Parbode

Parbode

dinsdag, 15 oktober 2013 00:00

Voor handel en maatschappij

Voor handel en maatschappij

De ABN AMRO was tot 2001 actief in Suriname. Toen werden de aandelen van De Surinaamsche Bank van de hand gedaan. Enkele maanden eerder werden de vestigingen van de ABN AMRO zelf al verkocht aan de Royal Bank of Trinidad en Tobago (RBTT), tegenwoordig Royal Bank of Canada (RBC). Daarmee kwam een einde aan een tijdperk, waarvoor de basis werd gelegd in 1824. Toen richtte koning Willem I de Nederlandsche Handel- Maatschappij (NHM) op als handelsonderneming en financier. Deze was deels bedoeld als voortzetting van de roemrijke Verenigde Oostindische Compagnie en heeft in de Nederlandse economie en die van Nederlands-Indië een belangrijke rol gespeeld. En later ook in die van Suriname. De NHM ging later over in de ABN AMRO. In Voor handel en maatschappij. Geschiedenis van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, 1824-1964 wordt ruimschoots aandacht besteed aan de rol die de NHM in Suriname heeft gespeeld. In de eerste decennia van haar bestaan was de onderneming echter sterk gericht op Nederlands-Indië, waarbij ze als bankier, commissionair en expediteur van de Nederlandse staat optrad. Het vervoer en de verkoop van cultuurproducten zoals suiker vond plaats onder haar verantwoordelijkheid. Daarnaast werden vanuit Nederland producten van de Twentse textielindustrie, die door de Maatschappij tot bloei was gebracht, naar Indië vervoerd. Verder verleende ze grote voorschotten aan Amsterdamse suikerraffinadeurs en was ze betrokken bij de financiering van cultuurondernemingen in Nederlands- Indië. In de jaren tachtig van de negentiende eeuw sloeg de NHM de vleugels uit naar Suriname. In 1882 kocht de onderneming de destijds verlaten plantage Mariënburg om een centrale fabriek op te zetten die het suikerriet van de omliggende plantages moest verwerken. Omdat de plantage-eigenaren onvoldoende produceerden, kocht het bedrijf deze landerijen ook op. De twaalf kilometer lange spoorweg naar Belwaerde is eveneens een van de (inmiddels verwaarloosde) erfenissen van de NHM. In 1890 werden de eerste Javaanse contractarbeiders naar Suriname gehaald en tewerkgesteld op Mariënburg, waar ook al Hindostaanse arbeiders werkten. De NHM betaalde haar werknemers erg slecht, wat op 2 juli 1902 tot een staking leidde. Die liep volledig uit de hand, met het drama op 30 juli tot gevolg, waarbij militairen zeventien arbeiders doodschoten. Ook vielen er 39 gewonden, waarvan er later zeven bezweken. In de tweede helft van de vorige eeuw werden de plantages weer verkocht. Het moederbedrijf in Nederland was kort voor de Tweede Wereldoorlog in zwaar weer terechtgekomen door de wereld wijde crisis en als gevolg van intern mismanagement. Om nog te redden wat er te redden viel, werd besloten om alle aandacht te vestigen op het bankwezen, andere activiteiten werden afgestoten. In 1964 fuseerde de NHM met de Twentsche Bank tot de ABN. In hetzelfde jaar vloeiden de Amsterdamsche Bank en de Rotterdamsche Bank ineen tot AMRO en in 1991 fuseerden ABN en AMRO. Onder de naam ABN AMRO opereerde men nog tien jaar in Suriname. Auteur Ton de Graaf heeft de geschiedenis van de NHM in 608 pagina’s helder beschreven. Als bedrijfshistoricus bij ABN AMRO had hij ook toegang tot documenten die voor anderen wellicht niet beschikbaar zijn, waardoor een compleet beeld is ontstaan. Het geeft vooral een kijkje in de boeiende en soms raadselachtige wereld van de Hollandse handel en financiën in binnen- en buitenland.
Armand Snijders

Voor handel en maatschappij. Geschiedenis van de Nederlandsche Handel- Maatschappij, 1824-1964, Ton de Graaf, 2012, Uitgeverij Boom, ISBN 9789085069461

 Wolkje en de groenhartboom

Wolkje en de groenhartboom

Het zal nog wel even duren voor mijn pasgeboren spruit kan wegdromen bij het boekje Wolkje en de groenhartboom, maar de vraag is of hij er tegen die tijd zelf induikt, of het zich lekker laat voorlezen. Toen ik als jonge jongen zelf begon te lezen, schrok ik terug voor dikke boeken. Dat is Wolkje en de groenhartboom alvast niet: het glimmende a4-papier ziet eruit als een tijdschrift, of eerder een scholierenwerkboek. De vrolijk gekleurde tekening op de kaft nodigt uit om het op te pakken. Wie het boekje doorbladert, ziet dat bijna iedere bladzijde wel een tekening draagt van Leo Wong Loi Sing. Als je wat beter kijkt, zie je ook dat enkele tekeningen wel erg veel op elkaar lijken. Dat terzijde. Ook de hoofdfiguren en de titel spreken tot de verbeelding: een pratende en lopende groenhartboom en een wolkje dat spontaan verandert in een konijntje en voor de voeten van Cynthia ploft, ‘alsof de regenboog een glijbaan was’. Cynthia noemt haar nieuwe huisdier vanzelfsprekend Wolkje, en neemt hem overal mee naartoe. Op een nacht wordt Cynthia gewekt door het gebrom van de groenhartboom die verderop in de straat groeit. Die vertelt haar dat bomen in de grote droge tijd, wanneer ze in bloei staan, wakker worden en kunnen lopen en praten. Maar als ze schrikken verliezen ze hun bladeren, net zolang totdat ze kaal zijn en weer in slaap vallen. En schrikken doen ze: van autoradio’s, uitlaatgassen, straatvuil en wildplassers. Maar bovenal maken ze zich zorgen over de houtkap in het grote groene bos. ‘Mamabon’ neemt Cynthia, Wolkje en vriendin Viola mee naar een krutu van groenhartbomen, waar vergaderd wordt over een oplossing voor al die problemen. Tsja, het is een boze wereld waarin we leven. Daarom is het zo fijn dat schijvers als Cobi Pengel kinderen kunnen laten wegdromen in fantasierijke verhalen. Maar voor onervaren lezertjes zijn sommige zinnen misschien wel erg lang. Zoals die waarin Cynthia uitlegt waarom ze niemand zal vertellen over de pratende boom: ‘Cynthia vertelde dat aan niemand, want ma zei immers al vaak genoeg dat ze eindelijk eens groot moest worden en ophouden met al die verhalen en dat haar broers anders waren en dat ma niet wist van wie ze al dat fantaseren had’. Toch, wie die zinnen hardop leest, merkt dat ze wel een mooi ritme hebben. Dus met een goede voorleesstem wordt het verhaal ook voor jongere kinderen toegankelijk. Wolkje is een doorlopend verhaal, maar de verscheidenheid aan karakters en thema’s maakt dat het lezen na ieder hoofdstuk makkelijk te onderbreken is. Wanneer je het echter in een keer leest, dan valt helaas ook op dat wolkje en de groenhartboom eigenlijk maar weinig met elkaar te maken hebben. Wolkje gaat mee op reis naar de bomenkrutu, maar hij heeft letterlijk maar weinig te zeggen. Zijn zwanenzang is gereserveerd voor het slot. Want hoewel in de wereld van Pengel alles lijkt te kunnen, heeft ook zij geen gemakkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen. Maar doordat ze met haar boeken de creativiteit van mijn zoontje stimuleert, krijgt die later misschien fantastische ideeën voor een betere toekomst.
Tom van Moll

Wolkje en de groenhartboom, Cobi Pengel, illustraties Leo Wong Loi Sing, 2013, SPCOS, ISBN 9789991456188

 Fri

Fri

Het jaar 2013 kent vele culturele hoogtepunten. 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij en 160 jaar Chinese immigratie worden harmonieus herdacht. Drie belangrijke momenten uit de Surinaamse geschiedenis, hoewel de afschaffing van de slavernij in dit rijtje misschien de meest bijzondere is. Dat de term ‘vrijheid’ na al die jaren nog steeds voor alle bevolkingsgroepen actueel is, dient als bewijs dat de wonden nog altijd niet genezen zijn. De bundel Fri is uitgegeven in verband met 1 juli 2013, de Dag der Vrijheden, ofwel de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Het idee voor het boek werd geboren in 2012, het jaar dat door de Henry de Zielstichting werd uitgeroepen tot Jaar van de Poëzie. Een commissie bestaande uit leden van die stichting, Schrijversgroep’ 77 en het Directoraat Cultuur van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, riep toen schrijvers op te dichten over vrijheid. Op de cover van het boek wordt het thema duidelijk weergegeven met de Surinaamse vlag op de achtergrond en vrij vliegende vogels die voortkomen uit het woord Fri. In deze bundel zijn 48 gedichten verzameld van 28 Surinaamse dichters met diverse etnische achtergronden. Bekende schrijvers als Emmy Hart, S. Sombra, Kadi Kartokromo, Rose-Mary Maître, Alphons Levens, Jit Narain en Mavis Accord hebben bijgedragen aan de toestandkoming van deze bundel. De dichtstijlen en vormen, maar ook de persoonlijke opvattingen rond het thema geven de culturele diversiteit van Suriname weer. Hoewel ‘vrijheid’ in de bijdragen vaker gekoppeld wordt aan de tiranie van de slavernij, komt bij de Hindostaanse en Javaanse gedichten naar voren dat contractarbeid ook niet glorieus te noemen was. Ook hun voorouders hebben moeten strijden voor geestelijke vrijheid. Het leven van de Javaan, hoe verder is daar een goed voorbeeld van. Er zijn gedichten in het Nederlands, Sranan, Sarnami Hindustani, Saramaccaans, Javaans maar ook in het Engels. Enkele andere titels zijn: Geef mij de tijd... Nederland, Fri, Keluar, Koembatey. Allen vertellen ze over een tegenstelling in de beleving van vrijheid, hoe met Fri om te gaan of hoe Freedom te behouden. De bundel is er een van bezinning, bewustwording en besef dat, hoe lang geleden het ook moge zijn, ieder individu geboren met de Surinaamse nationaliteit verbonden is met de tijd waarin zijn voorouders hebben moeten vechten voor vrijheid. Een mooie uitsmijter vormen de woorden van Ismene Krishnadath, voorzitter van de Schrijversgroep’77, die in het voorwoord schrijft, ‘...dat u bij het lezen ervan de diepe waarde van 150 jaar vrijheid zult ervaren’.
Anouska Blanca

Fri, Vrijheid, Freedom, 2013, Commissie Jaar van de Surinaamse Poëzie

 Dongeng Kantyil

Dongeng Kantyil / Het verhaal van Kantjil

Sprookjes over slimme dieren heb je in alle landen. In Suriname kennen we Anansi de spin, in Europa Reinaart de Vos en in Indonesië is het dwerghertje Kantyil de geslepen held. De laatste heeft met de komst van de Javaanse contractarbeiders ook zijn weg gevonden naar Suriname. Omdat dwerghertjes hier onbekend zijn, veranderde zijn gedaante in de konkoni, ofwel het Surinaamse konijn. En hij onderging een kleine naamsverandering: hij gaat hier als Kantjil door het leven. Zoals met veel fantasierijke verhalen van vroeger, dreigen ook die over Kantjil in de vergetelheid te raken. Dat zag men in 1981 al aankomen, destijds reden om een verhaal op te tekenen uit de mond van de oude Pak Saleman Siswowitono uit Meerzorg. Hij was kaum (geestelijk religieus leider), maar stond vooral bekend als begenadigd verhalenverteller. In 1983 verscheen zijn verhaal in boekvorm bij de afdeling Cultuurstudies van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling. Vaco heeft nu een tweede, herziene druk uitgebracht. Tweetalig: in het Nederlands en het Surinaams-Javaans. Het verhaal klinkt maar al te bekend: Kantjil is zoals gezegd een klein en slim dier, dat andere, vaak veel grotere en gevaarlijke dieren meestal te slim af is. Maar ook weer niet altijd. Op het eind wordt hij uitgedaagd om het in een hardloopwedstrijd op te nemen tegen Slak, tegen wie Kantjil het uiteindelijk aflegt. Want Slak speelt vals door zijn broederslakken in te zetten. Dit verhaal kennen we ook van onder meer Reinaart de Vos en de schildpad. Desondanks blijft het een leuke tori om te lezen. In dit geval met een hoog moralistisch gehalte, zo leggen de samenstellers uit. Slak blijkt een engel te zijn die door God is gebruikt om Kantjil een lesje te leren en hem op de proef te stellen. Kantjil beseft door de verloren wedstrijd dat hij zich niet moet verbeelden dat hij alles kan en weet. ‘Alleen Allah, God, is almachtig en alwetend.’ Uitgever en samenstellers zeggen nog een doel na te streven: vooral kinderen zouden door dit boek te lezen, wat op kunnen steken van het Surinaams- Javaans. Dat is overdreven, daarvoor is de uitleg van de vertaling te summier. Mijn half-Javaanse dochter is er wat dat aangaat in ieder geval niet veel wijzer van geworden. Kinderen die het boek lezen, zullen het gewoon een aardig verhaal vinden.
Armand Snijders

Dongeng Kantyil/Het verhaal van Kantjil, verteld door Pak Seleman Siswowitono, J.J. Sarmo en H.D. Vruggink (samenstelling en vertaling), 2013, Vaco, ISBN 9789991400976

Comments ()
dinsdag, 15 oktober 2013 00:00

Van diva tot bajesklant

Monique Breeveld

Presentatrice Monique Breeveld is in Nederland tot twee jaar cel veroordeeld wegens cocaïnesmokkel. De rechter achtte het bewezen dat zij op 21 mei doelbewust twee kilo van het ‘witte goud’ via Schiphol het land in probeerde te krijgen. Tijdens de rechtszaak bleef Breeveld volharden dat zij onschuldig was. Ze viel bij aankomst in Nederland op omdat zij een grote hoeveelheid chocola bij zich had. Dat trok de aandacht van de marechaussee, omdat de lekkernij in Nederland veel goedkoper is. De chocola zou ze op verzoek van haar zus hebben gekocht op Zanderij en ze zou niet geweten hebben dat er drugs in zaten. Bovendien wekte ze argwaan door business class te reizen. Dat was volgens haar normaal: ze had een goedkoper ticket gekocht, maar het zou gebruikelijk zijn dat deze, omdat zij een ‘diva’ is, door de SLM wordt opgewaardeerd. De rechter geloofde niets van haar verweer en veroordeelde haar conform de eis.

 

Ook Roué Hupsel gepakt met drugs

Aan het rijtje ‘bekende persoonlijkheden gepakt met drugs’ heeft ook Roué Hupsel zichzelf toegevoegd. De inmiddels zeventigjarige schrijver en radiopresentator werd enkele weken geleden op Zanderij aangehouden met 127 cocaïnebolletjes met een totaal gewicht van negenhonderd gram in zijn bagage. De drugs waren verstopt tussen verse pepers. Desondanks was hij een week later weer op vrije voeten. Hupsel stond op het punt om naar Nederland af te reizen, volgens eigen zeggen om zijn zieke moeder te bezoeken. De presentator bij onder meer ABC heeft verklaard het pakket voor iemand anders als ‘vriendendienst’ te hebben meegenomen. Hupsel schreef onder meer Blinde muren, een thriller over de Surinaamse cocaïnehandel. Hiervoor ontving hij in 2005 van het Genootschap Nederlandstalige Misdaadauteurs de Schaduwprijs voor beste thrillerdebuut.

 buschauffeurs

Leeftijdsgrens buschauffeurs

Bestuurders van een lijnbus moeten vanaf september minimaal 25 jaar oud zijn als ze een vergunning willen krijgen. Volgens John Mahadewsingh, voorzitter van de Particuliere Lijnbushouders Organisatie (PLO), is deze eis een onderdeel van de ordening van het openbaar vervoer. Vooral jonge chauffeurs zouden zich schuldig maken aan onverantwoord en gevaarlijk rijgedrag. De minimumleeftijd was voorheen 23 jaar. Voor bestuurders jonger dan 25 die al een lijndienst onderhielden, wordt een uitzondering gemaakt. Daarnaast krijgen alle chauffeurs een klantvriendelijkheids- en een ‘defensive driving’-training, verzorgd door de Stichting Arbeidsmobilisatie en Ontwikkeling (SAO). In totaal twaalfhonderd buschauffeurs van de PLO en het Nationaal Vervoerbedrijf (NVB) zullen hieraan deelnemen.

 Ronni Brunswijk

Brunswijk houdt ook van Hindostanen

Na de Javanen van Commewijne was het onlangs de beurt aan de Hindostanen van Nickerie: Brunswijk wil ook hen voor zich winnen in de aanloop naar de verkiezingen van 2015. Een kennismakingsbijeenkomst van zijn Algemene Bevrijdings- en Ontwikkelingspartij (ABOP) werd door zo’n driehonderd nieuwsgierigen bezocht. Voor Brunswijk reden om te concluderen dat zijn partij draagvlak heeft in het rijstdistrict en daar een ‘doorbraak’ kan forceren. Ook wil hij etnische barrières doorbreken, zoals overigens elke etnisch getinte partij dat zegt te willen. “Het is nu geen tijd meer voor de politiek van mensen die op mij lijken”, zo sprak hij zijn gehoor toe. Hij hoopt bij de verkiezingen een zetel met ABOP in Nickerie in de wacht te slepen. Op weg naar het district probeerde Brunswijk ook de bevolking van Coronie ertoe te bewegen op hem te stemmen. Hij kondigde in april van dit jaar aan zelf voor het presidentschap te gaan.

 Jules Wijdenbosch

Onruststokers via sociale media

‘Krachten in Nederland’ zouden plannen beramen om via de sociale media onrust te stoken in Suriname. Die opmerkelijke bewering deed oud-president en prominent lid van de Nationale Democratische Partij (NDP) Jules Wijdenbosch tijdens een bezoek aan Nederland. Hij zegt dat er van Surinaamse zijde een serieus onderzoek plaatsvindt, maar trad verder niet in detail. Volgens Wijdenbosch is er sprake van een serieuze dreiging, maar laat de regering-Bouterse zich daardoor niet uit het veld slaan. ‘Wij zijn alert en zullen erop toezien dat slechts Surinamers in Suriname hun oordeel over het al dan niet continueren van de huidige regeringscoalitie mogen geven’, zo tekende de Ware Tijd uit de mond van het voormalig staatshoofd op.

 bos

Utrechtse hulp bij bescherming bos

De Universiteit Utrecht gaat de samenwerking met Suriname nieuw leven inblazen. Volgens Marijke van Kuijk, coördinator van de Prins Bernhard Leerstoel voor internationale natuurbescherming, kan ons land een belangrijke rol spelen bij de oplossing van het klimaatprobleem in de wereld. Het is de bedoeling dat de samenwerking gaat plaatsvinden vanuit de pas opgerichte Academy for ecosystem services in a changing World, een onderdeel van de Utrechtse universiteit. Suriname is ook betrokken bij het internationale REDD+- programma, waarbij landen die ontbossing tegengaan, worden beloond. Hoe meer bos er beschermd wordt, hoe lager de CO2-uitstoot en hoe meer geld een land krijgt als compensatie voor de economische gevolgen van het niet kappen, aldus Van Kuijk.

 woningen

Eindelijk woningen opgeleverd

De beloofde achttienduizend nieuwe huizen komen er deze regeerperiode niet, maar dat wil niet zeggen dat er niets gebeurt. Te Hanna’s Lust kregen honderd gelukkigen onlangs de sleutel van hun nieuwe ‘welzijnswoning’. Volgens Assembleevoorzitter Jennifer Geerlings-Simons heeft president Desi Bouterse daarmee de stilstand in de woningbouw doorbroken. Zij verzekert dat er voor de verkiezingen van mei 2015 ‘enkele duizenden’ woningen zullen zijn voltooid. Bouterse geeft toe dat de regering zich heeft verkeken op de problemen die bij grootschalige woningbouw opdagen. Vooral het bouwrijp maken van bouwterreinen kost veel meer tijd dan vooraf was gedacht, zo zegt het staatshoofd. Ook het weer heeft de bouwers ernstig parten gespeeld. Maar de komende anderhalf jaar, dus tot de verkiezingen, zal een inhaalslag worden gemaakt. Deze maand zal worden begonnen met het bouwrijp maken van duizend kavels in Paramaribo en 550 in het westen van Suriname. Ook in andere districten kunnen vele woningzoekenden op termijn rekenen op een nieuw dak boven hun hoofd.

 hout

Slecht jaar voor houtproducenten

Houtproducenten zijn niet optimistisch over hun omzet voor 2013. De aanhoudende crisis in Europa speelt de sector parten. Europese bedrijven nemen daardoor minder hout af uit Suriname. Door diezelfde crisis is de export naar China bovendien ook teruggevallen, omdat de Aziatische grootmacht producten waar Surinaams hout in is verwerkt, moeilijker kan afzetten in Europa. Veel producenten houden daarom rekening met een forse krimp. Vorig jaar werd ruim 436.000 kubieke meter rondhout geëxporteerd, de schatting voor dit jaar komt uit op hooguit driehonderdduizend kubieke meter.

 

Positieve historische atlas

Er wordt een historische atlas uitgegeven, zo stond onlangs in de Ware Tijd, voor gebruik op de Surinaamse basisscholen en in het voortgezet onderwijs. In het boek wordt de Surinaamse geschiedenis behandeld tegen de achtergrond van de internationale historie. En in dit boek zal president Desi Bouterse ‘positief beschreven worden’, evenals ‘andere grote leiders in Zuid-Amerika’ zoals Hugo Chávez, Daniel Ortega en Simon Bolivar. Volgens coördinator Kenneth Lo-A-Njoe zijn hierover al gesprekken gevoerd met de president, en die staat er hélemaal achter! Dat geeft te denken. Het was zo’n mooi idee om een historische atlas uit te geven waarin de geschiedenis van Suriname nu eens wordt behandeld vanuit Surinaams perspectief, en niet vanuit koloniaal perspectief. Maar als het weer wordt misbruikt om de geschiedenis te vervalsen, schiet ook deze poging zijn doel voorbij.

 Explosiegevaar in Atjoni

Explosiegevaar in Atjoni

Atjoni zit in de lift en wordt steeds drukker. De bouwwoede kent inmiddels geen grenzen (zie vorige editie Parbode), maar projecten die echt een verschil kunnen uitmaken, worden helaas niet opgepakt. Ook niet als het gaat om het verschil tussen leven en dood. Tijdens de Binnenlandse Oorlog werd onder andere het lokale benzinestation ten gronde gericht en nooit meer geopend. De behoefte aan brandstof is echter groot voor zowel de boothouders, de bussen als voor de bevolking aan de Boven- Suriname. Dagelijks rijden vanuit Paramaribo vrachtwagens af en aan met vaten benzine en diesel, die op het plein in Atjoni op provisorische en soms knullige wijze worden overgeheveld in kleinere vaten. Vermoedelijk wachten de autoriteiten eerst totdat zich een ramp heeft voltrokken.

 

Aandacht voor woongenot

Er is eindelijk hoop voor burgers die zich groen en geel ergeren aan bedrijven die zich in hun woonwijk vestigen. Het ministerie van Handel en Industrie (HI) wil af van de regen aan klachten en gaat volgens eigen zeggen ‘economische wegen’ vaststellen. ‘Vergunningverlenende instanties in Suriname moeten een evenwicht zien te vinden tussen de vestiging van economische activiteiten en het woongenot van burgers’, zo licht het ministerie de plannen toe. Gewone burgers krijgen inspraak en mogen mede bepalen waar die economische wegen moeten komen. Voor woonbuurten waar bedrijven al zijn gevestigd, zal de nieuwe visie van HI echter geen gevolgen hebben.

Vishnudath Toelsie

Mister Paramaribo Zoo is niet meer

Vishnudath Toelsie is op zondag 1 september op 74-jarige leeftijd overleden. Hij was ruim veertig jaar hét gezicht van de Paramaribo Zoo, eerst als verzorger en later als directeur. Dankzij zijn inspanningen maakte de dierentuin in de jaren zeventig van de vorige eeuw een enorme groei door. Maar ook toen deze in de tachtiger en negentiger jaren wegens geldgebrek ten onder dreigde te gaan, bleef Toelsie zich met ongekend optimisme inzetten. Uiteindelijk met succes, want hij wist Diergaarde Blijdorp in Nederland over te halen om technische en financiële ondersteuning te verlenen. Desondanks werd hij enkele jaren geleden volgens eigen zeggen aan de kant geschoven, zonder dat er een bedankje van het toenmalige bestuur vanaf kon. Maar zijn naam blijft eeuwig verbonden aan de Paramaribo Zoo.

Comments ()
dinsdag, 15 oktober 2013 00:00

Het blauw van Blauwmeer

school en blackberry

School en Blackberry

Een nieuw schooljaar, een nieuw begin. Hopelijk vergaat het de mulostudenten komend jaar beter dan de afgelopen periode. Slechts 48,4 procent van alle kandidaten slaagde in één keer voor het examen. Regelmatig wordt door ouders en beleidsmakers de BlackBerry of smartphone als boosdoener aangewezen. Maar klopt dit wel? Een onderbouwde uitspraak over de oorzaken van het lage slagingspercentage vergt meer onderzoek dan een oppervlakkige vergelijking. Opmerkelijk is echter dat het percentage mulogeslaagden sinds 2005, ondanks een dip in 2011, een voorzichtig stijgende trend laat zien. En dat terwijl de verkoop van het aantal BlackBerry’s in de afgelopen jaren juist is toegenomen, volgens gegevens van de providers. Stellen dat de mobiele telefoons debet zijn aan het lage slagingspercentage is dus wel erg kort door de bocht.

dr. Louk Conrads, de Ware Tijd, Starnieuws, Mobile Cowboys, GFC Nieuws

 Serano Ramcharan

De onderzoeker

Serano Ramcharan (28 jaar) studeerde Conservation Biology aan het Institute of Graduate Studies and Research (IGSR).

Wat heb je onderzocht?
“Ik wilde nagaan of er verschil is tussen de conventionele manier van houtkap en het zogenaamde ‘reduced impact logging’ voor wat betreft het effect op de verschillende vogelsoorten. Reduced impact logging is een methode in de bosbouw waarbij heel gericht gekapt wordt om het bos minimaal te vernietigen.”

Waarom wilde je daar meer over weten?
“Sinds ik klein was, heb ik belangstelling voor vogels. Mijn grootvader liet me altijd foto’s zien en we hadden ook vogels thuis, papegaaien vooral. Op de lagere school hield ik er spreekbeurten over en voordat ik deze studie deed was ik op HBO-niveau al afgestudeerd op een onderwerp over vogels. Bij Stinasu was ik assistent van vogelkenner Otte Ottema. Het leek me dus logisch voor mijn masteronderzoek ook iets met vogels te doen. Vogels lenen zich bovendien uitstekend om een verstoring te achterhalen, omdat ze heel gevoelig zijn voor habitatveranderingen. En naar de gevolgen van houtkap op de biodiversiteit in Suriname was nog nauwelijks onderzoek gedaan.” 

En waarom is dat van belang om te weten?
“Als je gegevens hebt over de invloed van de verschillende houtkapmethodes, dan kan je bewust voor een methode kiezen. Dat is bijvoorbeeld van belang voor houtbedrijven die FSC-gecertificeerd zijn. Zulke bedrijven dienen verantwoordelijk om te gaan met de biodiversiteit en moeten rekening houden met de ecologische impact van de houtkap.”

Hoe heb je het onderzocht?
“Voor het verzamelen van de data heb ik vier verlaten plots uitgekozen waar de twee verschillende methoden gebruikt werden, en twee plots waar helemaal geen houtextractie heeft plaatsgevonden. In al die gebieden is informatie over vogelsoorten en hun aantallen verzameld.”

Wat was de uitkomst van je onderzoek?
“Op basis van de data kon niet voldoende worden aangetoond dat reduced impact logging minder impact had op de vogels, terwijl dat wel voor de hand lag. Achteraf gezien kan dat liggen aan de beperkte tijd die ik kreeg voor het onderzoek, of aan het feit dat ik me had moeten richten op vogels die laag bij grond leven, zoals miervogels. Maar hoe dan ook, aangezien reduced impact logging jonge bomen meer spaart dan de conventionele methode, is het nog steeds aan te bevelen.”

 Criminelen en de overheid

Criminelen en de overheid

Het huidige wapengeweld door criminelen in Brazilië baart veel mensen zorgen. Vooral de toenemende macht van de criminele organisaties zorgt voor de nodige maatschappelijke onrust. Vaak wordt daarbij geklaagd over gebrek aan daadkracht van de overheid en het falen van de rechtstaat. Recent onderzoek laat echter zien dat criminele organisaties gewoon samenwerken met overheidsmedewerkers, waardoor het officiële overheidsbeleid op criminaliteitsbestrijding ondermijnd wordt. Dit onderzoek beperkte zich niet tot één case, maar is een vergelijkend onderzoek in twee buurten van Rio de Janeiro. Uit analyse van de gegevens blijkt dat de organisatiestructuur van gewapende bendes, in het bijzonder hun nauwe relatie met ambtenaren, grote gevolgen heeft voor onder meer de dynamiek van de politiek en de beleidsvorming.

Studies in Comparative International Development

 Vakantiedagen

Vakantiedagen

Het nieuwe schooljaar is op 1 oktober begonnen en ouders van jonge kinderen halen weer opgelucht adem. Veel kinderen waarschijnlijk ook. Het valt helemaal niet mee om je kroost te entertainen als je zelf moet werken! De meeste verzorgers hebben lang niet zoveel vrije dagen als dat de kinderen vakantie hebben. Het aantal vakantiedagen voor werkenden varieert trouwens nogal over de wereld. In Suriname begin je vaak met twaalf dagen, die je in de loop van je carrière kunt opbouwen. In Engeland heb je een wettelijk minimum van maar liefst 28 vakantiedagen, tegen slechts vijf op de Filipijnen. Maar ook als nieuwe werknemer van Walmart in de Verenigde Staten heb je recht op slechts vijf vakantiedagen – en dat pas ná je eerste jaar! In de meeste landen in Zuid-Amerika ligt het aantal dagen rond de twintig.

Visionair

 Nonsens

Nonsens!

‘Het Blauwmeer is blauw vanwege de giftige stoffen die zijn achtergebleven na het mijnen’ We hebben het water niet zelf onderzocht, maar het is wel érg onwaarschijnlijk. Dat zegt ook waterdeskundige Frank van der Lugt, die jarenlang in het binnenland onderzoek deed naar de waterkwaliteit van blauwe meren. Hij legt uit dat niet-natuurlijke meren zoals het Blauwmeer voornamelijk uit regenwater bestaan. Na het mijnen vormt het afgegraven gebied, de bauxietmijn, een soort ‘kuip’ in het landschap. Hierin komt regenwater terecht, want Suriname heeft te maken met zeer veel neerslag: anderhalve tot drie meter per jaar. Helder water dus, dat niet wordt gekleurd door dode bladeren, plantdeeltjes of modder, zoals de kreken en rivieren. En omdat de directe omgeving van het afgegraven gebied vaak is vrijgemaakt van vegetatie, blijft het water helder. Het lijkt blauw vanwege de weerkaatsing van een deel van het zonlicht door het water. De blauwe meren zijn in feite een soort grote regentonnen, die bij veel neerslag steeds weer overstromen. Om die reden zullen eventueel aanwezige chemische stoffen er tussen twee en vijf jaar vanzelf uitspoelen.

zondag, 01 september 2013 00:00

Antiquariaat

Histoire d’une Franco-Indienne, écrite par elle-même

Histoire dune Franco-Indienne écrite par elle-même

De Surinaamse bibliotheek groeit nog steeds. Regelmatig duiken oude boeken op die tot dan toe volledig onbekend waren. Een aantal jaren geleden verwierf Buku Bibliotheca Surinamica Histoire d’une Franco- Indienne, écrite par elle-même. Alleen de Bibliothèque National in Parijs en drie Duitse universiteitsbibliotheken beschikken over een exemplaar. Niet alleen vanwege zijn zeldzaamheid is het boek bijzonder. Allereerst is de vertelster, Cécile, een vrouw die haar licht laat schijnen over een interraciale liefdesrelatie. Ze noemt zichzelf een ‘Franco-Indienne’. De vraag is natuurlijk of het hier werkelijk om een ‘Indiaanse’ gaat. In elk geval kiest zij ervoor vanuit een autochtone blik de wereld om haar heen te beschrijven. Het merendeel van de achttiende eeuwse boeken waarin Surinaamse Marrons of Inheemsen worden beschreven, staat bol van exotiserende retoriek. Dit boek vormt een uitzondering op die regel. Het verhaal begint met de vraag: ‘Is het een geluk om mooi te zijn?’ Cécile vertelt over haar leven en de gevaren die uiterlijke schoonheid met zich meebrengen. Zo komt zij in aanraking met boeven en de zwarte kanten van het nachtleven in Amsterdam. Maar samen met haar geliefde vlucht zij op een schip naar de kolonie Suriname. Cécile komt op de plantage Alkmaar aan de Commewijne terecht. Daar wordt zij ontvoerd door twee gevluchte slaven. Eén van hen, Sipparipabo, neemt haar tot zijn vrouw. Hij is de zoon van een Senegalese landheer die zelf in slaven handelde. Toen hij hoorde dat zijn geliefde als slavin naar Amerika getransporteerd zou worden, ging hij vrijwillig mee. Maar zij moest achterblijven op Sint Eustatius en hij werd naar Suriname gebracht. Cécile en Sipparipabo krijgen samen een zoon, Alexis. Maar dan wordt Sipparipabo gevangen genomen door een Europeaan die aan het hoofd van een patrouille staat. Cécile wordt door de militair het hof gemaakt, maar weet met man en kind te vluchten. Zij komen terecht bij een Inheemse stam die onder leiding staat van Cacique. Deze wil dat zij zijn opvolgster wordt, omdat hij van mening is dat Cécile zijn verloren dochter is. Zij beleeft de meest verschrikkelijke avonturen, die eindigen met de opofferingen van haar dochter. Later doodt Sipparipabo hun zoon Alexis en berooft hij ook zichzelf van het leven. Nergens is het verhaal saai. Deze roman is realistisch geschreven en de auteur heeft zich goed verdiept in de achttiende eeuwse situatie in Suriname. De complexiteit van de slavenmaatschappij komt goed aan bod.
Carl Haarnack

Histoire d’une Franco-Indienne, écrite par elle-même. Anoniem. Paris: Buisson, 1787

Tula The Revolt

Tula The Revolt

De strijd tegen de slavernij op Curaçao was minstens zo heftig en bitter als die in Suriname. Waren hier Kodjo, Present en Mentor de boegbeelden, op het Antilliaanse eiland verwierf vooral Tula faam door het op te nemen tegen het Hollandse slavenbewind. Hele boeken zijn aan hem gewijd en nu is er ook een film verschenen, het regiedebuut van Jeroen Leinders. Het is voor het eerst dat in een speelfilm zo de nadruk wordt gelegd op de verschrikkingen van het Nederlandse slavernijverleden. Op 17 augustus 1795 besloot Tula met zo’n zeventig lotgenoten zijn werk op de plantage neer te leggen en naar de hoofdstad Willemstad te trekken. Reden: op Haïti had de zwarte bevolking kort daarvoor zijn vrijheid verkregen en Tula vond dat de slaven op Curaçao hetzelfde recht hadden. Tijdens de tocht sloten steeds meer slaven zich aan. De Hollanders waren daar niet van gediend en bestempelden Tula en de zijnen als revolutionairen. Na zes weken strijd werd Tula opgepakt en zijn ‘legertje’ verslagen. De straf die hij kreeg, is te gruwelijk voor woorden: hij werd ten overstaan van andere slaven aan een kruis gehangen en al zijn botten werden gebroken, te beginnen bij zijn voeten. Daarna werd zijn gezicht in brand gestoken en tot slot, alsof het nog niet voldoende was, werd hij onthoofd. Met befaamde acteurs als Jeroen Krabbé, Derek de Lint en Danny Glover is succes bijna gegarandeerd, zou je denken. Maar het resultaat valt tegen. Het verhaal heeft een ietwat te geromantiseerd karakter, wat niet past bij een zo zwaar beladen onderwerp. Bovendien zijn niet alle acteerprestaties om over naar huis te schrijven. Vooral Danny Glover wekt de indruk dat hij deze film een mooie schnabbel vond in de nadagen van zijn carrière, maar er eigenlijk niet zo’n zin in had. Hij overtuigt als oude slaaf geen enkel moment. Veel Nederlandse acteurs roepen ergernis op door het vreselijke steenkolenengels dat uit hun mond komt. Dat gekozen is voor een Engelstalige film valt wel te begrijpen, daar bereik je een internationaal publiek mee. Maar een taalcursus om de uitspraak wat te fatsoeneren, zou vooraf geen overbodige luxe zijn geweest. Het neemt niet weg dat Nederlandse bioscoopbezoekers een pijnlijke spiegel krijgen voorgehouden over de daden van hun voorouders. Wat dat betreft dient Tula, The Revolt een doel: het bijbrengen van historisch besef.
Armand Snijders

Tula, The Revolt, Jeroen Leinders (regie), 2013

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Boeken&Zo

Churandy Martina

Churandy Martina

Wie de naam Churandy Martina hoort, krijgt spontaan een brede glimlach op zijn gezicht. De sprinter uit Curaçao is in Nederland de verpersoonlijking van positiviteit geworden. Tijdens de Olympische Spelen van 2012 liep hij zowel op de honderd als tweehonderd meter een medaille mis, maar veroverde hij wel de harten van alle sportfans. Op de vraag of Martina niet teleurgesteld was dat hij naast het eremetaal had gegrepen, antwoordde hij voor het oog van de natie: ‘Ik ben blij, man.’ Die vier kleine woordjes maakten hem als feitelijke verliezer even populair als gouden medaillewinnaars Ranomi Kromowidjojo, Epke Zonderland en Dorian van Rijsselberghe. Hollands nieuwe knuffelbeer struinde talkshows af, figureerde in een reclame en was het stralend middelpunt van het Nederlandse sportgala. Verfrissend is het dan ook wel om eens wat minder oppervlakkig kennis te maken met de snelste renner die ooit voor Nederland uitkwam. Sportjournalist Frank Woestenburg toont ons in deze biografie ook een minder vrolijke kant van de atleet. Martina vertelt bijvoorbeeld over zijn vrienden die vermoord zijn op Curaçao. Over zijn gestrande relatie en zijn twee dochtertjes die hij door zijn drukke bestaan niet kan zien opgroeien. Over de scheiding van zijn ouders. En over zijn traumatische diskwalificatie op de Olympische Spelen van 2008. In Peking was hij urenlang in de veronderstelling zilver op de tweehonderd meter te hebben gewonnen, maar die beslissing werd teruggedraaid nadat was geconstateerd dat één van zijn spikes de lijn had geraakt. Omdat Martina duidelijk niet graag over deze zware kanten van het leven praat, worden die anekdotes echter zelden écht indringend. Interessanter is de blik die het boek geeft in het hoofd van een absolute topsporter, die vanaf zijn jonge jaren alles heeft gedaan om ooit de snelste man ter wereld te worden. Martina oogt wellicht lichtzinning en uitbundig, zodra de camera’s uitgaan, lijdt hij een regelmatig, Spartaans bestaan. ‘Trainen, eten, slapen’, zoals de 29-jarige zijn leven omschrijft. De winnaarsmentaliteit waarmee hij op jonge leeftijd voor een eenzaam bestaan in de Verenigde Staten kiest en zich razendsnel over grote teleurstellingen heen zet, is bewonderenswaardig. Zijn ongelofelijke drive en focus zijn het kloppend hart van het boek. Alles buiten sport en familie lijkt dan ook bijzaak te zijn. De passages daarover zijn dan ook niet de spannendste. Martina staat vrij onverschillig in het leven, lezen we tussen de regels door, wat hem misschien niet het meest dankbare onderwerp voor een biografie maakt. Zijn (gedwongen) beslissing om in plaats van voor de Antillen, die in 2010 werden opgeheven, voor Nederland te gaan lopen, doet Martina vrij gemakkelijk af, terwijl het in zijn thuisland toch de nodige wanklanken teweegbracht. Innige vriendschappen onderhoudt hij nauwelijks, wat hij na zijn loopbaan gaat doen interesseert hem niet zo veel en zijn grootste hobby is slapen. Echt kleurrijke anekdotes zijn schaars en daardoor blijven sommige hoofdstukken wat vlak. Niet erg, zijn ongebreidelde zorgeloosheid maakt dat je geïnspireerd blijft en Martina ziet voor wat hij is: een man met de absolute wil om te slagen.

Melvin Captein

Churandy Martina, Frank Woestenburg, 2013, Tirion Sport, ISBN 9789043915625

Zeg het met doeken

Zeg het met doeken

Wie de titel van dit boek leest, denkt misschien dat het, zoals wel vaker met museumliteratuur, nogal taai is om te lezen en slechts interessant voor mensen die specifiek informatie zoeken over marrontextiel. Niks is minder waar. Het boek Zeg het met doeken. Marrontextiel en de Tropenmuseumcollectie beschrijft levendig de geschiedenis van marronsamenlevingen, aspecten uit de cultuur toen en nu, interessante veranderingen in hun gebruiken door de jaren heen en textiel als belangrijke cultuurdrager. Knap, als je bedenkt dat de Marroncultuur niet iets is uit geschiedenisboeken, waarvoor je alleen archieven induikt. Het is een levende cultuur, in het binnenland van Suriname, maar ook bij de jongeren die naar de stad zijn getrokken of naar Nederland geëmigreerd. De veranderingen die de Marrons de laatste eeuwen hebben doorgemaakt op het gebied van gewoonten en tradities komen uitgebreid aan bod, waarbij ook wordt gelet op afkomsten zoals Ndyuka of Okanisi. Schrijvers Alex van Stripriaan, conservator bij het Tropenmuseum en hoogleraar Caribische geschiedenis en Thomas Polimé, antropoloog en Okanisi van afkomst, hebben voor dit boek hun kennis samengevoegd. Van Stripriaan nam het historisch onderzoek voor zijn rekening. Het aandeel van Polimé betrof veldwerk bestaande uit een vijftal reizen tussen 2005 en 2010 waar hij nieuwe doeken wist te verzamelen en vele gesprekken voerde. Op basis van foto’s hielpen Marronvrouwen hem figuren, tekeningen en steken op oude collectiestukken van het Tropenmuseum te identificeren. Het boek leest als een omgekeerde piramide. Van algemene, brede informatie wordt steeds nauwer gefocust op marrontextiel en uiteindelijk op de specifieke textielcollectie van het Tropenmuseum. De schrijvers maken veel gebruik van levendige voorbeelden, met soms foto’s, waardoor het voor de lezer makkelijker is zich in te leven. De opbouw van het boek is overzichtelijk, de lay-out professioneel. De vergelijking tussen het verleden en het heden loopt als een rode draad door het boek. Zo droegen vrouwen eerder bijvoorbeeld geborduurde bustehouders, veranderden pangi’s door jaren heen zienderogen en zijn er inmiddels nieuwe technieken voor het bewerken van stoffen. Waar vroeger voornamelijk werd geborduurd, zijn hedendaagse stoffen geknipt en geplakt of zelfs beschilderd. Het boek schetst helder in welke de situatie de verschillende generaties Marrons zich nu bevinden. Waar ouderen in het binnenland achterblijven, trekken jongeren juist naar Paramaribo of Nederland. Oude tradities verdwijnen en de oorspronkelijke klederdracht wordt vervangen door een westerse. Toch houdt nog steeds een groot gedeelte van de Marroncultuur stand omdat de jonge generatie goede banden heeft met haar familie in dorpen en de cultuur ook onderdeel is van haar dagelijkse gewoonten. Het boek is voor iedereen met interesse in de Marroncultuur maar ook voor de toerist die zich meer wil verdiepen in een deel van de geschiedenis en cultuur van het land van bestemming.
Romie Hoogendam

Zeg het met doeken, Thomas Polimé en Alex van Stripriaan, 2013, KIT Publishers, ISBN 978946022-2467

The Sweet and Sour Story of Sugar

The Sweet and Sour Story of Sugar

‘Suiker is een complete les in economie, politiek en moraliteit’, schreef de negentiende-eeuwse, Franse historicus Auguste Cochin. Het goedje, dat we tegenwoordig als zo vanzelfsprekend beschouwen, was tussen de zestiende en negentiende eeuw wat olie tegenwoordig voor onze economie is: een verslaving. The Sweet and Sour Story of Sugar laat in woord en beeld zien hoe suiker functioneerde als een van de katalysatoren achter wat men later globalisatie is gaan noemen. Centraal staan de landen Indonesië, Brazilië, Suriname en, als spin in het web, ex-kolonisator Nederland. De classificatie ‘fotoboek’ doet geen recht aan de omvang en ambitie van het totale project. Daarbij werden historische foto’s gecombineerd met werk van hedendaagse fotografen (James Whitlow Delano, Alejandro Chaskielberg, Francesco Zizola, Ed Kashi, Tomasz Tomaszewski en Carl De Keyzer) tot een open-source archief. Dat vond niet alleen zijn weerslag in dit boek, maar leidde ook tot vier op maat gemaakte tentoonstellingen, voor ieder land één. Bovendien blijft de collectie toegankelijk voor culturele instanties die eraan hebben meegewerkt. De intrigerende foto’s in het boek gaan gepaard met analyses per land, van bijvoorbeeld arbeidsomstandigheden, economische conjunctuur en migratieprocessen. Zo ontwikkelde Indonesië zich van een van de grootste exporteurs, tot een van de grootste importeurs van suiker. In Brazilië levert suikerriet nog steeds een enorme bijdrage aan de economie in de vorm van ethanol (voor biodiesel). Terwijl de Europese subsidies op suiker worden geschrapt om ontwikkelingslanden een kans te geven, zijn het nu de suikerbietboeren in Nederland die ternauwernood hun hoofd boven water kunnen houden. Maar er is meer. En passant wordt ook de geschiedenis van de fotografie behandeld. Die ontwikkelde zich van een instrument voor het in stand houden van machtsverhoudingen, tot een journalistieke discipline die juist misstanden aan de kaak stelt. Teksten bij zo’n analytisch en ambitieus project, dat gericht is op een internationaal publiek, zijn natuurlijk geschreven in het Engels en bovendien bedient een aantal schrijvers zich van academisch taalgebruik. Hoe interessant ook, dat maakt het boek er niet toegankelijker op. Gelukkig zijn de foto’s vrij voor interpretatie; de bijschriften zijn achterin opgenomen en leiden dus niet af. Door af en toe een oude foto tussen de hedendaagse te plaatsen, wordt de kijker uitgenodigd om zelf de historische parallellen en moderne tegenstellingen op te sporen. Want daarmee zit het boek vol. Industrieel bruin dat contrasteert met artificiële kleurstoffen; Creoolse dames die in Amsterdam aan een glucosevolle milkshake slurpen; grauwe arbeidsomstandigheden die vloeken met de strakgepakte Brusselse lobbyisten. Jammer genoeg is het hoofdstuk Suriname in dat opzicht niet het meest verrassende deel van het boek. Een overwoekerd Mariënburg kennen we inmiddels wel, net als dat schaafijskarretje. Ook de teksten, geschreven door Cynthia McLeod en Gert Oostindie, bewandelen het platgetreden adagium ‘wat mooi dat we hier met al die culturen vreedzaam naast elkaar leven’. Misschien zal een Indonesiër of Braziliaan aan ‘zijn’ hoofdstuk hetzelfde gevoel overhouden; de foto’s van Nederland vind ik spannender. Hoe dan ook: een waardevol boek dat de hooggespannen verwachtingen inlost. Zeker voor wie aan de gelijknamige tentoonstelling in Fort Zeelandia, Mariënburg en Moengo een onvoldaan gevoel overhield, zal het een openbaring zijn te zien wat de makers eigenlijk voor ogen hadden.
Tom van Moll

The Sweet and Sour Story of Sugar, Stichting Fotografie Noorderlicht, 2013, ISBN 9789076703503

 

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Zwijgen

Pim de la Parra is paradoxaal. Hij is nergens voor
en nergens tegen. Eenvoudige parralogica

Zwijgen

Bestelieve lezer en lezeres, de laatste maanden overvalt me steeds vaker het besef dat ‘ik’ niets meer heb te zeggen en daarom liever kan zwijgen. Dat doe ik eigenlijk al heel lang, zwijgen, omdat ik al jaren mediteer en gaandeweg vanzelf gewend ben geraakt om minstens drie keer per dag een half uur stil te zitten en niets te doen. Vroeger probeerde ik dan om mijn aandacht op een bepaald object te richten en alle storende gedachten te onderdrukken door me steeds weer op dat ene object te concentreren. Maar onwillekeurig ben ik daarmee opgehouden en heb ik mezelf aangeleerd om mijn ademhaling te volgen en daarbij elke gedachte die zich aandient te laten komen, en ook weer los te laten. Het klinkt alsof het heel gemakkelijk zou zijn, maar iedereen die mediteert zal wel weten dat het jaren en jaren kan duren voordat je in staat bent om elke inademing en elke uitademing moeiteloos te kunnen volgen en je daarbij niet door de grilligheid van het denkproces te laten afleiden. Ze noemen deze manier van mediteren inzichtmeditatie en vooral de uitademing is belangrijk. De beroemde Zenmeester Shunryu Suzuki {1904-1971} zegt het zo: ‘Oefen eerst met rustig uitademen en daarna pas met inademen. De kalmte van geest ligt voorbij het einde van je uitademing, dus als je rustig uitademt, betreed je de volkomen volmaakte kalmte van geest en vervaag je geleidelijk in de leegte’. Het is eigenlijk een vorm van sterven omdat we ons oefenen om stil te zitten, zonder iets te verwachten, alsof het ons laatste ogenblik is, alsof we niet meer bestaan. Zo voelen we dat we de vrijheid hebben om onszelf tot uitdrukking te brengen, omdat we bereid zijn te verdwijnen in de leegte. Het besef van tijd is er niet meer en een gevoel van vreugde doordringt ons. Suzuki stelt dat het vervagen in de leegte kan aanvoelen alsof we aan de borst liggen en dan voelen we ons alsof moeder voor ons zorgt. We voelen ons vrij en raken bevrijd van alles. Zo kunnen we pas echt van het leven genieten omdat we nergens meer aan gehecht zijn. Dan zijn we altijd gelukkig en laten we ons door niets en niemand ontmoedigen. Door deze dagelijkse meditatie is mijn wil, wat boeddhisten ‘het kleine apenverstand’ noemen, geleidelijk aan sterk verzwakt en hierdoor is haast alles wat ‘ik’ vroeger heb geambieerd weggevaagd. Zo is er van mezelf zoals ik vroeger was weinig meer over en ik voel aan dat ik bezig ben te worden wat ik ben. En dat dit ertoe zal leiden dat de stilte mij steeds meer in zijn greep zal krijgen, wat vanzelf zal zorgen voor veel zwijgen. Precies vijftig jaar geleden hoorde ik in Amsterdam voor het eerst de naam van Meher Baba, een Indiase goeroe van Iraanse afkomst (1894-1969), die de laatste vierenveertig jaren van zijn leven doorbracht in een zelfopgelegd zwijgen en van wie ook de spreuk komt ‘Don’t worry, be happy’. Lievebeste lezeres en lezer, gelukkig heb ik een dik boek met teksten van Meher Baba, getiteld Discourses en valt er ook op het internet genoeg over hem en zijn leven te raadplegen. Zodat ik mij alsnog door hem kan laten inspireren en zal kunnen ontdekken wat hij in stilte heeft gerealiseerd. Dank voor je aandacht en wees gezegend.

zondag, 01 september 2013 00:00

Homofobia

Homofobia

Homoseksualiteit is niet in het gehele Caribisch gebied in dezelfde mate geaccepteerd. Op Barbados is het zelfs illegaal; je kunt levenslang krijgen. In de praktijk worden homo’s echter getolereerd zolang hun gedrag als ‘discreet’ wordt beschouwd. Homoseksuele mannen op Barbados onderscheiden zelf twee groepen gays: de bougies en de ghetto. De bougies hebben een hoge sociaal-economische positie en zijn over het algemeen discreet in hun (seksuele) gedrag. De ghetto’s daarentegen hebben een lagere sociaal-economische status en zijn over het algemeen ‘flamboyant’ en open over hun seksuele oriëntatie. Om die reden staan zij meer dan de bougies bloot aan stigmatisering en discriminatie. Daarnaast zijn zij ook vatbaarder voor hiv, zo blijkt uit recent onderzoek. Hoewel de mannen zich bewust zijn van het hiv-gevaar, nemen zij vaak risico’s vanwege een gebrek aan zelfvertrouwen en de vaardigheid om te onderhandelen over het gebruik van condooms. Het onderzoek benadrukt de noodzaak van een antidiscriminatiewetgeving en het ontwikkelen van instrumenten om het gevoel van eigenwaarde onder de mannen te verhogen.

Journal of Homosexuality, Assessing the feasibility and acceptability of the Mpowerment Project (rapport)

De onderzoeker

Rabia Abdoelrahman

Rabia Abdoelrahman (28 jaar) studeert binnenkort af als econoom aan het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR).

Wat heb je onderzocht?
“Ik heb onderzocht of de internationale reserves van Suriname toereikend zijn in tijden van crisis. Daarvoor heb ik bekeken wat de optimale omvang van de monetaire reserves voor Suriname is en welk beheer de Centrale Bank van Suriname zou moeten voeren om tot een dergelijke omvang te komen.”

Waarom wilde je daar meer over weten?
“Als aankomend macro-econoom vond ik het altijd al interessant om te weten of Suriname wel voldoende internationale reserves heeft om in tijden van crisis op terug te kunnen vallen. Dankzij dit onderzoek kreeg ik meer inzicht in de omvang en de samenstelling van die reserves.”

En waarom is dat van belang?
“Een optimale omvang van de internationale reserves kan in een kwetsbare, kleine en open economie zoals die van Suriname als buffer dienen tegen externe schokken. Anders kunnen monetaire, financiële, economische en zelfs maatschappelijke verstoringen optreden. Denk aan wisselkoersstijgingen als gevolg van deviezenschaarste, wat weer koopkrachtdaling en sociale onrust tot gevolg kan hebben. Met de aanbevelingen in deze studie wordt geprobeerd om dergelijke verstoringen te minimaliseren.”

Hoe heb je dat onderzocht?
"Ik heb eerst een aantal modellen bekeken die de optimale omvang van internationale reserves weergeven. Daaruit heb ik er eentje gekozen die het best van toepassing is, en deze nog een beetje aangepast om zo te komen tot het optimale model om de internationale reseves voor Suriname te berekenen."

Wat was de uitkomst van je onderzoek?
“Het model dat ik gebruik, gaat uit van een scenario waarbij de internationale reserves voldoende moeten zijn om alle functies tegelijkertijd uit te kunnen voeren. Daarmee bedoel ik functies als dekking van de buitenlandse schuld, dekking van de geldhoeveelheid en de importdekking. Aangezien calamiteiten zich waarschijnlijk niet allemaal simultaan zullen voordoen, kun je ervan uitgaan dat Suriname in de periode 2008-2012 ruim voldoende reserves heeft aangehouden. De berekening vindt overigens altijd achteraf plaats en ik heb ook geen zicht op het reservebeheer van de Centrale Bank, dus ik kan geen voorspellingen voor de toekomst doen.”

Kaaimannenleed

kaaiman

Suriname kent vijf verschillende kaaimansoorten: de breedsnuitkaaiman, twee varianten gladvoorhoofdkaaimannen, de brilkaaiman en de zwarte kaaiman. Deze grote reptielen komen niet uitsluitend in Suriname voor, maar ook in andere delen van het Amazonebekken. In dit hele gebied kende de populatie zwarte kaaimannen in het midden van de vorige eeuw een forse daling. Op de meeste plaatsen was het dier zelfs al aan het uitsterven. De belangrijkste redenen waren de vernietiging van hun leefgebied en het jagen vanwege de commerciële waarde van de huid. Dankzij juridische bescherming en continue monitoring begon de populatie langzaam weer een beetje te herstellen. Maar nu blijkt er een nieuw probleem te zijn: de ecologische concurrentie van de brilkaaiman, die in dezelfde gebieden voorkomt. Onderzoek naar de maaginhoud van beide soorten in Peru wees onlangs uit dat beide soorten grotendeels hetzelfde dieet hebben. De brilkaaiman, die in veel grotere aantallen voorkomt, is een zware concurrent van de zwarte kaaiman. De onderzoekers concluderen daarom dat de brilkaaimannen het herstel van de populatie zwarte kaaimannen zullen blijven belemmeren.

Herpetologica, Wikipedia

Kanker en levensstijl

Onderzoek onder verschillende bevolkingsgroepen in Europa laat zien dat er grote verschillen zijn in de ontwikkeling van kanker onder verscheidene etnische groepen. De meeste vormen van kanker komen bij niet-westerse migranten aanzienlijk minder vaak voor dan bij de autochtone Europeanen, en hun overlevingskansen zijn gelijk of groter dan die van de totale bevolking. Sommige tumoren komen in deze groep echter vaker voor, in het bijzonder kankers met een infectieuze oorsprong. Deze migranten hebben weer een lager risico op vormen van kanker die gerelateerd zijn aan een westerse levensstijl, zoals roken en drinken. Vanwege deze uitkomsten wordt de bijdrage van omgevings- en gedragsfactoren in de ontwikkeling van verschillende vormen van kanker nu groter geschat dan eerder werd aangenomen. Persoonlijke levensstijlkeuzes werden dus geïdentificeerd als de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van kanker en de belangrijkste sleutel tot de preventie van kanker. Een van de conclusies van het onderzoek is dan ook dat vele vormen van kanker in zekere mate zijn te voorkomen, en de studies onder migranten hebben aanzienlijk bijgedragen aan deze kennis.

Melina Arnold (2013), Ethnic Heterogeneity of Cancer in Europe: Lessons from registry-based studies in migrants (thesis)

Nonsens!

‘Surinaamse contractarbeid was niet veel anders dan gewone migratie’.

Onderzoek onder verschillende bevolkingsgroepen in Europa laat zien dat er grote verschillen zijn in de ontwikkeling van kanker onder verscheidene etnische groepen. De meeste vormen van kanker komen bij niet-westerse migranten aanzienlijk minder vaak voor dan bij de autochtone Europeanen, en hun overlevingskansen zijn gelijk of groter dan die van de totale bevolking. Sommige tumoren komen in deze groep echter vaker voor, in het bijzonder kankers met een infectieuze oorsprong. Deze migranten hebben weer een lager risico op vormen van kanker die gerelateerd zijn aan een westerse levensstijl, zoals roken en drinken. Vanwege deze uitkomsten wordt de bijdrage van omgevings- en gedragsfactoren in de ontwikkeling van verschillende vormen van kanker nu groter geschat dan eerder werd aangenomen. Persoonlijke levensstijlkeuzes werden dus geïdentificeerd als de belangrijkste oorzaak voor het ontstaan van kanker en de belangrijkste sleutel tot de preventie van kanker. Een van de conclusies van het onderzoek is dan ook dat vele vormen van kanker in zekere mate zijn te voorkomen, en de studies onder migranten hebben aanzienlijk bijgedraNonsens, ook al komt die stelling van een aantal heuse professoren. ‘De contractarbeid was prima geregeld en in niets te vergelijken met de gedwongen en onbetaalde arbeid uit de slavernijperiode’, stellen enkele Nederlandse historici. Nu gaat het volledig gelijkstellen van de koloniale contractarbeid met de slavernij inderdaad wat mank. Maar onderzoek van Radjinder Bhagwanbali naar de leef- en werkomstandigheden van contractarbeiders uit India in Suriname, gaf schokkend andere uitkomsten. Hij toonde op basis van originele documenten aan dat Indiase arbeiders werden bedrogen. In Suriname bleek dat zij veel minder betaald kregen dan was afgesproken en soms zelfs helemaal niet werden uitbetaald. Verkrachting, racisme, uitbuiting, oplichting en vernedering waren bovendien aan de orde van de dag. De contactarbeiders werden op grote schaal gevangengezet en mishandeld. Vijftien procent van de Hindostanen stierf door ziekte en uitputting. Bhagwanbali omschrijft de contractarbeid op basis hiervan als een soort herinvoering van de slavernij. Mogelijk keerde de helft van de contractarbeiders daarom na het verlopen van de contractperiode terug naar India en niet twintig procent zoals vaak wordt beweerd. Contractarbeid vergelijken met ‘gewone migratie’ is bijna geschiedvervalsing.gen aan deze kennis.

Radjinder Bhagwanbali (2011), De nieuwe awatar van slavernij: Hindoestaanse migranten onder het indentured labour systeem naar Suriname, 1873-1916, ISBN 9789074897587

zondag, 01 september 2013 00:00

Weggegooid geld in Atjoni

Atjoni

Atjoni en het weggegooide geld

Atjoni: begin van het asfalt richting Paramaribo en toegangspoort tot de dorpen langs de Boven-Suriname. Maar ook een centrum van geldverslindende en nutteloze overheidsprojecten.

Minister Rabin Parmessar van Openbare Werken garandeerde eind juli dat drie gebouwen van het nieuwe jongereninternaat in Atjoni op 19 augustus eindelijk zou worden opgeleverd. Of dat ook is gelukt, was bij het ter perse gaan van deze editie van Parbode nog niet bekend. Met de bouwwerkzaamheden was in 2009 begonnen door Construction & Contracting NV. Dat gooide echter na een jaar het bijltje erbij neer nadat betalingen uitbleven. Aannemer Wilco Finisie moet de oorspronkelijke klus nu gedeeltelijk klaren. Want in de ‘goednieuwsbijlage’ De Overheid in de dagbladen van 2 augustus werd uiteraard niet gemeld dat het project dan half mislukt is: drie andere niet-afgebouwde onderkomens worden niet voltooid. De verklaring die Parmessar daarover in de Ware Tijd gaf, roept vraagtekens op. Volgens hem is het afbouwen ‘pedagogisch niet verantwoord’ omdat er geen recreatiemogelijkheden zijn, zoals een sportveld.

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Bromfietser, let op je leven!

Bromfietser

Het aantal verkeersdoden lag begin augustus aanmerkelijk lager dan in dezelfde periode vorig jaar. Opvallend is echter dat het aantal omgekomen bromfietsers aanmerkelijk is gestegen.

In 2012 vielen in totaal 82 verkeersdoden te betreuren, waarvan 29 bromfietsers (circa 35 procent). Begin augustus van dit jaar stond de teller op 39 doden, waarvan zestien slachtoffers op de brom reden. Ofwel ruim veertig procent. En als men de onfortuinlijke knaap van vijftien die eind januari langs de weg werd aangereden (staand naast zijn bromfiets) en de 48-jarige man die een paar weken later onwel op de brom werd en tegen het wegdek smakte, ook mee zou rekenen, ligt dat percentage zelfs nog hoger. Brommen is dus een gevaarlijke bezigheid, vooral op het fietspad van de Martin Luther Kingweg en in Saramacca: op beide locaties vielen drie doden. Dat andere weggebruikers niet of nauwelijks rekening houden met tweewielers, is algemeen bekend en leidt ook tot veel ongelukken. Toch is dat niet de voornaamste oorzaak van het grote aantal slachtoffers. ‘Maar’ vijf dodelijke ongevallen werden veroorzaakt door medeweggebruikers, in twee gevallen was het pure, en tegelijkertijd fatale, pech: een losgeschoten ketting en een overstekende hond. De overige bromfietsers zijn door eigen fouten aan hun einde gekomen. Al jaren wordt gezocht naar een manier om het aantal bromfietsdoden terug te dringen. In februari 2010 kondigde toenmalig minister van Justitie en Politie Chandrikapersad Santokhi in De Nationale Assemblee aan, dat een speciaal bromfietsrijbewijs zou worden geïntroduceerd. Met name jonge, nieuwe bezitters van een brom zouden zonder niet de weg op mogen. In juni van dat jaar kwam de mededeling dat de doelgroep zich ‘binnenkort’ moesten gaan inschrijven bij een rijschool. Daar kwam uiteindelijk niets van terecht en van uitstel kwam afstel. Totdat korpschef Humphrey Tjin Liep Shie van het Korps Politie Suriname in maart van dit jaar het rijbewijsplan opeens weer ter sprake bracht. Bromfietsrijbewijzen moeten later dit jaar een feit worden, zo beloofde hij. Jongeren zijn als eerste aan de beurt. Dit zal volgens hem op termijn resultaten opleveren ‘gezien het gedrag van veel bromfietsers’. Los van het feit dat het sindsdien stil is gebleven, is het nog maar de vraag of het daadwerkelijk zal leiden tot minder dode bromfietsers. Onder de slachtoffers van dit jaar bevindt zich maar één tiener, tien doden waren veertig jaar of ouder, de overige vijf overleden tussen de 21 en 32. Wijsheid komt dus wat bromfietsers betreft niet met de jaren. Misschien zijn jongeren wel wat roekelozer en houden ze van ‘racen’, het zijn vooral de ouderen die niet voorzichtig genoeg zijn.

Comments ()
maandag, 02 september 2013 00:00

Glen Faria

‘Juist toen had ik een vader nodig’

In een uitverkocht Paradiso presenteerde Glen Faria onlangs zijn eerste soloplaat. Een persoonlijk hiphopalbum met singer-songwriterelementen.

Glen Faria

Glen Faria zit nog maar net op het terras in de buurt van het Leidseplein in Amsterdam – de dubbele cappuccino is net besteld – of hij verontschuldigt zich al: het is inmiddels alweer vijf jaar geleden dat hij in Suriname is geweest. Hij vertelt het, zo zegt hij, met pijn in zijn hart. “Suriname is een belangrijk onderdeel van mijn leven. Suriname is altijd goed voor mij geweest. Maar het is er de afgelopen jaren simpelweg niet van gekomen. Terwijl ik altijd met de gedachte rondloop: binnenkort ga ik weer naar Suriname toe.” De reden dat Faria de afgelopen jaren niet in het geboorteland van zijn ouders is geweest, is een praktische: zijn carrière als artiest nam zoveel tijd en energie in beslag dat een vakantie in Suriname simpelweg niet in de planning paste. Ook nu nog niet. Zijn soloalbum is net uit en dat betekent werken, werken, werken. Zoveel mogelijk optreden, zoveel mogelijk interviews geven, zoveel mogelijk platen verkopen.

Flinke Namen
Maak kennis met Glen Faria (33). In Amsterdamse kringen is hij vooral bekend als MC Fit, vast lid van de Amsterdamse hiphopformatie Flinke Namen waarmee hij sinds 2004 aan de weg timmerde in de Nederlandse hiphopscene. Hij is in 1980 geboren in Amsterdam, zijn ouders komen allebei uit Wageningen, Nickerie. Zijn vader is Walther Lackin, beheerder van het sportcomplex Van Pettenpolder in Nickerie en broer van de minister van Buitenlandse Zaken, Winston Lackin. Zijn tante is Shirley Lackin, de directeur van STVS. Hij heeft veel familie in Suriname en hij was daar ook opgegroeid, ware het niet dat zijn moeder een betere toekomst voor haar en haar twee kinderen zag in Nederland. In 1980 – Glen was nog niet geboren – werden de koffers gepakt voor emigratie naar Nederland. Als enige van het gezin Faria zag Glen in Nederland het levenslicht, hij groeide op tijdens de heftige jaren tachtig en negentig in de Bijlmer, hij leerde het leven van de straat kennen, zijn moeder maakte lange dagen bij de Nederlandsche Bank, wat zijn vader in Nederland deed, is hem grotendeels onduidelijk – hij leefde het leven van de straat, hosselde hier en daar en was vaak weg. Faria wist al op jonge leeftijd wat hij wilde, hij vocht voor een carrière als artiest en tegenwoordig wordt hij door zijn succes met Flinke Namen gezien als rolmodel voor jonge jongens met muzikale ambities. 

 

Verder lezen? Koop dan de septembereditie van Parbode. Tot eind september 2013 in de winkel, daarna nog te verkrijgen via de redactie

 

Comments ()