rotzooien, zoals de legendarische woorden van Karel Appel luidden?

We hadden over de tuinmuur ‘klop klop’ geroepen en kregen terstond een negentien pagina’s tellende woordenbrij mee, getiteld WildCoastArt, a new concept, a new result. Er ligt mooi werk op de berm, daar niet van, maar is het niet beter de kijkers vrij te laten in hun beleving? Dat je naar de kunst zelf kijkt en niet naar de naambordjes ernaast, zoals je veel mensen in musea ziet doen?

Nu is Becker (75) vroeger docent geweest, dus als je geen tentamen meer bij hem hoeft af te leggen, ga je dit niet vrijwillig uitlezen. Een passage: ‘Ik ben Luciel Becker, een Wilde Kust Mens! Hiermee wil ik zeggen dat mijn identiteit als Surinamer niet alleen het product is van mijn opvoeding, maar ook van de creatieve kracht die inherent is aan onze culturele diversiteit. In de tweede helft van de vorige eeuw is het mij overkomen dat ik vanuit mijn persoonlijke culturele identiteit een op zichzelf staande vorm van hedendaagse Surinaamse kunst ontwikkel, die ik WildCoastArt noem, een kunstvorm die nationaal en internationaal al enige bekendheid geniet.’ Niet bij ons, maar dat zegt weinig. Nog een stukje: ‘De creatieve kracht van onze culturele diversiteit die bij activering (benutting) leidt tot verdieping van de eenheid-in-verscheidenheid en bevordering van de harmonische integratie in onze multiculturele samenleving, c.q. natievorming en natiecreatie.’ Is dit niet meer iets voor een toespraak, door Stanley Sidoel bijvoorbeeld, onze directeur van Cultuur?

Verkoopt het een beetje?
“Nee, niet veel. Mondjesmaat, soms na de kunstbeurs. Daar sta ik al vanaf 1987, altijd. Klanten bellen me na de beurs. Ligt voor de hand, is goedkoper, scheelt twintig procent commissie.” Zo begrijpen we hem beter. Becker maakt vooral collages, zoals het hier afgebeelde Creative Power. Hij begon met ‘het platte vlak te bewerken’, in dit geval een waardeloos oud schilderij van iemand anders. Daarna plakte hij er knipsels uit een tijdschrift op, hing er een kralenketting aan en dan nog wat pushpins erin geduwd, klaar is Kees. Lelijk is het niet.

Wat stelt dit werk voor?
“Het begint beneden met een kruis, want ik ben van de EBG. In de cirkel boven het kruis staan profeten, en die zuil is de weg naar de hemel, pas als de muur overwonnen is. Die houten planken hebben geen betekenis, ik wilde gewoon wat met hout doen. Met de vingers heb ik er toen verf op gesmeerd en die rozenkrans zit vast met pushpins, inderdaad.”

Becker heeft geen enkele kunstopleiding gehad. “Gelukkig niet”, volgens zijn eigen woorden. Zelfs niet op het Nola Hatterman Instituut, hoewel hij daar goed tussen gepast zou hebben, omdat hij als vrijdenker vanuit ideeën werkt, de ‘conceptuele kunst’, waar ook het Nola sterk in is.

“Ik werkte vroeger in het onderwijs, maar mijn ziel ligt bij de kunst. Ik zat van 1963 tot 1973 in Amsterdam, was een echte Leidsepleiner, zoals ze dat daar noemen. Erwin de Vries woonde er al jaren en ik zeg dat niet voor niks, want door hem werd ik geïnspireerd. Ik begon heel eenvoudig op A4’tjes met houtskool te tekenen, vond het magisch materiaal. Erwin was onder de indruk, zo ben ik verder gegaan, ook toen ik terugkeerde naar Suriname.”

Is het huis van Luciel Becker – verre nazaat van plantage Loefbeek - in de rivierenbuurt al niet te missen, er komt een tweede locatie vlakbij, aan de Marowijnestraat 15. Hij heeft het pand gekocht en richt het nu in. Het kapitale huis wordt galerie en er omheen komt een beeldentuin. Tot in de berm waarschijnlijk.

Comments ()

De onmiskenbare Hollander Kevin van der Werff was tien jaar geleden al samen met een Braziliaanse partner al begonnen met de teelt van sinaasappels in Suriname. Maar sinds het aantreden van minister Soeresh Algoe trekken ze nu ook eendrachtig op met Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV). Zijn boerderij is een officiële proeftuin geworden. Een win/ win situatie, goed voor de boer en goed voor Suriname, want het doel is sinaasappels te exporteren. Een lekker sappige soort uit Brazilië.

De bijna driehonderd kilometer lange Bosontsluitingsweg van Zanderij naar Apoera loopt door bos, alleen maar bos. Af en toe verdwijnt een zandpad naar een verscholen nederzetting, waar men leeft van visvangst of jacht, of waar hout wordt gekapt, te zien aan de lange slierten bast in de berm. Een kreekje hier en daar, waar tentzeiltjes schaduw bieden aan vakantiegangers met dikke wagens. Ze zullen wel uit de stad komen. De weg is breed geworden en goed te doen, zelfs voor personenwagens, totdat na regenbuien de houttrucks alles aan flarden hebben gereden. Dan komen er protesten en lappen de concessiehouders wat geld om de boel vlak te schrapen. Zo gaat het al jaren.

De boerderij van Kevin van der Werff (43) is niet te missen, want na Bigi Poika heeft het bos links van de weg plaatsgemaakt voor een glooiende vlakte met duizenden kleine boompjes. Langs de opgeschoven bosrand, ver van de weg, staat een huis. Daar woont hij, helemaal alleen, met zijn honden, zijn generator en zijn jachtgeweer. Het is geen poenerige ranch, maar een eenvoudige Surinaamse woning, dus meer veranda dan woonhuis. Daar ontvangt hij zijn gasten en ontvouwt achteloos zijn plannen, alsof het niets bijzonders is. Hij zal dat later corrigeren: “Zo achteloos is het niet, ik zit er diep in, moet me enorm concentreren.”

Verder lezen? Koop dan nu de Parbode. Nog tot eind deze maand in de winkel en daarna verkrijgbaar via de redactie.

Comments ()
zaterdag, 21 februari 2015 13:46

Het depot van het Surinaams Museum

Museumdirecteur Laddy van Putten: “We hebben hier voorheen wel eens een tentoonstelling gehouden, maar na de opening zakte de belangstelling al gauw weg. Het depot ligt toch in een buitenwijk.” En inderdaad, zo is het overal. Museumdepots liggen vaak wat afgelegen, soms zelfs op industrieterreinen en zijn nooit vrij toegankelijk voor publiek. Want hoe bescherm je de kostbare collectie als iedereen zomaar in stellages zou kunnen snuffelen, ladekasten open kan trekken of de katoenen lappen opzij zou schuiven die het stof van de voorwerpen weg moeten houden? Maar het blijft jammer, want een korte wandeling door het depot zou elke Surinamer met trots vervullen.

Van Putten, van huis uit antropoloog, daarna werkzaam in het Rijksmuseum voor Volkenkunde in Leiden, en nu al weer zo’n 25 jaar bij het Surinaams Museum, noemt de uitzondering: “Soms ontvangen we gasten in ons depot, zoals laatst van het Joods Historisch Museum te Amsterdam, waar ze de tentoonstelling ‘Joden in de Nieuwe Wereld’ voorbereiden. Ze krijgen enkele voorwerpen in bruikleen.”

Het gaat redelijk met het museum, vertelt Van Putten. De meeste bezoekers zijn weliswaar toeristen en schoolkinderen, want ‘de doorsnee Surinamer’ laat het wat afweten, maar daar werken ze aan: “In het Surinaamse cultuurbeleid zijn vooral zang, dans en theater belangrijk, waarschijnlijk omdat je daarmee naar buiten kan treden. Voor ‘roerende zaken’ zoals onze collectie is minder aandacht, dat vinden we wel jammer.” Van Putten aarzelt even: “We hadden voor Gebouw 1790 een plan gemaakt voor een groot museum van beeldende kunst annex prentenkabinet annex kenniscentrum. Toen we in 1997 vijftig jaar bestonden, hebben lokale kunstenaars de handen ineen geslagen en allemaal een werk gedoneerd, opgeteld een stuk of dertig. Onze beeldende kunstcollectie, die vanaf het ontstaan van de stichting is opgebouwd, geeft niet echt een overzicht, maar als er in Suriname ooit een museum voor beeldende kunst komt, dan hebben wij de basis, al is het door de jaren heen nog geen evenwichtige collectie geworden. We hebben nooit meer iets gehoord over onze plannen voor Gebouw 1790. Maar goed, laten we niet klagen, we krijgen tenslotte subsidie van het directoraat Cultuur, daarmee redden we ons net en verder zijn we gelukkig een particuliere stichting, waarmee je toch beschermd bent tegen een grillige overheid.”

Het prachtige gebouw in de wijk Zorg en Hoop is rond 1950 neergezet als conservatorium, maar dat heeft er nooit in gezeten. Het werd betrokken door verschillende wetenschappelijkeinstituten en het Surinaams Museum, dat de beschikking kreeg over de grote centrale zaal. In 1968 werd het gebouw overgedragen aan het museum en werd de hoge concertzaal met de helft verlaagd door er een plafond in te zetten, waardoor er een enorme zolder bij kwam. Hetzelfde gebeurde jaren later met de bibliotheek. Zo is het gebouw van binnen weliswaar aangetast, maar de veranderingen bleken het museum goed van pas te komen, want de ruimte was nodig. Beneden staat het vol meubilair, beeldende kunst en textiel. Boven etnografica en archeologie. En dan is er nog de bibliotheek. Te veel om op te noemen.

Zo veel, dat we opmerken dat er de afgelopen eeuwen kennelijk flink verzameld is. “Dat is een misvatting”, corrigeert Van Putten, “we moesten na 1947 opnieuw beginnen. Het Koloniaal Museum was dan wel van kort na 1863 en er werd in de jaren daarna een mooie collectie opgebouwd, toch kwam de klad erin. De belangstelling verzwakte, de collectie verpieterde en het museum, ondergebracht in het Gouvernementslogeergebouw, waar nu het kantongerecht staat, werd in 1908 opgeheven. Tot er protesten kwamen, vooral vanuit het onderwijs. Met het restmateriaal is toen een schoolmuseum opgezet, maar ook dat werkte niet en in 1930 is alles op de veiling gegooid. Doodzonde, want er zijn dingen over de wereld verspreid en nooit meer terug gevonden. Ik zag in de advertentie voor de veiling bijvoorbeeld dat een kist met gegraveerd glaswerk van de plantage Nijd en Spijt geveild is. Dat was de koffieplantage van Susanna du Plessis, historisch interessant en het zal mooi glaswerk geweest zijn. Zo jammer! Dus wat je hier in het depot ziet, is de sinds 1947 nieuw opgebouwde collectie. Veel is in het verleden verzameld uit ons aankoopbudget, maar we hebben ook zeer veel schenkingen gehad.”

Beneden in het fotoarchief werken Jenny en Erienne aan de digitalisering van de collectie. Van Putten is er dolgelukkig mee. “Ze zijn de enigen in Suriname met een echte museumopleiding, de Reinwardt Academie te Amsterdam, een vierjarige hogere beroepsopleiding. Ze liepen hier stage, maar zijn teruggekomen en daar ben ik enorm blij mee. Ik had het zo druk dat ik bij nieuwe voorwerpen in de haast korte potloodaantekeningen maakte, die worden nu uitgewerkt. Is digitaliseren van een voorwerp nog wel te doen, de inhoudelijke beschrijving is vooral tijdrovend. Het gaat om de achtergrondinformatie van het voorwerp. Is dat klaar, dan zetten we het op ons computernetwerk, ook verbonden met de bibliotheek.”

We vragen of hij al naar het Marronmuseum in Pikin Slee is geweest. “Nee, tot mijn spijt nog niet, maar ik hoor positieve verhalen. Toch zou ik, om op je vraag te antwoorden, onze spullen niet meteen uitlenen. Het is niet goed beveiligd, zoals evenmin het geval was met het museum Fort Nieuw Amsterdam. Ik kwam op een dag enkele ‘aktes van bruikleen’ aan dat museum tegen, maar de betreffende objecten zijn allemaal weg. Niets hebben ze meer. Het is inmiddels wel vijftig jaar geleden hoor, ik had die voorwerpen zelf ook nooit gezien. Maar het is nog steeds niet elektronisch beveiligd, dus daar heb ik een dubbel gevoel bij: je wilt natuurlijk wel, maar de garanties zijn er niet.”

Wat hij nog zou willen? “Iets meer personeel, een conservator bijvoorbeeld, zodat we onze tentoonstellingen in Fort Zeelandia vaker kunnen wisselen. Dat je meer uit het depot kan putten. Verder werken Jenny en Erienne in deeltijd, dat is veel te weinig. En iemand voor het onderhoud van de gebouwen, een technische dienst dus. Het grootste deel van het budget gaat zitten in het onderhoud van de gebouwen en dan moet het eigenlijke museale werk nog komen. Vooral de historische panden eisen erg veel onderhoud en het geld daarvoor wordt onttrokken aan het eigenlijke museale doel van de stichting. Dat is wel een punt van zorg.”

 

Comments ()
woensdag, 18 februari 2015 12:15

Tanend gezag in Witagron

Strijd met alleen maar verliezers

Witagron is in rep en roer. De bewoners van het Kwinti-dorp, gelegen aan de Coppenamerivier in Sipaliwini, zijn al jaren in twee kampen verdeeld. Een ruzie die vooral gaat over het bos, en dus over geld. Een ruzie ook die de afname van het traditioneel gezag op een pijnlijke manier blootlegt en alleen maar verliezers kent.

Het is veelzeggend dat de ruziemakers vooral in Paramaribo wonen. De oude granman, die eigenlijk hoofdkapitein is, tobt met zijn gezondheid en komt nog maar zelden in Witagron. Hoofdkapitein Harold Souvenir woont op Sophia’s Lust en Melvin Clemens, die zich hoofdkapitein noemt - wat door vrijwel iedereen wordt betwist - wil niet zeggen waar hij woont, maar het is Paramaribo. Het zijn ambitieuze mannen, die snappen dat hout meer oplevert dan een kostgrondje. Ze hebben ruzie, omdat ze in hetzelfde bos kappen en op elkaar lijken, want ze willen geld verdienen, het dorp uit, de wereld in. Maar dat valt niet mee, want het gemeenschapsbos blijft een belangrijke inkomstenbron. Verder is er weinig te verdienen. Ondertussen ziet Witagron er vervuild en armetierig uit. De dorpskas is leeg, want door het geruzie wordt geen kapvergunning meer uitgegeven.

De hoofdrolspelers zijn het moment van in alle redelijkheid met elkaar praten om de geschillen bij te leggen, al lang voorbij. Op de laatste bijeenkomst, eind augustus op het ministerie van Regionale Ontwikkeling, liep het zelfs zodanig uit de hand dat de hulp van de politie moest worden ingeroepen. Tegenover Parbode doen de kemphanen echter maar al te graag hun verhaal, overtuigd van hun eigen gelijk. Zoals hoofdkapitein Harold Souvenir.

Verder lezen? Koop dan nu de Parbode. Nog tot eind deze maand in de winkel en daarna verkrijgbaar via de redactie.

 

Comments ()
maandag, 30 april 2012 23:00

Koninklijke Luizenbaan Maatschappij

Kritiek leveren op vriendelijke mensen is lastig, zeker op personeel van de KLM. Maar denk niet dat de glimlach van de bemanning gemeend is, dat ze het fijn vinden u te vervoeren. Er is in de psychologie zelfs een naam voor: de ‘Pan American-smile’, naar de stewardessen van de vroegere vliegtuigmaatschappij. De aangeleerde vriendelijkheid is een truc om kritiek te voorkomen; want goed beschouwd is de laatste dertig jaar weinig verbeterd, bestel maar eens een espressootje.

De vlucht van Zanderij naar Amsterdam is een verschrikking. Zit je nog boven Paramaribo, dan wordt de maaltijd al geserveerd. Waarom zo snel? Omdat ze willen slapen, ze willen snel hun ronde afwerken en dan naar hun stapelbedjes. Hebben ze de hele dag bij het zwembad van Torarica gelegen, zijn ze na twee uur werken plotseling zo moe geworden! Dus racen ze door de gangpaden - en maar lachen - om eten uit te delen (dank u, maar mag ik een espressootje?).
En dan? Dan is het nog zeven uur vliegen en stel je eens voor dat passagiers gaan wandelen! Dat ze vrienden tegenkomen! Dat ze het gezellig maken en staand bij de toiletten biertjes gaan drinken en daarmee het personeelsslaapje torpederen! Hoe los je zo iets op? Door het lichtje ‘stoelriemen vast’ aan te doen. Een lichte trilling volstaat, het is niet uitgesloten dat de piloot in het complot zit en die bewust veroorzaakt. Zo worden passagiers als lastige kinderen terug in hun tuigjes gedwongen. Zelfs baby’s, die lekker in hun mandjes liggen, moeten wakker gemaakt worden - en maar lachen - en vast in de riemen. Weiger dat maar eens! De piloot kan het toestel niet eeuwig in trilling houden, maar dan heeft de purser nog een belangrijk advies door de intercom: “Voor uw veiligheid is het beter in de stoelriemen te blijven, want er kan onverwacht turbulentie ontstaan.” Het woord ‘turbulentie’ alleen al, alsof het een ernstige ziekte is.
Een leerzaam tripje dus voor hen die niet geloven dat mensen anders zijn dan ze zich voordoen. Dat vriendelijkheid juist vijandig kan zijn en dat stoelriemen niet voor uw veiligheid zijn, maar om u op uw plaats te houden.
Maar er is hoop. De beurswaarde van de KLM volgt haar klantvriendelijkheid en is nog maar een kwart - en maar lachen - van wat het vorig jaar was, zo laag dat de SLM het hele bedrijf op zou kunnen kopen. Wat een heerlijk vooruitzicht: dat je baby kan doorslapen en dat je onderweg kan rondlopen en bijkletsen.

 

Comments ()
zaterdag, 30 juni 2012 23:00

Voorlichters houden Somo aan boord

overheid.jpgDeze uitgave maakt deel uit van het misbruik van verschillende media door de Regering om te komen tot een doorzichtige overheid en voorgekauwde informatievoorziening die elke burger voor zoete koek moet slikken.

Het is in ons gezellig landje moeilijk geheim te vergaderen, zeker als het twee dagen duurt, er onafgebroken drank en eten gebracht moet worden. En al helemaal als sommige deelnemers achteraf horen dat ze niet welkom waren. De voorlichters van de Javaanse Ministeries waren namelijk niet uitgenodigd, want er zou gebrainstormd worden over hoe Somo de komende jaren binnen de coalitie gehouden kon worden en die strategie kon hij beter niet weten. Maar een Creoolse voorlichter, vanaf zijn geboorte opgevoed door Javanen, kon zijn mond niet houden en toen bleek de smartphone van Lanti best handig om ons mee te laten kijken in de keuken van de Megacombinatie, waar ze met veertig procent van de behaalde stemmen toch knap ongerust blijken te zijn over de overlevingskansen van de coalitie.

Comments ()

overheid1.jpgDeze uitgave maakt deel uit van het misbruik van verschillende media door de Regering om te komen tot een doorzichtige overheid en voorgekauwde informatievoorziening die elke burger voor zoete koek moet slikken

Ongeveer honderd voorlichters van Ministeries en Staatsomroepen volgden afgelopen maand een training. We waren benieuwd en vroegen of we mee mochten luisteren, maar we bleken niet welkom (“het is besloten, meneer”). Gelukkig konden we via de beveiliging opnames bekijken, want voorlichters zijn nieuwswaardig geworden, dus dan moet je wat verzinnen.

 

Comments ()
maandag, 30 april 2012 23:00

Minister opent kanaal in rijstdistrict

overheid1.jpgDeze uitgave maakt deel uit van het misbruik van verschillende media door de Regering om te komen tot een doorzichtige overheid en voorgekauwde informatievoorziening die elke burger voor zoete koek moet slikken.

Het regeringstoestel draait een rondje boven het vliegveld, waar het ontvangstcomité gespannen wacht, de repetities nog strak in de ledematen. De lucht was al dagen grijs, maar als een wonder wijken de wolken uiteen en maken ruimte, een lange streep blauwe lucht precies boven de landingsbaan. De dag begon indrukwekkend.

Comments ()

dennenboom1.jpgOp onverwachte plekken kan je in Suriname dennenbomen tegenkomen. Sta je opeens voor een veld hoge, kaarsrechte dennen. Wonderlijke ervaring voor een toerist: groeien die dingen ook in de tropen ?

 

Comments ()
Pagina 1 van 5