Parbode

Parbode

woensdag, 15 januari 2014 00:00

Cultuur&Zo

Leerrijk wandelenPhilip Dikland

Leerrijk wandelen

Het moment kon niet beter gekozen worden om een Monumentenwandelgids Paramaribo op de markt te brengen. Het boekje is verschenen te midden van alle ophef over hoe door de overheid en particulieren wordt omgegaan met onze historische binnenstad, wat onlangs zelfs voor de Unesco reden was om lanti de oren te wassen en te dreigen een streep te halen door de vermelding op de Werelderfgoedlijst. Dat Vaco architect Philip Dikland de gids heeft laten samenstellen, is niet zo verwonderlijk. Dikland bekommert zich al ruim dertig jaar in ons land om de monumenten en heeft tal van historische gebouwen in de oude glorie hersteld. Als geen ander weet hij van de meeste monumenten in stad en land de kleinste details te vertellen. Daarnaast is hij verbonden aan Commissie Monumentenzorg, een soort werkarm van de overheid die is belast met het beheer van het nationale monumentenbestand. Overigens houdt hij niet alleen van oude gebouwen, ook de moderne architectuur gaat hij niet uit de weg. Zo zijn het Parsascokantoor aan de Henck Arronstraat en de opgekalefaterde vestiging van Kirpalani aan de Maagdenstraat het resultaat van zijn creativiteit. De wandelgids gaat uiteraard over al die prachtige, unieke historische gebouwen. Dikland heeft een vijf kilometer lange route uitgestippeld die de lezer-wandelaar langs veertig panden voert. Uiteraard noemt hij talloze historische en architectonische wetenswaardigheden en is het geheel voorzien van gedetailleerde foto’s, en wordt uitgebreid ingegaan op de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van Paramaribo. Wist u bijvoorbeeld dat in 1750 de stad in het midden van de huidige Domineestraat eindigde? En dat het Vaillantsplein is ontstaan na de stadsbrand van 1821: als een open ruimte om brandoverslag bij toekomstige branden te voorkomen? Daar wordt tegenwoordig geen rekening meer mee gehouden, zo waarschuwen deskundigen al decennialang. De 96 pagina’s tellende gids is vooral bedoeld voor toeristen, daarom zijn de teksten ook in het Engels opgenomen. Maar het is ook raadzaam dat de inwoners van Suriname zelf eens een paar uurtjes uittrekken om de schoonheid en waarde van hun eigen hoofdstad te ontdekken. Zeker zolang het nog kan, want met het huidige rommelige beleid en de lakse houding van de overheid, is de kans groot dat een volgende generatie het moet doen met een binnenstad waar de historische monumenten zijn vervangen door grauwe lelijke betonnen bouwsels en lopen we het risico dat ons land een belangrijke toeristische trekpleister kwijt raakt, evenals de vermelding op de Werelderfgoedlijst. Eigenlijk zou een wandeling aan de hand van de gids verplichte kost moeten worden voor onze beleidsmakers, Assembleeleden en ministers incluis. Zodat ze weten wat er op het spel staat als zij verkeerde, of helemaal geen beslissingen nemen.

Wij en de wereld

Nostalgie in tien delen

Wie is er niet mee opgegroeid? De boekjes van Wij en de wereld waren in de jaren vijftig, zestig en zeventig van de vorige eeuw verplichte kost op lagere scholen. Trouwens, ook in de decennia daarna werd er in de klassen nog veel gebruik van gemaakt. De leerlingen van toen bladeren nu nog steeds maar al te graag met hun (klein)kinderen door de bijzondere leerboekjes, samengesteld door Anne de Vries (1904-1964). Bij VACO kwamen ze op het briljante idee om een herdruk op de markt te brengen, tien delen verpakt in een keurige cassette. Dat juist Vaco dat doet, is niet zo verwonderlijk. Wij en de wereld was in 1952 een van de eerste uitgaven die boek- en schoolboekhandel Varekamp & Co op de markt bracht. Die was kort daarvoor opgericht door de twee broers Varekamp, die uit het Indonesische Medan afkomstig waren. In 1975 verkochten zij het bedrijf aan Interfund en werd de naam gewijzigd in Vaco. Tot zover een stukje bedrijfshistorie. Terug naar Wij en de wereld en Anne de Vries. Hij was niet zomaar iemand: in Nederland gold hij als een van de meest succesvolle schrijvers van zijn tijd, vooral voor wat betreft jeugd- en streekromans. Hij was daarnaast verreweg de meest productieve schrijver. In duizelingwekkend tempo kwamen met schijnbaar speels gemak soms wel zes boeken per jaar van hem op de markt. De Vries werd slechts zestig, er zullen echter maar weinig schrijvers zijn die zo’n omvangrijk oeuvre hebben achtergelaten of nog zullen achterlaten. Voor ‘schrijvers van formaat’ van de 21ste eeuw is het al een hele opgave om jaarlijks of tweejaarlijks een boek te voltooien. De Vries was verknocht aan zijn geboorteprovincie Drenthe, waar hij in the middle of nowhere, op een afgelegen boerderij, opgroeide. Later verhuisde hij naar Zeist in de provincie Utrecht, om als schoolmeester bij een blindeninstituut te werken. Maar de heimwee naar Drenthe knaagde aan hem, gevoelens die hij van zich af schreef. Zo ontstond in 1935 zijn meest bekende jeugdboek Bartje, dat nu nog steeds als een absolute klassieker geldt. In 1972 verscheen er een gelijknamige televisieserie, die Bartje helemaal onsterfelijk maakte. Vandaag de dag is de boerenjongen het symbool van de provincie Drenthe, die de bijnaam ‘Land van Bartje’ draagt. Een andere jeugdroman van De Vries, Reis door de nacht, was voor tienduizenden scholieren verplichte leeskost op de boekenlijst. Het werk was grotendeels gebaseerd op zijn eigen ervaringen in de Tweede Wereldoorlog. Maar niet alleen streek- en jeugdromans, ook veel leerboeken voor lagere en middelbare scholen werden door hem geschreven. En niet te vergeten de enorme stapel Bijbelverhalen die hij heeft nagelaten. De Vries was van strengchristelijke huize, gereformeerd om precies te zijn. Zelf beperkte hij zich in zijn denken niet tot wat in de oerconservatieve kerk van gelovigen werd verwacht, maar hij hield er uit commercieel oogpunt wel degelijk rekening mee. Zo schreef hij zijn schoolboekjes voor het openbaar onderwijs onder pseudoniem (zoals A. Nassau, A. van de Heide, H. Mast en Daan Deken), omdat het anders binnen het christelijk onderwijs zijn baan zou hebben gekost. Religieuze verdraagzaamheid was ook toen al een gevoelig punt in Nederland. Het schrijven van boeken voor scholen bracht hem begin jaren vijftig met zijn vrouw en vijf kinderen naar Suriname. Hij had het verzoek gekregen om leesmethodes op te zetten voor de lagere school. Voor de laagste klassen resulteerde dat in Ons eigen leesboek (bij veel mensen beter bekend als Loes en mama), voor de hogere klassen in Wij en de wereld. Die tien leesboeken bevatten een bloemlezing. Om die samen te kunnen stellen, schreef De Vries in 1952 een prijsvraag uit, die ertoe leidden dat zo’n zestig Surinaamse leerkrachten en andere schrijvers teksten instuurden. Die vulde hij aan met fragmenten uit zijn eigen kinderboeken en andere verhalen. Wij en de wereld werd uiteindelijk een populaire serie, die er mede toe heeft bijgedragen dat leerlingen op Surinaamse scholen met plezier het lezen onder de knie kregen. Maar ook andere boekjes van zijn hand zullen de oudere Surinamers nog bekend in de oren klinken, zoals de prachtige serie Jaap en Gerdientje. Over de Surinaamse periode van De Vries was tot enkele jaren geleden niet zo bijster veel bekend. Totdat in 2010 van de hand van zijn zoon Een zondagskind. Biografie van mijn vader verscheen. In een hoofdstuk wordt De Vries beschreven als een hardwerkende, serieuze man, die tegelijkertijd genoot van ons land en zijn bewoners, waar hij gemakkelijk mee overweg kon. Kort na zijn verblijf in Suriname schreef Anne de Vries ook nog onder meer Dagoe, de kleine bosneger (1954), Het kleine negermeisje (1957) en de jeugdtrilogie Kinderen van het oerwoud over het Inheemse jongetje Panokko (verschenen tussen 1955 en 1957), dat in de jaren zestig zelfs in het Deens werd vertaald. Werken die veel Surinamers onbekend in de oren klinken, dus wellicht een goed idee dat VACO die ook eens via een herdruk opnieuw onder de aandacht brengt. Maar met de tiendelige Wij en de wereld-serie zijn we voorlopig ook tevreden. Voor 170 srd kunt u uw kinderjaren herleven of uw (klein)kinderen ongetwijfeld een plezier doen. Een koopje voor wie zijn nostalgische gevoelens wil bevredigen.

Jaap en Gerdientje

Comments ()
woensdag, 15 januari 2014 00:00

Boeken&Zo

Ik zal leren totdat ik moe ben

Ik zal leren totdat ik moe ben

Alphons Levens kennen we vooral als dichter, maar soms brengt hij ook verhalen op de markt. Zijn jongste pennenvrucht bevat het nogal warrige verhaal van Servin, die ooit president van Suriname wil worden. Daarom verzamelt hij alle krantenknipsels over presidenten en duikt hij liever in boeken en op het internet, dan dat hij computerspelletjes speelt. Een mooie insteek natuurlijk, alleen is het jammer dat er soms geen touw aan vast te knopen is. Zo moet de lezer vooralsnog maar gissen hoe oud Servin is, pas na enkele pagina’s wordt duidelijk dat hij waarschijnlijk in de eerste klas van de middelbare school zit. Waar hij woont, is ook een raadsel. Hij verkoopt aan het begin van het verhaal knippa’s op de hoek van de Stoelman- en de Henck Arronstraat, waardoor je een beetje op het verkeerde been wordt gezet. Tien pagina’s later wordt opeens helder dat hij geen ‘kind van de stad’ is en daarna duurt het nog vijf pagina’s om te weten te komen dat hij vermoedelijk in Commewijne woont. Levens slaat daarnaast een paar keer de plank behoorlijk mis. Zo stelt hij onterecht dat in Nederlandse coffeeshops harddrugs worden verkocht. Marihuana valt toch echt niet onder die noemer. Nog kwalijker is dat hij aan geschiedvervalsing doet. Hij beweert op pagina negentien dat de partij van Bouterse de verkiezingen niet gewonnen heeft en die dus eigenlijk geen president had kunnen worden. De Megacombinatie sleepte welgeteld 95.543 stemmen binnen, op gepaste afstand gevolgd door het Nieuw Front (75.190 stemmen). Dus hoezo niet gewonnen? Pijnlijk als je bedenkt dat de moraal van zijn verhaal is dat je, om het ver te schoppen, je eigen geschiedenis moet kennen. Bovendien bekruipt je het gevoel dat Levens het boekje vooral heeft geschreven om zijn eigen drang naar eer en glorie te bevredigen. Van de 48 pagina’s zijn er maar 31 besteed aan het verhaal en één aan een ‘Vertaling Sranantongo-Nederlandse taal’ (waarin overigens geen enkele paginaverwijzing klopt). Acht pagina’s heeft hij nodig voor zijn eigen ‘Levensbeschrijving en bibliografie’, waarin we zelfs kunnen lezen welk boek hij wanneer en waar heeft gesigneerd. Alsof dat nog niet genoeg is, laat hij in het verhaal zelf hoofdpersoon Servin tot tweemaal toe enthousiast lezen uit eerder gepubliceerd werk van de schrijver. De intentie van Levens was ongetwijfeld goed toen hij aan dit boek begon. Alleen speelden zijn ego en een gebrek aan zorgvuldigheid hem behoorlijk parten.
Armand Snijders

Ik zal leren totdat ik moe ben. Verhaal voor jong en oud, Alphons Levens, 2013, eigen beheer, ISBN 9789991472300

Lucia Rijker. Bokser en boeddhist

Lucia Rijker. Bokser en boeddhist

Soms heb je een boek voor je neus waarvan je denkt: wat moet ik er eigenlijk mee? Zo’n boek is Lucia Rijker. Bokser en boeddhist. Het begint al met de vermelding van de auteur: ‘George Schouten met Lucia Rijker’. Je zou denken dat ze het dan samen hebben geschreven, maar nee, het hele boek gaat over Lucia Rijker en een ik-figuur – George Schouten dus. Deze Schouten is eigenlijk geen schrijver, maar een cineast. Naast speelfilms heeft hij ook een reeks documentaires gemaakt voor de Boeddhistische Omroep, met en rond Lucia Rijker. Want dat is wat hen beiden bindt: het boeddhisme, en die leer willen zij duidelijk wat graag uitdragen.Dat mag natuurlijk, maar dat maakt een boek dat eruitziet als een biografie van Rijker er niet bepaald boeiender op. Het leven van een vrouw, nu 46 jaar, die eens de grootste vrouwelijke bokser van de wereld was en een belangrijke rol speelde in een film van Clint Eastwood (Million Dollar Baby): daar zou toch een mooi boek over te maken zijn. Schouten heeft zich echter beperkt tot wat zich heeft afgespeeld tijdens al die films die hij over en met Rijker heeft gemaakt. We krijgen het allemaal te lezen: waar hij met zijn hoofdpersoon is geweest, met wie zij allemaal heeft gesproken en wat daar is gezegd; het lijkt wel of hij alsnog de scripts van al die documentaires heeft gebundeld. Het zullen best mooie films zijn geweest, maar op schrift worden we er niets wijzer van. In het hoofdstuk waarin de film over Rijkers bezoek aan Suriname, het land van haar roots, wordt naverteld, komt Suriname bijvoorbeeld geen moment tot leven. En als die verhalen nu nog een duidelijke kijk hadden gegeven op wat Lucia Rijker in al die jaren heeft doorgemaakt... Helaas, het zicht daarop wordt danig gehinderd door de haast dweperige bewondering die Schouten kennelijk voor haar heeft. Hij vindt het allemaal geweldig wat zij doet en denkt. Zowat op elke bladzijde mogen we meemaken hoe Rijker lacht, schatert vaak, of juist huilt – en dat is dan ook nog houterig opgeschreven. De voortgang van de verhalen wordt bovendien in de weg gezeten door hun beider uitputtende beleving van het boeddhisme. Ook daar is op zich niets mis mee, maar voor de onbevangen geïnteresseerde lezer wordt het er allemaal niet boeiender op. Dat geldt dan vooral voor de mystieke tocht door (zoals Schouten het noemt) ‘bezield hooggebergte’, waarvan fragmenten kriskras door het boek zijn gestrooid. Trouwens, voor een boek dat gebaseerd is op films, is het wel heel vreemd dat er niet één foto in staat.
Bert Steinmetz

Lucia Rijker. Bokser en boeddhist. George Schouten met Lucia Rijker, 2013, Kosmos Uitgevers, ISBN 9789021554082

Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt

Nergens groeit een boom Uw kwaliteitsboekwinkel die haar aarde niet vindt

Met Nergens groeit een boom, maakt Lachmising haar debuut in de poëzie. De schrijfster kreeg in november 2012 haar diploma van de Schrijversvakschool Paramaribo en was daarmee de eerste student die afstudeerde. In deze gedichtenbundel staat de relatie tussen mens en natuur centraal. Het gedicht waarnaar het boek vernoemd is, geeft dat thema goed weer: Nergens groeit een boom Die haar aarde niet vindt Waar water haar verlaten heeft Noch zaden haar voeden Hiermee trekt Lachmising een vergelijking tussen de natuur en de mens. Geen enkel persoon weet wie hij of zij zelf is, geen mens kan groeien, zonder zijn of haar roots en voorouders te kennen. Die beeldspraak, de mens als boom, past de schrijfster op diverse manieren toe in andere verzen. Ook andersom worden aan rivieren en andere natuurverschijnselen menselijke eigenschappen toegeschreven. Op deze manier maakt Lachmising duidelijk dat mens en natuur één zijn. Die beeldspraken brengen een dromerige sfeer met zich mee. Een aantal koppen, zoals Klimaatverandering en Rio+20, is dan weer erg direct, dat zorgt ervoor dat er voor de lezer niet veel meer te raden valt over het onderwerp van het gedicht. Korte teksten worden met lange teksten afgewisseld en bepaalde gedichten bestaan uit meerdere delen, dit zorgt voor variatie in de bundel. De gedichten zijn verdeeld over drie verschillende hoofdstukken: maar de wind spreekt… voor een klank die zuiver is… want ik ben kind van de rivier… Deze zinnen verschijnen vervolgens in een van de gedichten die het hoofdstuk bevat. De regel wordt herkend door de lezer en daardoor is het boek echt één geheel. Een subtiele ingreep, waardoor het boek dus meer is dan alleen een kaft met daartussen verzamelde gedichten. De omslag van het boekje is ontworpen door Purcy Tjin; ook deze abstracte illustratie straalt verbintenis uit. Het is duidelijk dat de schrijfster de lezer aan het denken wil zetten. Mens en natuur mogen in haar werk dan als één worden neerzet, ze laat ook zien dat de een de ander verwoest. Het dromerige gehalte en die toch wat eenzijdige thematiek worden af en toe te veel van het goede, waardoor het moeilijk is de aandacht bij de gedichten te houden. Wat dat betreft had Lachmising meer afwisseling in de onderwerpen mogen brengen.
Sylvana van den Braak

Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, Karin Lachmising, 2013, In de Knipscheer, ISBN 9789062658404

Het wel en wee van het verlee

Het wel en wee van het verlee

Onderwijsman Carlo Sweet bedacht op een goede dag dat het tijd was om zijn herinneringen aan het grijze verleden op papier te zetten en, sterker nog, te bundelen in een boekje. Het wel en wee van het verlee is daar het resultaat van, door zijn eigen Sweet Production uitgegeven. Meestal zijn dit soort persoonlijke pennenvruchten hooguit leuk voor de eigen familie- en vriendenkring, maar voor de prullenbak van het grote publiek. Met die gedachte begon ik het iets meer dan zestig pagina’s tellende boekje ook te lezen. En ik moet eerlijk toegeven: de prullenbak schoot na een paar pagina’s regelmatig door mijn gedachten. Maar tegelijkertijd kon ik ook weer niet het besluit nemen het naast mij neer te leggen en andere dingen te gaan doen. Want de verhaaltjes roepen een gevoel op van ‘o ja, zo was het toen’. Eigenlijk is Het wel en wee van het verlee niet veel meer dan goedbedoeld ‘gefröbel aan de keukentafel’, zoals dat zo mooi heet. Maar er is iets met de verhalen van Sweet, dat ze net dat beetje meer hebben om de classificatie ‘best wel leuk gefröbel’ te krijgen. Het zit hem waarschijlijk in de nostalgie. De door de auteur beschreven jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw in Suriname heb ik niet meegemaakt, hij roept echter goed de sfeer op van die tijd, die ook bij latere generaties herinneringen zullen bovenhalen. Bijvoorbeeld de tienerfeestjes, waar je bij de gratie van je ouders naartoe mocht. Maar o wee als je niet op de afgesproken tijd thuis was, dan zwaaide er wat! Hoe anders is dat nu; veel ouders lijken het best te vinden dat hun kroost tot diep in de nacht op straat zwiert. Sweet haalt, gravend in zijn geheugen, lang vergeten spelletjes naar boven, die het hebben afgelegd tegen computergames en de televisie. Welk kind zie je nu nog dyul of dyompofutu spelen, of fanatiek knikkeren? Zelfs twintig jaar geleden waren dat nog een soort nationale jeugdsporten, de huidige generatie kinderen kent ze echter niet eens meer. Carlo Sweet heeft geen hoogstaand literair werk geleverd. Sterker nog, taalkundig is er nogal wat op aan te merken. En de gedichten aan het slot van ieder verhaaltje zijn een beetje knullig. Maar ach, wie de tijden van toen even wil doen herleven, zal veel plezier aan dit boekje beleven.
Armand Snijders

Het wel en wee van het verlee, Carlo Sweet, 2013, Sweet Production, ISBN 9789991472317

 

Comments ()
zondag, 01 december 2013 00:00

Vraagstuk

Pim de la Parra is paradoxaal. Hij is nergens voor
en nergens tegen. Eenvoudige parralogica

Bestelieve lezer en lezeres, al geruime tijd worstel ik met een groot vraagstuk, dat nog niemand heeft kunnen oplossen. Mannen aan wie ik het tot nu toe heb durven voorleggen, vroegen me of ik ze voor de gek hield, en vrouwen maakten een tyuri of wensten me opgewekt succes met de zoektocht naar het antwoord. Diep vanbinnen voel ik aan dat mijn vraag wellicht geen antwoord kent, of dat ik eigenlijk zelf het antwoord op die vraag ben. Want komen alle vragen niet voort uit de antwoorden die we al denken te kennen? Het ego denkt dat er antwoorden nodig zijn om het leven te begrijpen. Als ik echt intelligent zou zijn, dan zou ik het leven toch volop vertrouwen en het niet betwijfelen, laat staan er vragen over stellen... Ondertussen wil je natuurlijk graag weten wat nou precies dat vraagstuk is waar ik zo mee worstel. Welnu, hier komt het. Stel dat alle levende wezens op aarde op hetzelfde moment in diepe slaap zouden zijn, wie kan dan nog vaststellen of de wereld bestaat of niet? Misschien dat je nu moet lachen, ga je gang; maar wees zo lief om mijn prangende vraag eventjes serieus te overdenken. Als het waar is wat de natuurkundigen beweren, namelijk dat objecten alleen maar bestaan zolang iemand ze kan waarnemen, dan bestaat de wereld alleen maar ogenschijnlijk. Want de wereld is ook een object en van de Oude Wijzen en de Mystici weten we al eeuwenlang dat onze ogen zeer onbetrouwbare zintuigen zijn om iets van de werkelijkheid te registreren. De ogen zelf zien niets. Ze zijn alleen maar instrumenten van de geest, zeg maar: van het Bewustzijn. Bewustzijn ziet de wereld van de mensen, dingen en verschijnselen met behulp van de ogen en hoort alle geluiden met behulp van de oren. “Ja maar luister eens, Pimmyboi”, hoor ik je zeggen, “jij beweert toch altijd dat we niet zoveel moeten denken, maar meer moeten zijn! En dan kom je nu met zo’n kinderachtige hypothese onze gemoedsrust verstoren. Wat wil je eigenlijk te weten komen als er volgens jou toch niets te weten valt?” Juist omdat er niets te weten valt, wil ik weten waar al die vragen die we ons elke dag opnieuw stellen vandaan komen! Hoe komt het dat ‘ik’ wil weten wat ik toch niet te weten kan komen? Is het niet Bewustzijn dat ervoor zorgt dat alle zeven miljard menselijke wezens op deze blauwe planeet zich voortdurend dingen afvragen die ze toch niet kunnen bevatten? En houdt dat dan niet in dat alle mensen dwalen en zich steeds weer door hun zintuigen voor de gek laten houden door te geloven dat zij in staat zijn om het leven door antwoorden te controleren of vorm te geven? Heeft men ooit natuurrampen kunnen voorkomen? Heeft men het leven ooit echt kunnen beheersen? Met mijn klemmende vraag bezocht ik het afgelopen weekeinde in het gezelschap van een spirituele vriend een oude, magere man van wie ik nooit eerder had gehoord, maar die volgens mijn vriend op alle vragen het juiste antwoord wist. Zijn naam mag ik niet prijsgeven en ook zijn woonplaats niet. We kregen gebakken vis te eten en zijn dochter schonk ons in grote glazen zelfgemaakte gingabiri. De oude baas sprak niet veel en schonk me weinig aandacht. Ik voelde me niet op mijn gemak en begon me af te vragen waarom ik had toegestemd om hem te ontmoeten. Er werd een klein meisje op zijn schoot geplaatst en vanaf dat moment had hij alleen maar aandacht voor haar. Er ging een uur voorbij, en nog een uur, en toen ik tenslotte mijn vraag op hem wilde loslaten, kon ik die niet eens formuleren en was ik de hele vraag zelfs straal vergeten... Lievebeste lezeres en lezer, ik sta er nog steeds versteld van dat mijn vraag in de nabijheid van deze man die niets heeft gezegd totaal is verdampt. Hierdoor besef ik opnieuw hoe belangrijk het voor een mens is om niet te veel te willen weten. Dank voor je aandacht en wees gezegend.

zondag, 01 december 2013 00:00

DA91 lanceert corruptiemeldpunt

Hoe duur was de suikerATMCadillac Escalade ESV Limousine Conversion 2013nieuwe havenstop corruptie

Vlinders 2013DA91 lanceert corruptiemeldpunt
Oppositiepartij DA91 heeft op haar website een corruptiemeldpunt (anticorruptie. da91.org) geïntroduceerd. Daarop kunnen mensen schimmige zaken openbaar maken. Na verificatie van de klachten zal getracht worden om opheldering te krijgen over de gemelde incidenten. Het initiatief is onderdeel van de zogeheten ‘Stop corruptie nu!’-campagne van de partij, waarin ‘de betrokkenheid en participatie van de gemeenschap in het uitbannen van corruptie’ centraal staat. Het is natuurlijk opmerkelijk dat DA91 corruptie nu pas als een serieus probleem lijkt te zien. Tijdens de drie regeringen-Venetiaan, waar de partij deel van uitmaakte, is nauwelijks iets gedaan aan de wijdverspreide corruptie, die ook toen de overheid stevig in haar greep hield. Toch hoopt men met de lancering van de vernieuwde en uitgebreide website ‘zowel het contact met de gemeenschap te verdiepen als de gedachtenwisseling over de Surinaamse ontwikkeling meer diepgang te geven’. Beter laat dan nooit, zullen we maar denken.

 

KoraalduivelNieuwe Haven weer de beste
De Nieuwe Haven in Paramaribo is voor het derde opeenvolgende jaar uitgeroepen tot de beste van de Caribische regio. Sinds de in 2011 afgeronde grondige renovatie, heeft het havencomplex steeds de hoofdprijs in de wacht gesleept. Vooral de efficiëntie van de Surinaamse haven werd geprezen. Aan de Port of the Year Competition van de Caribbean Shipping Association (CSA) deden vijftien havens mee.

 

City of Para wordt groen
De nog uit de grond te stampen City of Para zal een groen karakter krijgen. Alle vijftienhonderd woningen zullen gebruik kunnen maken van ecovriendelijke zonne- en windenergie. Ricardo Panka, voorzitter van de Stichting Projecten Ontwikkeling Para die het bouwproject moet gaan trekken, heeft hiertoe een voorlopige overeenkomst gesloten met het Chinese Nextra Technologies. Nagegaan wordt in hoeverre de NV Energie Bedrijven Suriname (EBS) betrokken kan worden bij de opwekking van de energie. Het is overigens nog onduidelijk wanneer de eerste steen voor de nieuwe stad gelegd gaat worden en hoe de financiering zal geschieden.

 

Koraalduivel rukt op naar Suriname
De koraalduivel vormt een steeds grotere bedreiging voor de visstand in het Caribisch gebied en voor de kust van Zuid-Amerika. Dat stelt het Caribbean Regional Fisheries Mechanism (CFRM). Vissers van veel Caribische eilanden lijden nu al grote schade door de aanwezigheid van de zogenoemde lionfish, die het vooral heeft gemunt op jonge vissen. Tot twintig jaar geleden was deze roofvis in de regio onbekend en kwam vooral in de Stille Oceaan voor. Maar hij heeft zich inmiddels verspreid en dreigt nu ook in de wateren van Suriname en zelfs Brazilië een plaag te gaan vormen. Volgens de CFRM zijn de ‘eetmachines’ niet te bestrijden, omdat ze geen natuurlijke vijanden hebben. Duizenden mensen in de visserijsector dreigen daardoor in de toekomst brodeloos te worden.

 

Politici willen af van doodstraf
Ruth Wijdenbosch, vicevoorzitter van De Nationale Assemblee, en de assembleeleden André Misiekaba, Chandrikapersad Santokhi en Walter Bonjaski willen dat de doodstraf wordt geschrapt uit het Wetboek van Strafrecht. Ze vinden het niet meer van deze tijd en indruisen tegen de internationale rechten van de mens. Ondanks dat de doodstraf nog steeds voorkomt in ons wetboek, is deze niet meer uitgesproken en toegepast na 1927. Eerdere pleidooien vanuit de politiek om de doodstraf ook op papier uit te bannen, hebben geen resultaat gehad. Tegelijkertijd zijn de assembleeleden van mening dat in bepaalde gevallen de strafoplegging te laag is. Het verhogen van de maximumstraffen is volgens hen daarom aan te bevelen. Daarnaast vinden zij dat de huidige aanpak wat betreft het verlenen van gratie en voorwaardelijke invrijheidstelling, onder de loep genomen moet worden.

 

Goud en kritiek
De film Hoe duur was de suiker heeft in de Nederlandse bioscopen al meer dan honderdduizend bezoekers getrokken en daarmee de status van Gouden Film bereikt. Daardoor maakt de film, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van Cynthia Mc Leod, ook kans op het Gouden Kalf voor de UPC Publieksprijs 2014. Ondanks het succes wordt de film niet door iedereen met lof overladen. Zo sabelde de toonaangevende Hollywood Reporter de rolprent neer omdat deze de slavernij teveel vanuit het perspectief van de ‘witte man’ zou belichten en de gruwelen teveel naar de achtergrond worden gedrukt. Hoe duur was de suiker gaat op 4 december in Suriname in première.

 

Veiligheid mag wat kosten
President Desi Bouterse kan zich binnenkort weer veilig door stad en land bewegen. Voor ruim 1,1 miljoen srd wordt speciaal voor hem een gepantserde Cadillac Escalade ESV Limousine Conversion 2013 aangeschaft. Zijn huidige vervoermiddel is inmiddels acht jaar oud en zou niet meer aan de veiligheidseisen voldoen. Daarnaast worden nog zes soortgelijke voertuigen gekocht ten behoeve van het kabinet van de president, waarvoor ook een stevige duit betaald moet worden. Volgens Melvin Linscheer, directeur van het Bureau Nationale Veiligheid (BNV), is er niets aan de hand: “Men valt over de prijs, maar veiligheid is duur”, zo zei hij tegen journalisten. “Het is een keuze die je maakt. Wil je een president adequaat en goed beveiligen, dan moet je investeren en aanschaffen wat noodzakelijk is”, vertelt Linscheer, die aangaf dat de andere peperdure voertuigen vooral bestemd zijn voor buitenlandse staatshoofden die sporadisch ons land bezoeken.

 

Presidentiële blunder
Dat president Bouterse niet altijd tijd heeft om de dagbladen door te spitten, valt te begrijpen. Maar dat zijn riante legertje personeelsleden op zijn kabinet, dat ook niet doet, geeft te denken. Dat dit nare gevolgen kan hebben, ontdekte het staatshoofd na zijn rechterlijke strijd tegen assembleelid Arthur Tjin A Tsoi van de NPS. De parlementariër was door de rechter opgedragen een rectificatie in de vier dagbladen te plaatsen, nadat hij onterecht had gemeld dat Bouterse de plezierboot Seadog had gekocht van NDP-parlementariër Charles Pahlad. Tjin A Tsoi gaf hieraan gehoor, maar dat was de medewerkers van het kabinet ontgaan. Daarop stelde advocaat Jennifer van Dijk-Silos hem in gebreke. Onterecht, bleek later. De advocaat kon niets anders doen dan namens Bouterse schriftelijk excuses aan te bieden aan Tjin A Tsoi.

 

Veel Surinaamse tienermoeders
Nederland In Nederland is het aantal tienermoeders onder Surinaamse en Antilliaanse vrouwen relatief hoog. Onder de eerste generatie tienermeisjes, afkomstig uit de Antillen of Suriname, komen vier tot vijf keer meer zwangerschappen voor dan onder Nederlandse meisjes. Bij de tweede generatie is het aantal tienermoeders een stuk lager, maar nog altijd ver boven het landelijke gemiddelde. Het aantal tienermoeders is in Nederland nog nooit zo laag geweest. Vorig jaar zijn 2.200 meisjes onder de twintig jaar bevallen van een baby. Dit blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).

 

Wurgcontract voor Surpost
Het Surinaamse Postbedrijf (Surpost) heeft, naar nu is gebleken, in april 2002 een uiterst onvoordelig en dubieus contract afgesloten met Parbocarib Trading Ltd. Dat concludeert Starnieuws op basis van documenten waar de nieuwssite de hand op heeft weten te leggen. Het bedrijf mag tot 2022 exclusief zegels en andere filatelistische materialen, zoals eerstedagenveloppen en mapjes, produceren. Ook heeft men het alleenrecht postzegels en andere filatelistische zaken aan klanten in het buitenland te leveren. Surpost mag dat zelf niet doen, waardoor het noodlijdende staatsbedrijf veel inkomsten misloopt. Toenmalig directeur Carlo Godliep en mededirectielid Steve Ravenberg waren verantwoordelijk voor het afsluiten van de deal, waar ze persoonlijk niet slechter van werden. Tegen beide heren loopt een strafzaak, waarbij ze verantwoording moeten afleggen over tal van misstanden bij Surpost.

 

Ontwatering Noord aangepakt
De bewoners van Paramaribo- Noord kunnen in de toekomst hun voeten drooghouden. Tenminste, als het nieuwe masterplan dat het ministerie van Openbare Werken in voorbereiding heeft, daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Er komen nieuwe kanalen, duikers, bergingsvijvers en pompgemalen. Volgens OWminister Rabin Parmessar is dat noodzakelijk om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen. Maar de bewoners van Noord hebben ook zonder die klimaatverandering al jaren veel last van overtollig regenwater. Opeenvolgende regeringen hebben beloofd de problemen aan te pakken, maar het is tot nu toe slechts bij mooie woorden gebleven.

 

Skimmers slaan opnieuw toe
Surinaamse banken hebben opnieuw last van skimmers. De voorzitter van de Surinaamse bankiersvereniging, Djaienti Hindori, beaamt dit. Het is niet duidelijk om hoeveel verschillende voorvallen het gaat. Martin Loor, onderdirecteur van de Surinaamsche Bank (DSB), zegt dat ook DSB slachtoffer is geworden van skimmers. Volgens Loor is de bank continu bezig met de beveiliging, maar is deze met de snelle veranderingen erg lastig op peil te houden. Klanten die worden geskimd, krijgen het bedrag van hun bank vergoed. “Indien dit niet aan onzorgvuldigheid van de klant gelegen heeft, dan zullen banken in de regel de schade voor hun rekening nemen”, vertelt Hindori aan de Ware Tijd. Bij skimmen kopiëren fraudeurs de magneetstrip van een pas en bemachtigen op deze manier de pincode. Daarna maken zij een kopie van de pas en plunderen ze de rekening van de persoon.

Comments ()
zondag, 01 december 2013 00:00

Parbode 92

TuinafvalFilmindustrieWitte inheemsenAnand Kalpoedraaikolken

‘Zwarte gaten’ voor Surinaamse kust
Ruim 2,5 jaar geleden werd Suriname opgeschrikt door het bericht van twee enorme draaikolken voor onze kust. De paniek in de media ebde weg toen de wetenschappers die de kolken ontdekt hadden, op het internet niet te vinden bleken. Toch zijn er wel degelijk draaikolken voor onze kust. De ene zelfs net zo groot als Suriname zelf. “Ze ontstaan onder invloed van twee zeestromingen die samenkomen, in combinatie met de stroom uit de Amazonerivier”, legt professor Sieuwnath Naipal uit. Die stromingen zijn seizoensgebonden; de draaikolken ontstaan in de regentijd en verdwijnen daarna weer. Volgens Naipal vormen de kolken geen gevaar voor de scheepvaart. Recent onderzoek wijst uit dat het aantal draaikolken in zee toeneemt en dat ze gevolgen hebben voor het klimaat. De kolken stuwen een grote hoeveelheid warm water naar het noorden, waar ze een negatieve impact op het smeltende poolijs hebben. Onlangs werd de grootte van de kolken gemeten met satellietbeelden. Tot hun verbazing merkten de onderzoekers dat de waterkolken wiskundig gezien het equivalent zijn van zwarte gaten in de ruimte. De massa van zwarte gaten is zo sterk, dat niets, zelfs geen licht, uit de gaten kan ontsnappen. En dat geldt volgens de onderzoekers ook voor de draaikracht van grote waterkolken.

Sieuwnath Naipal, Journal of Fluid Mechanics, Phys.org

 

 

De onderzoeker
Anand Kalpoe (41) is docent aan de Faculteit der Technologische Wetenschappen van de AdeKuS en is tevens bezig met het schrijven van zijn proefschrift. Hij hoopt in 2015 zijn PhD te behalen aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Wat onderzoekt u?
“Ik onderzoek of, en zo ja hoe en hoeveel, zonne- en windenergie we kunnen integreren in het energienetwerk van Suriname. Wat is er beschikbaar aan energiebronnen en is het technisch haalbaar om de verkregen energie aan het bestaande netwerk toe te voegen? En wat zijn de kosten daarvan?”

Waarom wilde u daar meer over weten?
“Elk jaar hoor je in september en oktober dat er een tekort aan energie is, omdat de waterstand in het stuwmeer dan laag is. Tegelijkertijd neemt in deze warme periode de vraag naar energie toe, vanwege het toegenomen gebruik van airco’s. Maar in diezelfde periode is er wél veel wind en de zon schijnt frequenter. Het leek me daarom interessant te onderzoeken in hoeverre je met die elementen ook een hoeveelheid energie kunt opwekken.”

En waarom is dat van belang?
“Als je het gebruik van diesel kunt minimaliseren, kun je in de eerste plaats de kosten drukken. Dat is voor bedrijven en de overheid een belangrijk aspect. En met meer energie kun je natuurlijk ook meer mensen aansluiten op het netwerk. Het milieu is nog niet aan de orde. Sommige systemen met zonnepanelen werken bijvoorbeeld op een batterij die na een aantal jaar vervangen moet worden. Wat voor vervuiling geeft dat? Dat zou een vervolgonderzoek kunnen zijn: de effecten op het milieu van de verschillende energiebronnen vergelijken.”

Hoe heeft u het onderzoek uitgevoerd?
“Er zijn metingen gedaan van de windsnelheid en windrichting op verschillende hoogten, en van de zonnesterkte en de temperatuur. Nu ga ik nog data van Nasa-satellieten vergelijken met onze gronddata en enkele elektrische energienetwerkconfiguraties identificeren. En dan natuurlijk een kostenberekening maken.”

Wat verwacht u dat de uitkomst van het onderzoek wordt?
“Het is nog niet duidelijk hoe zonne- en windenergie naar het energienet geleid kunnen worden. Ook moeten potentiële locaties nog uitgezocht worden. Ik denk aan kleine windmolens langs de kust en zonnepanelen op de plekken van uitgemijnde gebieden op Lelydorp. Zeker is dat de dalperiode van het water precies samenvalt met de piekperiode van de wind. Windenergie kan dat dal prima compenseren.”

 

 

Witte inheemsen
Bij het woord ‘inheemsen’ denk je al gauw aan de oorspronkelijke bewoners van Noord- en Zuid- Amerika. Maar ook andere werelddelen kennen hun inheemsen. De Pavee uit Ierland bijvoorbeeld, een rondtrekkend volk met een eigen taal, Gammon (ook wel Shelta of Cant genoemd). Vroeger trokken de Pavee rond in huifkarren, maar tegenwoordig gebruiken ze caravans. En afgezien van Ierland leven ze inmiddels ook in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. In totaal gaat het om ongeveer 43.000 personen. Dat aantal is geschat, want veel Pavee vallen buiten de officiële volkstellingen. Recent onderzoek vergelijkt de situatie van de Pavee in Ierland met die van de Noord-Amerikaanse inheemsen. Hoewel daaruit blijkt dat er veel verschillen zijn, vonden de onderzoekers ook een flink aantal overeenkomsten. Ook de Pavee strijden – nog altijd – tegen de (Engelse) kolonisators voor zelfbeschikkingsrecht. Ze ondervinden veel discriminatie in de maatschappij en in het strafrechtelijk systeem, en zijn achtergesteld op gebieden als de arbeidsmarkt, het onderwijs en de gezondheidszorg.

American Indian Quarterly

 

 

Filmindustrie in diaspora
In hoeverre worden filmculturen in de diaspora beïnvloed door ontwikkelingen in het thuisland? Die vraag lag aan de basis van een onderzoek naar de Marokkaanse en Indiase filmcultuur in België. Op basis van interviews met onder meer distributeurs, maatschappelijk werkers en programmeurs kwamen de onderzoekers tot de conclusie dat ontwikkelingen in deze filmculturen beïnvloed worden door zowel de productie in het thuisland als door lokale actoren. Cruciaal in de ontwikkeling blijkt het – zowel legale als informele/illegale – transnationale netwerk. Al met al blijkt dat mediaconsumptie en in het bijzonder filmcultuur in de diaspora alleen goed begrepen kan worden wanneer je de spanning tussen de lokale omgeving, haar positie binnen transnationale netwerken én de filmindustrie in het thuisland bekijkt.

Critical Studies in Media Communication

 

 

Nonsens!
‘Tuinafval is een natuurproduct, het is dus niet schadelijk om het te branden’ Nonsens. Het verbranden van afval zorgt altijd voor de uitstoot van schadelijke stoffen zoals dioxines, zware metalen en fijnstof. Dat geldt niet alleen voor plastic; hout bevat bijvoorbeeld vaak resten van verf, pesticiden of oplosmiddelen. Maar zelfs bij de verbranding van onbehandeld hout kunnen meer dan 25 giftige stoffen vrijkomen! Het probleem met tuinafval en onbehandeld hout is dat het vaak niet voldoende gedroogd is. Dat heeft gevolgen voor de verbrandingstemperatuur, en bij een lage verbrandingstemperatuur komen schadelijke stoffen vrij. Het gebruik om de as van het tuinafval voor de kippen te strooien, is daarom ook af te raden. Tuinafval bevat weliswaar relatief veel kalk, wat voor stevigere eieren kan zorgen. Maar op deze manier komen vooral giftige stoffen in de eieren terecht. Het verbranden van (tuin-) afval veroorzaakt daarnaast een hinderlijke rook, die niet alleen in de was terechtkomt, maar ook gezondheidsklachten kan geven aan jezelf en buurtbewoners. Dat kan variëren van lichte hoestprikkels tot – op langere termijn – kanker. Een nuttig alternatief voor verbranden is om het tuinafval te composteren.

Diverse overheidswebsites, Openbare Vlaamse Afvalstoffenmaatschappij

 

vrijdag, 01 november 2013 00:00

Muziek&Zo

Miriam Simone‘Hmmmmm, a-ha, a-ha’. Het lijkt wel of tegenwoordig geen liedje meer kan beginnen zonder een paar zwoel geneuride melodietjes, keelklanken of een oproep aan de dj om het volume flink omhoog te draaien. Alsof de artiest eerst wil controleren of de microfoon überhaupt wel aan staat, alvorens zich in het nummer te storten. Ook reggaezangeres Miriam Simone heeft daar een handje van. In slechts twee van de elf nummers op haar nieuwe cd Sranan begint ze direct met haar tekst. Ze mag zich daarmee dan schikken naar een modeverschijnsel, ook de rest van de cd geeft maar weinig blijk van originaliteit. Op een kleine handvol na, verdwijnt het gros van de nummers uit je bewustzijn voordat ze goed en wel zijn ingezet. Sranan, de tweede plaat van de Surinaams-Amsterdamse Simone, is in Jamaica geproduceerd, maar lijkt speciaal voor de Surinaamse markt uitgebracht. Het overgrote deel van de teksten is in het Sranan Tongo. Al is de titel niet erg origineel, toepasselijk is hij dus wel. Op de hoes staart Simone, gekleed in een pantervelletje en met dik aangezette make-up, de aankomende luisteraar eigenwijs aan. Haar naam pronkt in rood, geel en groen naast haar hoofd. Kinky Surinaamse reggae, zou je verwachten. Dat valt dus even tegen wanneer de schijf eenmaal in de speler zit en ‘Mama bere’ de speakers uit glijdt: een nummer over de liefde tussen ouder en kind. Niet het beste nummer om de cd te openen, want juist ballads als deze zijn het zwakke punt van de cd. Dat is vooral te wijten aan de overdaad aan elektronica; synthesiser en elektronische drumpads hebben de overhand, waardoor je gaat zoeken naar de ‘echte’ accoustiek. Simone, die haar carrière begon als achtergrondzangeres bij Postmen, zingt doorgaans goed, maar niet zo goed dat ze dat instrumentale tekort kan compenseren. Nummers als ‘Mi lob you’ (had ik al iets gezegd over originaliteit?) en ‘Mi psa deng watra’ (toch een nummer-éénhit op de SRS) blijven daardoor zielloos. Gelukkig zijn er toch een paar tracks die voldoende scherpe ‘hooks’ hebben om zich in je brein vast te haken, zoals het zacht stuwende ‘Tide neti’ en het verder nogal slepende ‘Im go gi mi’. ‘Sranang’ (in tegenstelling tot de titel van de cd dus met een g op het einde) weet het juiste dampende reggaesfeertje op te roepen. Maar de sterkste track, ‘Dem a chat’ (My business), is misschien wel het enige nummer dat dwingt te luisteren. De stevigste beat heeft Simone bewaard voor het laatste nummer, ‘End up back with you’. Het is een laatste opleving in tempo, helaas niet in overtuigingskracht. Dus, dj: next time pump the music wat meer, en wat eerder up, ‘yo’.
Tom van Moll

Sranan, Miriam Simone, 2013

Comments ()
vrijdag, 01 november 2013 00:00

Boeken&Zo

Tutuba

Tutuba

Op 19 november 1737 vertrok het slavenschip Leusden uit Elmina (in het West-Afrikaanse Ghana) met een lading van bijna zevenhonderd geroofde en gevangen Afrikanen, die als slaaf zouden worden verkocht in Suriname. Een van hen is het vijftienjarige meisje Tutuba. Op 1 januari 1738, na een reis van zes weken, loopt de Leusden op een zandbank in de Marowijnerivier en vergaat. De voltallige bemanning weet zich te redden, maar de 664 gevangenen in het ruim komen jammerlijk om het leven. Omdat de bemanning de luiken heeft dichtgetimmerd… Bij toeval overleven Tutuba en vijftien anderen deze vreselijke ramp, die voor Cynthia Mc Leod aanleiding is geweest voor het schrijven van deze historische novelle. Een geschiedenis die overigens door Leo Balai aan de vergetelheid werd onttrokken; hij schreef er een proefschrift over en aan hem werd dit boek ook opgedragen. De 116 pagina’s tellende novelle wordt om en om geschreven vanuit het standpunt van Tutuba en van de kapitein van de Leusden, kapitein Outjes. Het boek kent een voorwoord en een nawoord en bevat een aantal voetnoten met uitleg en vertalingen in het Sranan. Er zijn maar liefst drie edities verschenen van deze novelle: een paperback, een gebonden en een Engelstalige. Cynthia Mc Leod is zonder twijfel de bekendste en succesvolste levende schrijfster van Suriname. Bij uitgeverij Conserve publiceerde zij vier historische romans (waaronder het onlangs verfilmde Hoe duur was de suiker?) een studie over een vrije zwarte vrouw in de achttiende eeuw, een boek over slavernij (samen met Carel de Haseth) en een reisboek (samen met Hennah Draaibaar). In al haar werk is Mc Leod een echte schooljuffrouw, en daar kan niet elke lezer goed tegen. Ze gaat als het ware op haar hurken zitten om ons iets uit te leggen en een verhaal te vertellen: Zo jongens en meisjes, lang geleden… enzovoort. Neem het begin: ‘Tutuba was al vroeg wakker die ochtend. Moeder en de broertjes sliepen nog, het zusje maakte smakgeluidjes aan moeders borst. Tutuba stond op en kroop uit de hut. Ze ging op een klein bankje onder de boom zitten en keek rond. Wat een heerlijke ochtend, vogeltjes kwetterden alsof ze ook blij waren met het mooie frisse ochtendgloren.’ Het deed me sterk aan een van de kinderboeken uit mijn jeugd denken. Maar voor wie hiermee geen moeite heeft, is Tutuba een vlot geschreven, informatief en smartelijk verhaal.
Ko van Geemert

Tutuba, Cynthia Mc Leod, 2013, Uitgeverij Conserve, ISBN 9789054293569

 

 

De fiets

de fiets

Leren fietsen. Elk kind moet er een keer aan geloven. Niet gek dus dat dit het onderwerp is voor het nieuwe kinderboek van Anne Huits. Zij is geen onbekende in de Surinaamse kinderboekenwereld, al eerder schreef ze boeiende verhalen voor onze jeugd. Haar jongste werk heet De fiets. Daarin wordt het verhaal verteld van de zesjarige Henna die een cadeau krijgt voor haar verjaardag. Je raadt het al: een roze fiets. Maar Henna kan niet fietsen! Samen met haar moeder gaat ze oefenen en dit lukt niet zonder tegenslagen. Naast het vallen en opstaan, stapt ze ook aan de verkeerde kant van de fiets op. Gelukkig schiet haar buurman te hulp en klimt Henna niet alleen soepel op haar fiets, maar trapt ze vrolijk en zonder te vallen weg. In de tekst wordt gebruik gemaakt van streepjes tussen woorden die meerdere klemtonen bevatten. Hierdoor is het voor de lezers makkelijker om de woorden te begrijpen. Deze manier van schrijven wordt ook vaak gebruikt op basisscholen. Het kinderboekje De fiets van Anne Huits is om die reden zeker geschikt voor kinderen die net beginnen met lezen. Overigens wel jammer dat dit niet consequent in het gehele boekje is toegepast, soms wordt er namelijk een woordje overgeslagen. Verder is er niet teveel tekst op een pagina, hierdoor geeft het boek een opgeruimde indruk en dat maakt het erg overzichtelijk. Het buigzame boekje trekt meteen je aandacht dankzij zijn glanzende kaft die is voorzien van een kleurrijke tekening. Soortgelijke fleurige plaatjes bevinden zich ook in de rest van het boek. Deze illustraties van Jurmen Kadosoe zorgen ervoor dat het leesboekje een opgewekte en vrolijke uitstraling heeft. Omdat elke pagina met tekst een bijbehorende tekening bevat, is het makkelijker voor de kinderen om het verhaal te volgen, daar een beeld bij te vormen en natuurlijk hun aandacht erbij te houden. Kortom een simpel, vrolijk boekje voor de kleine lezer dat veel charme heeft dankzij de vele illustraties.
Sylvana van den Braak

De fiets, Anne Huits, 2013, Publishing Services Suriname, ISBN 9789991472416

 

 

 De man van veel

De man van veel

Anton de Kom werd in 1898 geboren, in Paramaribo. In 1921 kwam hij in Nederland terecht, waar hij zijn vrouw Nel leerde kennen, met wie hij in 1926 trouwde. Inmiddels had hij blijk gegeven van zijn antikoloniale opvattingen en zijn afkeer van discriminatie. In 1933 arriveerde hij met zijn gezin in Suriname, waar hij door het koloniale gezag scherp in de gaten werd gehouden. Al spoedig werd hij gearresteerd, in Fort Zeelandia gevangen gehouden en met zijn vrouw en vier kinderen op de boot naar Nederland gezet. In 1934 verscheen Wij slaven van Suriname, van groot belang voor de Surinaamse bewustwording. Maar het ging niet goed met De Kom, hij vond geen werk, kreeg zijn teksten niet gepubliceerd en belandde in overspannen toestand in een psychiatrische inrichting, waar hij enige tijd verbleef. In de oorlog sloot hij zich aan bij het communistisch georiënteerde Nederlandse verzet, werd gearresteerd en overleed (aan tuberculose) in 1945 in Kamp Sandbostel. Karin Amatmoekrim (1976) heeft (een deel) van De Koms leven als basis genomen voor haar vijfde roman De man van veel. We volgen zijn bestaan vanaf zijn gedwongen opname in 1939 – zijn vrouw had hierop aangedrongen, omdat Anton geheel in zichzelf gekeerd en uiterst agressief was geworden – tot zijn ontslag in 1940, onderbroken door flashbacks uit De Koms jeugd, zijn gevangenschap in Fort Zeelandia, zijn terugkeer naar Nederland. We maken zijn vertwijfeling mee, zijn frustraties, zijn gesprekken met de geneesheerdirecteur, de ontwikkeling van zijn vriendschap met medepatiënt David en zijn trots op de bewondering van een andere (blanke en welgestelde) patiënt voor De Koms boek Wij slaven van Suriname. Amatmoekrim vertelt het verhaal in 263 pagina’s. Na de korte proloog (met enkele summiere gegevens over De Kom) volgen 53 korte hoofdstukjes, verdeeld over twee delen. Deel I eindigt op het moment dat De Kom weer voorzichtig begint met schrijven, een belangrijke stap in het herstelproces. Het boek besluit met een foto van De Kom en een korte epiloog waarin Amatmoekrim meldt hoe hij aan zijn einde kwam. Het is bijzonder dat de schrijfster juist deze, niet zo bekende, episode uit het leven van De Kom heeft beschreven. Het levert een aangrijpend boek op, waarbij het jammer is dat Amatmoekrim er niet altijd in slaagt sentimentaliteit te vermijden. Zoals wanneer ze bijvoorbeeld de ontmoeting tussen Anton en zijn toekomstige vrouw Nel beschrijft: ‘Ze legde haar hand in de zijne en zei: breng je me naar huis, Anton? Zijn naam klonk niet eerder zo waarachtig, dan toen zij hem op dat ene moment uitsprak.’ Maar belangrijker dan dit punt, dat ook met smaak te maken zal hebben, is de vraag of de structuur wel helemaal geslaagd is. Want wat is het geval? In de eerste tientallen pagina’s wordt de lezer geconfronteerd met ene Anton die een behoorlijk verwarde indruk maakt, maar die ons verder niet bijster interesseert als we de levensgeschiedenis en het belang van deze Anton niet zouden kennen. Echter moet worden aangenomen dat de schrijfster de intentie heeft gehad om een boeiend verhaal te vertellen, ook voor hen die niet op de hoogte zijn van De Koms geschiedenis. De aanloop duurt dus misschien voor deze onwetende lezers wat lang. Maar hoe het ook zij, geduld wordt beloond. Steeds verder komend in Amatmoekrims verhaal over deze legendarische en complexe figuur, laat het je niet meer los – ook niet als het uit is.
Ko van Geemert

De man van veel, Karin Amatmoekrim, 2013, Uitgeverij Prometheus/Bert Bakker, ISBN 9789044621266

 

 

André Loor vertelt...

Andre Loor vertelt

Als André Loor gaat vertellen, kun je bij voorbaat op het puntje van je stoel gaan zitten. Prachtige verhalen over onze al even prachtige en soms bewogen historie komen uit zijn mond, alsof hij het allemaal zelf heeft meegemaakt. Loor is een wandelend archief. Op vrijwel iedere vraag heeft hij een antwoord en hij kan zelfs de kleinste details uit de doeken doen. Hij is een van de slechts vijf historici die Suriname rijk is, maar als enige verstaat hij de kunst om zijn toehoorders niet te vervelen met ingewikkelde wetenschappelijke betogen. Tot nu toe schreef hij vooral in opdracht boeken voor bijvoorbeeld jubilerende bedrijven of ter gelegenheid van de herdenking van een historische mijlpaal. Maar met André Loor vertelt... heeft hij vrijuit zijn enorme kennis en eigen herinneringen op papier gezet. Het boek is prachtig vormgegeven, de ongekend luxe omslag nodigt uit om het mee te nemen. Dat de prijs (129 srd) voor Surinaamse begrippen fors is, mag geen belemmering zijn. De verhalen van Loor zijn immers onbetaalbaar. De ondertitel Suriname 1850-1950 klopt niet helemaal, want Loor kan het niet laten om in de inleiding eerst nog even de prille ontstaansgeschiedenis van Suriname in twintig bladzijden samen te vatten. Een beetje overbodig, maar zeker niet oninteressant. De rest van het boek bevat elf hapklare hoofdstukken, waarin Loor onder meer het dagelijks leven, het verkeer, de bouwkunst en het onderwijs tussen 1850 en 1950 beschrijft. En waarbij hij ook zijn eigen ervaringen deelt. Het is een boek dat de lezer vooral ‘O ja, is dat zo?’- en ‘Ach ja, zo ging dat vroeger’-opmerkingen zal ontlokken. En waar je ook nog wat van kunt leren. Zo haalt Loor de misvatting onderuit dat in het Surinaamse verkeer links wordt gereden, omdat ons land eeuwen geleden even onderworpen was aan het Britse bestuur. Niet dus; het is allemaal te danken aan de Guyanees die in 1910 als eerste een auto in Suriname importeerde, overigens als kermisattractie. Hij reed gewoontegetrouw links, en anderen die daarna voertuigen importeerden, deden daarom hetzelfde. En toen de rijverordening in 1916 werd ingevoerd, zag men geen reden om het verkeer rechts te laten rijden. Het boek staat vol met dit soort wetenswaardigheden. Daarnaast is het overdadig geïllustreerd, uiteraard met vooral historische en soms unieke foto’s en tekeningen. Dat de eerste druk van het ruim 272 pagina’s tellende boek in mum van tijd was uitverkocht, mag daarom ook geen verrassing zijn. Deze maand arriveert gelukkig de tweede druk in ons land, verzekert uitgever Vaco. Het gebrek aan een index, is een beetje een gemis. Dat maakt het lastig als je iets over een bepaald onderwerp wilt terugvinden. Aan de andere kant: het is ook geen naslagwerk, maar een historisch verhalenboek, verteld door een man die uniek is in zijn soort. Een verhalenboek dat iedere Surinamer, en iedereen die van Suriname houdt, in zijn kast moet hebben staan.
Armand Snijders

André Loor vertelt... Suriname 1850-1950, André Loor, 2013, Vaco Uitgeversmaatschappij, ISBN 9789991400914

Comments ()
vrijdag, 01 november 2013 00:00

Puf en Poepe

Rappa ontleedt op zijn typisch eigen(wijze) manier
bekende en minder bekende woorden

Het was pufheet in het klaslokaal; een ieder pufte van de hitte. De Hollandse juf voorin maakte met haar bolle wangen puffende geluiden. Opeens liet een van de jongens een loeiende scheet en meteen roken wij de bruine bonen die hij gisteren had gegeten. Gillend stoven de leerlingen in zijn omgeving uit hun bank en renden, naar verse lucht happend, de gang op. “Wat is dat nou?”, vroeg de juf. “Raoul heeft gepuft, juf, en z’n puf stinkt verschrikkelijk”, zei een meisje op weg naar buiten. En Raoul? Die zat grijnzend, na het succes van zijn vorige, weer een puf te drukken. Deze keer eindigde het rundergeloei uit zijn darmen evenwel in een onderdrukt gegorgel. Raoul keek opeens met grote schrikogen: naast de uitgedrukte darmlucht was ook een golf vloeibare darminhoud meegekomen. Schitterend! Joelend sprongen we op om deze poepejantje uit te lachen. En hoe hij ook smeekte, juf liet hem tot de pauze in z’n eigen schijtsel zitten. Daar zat geen puf meer in. Vanaf die dag kreeg Raoul een passende bijnaam:’Poepe-bille-puf’, afgekort Poepe. De jaren gingen voorbij; we studeerden af en gingen elk onze weg. Op reünies informeerden we elkaar over elkaar: “Flint is dokter. Toettie is nog even mooi, Kalkie zit op Aruba, Doellie is tandarts, Mandje zit in Koeweit, Poederdoos is getrouwd en Poepe is hoofdpurser.” Een jaartje daarna, op weg naar Schiphol, buigt een netjes geüniformeerde heer naar mijn zetel en zegt: “Parra, fa?!” Ik kijk op, zeg verrast en net iets te luid: “Eh, sh..t! Poepe! Fa’fie?” Aan de hoofden die in onze richting draaiden, begreep ik meteen mijn ernstige fout. Vroeger maakten we in de grote vakantie vliegers die konden puffen. Aan de ‘toom’ werd een stukje vliegerpapier geplakt en als je aan het touw rukte, maakte de vlieger een duik en dan hoorde je het papier roffelen: je vlieger pufte. Johan hield van deze stunt: “Horen jullie, ik ga hem laten puffen, m’o mek’a poe, jaah.” Hij trok enkele keren heftig aan het touw, dat brak, nylon kenden we nog niet, en daar dwarrelde z’n vlieger. Johan dwars over het speelveld achter zijn nieuwe vlieger aan, hoofd in de lucht, de straat over, gierende remmen: Johan bijna onder een auto. “Ai poe, bijna a k...”, zei m’n vriendje. De vertaling? Staat zo raar, toe maar: “Hij puft, bijna heeft hij gescheten.” Weet u niet wat achter die ‘k...’ moet? Effe vragen.

Comments ()
vrijdag, 01 november 2013 00:00

Levende doden

 Echte mannen

Echte mannen
Volgens een onlangs gepubliceerde studie onder jonge mannen van zeven Caribische eilanden en Guyana, is er een relatie tussen hun idee over mannelijkheid en het nemen van risico. Voor de onderzochte mannen staat risico nemen gelijk aan mannelijkheid, zo blijkt. Monogamie en onthouding is voor watjes. Echte mannen hebben seksueel contact met meerdere vrouwen, maar dan wel zonder condooms te gebruiken (want stél dat je zit te klungelen en je erectie kwijtraakt). De angst om voor loser of – erger nog – homo aangezien te worden, weegt zwaarder dan de angst voor seksueel overdraagbare aandoeningen of ongewenste zwangerschappen. Het verwekken van een kind bevestigt juist de potentie, zelfs als het kind ongewenst is. De onderzoekers zeiden door het onderzoek beter te begrijpen waarom de anti-hiv campagnes zo weinig effect hebben.

Sexuality Research & Social Policy

 

 

 

De onderzoeker
Jeanine RecappéJeanine Recappé (28 jaar) studeert volgende maand af in het International Tourism Management aan het Instituut voor Bedrijfswetenschappen (IBW).

Wat heb je onderzocht?
“Mijn onderzoek gaat over hoe Surinaamse recreatieoorden een balans kunnen vinden tussen de drie P’s: Planet, People en Profit. Wanneer een balans is bereikt tussen sociale waarden (People), ecologische waarden (Planet) en economische waarden (Profit), kun je spreken van ‘duurzaam toerisme’. Is die balans er nu al? En zo nee, hoe bereik je die? Ik onderzoek dat aan de hand van Overbridge River Resort en doe aanbevelingen over hoe het oord invulling kan geven aan de erkende duurzaamheidprincipes. Het model dat ik nu opstel voor Overbridge, kan straks ook toegepast worden op andere toeristische bestemmingen.”

Waarom wilde je daar meer over weten?
‘Duurzaamheid’ is een van de meest gebruikte concepten in de toerismeontwikkeling. Maar de toerismesector van Suriname is over het algemeen nog niet erg duurzaam van karakter. Ik was benieuwd welke mogelijkheden een oord in Suriname heeft om aan de voorwaarden te voldoen.”

Waarom is dat van belang?
“Het verduurzamen van een resort zal uiteindelijk leiden tot het duurzaam beheren van de hulpbronnen. Je kunt de behoeften aan rust, avontuur of esthetisch genoegen van de toerist of recreant heel goed garanderen, zonder dat de natuur, het milieu of de bewoners van het bestemmingsgebied er schade van ondervinden. Daar zullen de huidige en toekomstige generaties baat bij hebben.”

En hoe heb je het onderzoek uitgevoerd?
“Ik heb zowel literatuuronderzoek en onderzoek op internet gedaan, als interviews afgenomen bij deskundigen, leidinggevenden en personeel van Overbridge, en met de binnen- en buitenlandse klanten die een of meerdere bezoekjes brachten aan het oord.”

Wat was de uitkomst van je onderzoek?
“Ik ben nog niet helemaal klaar, maar ik weet nu al dat het resort niet voldoende aan de duurzaamheidprincipes voldoet. Daarom doe ik haalbare aanbevelingen, zodat ze daar wel aan kunnen werken. Bijvoorbeeld door middel van afvalmanagement, het gebruik van zonneenergie en spaarlampen, en het organiseren van gemeenschappelijk transport om uitlaatgassen te beperken.”

 

 

Levende doden
Levende dodenDacht u dat zombies alleen in films of de videoclip ‘Thriller’ van Michael Jackson voorkwamen? Was het maar waar! Het verschijnsel bestaat echt, maar voor zover bekend gelukkig alleen op Haïti. Een van de eersten die erover schreef was plantkundige Wade Davis in zijn boek De Slang en de regenboog. De kern van het boek is het verhaal van de Haïtiaan Clairvius Narcisse, een man die in 1962 overleed en officieel werd doodverklaard. Alleen liep hij in 1980 zijn oude dorp weer binnen, waar de familie hem direct herkende. Volgens Narcisse had zijn inmiddels overleden broer een voodoopriester ingeschakeld in verband met een boedelkwestie. Deze priester had Narcisse tot zombie gemaakt en zijn ziel afgenomen, aldus Narcisse. Hij werd ver van zijn woonplaats te werk gesteld op een plantage. Uiteindelijk stierf de priester, en Narcisse kreeg zijn geheugen langzaam weer terug. Pas na vele jaren vond hij zijn eigen dorp weer. Het verhaal van Narcisse was niet het eerste of enige zombieverhaal op Haïti. Volgens Davis wordt op het eiland een bepaald gif gebruikt om mensen tot zombie te maken. Van een bepaalde dosering van dit gif raken de slachtoffers tijdelijk ‘schijndood’, een soort comateuze toestand die nauwelijks van de dood te onderscheiden is. De schijndode persoon wordt officieel dood verklaard en begraven, maar even later heimelijk door de voodoopriester weer opgegraven. De truc is dan om een ander gif toe te dienen dat de persoon weer bijbrengt en tevens zorgt voor geheugenverlies en hallucinaties. De persoon in kwestie is dan hulpeloos en vaak willoos. Hij blijft dat door regelmatige toediening van hallucinerende middelen. Je kunt dan met hem doen wat je wilt. Er zijn inmiddels meerdere zombiegevallen bekend, maar de meesten konden het niet zo goed navertellen als Narcisse, omdat het schijndood zijn, levend begraven worden en het daarmee gepaard gaande zuurstoftekort meestal hersenbeschadiging tot gevolg heeft. Wades boek wordt gezien als pseudowetenschappelijk, maar het geval van Narcisse is – evenals enkele latere zombiegevallen – goed gedocumenteerd.

American Scientist, Grenswetenschap, Wikipedia, Wade Davis: de Slang en de regenboog, ISBN 9789025466244

 

Nonsens!
‘Vissen kunnen alleen leven in het water’
Vissen
Nonsens. Er zijn vele vissoorten die prima een tijdje op het land kunnen rondscharrelen. Slijkspringers bijvoorbeeld, komen vaak aan het eind van de dag even aan land om te kijken of daar wat lekkers te halen valt. Deze diertjes kunnen wel honderd meter afleggen op het droge. Ook de koetai wil nog wel eens uit het water komen voor een hapje. Sommige vissen kunnen zelfs tot enkele dagen aan land blijven, zoals de wandelende meerval. Zijn kieuwen zijn extra verstevigd voor de droge ommetjes en fungeren dan als een soort longen. Longvissen daarentegen hebben naast hun kieuwen ook longen, waarmee ze zuurstof uit de lucht kunnen opnemen. Een paar jaar geleden werd in Brazilië een bijzondere ontdekking gedaan. De Mangrove rivulus, een visje dat voorkomt in Noord-, Midden- en Zuid-Amerika, bleek maar liefst 66 dagen in een boom te kunnen overleven in tijden van droogte. De vis ademt dan door zijn huid. Pas dit jaar werd voor het eerst een video gemaakt waarin te zien is hoe het diertje zich beweegt over land.

Dier en Natuur, National Geographic News, Wikipedia

 

vrijdag, 01 november 2013 00:00

Gênante family affairs

Eugene van der San

Eugene van der San, directeur van het kabinet van de president, overhandigde eind september op zijn eigen werkplek een petitie aan de baas. President Bouterse moet ingrijpen in de kwestie rond zijn dochter, vindt Van der San. Dochterlief was geslaagd voor het Lager Beroepsonderwijs (LBO), maar haar resultaat was niet voldoende voor de mulo. Van der San eiste daarom dat het gemiddelde van 5,45 zou worden opgetrokken naar een 6. De Examencommissie weigerde dat, en Van der San verloor ook het kort geding dat hij aanspande tegen het ministerie van Onderwijs. Een ‘rechterlijke dwaling’, vond Van der San. En nu dan een petitie, die met naam, toenaam en slechte resultaten ook op internet staat. Als deze actie al succes zou hebben, is het vooral gênant voor de leerlinge. Van der San wil koste wat kost zijn gelijk halen, ook al wordt zijn eigen dochter dit keer de dupe.

Greenheart Group

Surinaams hout in Vietnam
Surinaams hardhout maakt zijn entree op de Vietnamese markt. Houtproducent Greenheart introduceerde het hout tijdens Vietnamwood Expo. Dit is een van de belangrijkste beurzen in de Aziatische houtwereld. Vietnam heeft volgens Greenheart een van de grootste rollen in de houtexport van Zuidoost-Azië. Daarnaast is het land actief in de handel met de Verenigde Staten en Europa. Volgens Alva Wong, de directeur Verkoop en Marketing van Greenheart, wordt de behoefte aan onbewerkt hout met een FSC-certificaat steeds groter. Dit, omdat de houtsector wereldwijd de illegale handel in het natuurproduct wil aanpakken, zei ze tegenover de Ware Tijd.

kerk

Twijfels over volkstelling
De juistheid van de uitkomst van de laatste volkstelling van het Algemeen Bureau van de Statistiek (ABS) wordt door velen in twijfel getrokken. Het aantal geregistreerde Brazilianen (5.027) is volgens Gerold Dompig, werkzaam bij de commissie Ordening Goudsector, veel te laag. Hij vermoedt dat het ABS alleen Brazilianen in Paramaribo heeft geteld. Volgens cijfers van de commissie zijn er alleen al in de door hun geordende goudvelden zevenduizend mensen van Braziliaanse afkomst aangetroffen. Daarnaast worden vraagtekens gezet bij het aantal Chinezen (3.758) in ons land. Carmen Tjin A Djie, vroegere adviseur van de Chinese ambassade, denkt dat het daadwerkelijke cijfer tussen de 15.000 en 20.000 personen ligt. Het feit dat er onderscheid wordt gemaakt tussen de boslandcreolen en de stadscreolen, viel ook niet in de smaak. Veel personen vinden het verdelen van de Creoolse samenleving niet gepast. Tot slot hadden de rooms-katholieken kritiek op de censuscijfers. Hun kerk zou volgens hen veel meer aanhangers hebben.

Het ministerie van Sociale zaken

Hoofdpijn door kinderbijslag
Het ministerie van Sociale zaken en Volkshuisvesting kan sinds de verhoging van de kinderbijslag van drie naar dertig srd in januari 2011, de enorme extra werkdruk nauwelijks aan. Het aantal geregistreerde kinderen is inmiddels toegenomen van zo’n 29.000 tot bijna zeventigduizend. De ambtenaren van het ministerie hebben grote moeite al die aanvragen te verwerken, waardoor fikse achterstanden in de betalingen zijn ontstaan. Rechthebbenden ontvangen nu pas de kinderbijslag over de periode april tot december 2012. Nog voor het eind van dit jaar zal een deel van 2013 worden uitbetaald, zo verzekert minister Alice Amafo. Ze kan echter niet garanderen dat betalingen in de toekomst wel bijtijds plaatsvinden.

Waaldijk mag weer blijven
Marc Waaldijks contract bij Staatsolie is opnieuw verlengd. Dit is inmiddels al de derde keer. In 2012 kondigde hij zijn vertrek al aan. Dit werd verzet naar 2013 en nu blijft hij tot maart 2014 directeur. Door de regering was John Sew A Tjon naar voren geschoven, maar binnen het staatsbedrijf stuitte die voordracht op verzet. Ze hebben liever iemand van binnen hun eigen gelederen. Twee kandidaten worden geschikt geacht: Wim Dwarkasing, hoofd Exploratie en Rudolf Elias, die de leiding heeft over de raffinaderij. Het is een unicum dat het bedrijf het zo duidelijk oneens is met een door de politiek gekozen kandidaat. Daarnaast werd er niet positief gereageerd op het feit dat Sew A Tron grote stukken grond kreeg voor exploratie. Dit was ook een van de oorzaken waarom president Bouterse wilde dat Waaldijk zijn contract zou verlengen. 

vuilophaal

Vuilophaal in het donker
Sinds begin oktober wordt het vuil in Paramaribo in de avonduren opgehaald. Bij de voorbereidingen gaven ophaalbedrijven aan te twijfelen of het allemaal wel in een keer goed zou gaan. Het is voor hen de vraag of de overheid wel alle juiste maatregelen heeft getroffen. Haroen Abdul van ophaalbedrijf Krin Sranan en zijn collega’s, maken zich vooral zorgen over de verlichting. Zowel bij het ophalen als ook bij de vuilstortplaats. “Er moet daar verschrikkelijk goede verlichting worden gezet om ongelukken te voorkomen.” Ook de communicatie rondom het verplaatsen van de vuilophaal verliep niet vlekkeloos. Volgens de vuilophalers hoorden ze van de plannen via de media. Daarnaast zijn veel burgers nog niet op de hoogte.

drugsverslaafden

Speciale berechting drugsverslaafden
Er moet een speciaal berechtingsysteem komen voor criminelen die drugsverslaafd zijn. Dat wil procureur-generaal Subhas Punwasi. Drugsverslaafde daders moeten niet zomaar worden veroordeeld, maar deskundige begeleiding krijgen. Er is inmiddels zelfs een wet ontwikkeld die dit moet realiseren. Andere landen, zoals Canada en Engeland, werken al langer met dit systeem. En met goed succes, stelde Punwasi in de Ware Tijd. Het idee is dat de verslaafden door begeleiding van hun verslaving afkomen, en daarmee ook hun criminele activiteiten stoppen. Advocaat Benito Pick merkt op dat er nu al nauwelijks iets gedaan wordt qua begeleiding van gevangenen. Hij heeft er weinig vertrouwen in dat de zogenaamde Drugs Treatment Court een succes zal zijn in het begeleiden van drugsverslaafden.

Nieuwe kans voor illegalen
Illegale vreemdelingen krijgen binnenkort de kans om een legale status te krijgen. Het generaal pardon geldt alleen voor buitenlanders die legaal het land zijn binnengekomen, maar door nalatigheid hun papieren niet bijtijds in orde hebben gemaakt. Aanleiding voor het bieden van deze kans, is een verzoek van Chinese verenigingen om ter gelegenheid van de viering van 160 jaar Chinese immigratie, afgelopen maand, illegale Chinezen een legale status te verlenen. Het kabinet van de president heeft daarop besloten alle buitenlanders hiervoor in aanmerking te laten komen. Volgens schattingen loopt het aantal illegalen in de duizenden. Eind 2009 stelde toenmalig minister van Justitie en Politie, Chandrikapersad Santokhi, illegalen ook al in staat hun status te legaliseren.

spaarpot

Geld in spaarpot
“Surinamers moeten gaan sparen”, vindt Gillmore Hoefdraad, gouverneur van de Centrale Bank van Suriname. Volgens hem is dit van groot belang, aangezien geld uitgeven toenemende inflatie en schaarste aan vreemde valuta kan veroorzaken. Door de grote betalingsachterstanden van de overheid zijn burgers bezorgd over de waarde van de Surinaamse dollar. Veel mensen zetten hun geld om in Amerikaanse dollars of euro’s. Hierdoor ontstaat er een schaarste aan deze buitenlandse munten en wordt de wisselkoers hoger. Dit zorgt er op zijn beurt weer voor dat importproducten duurder worden. Aangezien bijna alle verbruiksproducten geïmporteerd worden, is dit niet gunstig voor de economie.

brug

Nieuwe brug nog niet klaar
Weggebruikers moeten voorlopig nog wachten op de oplevering van de nieuwe brug over het Saramaccakanaal. De bouw is weliswaar na jaren van gesteggel en vertragingen nagenoeg gereed, maar volgens minister Rabin Parmessar van Openbare Werken zijn ‘er zaken omheen die nu spelen’. Hij schuift de schuld van de vertraging in de schoenen van drie perceeleigenaren die hun stuk grond niet willen verkopen. Die percelen zijn nodig om het project te kunnen afronden en de toevoerwegen te kunnen aanleggen. “Sommige mensen willen niet verkopen. Het maakt niet uit hoeveel geld je voor ze zet”, aldus de bewindsman. De brug is van cruciaal belang om het verkeer in de Coesewijnestraat en de Van ’t Hogerhuysstraat te ontlasten. Daar staan nu dagelijks lange files. Wanneer de brug wel in gebruik kan worden genomen, is nog onduidelijk.

Suriname krijgt Delfstoffeninstituut
Suriname krijgt een eigen Delfstoffeninstituut. Het ministerie van Openbare Werken tekende daartoe een contract met architect Tsai Meu Chong, die is ingehuurd om de voorbereidingen te treffen. Het opzetten van dit gespecialiseerde instituut staat al jaren op de wensenlijst van opeenvolgende regeringen en is na het recente aantreden van minister Rabin Parmessar op Openbare Werken serieus aangepakt. Minister Jim Hok van Natuurlijke Hulpbronnen is van mening dat het tijd is om het huidige, ontwikkelde technologische niveau aan te wenden om het mijnbouwkundige en geologische werk te verbeteren.

Aziatische Mongolië

Twee nieuwe vrienden?
Minister van Buitenlandse Zaken Winston Lackin doet er alles aan om de diplomatieke vleugels van Suriname over de hele wereld uit te spreiden. Hij heeft met zowel Mongolië als Nieuw-Zeeland afgesproken diplomatieke relaties aan te gaan. De samenwerking tussen Suriname en het Aziatische Mongolië zal zich vooral concentreren op de mijnbouw en de agrarische sector. Ook wordt gedacht aan het uitwisselen van handels- en ondernemingsdelegaties. Murry McCully, minister van Buitenlandse Zaken van Nieuw-Zeeland, is door Lackin uitgenodigd een bezoek te brengen aan ons land. Lackin is op zijn beurt gevraagd een werkbezoek aan Nieuw-Zeeland te brengen. Ook bij deze diplomatieke relatie zal de nadruk worden gelegd op de landbouw. Daarnaast is de mogelijkheid besproken van het verstrekken van studiebeurzen aan verschillende universiteiten van Nieuw-Zeeland.

Nieuw-Zeeland

Comments ()