Parbode

Parbode

zondag, 01 september 2013 00:00

Freerunners veroveren de straten

Jezriël Bendt Santino Landus en Mario Isselt

Freerunnen in Paramaribo

Wie dacht dat de acrobatische stunts in Jackie Chan-films nep waren, heeft waarschijnlijk nooit gehoord van freerunnen: een sport vol acrobatische sprongen over hekken, speeltuininstrumenten en stilstaande auto’s.

Jezriël Bendt

Jezriël Bendt (21) was onlangs op vakantie in Suriname en kon zich moeilijk inhouden. Samen met zijn lokale vrienden Santino Landus (20) en Mario Isselt (23) ging hij al rennend door de straten van het centrum van Paramaribo. Het Kerkplein, de Henck Arronstraat en de Palmentuin maakten zij voor enkele uren tot het decor van hun eigen actiefilm. Vele nieuwsgierigen stopten langs de kant van de weg om een blik te werpen op de drie jongemannen die horizontaal hingen aan de paal van een eenrichtingsverkeersbord. “Ik ben al vier jaar professioneel freerunner. Ik verzorg workshops en werk mee aan filmproducties als stuntman. Daarnaast doe ik ook fotoen videoproducties”, vertelt Jezriël. “Voor ik professioneel ging, was ik gewoon roekeloos”, grapt hij. Op YouTube staan tal van filmpjes van jongeren die de meest gedurfde en gevaarlijke acrobatische stunts uithalen: salto’s van hoge gebouwen of een handstand op de leuning van een brug. Jezriël: “Om professioneel freerunner te kunnen worden, dien je heel veel trainingsuren te maken, daarnaast moet je erg gefocust zijn en moet je leren je lichaam steeds beter te gebruiken. De keus voor deze tak van sport was simpel: het is een keus voor totale vrijheid. Die richtlijn kun je toepassen in je hele leven, op school en bij het werk. Mensen hebben aanleg voor bepaalde dingen, maar worden beperkt in het ontwikkelen van dat talent. Met freerunnen kan ik mijn eigen stijl creëren. Dit is Jez, dit ben ik. Het enige dat je van elkaar kan leren, is de techniek.”

Ontsnappingstechniek
Volgens Bendt kan Freerunnen gezien worden als een kunstzinnige expressievorm. Het doel is om zo sierlijk mogelijk alle obstakels te gebruiken en overwinnen. De sport ontstond in 2003 als een meer acrobatische vorm van parkour. Die loopdiscipline stamt af van een ontsnappingstechniek uit de Vietnamoorlog. De Franse marineofficier George Hébert paste deze methode toe om zijn militaire rekruten voor te bereiden op elke mogelijke situatie. Zijn navolger Sébastien Foucan ging meer nadruk leggen op de gymnastische capriolen en creëerde freerunnen. Staan snelheid en souplesse centraal bij parkour, bij freerunnen zijn dat de uiteenlopende trucs en tricks: springen, klimmen, balanceren, zwaaien of hangen. De obstakels zijn alledaagse dingen als muren, hekken, trappen, buizen en palen. Alles waarover gesprongen en gerend kan worden, kan onderdeel uitmaken van de route. Freerunnen is een populaire urban streets activiteit in Europa, die zijn weg baant naar de straten van Paramaribo.

Motivatie
De Surinaamse jongeren die zich wagen aan freerunnen zijn vaak hiphoppers die reeds in hun dansstijl de acrobatische stunts meenemen. Vrijheid is de link tussen hiphop en freerunnen. Voor Santino en Mario is het de verslaving aan adrenaline die ze dwingt om aan deze sport te doen. “Alexander Lamon, ook professioneel freerunner, gaf vorig jaar een workshop in Suriname. Hij introduceerde de sport bij ons en sindsdien kunnen wij het niet loslaten”, zegt Santino. Ze waren al gauw bereid met Jezriël mee te doen. De sport leeft bij deze jongeren. Vrijwel iedere vrijdag en zaterdag komen ze in een groep van twintig bij elkaar in de Palmentuin om te freerunnen en de hiphopdansstijl te beoefenen. Voor de achttienjarige Sheldon Kasanradji is de definitie van freerunnen: constant voortgaan en beperkingen overwinnen. “Door deze sport leer ik om alle obstakels die op mijn levenspad komen te overbruggen.” Hij durft moeilijke manouevres, zoals het springen van een eerste verdieping en rollend de val breken, zonder meer aan. Sheldon kwam in contact met de sport tijdens een tripje buiten de stad, waar vrienden de tricks en trucs uithaalden. Dat de jongeren voor deze expressievormen kiezen, is niet voor iedereen begrijpelijk. “Je danst en springt de hele dag. Je kan er niks mee bereiken”, herhaalt Santino zijn moeders woorden een beetje plagend. “Maar dit is waar ik van houd. Als B-boy heb ik veel prijzen gewonnen. Als ze dus zegt dat ik de hele dag dans en spring, kan ik alleen maar zwijgen.”

Santino Landus en Mario Isselt

Passie
Jezriël is van plan samen met Alexander terug te komen voor het verzorgen van meerdere clinics. Hij is van menig dat jongeren die de sport wensen uit te oefenen, de essentie niet uit het oog moeten verliezen. “Je kunt niet zeggen ‘yes... ik kan een salto maken, dus ik ben aan het freerunnen’. Om deze sport goed te kunnen beoefenen, moet je kilometers achtereen door kunnen gaan en dus een goede conditie hebben. Belangrijker nog is dat je de technieken goed beheerst.” Na uren hun kunsten te hebben laten zien, zitten de heren vermoeid aan de kant van de straat en delen een flesje water. Jezriël, die in Nederland freerunning lessen verzorgt op verschillende scholen, zegt dat het een leuke manier is voor ‘drukke’ jongeren om zich te uiten. “Ik werk vaak met jongeren die niet willen luisteren of heel druk zijn. Dan mogen ze zich uitleven, door verschillende trucs uit te halen. Daar beloon ik ze voor met complimentjes. Grappig is dat ze het zo leuk vinden dat ze de technieken ineens goed willen doen, dus moeten ze wel luisteren. Het drukke gedrag maakt plaats voor passie.”

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Een stem voor blinden en slechtzienden

‘Blind’ is moeilijk te verkopen

Een stem voor slechtzienden

blindWie blind is, kan uitstekend op eigen benen staan. Toch kan een steuntje in de rug geen kwaad. “Die blindenstok is geen wandelstok.”

Aniel Koendjbihari (45) is geboren met een visuele beperking en raakte vanaf zijn zesentwintigste volledig blind. Op zijn zestiende startte hij een pluimveebedrijf dat vijf jaar goed draaide, maar daarna door de slechte politieke tijden de nek werd omgedraaid. Hij leefde jaren in isolement: “De grootste uitdaging is om terug te komen in de samenleving als volwaardige burger. Dat je zelfstandig je ding kan doen, zonder afhankelijk te zijn van een ander.” Henk Plein (39) werd op zestienjarige leeftijd plotseling blind. De oorzaak is nooit achterhaald, maar dat maakte hem niet moedeloos: “Ik geloof dat ik blind ben geworden in dit leven om me in te zetten voor mensen met een visuele beperking. Ik sta in de startblokken om de eerste Surinaamse blinde dj te worden.” De twee heren zijn elk hun eigen belangenorganisatie gestart en winnen aan bekendheid door hun gouden inzet voor mensen met een beperking. Henk Plein noemt zichzelf de geestesvader van de Stichting van de Mens met een Visuele Beperking (SMVB). Aniel Koendjbihari (45) staat aan het hoofd van de tweejarige Stichting Wan Okasi, die zich inzet voor mensen met alle soorten beperkingen. Beiden hebben een gemeenschappelijk doel: andere mensen met een beperking stimuleren om een zelfstandig bestaan te leiden en uit het isolement te halen.

Nippertje
Tot enkele jaren geleden kende ons land één instelling die zich het lot van de blinden en slechtzienden zoals Plein en Koendjbihari aantrekt. De Nationale Stichting Blindenzorg Suriname (NSBS) bestaat al 46 jaar en staat onder leiding van Natasia Hanenberg- Agard. “De organisatie krijgt geen financiële steun van de overheid. We redden het elke maand en als we iets extra willen doen, wordt er een beroep gedaan op sponsors, middels het indienen van projecten.” Het blindencentrum is ontstaan in 1967 met Nederlandse hulp en kent drie hoofdtaken: ‘onderwijs en ontwikkeling’, ‘begeleiding en opvang’ en ‘public relations en awareness’. Het meest bekende onderdeel van het centrum is de Louis Brailleschool, een basisschool voor kinderen met een visuele beperking tussen vier en dertien jaar. “Mensen kunnen bij ons aankloppen voor verschillende soorten begeleiding”, getuigt Hanenberg- Agard. “We begeleiden studenten in het regulier onderwijs, ondersteunen mensen bij het vinden van een job en helpen kinderen buiten de stad een opvangplek te zoeken in Paramaribo bij familie of vrienden zodat zij naar school kunnen. Er zijn echter twee grote knelpunten die de vooruitgang van deze sociale zorg tegenhouden. Ten eerste weet niemand hoeveel mensen in Suriname blind zijn. Hanenberg-Agard: “We hanteren nog steeds het internationale cijfer dat drie tot vier procent van de bevolking een visuele beperking heeft. Bij de volkstellingen hebben ze echter nog nooit gevraagd naar beperkingen binnen het gezin. Ook dit jaar werd de vraag slechts sporadisch gesteld. We registreren wel iedereen die bij de NSBS aanklopt. Dat zijn er momenteel zo’n honderdvijftig. Het blindencentrum, dat aan de Dr. Sophie Redmondstraat gevestigd is, besteedt ook onvoldoende aandacht aan visueel beperkten buiten de hoofdstad, omdat we de middelen, noch het personeel ervoor hebben. Het internaat dat kinderen uit het binnenland opving, is al twee jaar gesloten door gebrek aan financiële middelen.”

Henk Plein

Training leerkrachten
Dat brengt ons bij het tweede probleem: de overheid hecht bitter weinig belang aan deze doelgroep met speciale behoeften. “Leerkrachten die aan de Louis Brailleschool lesgeven”, vertelt Hanenberg-Agard, “zijn er geplaatst en worden betaald door de overheid, maar kregen geen trainingen in het speciaal onderwijs. Ze worden één voor één on the job getraind en moeten leren van de meer ervaren leerkrachten. Daarnaast krijgt de NSBS geen financiële middelen van de overheid. We leven voornamelijk op de inkomsten van verhuur van onze ruimtes en inkomsten van donaties. Elke maand redden we het op het nippertje, maar als er eens wat extra werken of reparaties uitgevoerd moeten worden, zijn we verplicht financiers te zoeken.” De doelgroep komt in opstand tegen deze patstelling en eist meer inspraak. “Het bestaan van het blindencentrum is nodig, maar de organisatie moet professioneler werken”, getuigt Koendjbihari. “Het centrum heeft nog te veel verschillende afdelingen en de belangen van de doelgroep worden te weinig behartigd door de raad van bestuur van het NSBS. Daarom heb ik Wan Okasi opgericht, om een stem voor de doelgroep te creëren. We focussen ons op een aantal punten zoals transport, werkgelegenheid en infrastructuur.”

Aniel Koendjbihari

Trimploop
Maar ook Wan Okasi en SMVB worstelen op hun beurt met financiële problemen. Henk Plein legt uit: “Het is moeilijk om in Suriname een organisatie op te richten voor mensen met een visuele beperking die ook geleid wordt door mensen met een beperking. Blind zijn hier is even moeilijk als in andere plekken van de wereld. Het enige verschil is dat de sociale voorzieningen hier heel beperkt zijn. De public awareness van de gemiddelde Surinamer ligt nog veel te laag, waardoor ‘blind’ heel moeilijk te verkopen is. Ook Hanenberg-Agard bevestigt dit: “Er is nog te weinig kennis over mensen met een beperking. Zo zijn er nog velen die niet beseffen wat een blindenstok is. Sommigen denken dat het om een wandelstok gaat in plaats van een hulpmiddel voor een blinde of slechtziende. Wij proberen vooral tijdens activiteiten de bekendheid van de doelgroep te vergroten. Zo hadden we onlangs een trimloop waar iedereen aan kon deelnemen en samen met de blinde deelnemers konden lopen. Door zo’n activiteiten gaat het besef langzaam rijpen dat mensen met een beperking ook bestaansrecht hebben Door dat gebrek aan kennis ondervinden mensen met een visuele beperking veel discriminatie, vooral tijdens het zoeken naar een baan. Henk Plein is zo iemand: “Ik solliciteerde op heel veel plekken voor jobs waarvan ik wist dat ik ze aankon, maar ik kreeg nauwelijks de gelegenheid om uit te leggen hoe ik dacht het werk te gaan doen. Ze zeiden me direct: ‘Meneer u bent blind, u kunt hier niet werken’. Als je blijft volharden, kom je er echter wel. Zo was ik de eerste blinde callagent in Suriname en nu werk ik al twee jaar op de afdeling preventie en voorlichting bij de politie.” Ook Koendjbihari heeft zichzelf teruggevochten in de maatschappij. “De technologische ontwikkelingen hebben daar enorm bij geholpen. Door computers met spraaksoftware wordt een hele nieuwe wereld voor je opengegooid. Je hebt plotseling toegang tot alle informatie waardoor je je kennis kan verruimen en weer kunt communiceren met de buitenwereld.” Inmiddels werkt hij al enige tijd als informaticus bij de NSBS en is hij radiopresentator bij Apinti en Radio Radika. “Je mag jezelf niet opstellen als een persoon die medelijden verdient. Je moet me behandelen zoals elke andere persoon en als ik een veeg uit de pan verdien, geef me die dan.”

Natasia Hanenberg-Agard

Jobcoaching
De NSBS heeft ook hier een taak, die van jobcoaching. “We stimuleren mensen om werk te zoeken”, zegt Hanenberg-Agard, “we gaan mee tijdens het sollicitatiegesprek en praten met de werkgevers. Wordt de persoon in dienst genomen, dan gaan we verder met de begeleiding.” Mensen met een beperking die een job vinden, worden echter onmiddelijk afgestraft door de overheid. Plein: “Mijn maandelijkse uitkering van 350 srd werd ingetrokken toen ze hoorden dat ik werkzaam was. Wij hebben echter meer uitgaven dan een gewone mens zonder beperking. Om dit duidelijk te maken aan de overheid, zal er nog veel gedebatteerd moeten worden.” Plein ziet daarin een belangrijke taak voor zichzelf: “In 2015 wil ik plaatsnemen in het hoogste politieke orgaan van ons land en ook daar de stem van mensen met een beperking laten horen en het beleid zo beïnvloeden. De financiële steun voor mensen met een beperking moet opgetrokken worden naar een degelijk bestaansminimum en we moeten professioneler te werk gaan in het uitschrijven van een degelijk beleid.” Daarnaast geeft Plein nog een gouden raad mee aan mensen met een beperking: “Begin met jezelf voor de volle honderd procent te accepteren en geloof in jezelf. Met die basis ben je in staat om de wereld aan te kunnen.”

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Monumenten slopen mag

Heerenstraat richting kerkplein ca 1915

Unesco Werelderfgoed-status in gevaar

Monumenten illegaal gesloopt

De monumenten van Paramaribo zijn als bovengrondse goudaders voor het land, want hoewel toeristen waarschijnlijk voor zandstranden in de Caraïben blijven kiezen, een prachtig geconserveerde binnenstad kan de trekpleister van Suriname worden. Toch worden veel monumenten gesloopt. Justitie doet er niets tegen, terwijl er zware straffen op staan.

Monumenten zijn ‘onroerende goederen die minstens vijftig jaar oud zijn en van algemeen belang worden geacht wegens hun schoonheid, hun kunstwaarde, hun betekenis voor de wetenschap, voor de oudheidkunde, de geschiedenis van het land, hun volkenkundige waarde of architectuur’. Zo staat het in de Monumentenwet van 2002. Kan over de ‘waarde’ verschil van mening bestaan, in haar bepalingen is de wet glashelder: ‘Het is verboden een monument te slopen of veranderingen daaraan aan te brengen’. En: ‘De minister kan aanzeggen terstond een aanvang te maken met het herstellen in de oude staat van het monument’. Is dat al een straf op zich, de wet gaat nog verder met sancties als celstraf en geldboetes.

Watermolenstraat 1

Het pand aan de Watermolenstraat in 1997

Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname (SGES) heeft op politiebureau Keizerstraat aangifte gedaan van de sloop van het monumentale gebouw Watermolenstraat 1. Om precies te zijn, was het op 9 november 2010 dat agent van politie tweede klasse Melvin Post het proces-verbaal opmaakte en naar het parket stuurde, waar het nu al bijna drie jaar ligt te verstoffen. Er gebeurde niets mee, terwijl op de sloop van een monument toch een gevangenisstraf van twee jaar staat en zelfs bevolen kan worden dat het pand ‘plank voor plank’ wordt herbouwd. Zoals wel vaker zijn de regels duidelijk genoeg, maar hoeft niet iedereen zich eraan te houden. Kortom, een vrijbrief voor zakenlui als Dharmendra Sardjoe, die het eeuwenoude pand met een zware Poclain tegen de grond sloeg, een favoriete bezigheid in het weekeinde, want dan zitten de controlerende ambtenaren – voor zover die er zijn – gezellig thuis, hoewel de collega’s van de motorpolitie zo vriendelijk waren een handje te helpen door het verkeer om te leiden. Zo heftig ging de graafmachine tekeer. Toen de stofwolken waren opgetrokken en er een groot gat in het centrum geslagen bleek, vertelde Sardjoe aan een lokale krant niets van een monumentenlijst te weten. Zelfs het pal tegenover zijn historische pand staande bord ‘Werelderfgoed’, zou hem niet zijn opgevallen, tekende een journalist van de Ware Tijd (20 november 2010) op, om hem vervolgens te laten verklaren dat ‘notaris Carlo Jadnanansing hem als nieuwe eigenaar nooit gemeld heeft dat het om gebouwd erfgoed gaat’. Dat had de journalist moeten natrekken, want Jadnanansing mailt ons blij te zijn dat we dit verifiëren, omdat ‘Sardjoe mijn naam ten onrechte noemde, daar de akte niet bij mij, maar bij mr. R. Manna was gepasseerd. Mevrouw Manna deelde mij mede dat zij de heer Sardjoe in aanwezigheid van getuigen, onder wie de verkoper en één van onze medewerkers er uitdrukkelijk op heeft gewezen dat het om een pand gaat, welke op de monumentenlijst staat’. Sardjoe is trouwens, volgens Gebouwd Erfgoed-directeur Stephen Fokké, ook door de vorige eigenaar Gafoerkhan verteld dat het pand een monument was. Lijkt Sardjoe soms een leugenaar, dan weer toont hij zijn menslievende kant, want dat ‘het nog veel erger zou zijn geweest als een onschuldige toerist door het instortende gebouw was gedood’. Om zich vervolgens van de domme te houden door als excuus te gebruiken dat hij net uit Nederland is geremigreerd en daardoor de Surinaamse wet nog niet kende, terwijl hij gewoon van Tamansarie is. Sardjoe is ook eigenaar van de Straatcodeloterij, die in maart 2013 in opspraak kwam, omdat mensen geronseld waren als jackpotwinnaars, die er in feite nooit waren. Lijkt, gezien het wagenpark voor de deur, Tamansarie 39 al een lot uit de loterij, de jackpot viel op Watermolenstraat 1, zullen we maar zeggen.

Costerstraat 69

Costerstraat 69

Dit grijs uitgeslagen houten huis was van de familie Akkrum, waarvan een nazaat, de 85-jarige André Akkrum, nu woonachtig is in Nederland. In de zeventiger jaren had hij een leidinggevende functie op het ministerie van Buitenlandse Zaken. Opmerkelijk was de davidster in de nok van het dak, die er helaas uitgevallen is. De overbuurman Yayo: “Best bijzonder omdat alle bewoners moslim waren en toch onder een davidster woonden. Of was het symbool vroeger minder beladen?” Het huis werd in 2008 getaxeerd op 22.500 euro, want Erna van That’s It Tours had belangstelling om er een Mexicaans restaurant in te beginnen. Maar de erfgenamen wilden er meer voor hebben. En dat is gelukt, want D. Liu, een vloeiend Nederlands sprekende Chinees, meer bekend als Yan Kee op zijn Chinees, of Yankee op zijn Amerikaans, heeft het gekocht voor naar eigen zeggen 85.000 euro. Yankee heeft aan de Tourtonnelaan een florerend revisiebedrijf voor zware dieselmotoren, geliefd in de goudsector. Hij kocht nummer 69 om te slopen, voor een achteringang. En zo begon hij ook, de ramen waren er al uit toen de buren Gebouwd Erfgoed belden. Directeur Fokké: “Wij er natuurlijk naartoe en de man uitgelegd dat het om een beschermd monument gaat. Hij is toen voor een gesprek bij Monumentenzorg geweest. Daarna was het een paar maanden stil, maar van de buren kregen we bericht dat het pand toch binnenkort tegen de vlakte gaat”. De buren bevestigen dat. Ze hadden een medewerker zien rondlopen die beweerde: ‘We gaan het afbreken, hoe dan ook’. Yankee is tactischer dan zijn personeel en begrijpt de situatie, maar is er niet blij mee, want “ik heb er veel meer voor betaald dan de taxatie, omdat de waarde voor mij in de grond zat. Ik wist niet dat het een monument was, tot ik bij de notaris kwam. Die vertelde het, maar ik kon de gevolgen niet overzien. Bovendien had ik al een deel betaald, dus heb ik maar getekend. Eigenlijk pech, want ik was al een tijd bezig met een ander pand naast ons, maar dat bleek een onoplosbare boedelkwestie, daarom kreeg ik belangstelling voor nummer 69.” Wat Yankee nu gaat doen? Hij lijkt geen Sardjoe en zal het niet zo maar slopen, zegt hij, maar hij vindt de bescherming van een enkel monument als in de Costerstraat wel een beetje dwaas. “Ik ben voor monumentenzorg, maar ze moeten alleen hele blokken in de oude staat laten, zoals bij de Waterkant. Maar wie weet verandert het beleid, je ziet bij zoveel panden die nu van binnen van beton gemaakt zijn, dat het toch aangepast mocht worden. Als ik het gebouw omhoog kan liften zodat er een vrachtwagen doorheen kan, dan kan ik de buitenkant wel van hout laten lijken. Het schijnt dat Stadsherstel het nu wil kopen voor bijna dezelfde prijs. Maar ik doe het niet, een aangrenzend pand krijg je niet zomaar weer.”

Keizerstraat 16, hoek Watermolenstraat

Keizerstraat 16 hoek Watermolenstraat na de illegale verbouwing in 2006

“Ik wilde het pand verhuren”, vertelt voormalig eigenaar Tony Abboud telefonisch, “maar het was daarvoor in te slechte staat. Toen heb ik het een beetje laten repareren, de onderkant van steen gemaakt, maar dat mocht niet van Monumentenzorg. We hadden veel last van Fokké. Omdat het leeg bleef staan, kwamen er junkies in. Toen heb ik het maar verkocht aan de buurman, notaris D.S.P. Chitou.” Stephen Fokké bevestigt: “Met die Abboud hadden we in het verleden ook heel veel problemen. Hij is begonnen om het pand te verminken door de hele benedenverdieping in steen op te trekken en heel stiekempjes aan, niet te merken vanaf de straat, het interieur in steen op te trekken, zelfs hele zware betonnen balken te storten.” In haar nieuwsbrief van september 2012 schrijft Gebouwd Erfgoed ‘dat monumentenzorg Abboud herhaaldelijk waarschuwde toen hij illegaal ging verbouwen, en dat ze uiteindelijk de politie inschakelde, die de werkzaamheden stopzette’. De nieuwsbrief besluit met ‘dat dit alles niet mocht baten. Abboud ging door met zijn illegale werkzaamheden en de politie heeft nog tweemaal in moeten grijpen’. De nieuwe eigenaar, notaris Chitou, laat er geen gras over groeien en sloopt het monument op grond van een vergunning van Openbare Werken. Vreemde zaak, want bij monumenten is een vergunning van Onderwijs en Volksontwikkeling vereist. Iets dat een notaris moet weten, maar dat hij kennelijk door zijn contacten gemakkelijk kon omzeilen. Gebouwd Erfgoed: ‘Weer werd assistentie van de politie gevraagd waardoor de sloopwerkzaamheden begin 2012 werden stopgezet’. Fokké: “Er is door Johan Roozer van Monumentenzorg aangifte gedaan tegen Chitoe bij bureau Keizerstraat. Ik was er zelf bij toen met hulp van de politie de verdere sloop werd stopgezet, maar toen was het pand reeds voor een belangrijk deel tegen de vlakte. Hij moet overigens de boete nog betalen.” Opmerkelijk hoe ongenaakbaar Chitou zich op durft te stellen. Op het slopen van een monument staat tenslotte twee jaar celstraf, waarna hij een andere baan moet zoeken, want oud-notaris Carlo Jadnanansing mailt Parbode ‘dat een notaris uit zijn ambt gezet kan worden op grond van artikel 45 van de Wet op het Notarisambt, tenminste als het Openbaar Ministerie dat extra gevorderd heeft. Volgens artikel 44 kan het Hof van Justitie als tuchtcollege de ontzetting uit het ambt als zwaarste tuchtstraf opleggen, indien de notaris een handeling gepleegd heeft in strijd met de eer of waardigheid van zijn ambt. In Suriname zijn tuchtzaken niet openbaar en worden de uitspraken niet gepubliceerd. In het recente verleden is aan enkele notarissen een berisping of schorsing opgelegd. Maar zoals ik opmerkte worden deze uitspraken niet openbaar gemaakt’. Het notariaat houdt dat dus onder zich, maar Chitou zou er tussen kunnen zitten, want een andere oudnotaris zegt: “Als kandidaat-notaris ging hij al de fout in. Hij veranderde na ondertekening teksten, wat een doodzonde is. Desondanks is hij uiteindelijk notaris geworden, maar je verandert de aard van het beestje niet. Van de twintig notarissen is het gros in orde, maar bij minstens drie kan je vraagtekens zetten. Het gaat vaak om witwassen. Dat wildvreemden met gigantische kontante bedragen aan komen zetten. Chitou heeft een Porsche en een BMW uit de 6-serie, dan weet je het wel. Hij is een alleseter. Ze nemen alles aan waaraan ze kunnen verdienen. Of hij geschorst is geweest of een berisping heeft gehad? Zou goed kunnen.”

Grote Combéweg 13

Grote Combeweg 13

De Parbode-redactie kreeg de tip dat er grondboringen werden verricht op het terrein van dit prachtige monument pal naast Zus & Zo. Het pand is kort geleden gekocht door Guillermo Samson, directeur van een opleiding in bedrijfswetenschappen, die op de bovenverdieping van een foeilelijk betonnen gebouw gehuisvest is, aan de andere kant van het guesthouse. Door de grondboringen is Gebouwd Erfgoed bang dat het pand tegen de vlakte zal worden geslagen en er nieuwbouw met verdiepingen voor in de plaats komt. “Het staat op instorten meneer, gaat u zelf maar kijken”, antwoordt Samson op de vraag wat hij van plan is. Of hij wist dat het een monument was en dat het niet gesloopt mag worden? Dat wist hij inderdaad, maar “ik denk er nog over na”. Waarover hij nadenkt, blijft de vraag. Maar het zal niet over restaureren zijn gegaan, want een dag of tien voor ons telefoongesprek, zo bleek later, had hij de sloopaanvraag al ingediend bij het ministerie van Onderwijs, waar Monumentenzorg onder valt. Is Samson een meester in glijdend taalgebruik? Zoals zijn university niets meer is dan een particuliere opleiding, net zo gemakkelijk beweert hij dat een monument op instorten staat. Hij is zelf nooit te beroerd de medemens de maat te nemen, zelfs tot in de ministerraad is gesproken over het radioprogramma van Samson, waarin hij denigrerende opmerkingen zou hebben gemaakt jegens diverse ministers. ‘Samson zegt dat hij zich ergert aan corruptie en vriendjespolitiek. Hij vindt daarom dat ongezouten de waarheid moet worden gezegd en dat wantoestanden aan de kaak moeten worden gesteld in de hoop dat deze ophouden’ (Starnieuws, 1 juli 2013). Altijd een grote mond gehad over andere mensen, maar zelf buiten schot gebleven. Tot nu toe dan, want hierbij stellen we vast dat het monumentale pand met uitzicht op Palmentuin helemaal niet op instorten staat. Volgens een deskundige staan alle balken kaarsrecht en moeten er alleen nieuwe planken aan de buitenkant komen, wat een eenvoudige cosmetische operatie is. Dit wordt bevestigd door Fokké: “Dat het op instorten staat, is nonsens. Ik ken slechtere panden die gerestaureerd zijn. Stadsherstel had er ook een oogje op, dan is het toch duidelijk?” Erfgoed komt in actie. Bij Zus & Zo wordt een briefje met telefoonnummers achter de bar gehangen die het personeel moet bellen als er in het geniep gesloopt wordt. De Commissie Monumentenzorg timmert een plakkaat op het pand, zodat de eigenaar weet dat het om een beschermd monument gaat, maakt daar foto’s van en doet een brief in de bus bij de hogeschool. Een collega van Fokké mailt rond: ‘Als hij het toch sloopt dan is het met voorbedachte rade en zullen we de rechter vragen de man een jaar op te sluiten. Test case! Geen boete meer’. Fokké schrijft naar Openbare Werken dat ‘het pand van wezenlijk belang is voor de handhaving van het historisch straatbeeld van de Grote Combéweg en dat het valt binnen het Unesco Werelderfgoed’ en besluit met de vraag ‘of er door OW een bouwvergunning is verstrekt, aangezien de indruk wordt gewekt dat men elk moment kan starten met bouwwerkzaamheden. Er hebben al sonderingen plaatsgevonden, hetgeen erop duidt dat men de lucht in wil. Zou je ons op heel korte termijn kunnen inlichten of er een bouwvergunning is verstrekt en of de Bouwcommissie het ontwerp heeft beoordeeld?’ Bij het ter perse gaan van deze Parbode was niet bekend of Samson de sloopvergunning krijgt, maar het lijkt onwaarschijnlijk.

Costerstraat 24

Costerstraat 24

Het sterk vervallen houten huis op de hoek van de Koninginnestraat is van de Chinese winkel Man Li ernaast. Michel Man, zoon van de eigenaar, staat achter de toonbank en vertelt: “Het was van mijn opa, nu is het van mijn vader. Er zijn op een dag ambtenaren gekomen, het was een Hindostaanse meneer van Onderwijs, die kwam met de beschikking dat het een monument zou worden. Maar mijn vader kan niet lezen, dus ging het alleen mondeling. De Hindostaan vertelde dat het ministerie zou helpen als we op een dag zouden renoveren, dat het dan de helft zou betalen. “We hebben het niet zo breed, dus wij zijn blij als we hulp aangeboden krijgen. Toen heeft mijn vader getekend, dat was in 1999, terwijl ze nog niet eens klaar waren met die nieuwe Monumentenwet, die in 2002 kwam. Maar dat kan toch niet! Ze hadden moeten komen om te vragen of we nog steeds akkoord zijn, of die handtekening nog klopt. Later zeiden ze dat ze nooit beloofd hadden mee te betalen. Mijn vader kwam van China, was vol goed vertrouwen. “Het probleem is financieel, want hout is veel te duur. Dus willen we het in steen uitvoeren, maar dan zodanig schuren dat het op hout lijkt. Dat mag niet. Ik mag wel van steen bouwen, maar dan moet er hout tegenaan. Maar dat is nog duurder. We hadden een tekening laten maken door een architect van die organisatie, maar daar wilden we dingen in veranderen. Daar gingen ze niet mee akkoord. Wat zij willen veranderen mag wel, maar wat wij als eigenaar willen veranderen mag niet, dat vind ik een beetje oneerlijk. We willen het ook iets groter bouwen, zo klein als vroeger woont toch niemand meer? En wat als bijvoorbeeld iemand daar een auto parkeert en er valt iets van het huis op? Gaan zij van die monumenten dat betalen?” Philip Dikland, die de restauratiearchitect bleek te zijn geweest: “In 2011 benaderde de eigenaar Monumentenzorg met het verzoek het te mogen slopen. Dat mag niet, het is immers een monumentje. Monumentenzorg heeft de eigenaar toen geholpen door gratis een bouwplan en begroting op te stellen voor de restauratie. Dat is deskundig en snel gebeurd, de eigenaar hoeft dus echt niet over de overheid te klagen! Het plan viel niet in goede aarde, en de eigenaar heeft geen enkele moeite gedaan om tot uitvoering over te gaan. Er wordt geklaagd over de kosten. Die zullen inderdaad behoorlijk zijn, want de eigenaar heeft het pand volledig laten verrotten. Had hij het regelmatig onderhouden, dan zou dat probleem er nu niet zijn.” Stephen Fokké: “Daar komt bij dat Stadsherstel Paramaribo de eigenaren ook nog had benaderd om het vervallen monument te kopen, zodat het gerestaureerd zou worden. De man wilde niet verkopen en zei dat hij het pand zelf zou aanpakken. We weten intussen wel wat die aanpak van hem is...”

Justitie straft liever bromfietsdieven

Snelle jongens als Sardjoe, Samson en Chitou gaan bij voorkeur hun eigen gang. Ze willen dingen regelen, zoals ze alles regelen. Al zou het presidentieel paleis voor een winkelcentrum gesloopt moeten worden: eigen gewin gaat bij hen boven cultuur. En niemand doet er wat aan, want hoe duidelijk de monumentenwet ook is in het opleggen van sancties, er gebeurt helemaal niks mee. Stanley Sidoel, directeur Cultuur op het ministerie van Onderwijs, zegt in de Ware Tijd van 20 november 2010 ‘het beu te zijn dat de wet op een papieren tijger lijkt. Met de wet in de hand zal illegale sloop worden aangepakt, zelfs als je een raam wil veranderen, moet dat in overleg’. Mooie praat, want Sidoel is als directeur zelf een papieren tijger, zijn invloed is minimaal. Stephen Fokké van Gebouwd Erfgoed: “Er is van diverse sloopgevallen aangifte gedaan, maar het is nog nooit zover gekomen dat sancties daadwerkelijk zijn toegepast. Na aangifte blijven zaken liggen”. Parbode probeerde uit te zoeken waarom Justitie niets doet. Te beginnen bij politiebureau Keizerstraat, waar veel aangiftes zijn gedaan en waar we willen vragen of ze daar misschien nog liggen? Dat zou een boel verklaren. De Chef van Dienst, inspecteur van Politie derde klasse J. Iswardath, keurt ons geen blik waardig. De inspecteur tuurt geconcentreerd op zijn computer en bromt kort op onze vragen. Het beeldscherm heeft zijn volle aandacht. Zou hij ons echt willen helpen en de dossiers in zijn systeem nalopen? Dat willen we zien, maar als we achter zijn bureau gaan staan, begrijpen we dat hij al die tijd een computerspelletje speelde. Hier komen we dus niet verder. Dan naar het parket, of de aangiftes daar aangekomen zijn? Er zit een ambtenaar achter een tafeltje. Of hij ons kan vertellen waar de aangiftes zijn, en hoe het er mee staat? Hij geeft ons een telefoonnummer, maar daar wordt nooit opgenomen. Dagen later bereiken we via het centrale nummer chef administratie mevrouw Arichero, die belooft het uit te zoeken. Ze zal ons terugbellen. Maar dat doet ze niet, ook hier komen we niet verder. Parbode belt vervolgens de procureur-generaal, die uitlandig blijkt te zijn. Maar we kunnen zeker mailen, zegt iemand aan de lijn, een zekere mevrouw Van Dijk. Dat doen we: ‘Ik hoorde van Stephen Fokké van Erfgoed dat er af en toe door hem aangifte wordt gedaan, maar dat er nooit wat mee gebeurt. Mijns inziens de kern van het probleem, want het slopen gaat door. Jammer, want het Surinaamse goud staat boven de grond. Wat is uw mening hierover? Wat is het beleid? Waarom worden er geen straffen uitgedeeld? Bijvoorbeeld de illegale sloop van Watermolenstraat 1 door de Straatcodeloterij koning Sardjoe. Erfgoed deed 9 november 2010 aangifte. Hoe staat het na bijna drie jaar daarmee?’ Geen antwoord. Geen inzicht in diepere oorzaken, maar de feiten spreken voor zich, want in Suriname zitten niet de snelle jongens achter de tralies, maar de schlemielen. ‘Rechter Dinesh Sewratan heeft een bromfietsdief voor drie jaren verplicht naar de gevangenis verwezen. De dief heeft samen met een kameraad, een 87-jarige man van zijn bromfiets beroofd. De onfortuinlijke man had bromfietspech en de mannen kwamen hem helpen. Toen het lukte de bromfiets rijdend te krijgen, reden zij ermee weg en duwden de seniore burger omver. De politie kon een van de dieven te pakken krijgen en hij zal drie jaar moeten brommen’ (Korps Politie Suriname, 29 november 2010). Het justitieapparaat werkt dus wel, maar legt andere prioriteiten, die op klassenjustitie wijzen. Zo wordt slopen van monumenten door de elite niet bestraft, maar in feite gestimuleerd, terwijl er rond monumentenzorg juist veel goede ontwikkelingen te melden zijn: de status van de Werelderfgoedlijst, de duidelijke monumentenwet, een actief Erfgoed en een voortvarende Commissie Monumentenzorg. Er is zelfs een NV Stadsherstel opgericht, die met een bescheiden startkapitaal panden restaureert, zoals onlangs Julianastraat 56. En er komen nieuwe monumenten bij, vertelt Fokké en mailt een lijst met 25 panden, allemaal in het centrum van Paramaribo, die in 2011 op de lijst zijn geplaatst. Veel Keizerstraat, Heerenstraat en Nassylaan, en hij bereidt een nieuwe aanwijsronde voor in 2014. Fokké: “Doordeweeks plaatsen we elke avond op Facebook een erfgoedquiz, waarbij de bezoekers aan de hand van een foto van een historisch gebouw een vraag wordt gesteld. Zo hopen we de Surinamers wat bewuster te maken van hun erfgoed.”

Werelderfgoedlijst

Onderhoud te kostbaar
De mentaliteit verandert dus. Zo worden door goedwillende mensen monumenten gered, maar er is ook een andere trend. Nu de sancties duidelijk zijn en de controle toeneemt, willen eigenaren van hun monument af. Het onderhoud is te kostbaar, want er zijn geen subsidies voor restauratie. En als je gezagsgetrouw bent, de wet wil respecteren, dan sloop je niet, maar gaat het pand voor weinig in de verkoop. De vorige eigenaar van Watermolenstraat 1 kreeg hoge biedingen op zijn pand, mits hij het van de monumentenlijst zou kunnen schrappen. Dat lukte niet en zo kon Sardjoe het uiteindelijk voor een luttel bedrag kopen, om het in een weekend alsnog plat te gooien. Tot nu toe komen alle slopers van Werelderfgoed daarmee weg. Gebouwd Erfgoed geeft de strijd niet op. Als de aangifte tegen Sardjoe bij politieagent Melvin R. Post tot niets gaat leiden, dan zoekt Fokké het hogerop, want “mocht de nieuwe eigenaar toch een bouwvergunning krijgen voor het opzetten van nieuwbouw op de nu blote kavel, dan gaan we dit aankaarten bij het Werelderfgoedcentrum van Unesco en dan zullen de autoriteiten ter verantwoording worden geroepen.”

 

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

De Parbode Rotitest 2013

Roti’s heb je in alle soorten en smaken. Hoewel een Hindostaans gerecht, wordt het door vrijwel iedereen in Suriname, ongeacht etnische achtergrond, regelmatig gegeten. In elke buurt zijn wel een of meerdere rotishops te vinden. Parbode wilde weten waar de lekkerste wordt verkocht en zette een jury aan het werk om te testen.

Tien rotishops in alfabetische volgorde:
Albea Foodhouse, Jagernath Lachmonstraat 12
Aloe Roti, L’Hermitageweg 26
Carili Rotishop, Julianastraat 6
Chris Rotishop, Maystraat 6
Joosje Rotishop, Zwartenhovenbrugstraat 9
Moti Mahal, Wagenwegstraat 56
Rambali Rotishop, Tweede Rijweg 151
Rita’s Rotishop, Mahonylaan 24
Roopram Roti Restaurant, Grote Hofstraat 4
De Zonnebloem, IJzerstraat 6

Voor deze test werden tien rotishops geselecteerd (zie boven). Vier juryleden kregen van elke zaak een roti voorgezet en gaven hun mening. De testers hebben allen een culinaire achtergrond of zijn op z’n minst echte smulpapen. Ze wisten uiteraard niet welke roti van welke zaak was. En de rotishops waren vooraf niet op de hoogte van hun deelname. Het liefst hadden wij ook het Bureau Openbare Gezondheidszorg (BOG) ingeschakeld om de roti’s te testen op afwijkingen die de gezondheid van de mens niet ten goede zouden komen. Helaas, deze overheidsinstantie blijkt daar niet toe in staat te zijn. De aankopen werden overal tussen tien en twaalf uur ‘s morgens gedaan. Gekozen werd voor ‘roti aardappel-kip’, ‘peper apart’ en ‘in een zakje’. De juryleden gaven rapportcijfers voor onder meer geur, smaak en algemene indruk.

Roti test

Klantvriendelijkheid
Hoewel niet meegenomen in de eindbeoordeling, is bij aankoop gelet op de netheid en hygiëne in de zaak. Daar valt over het algemeen weinig over te klagen, al mogen ze bij Carili Rotishop de schoonmaakdoek in het verkoopgedeelte wel iets vaker hanteren. Aan de andere kant: Carili is de enige zaak die herinneringen oproept aan (gezelligere?) tijden van weleer. Een rotishop zoals we die nog kennen van pakweg twintig jaar geleden, een beetje rommelig, met wat gedateerd meubilair en vooral zonder de sfeerloze badkamertegels waar de meeste andere rotishops mee zijn gesierd (maar waar het wel erg schoon is). Wil je terug in de tijd, ga naar Carili! Daar verkopen ze trouwens de goedkoopste roti van allemaal (zeker niet de beste) en hebben ze bovendien absurd goedkope roti’s voor scholieren (tussen de 2,50 en vijf srd). Terug naar de hygiëne. Bij negen van de tien rotishops draagt het keukenpersoneel een haarmutsje (en soms steriele handschoentjes), alleen bij De Zonnebloem willen ze daar niet aan. Maar wat er verder in de keukens gebeurt, blijft bij de meeste rotiverkopers geheim; alleen bij Rita’s Rotishop en Moti Mahal kun je het bereidingsproces min of meer volgen. Wat klantvriendelijkheid betreft was er een absoluut dieptepunt: bij Aloe Roti stond eigenaar Sammy Doerga (u weet wel, ook de baas van discotheek Energy en een van de woordvoerders in het anti-Sasurkamp) met zichtbare tegenzin achter de toonbank. Onduidelijk mompelend en soms bijna grommend staat hij zijn klanten te woord. In de reclamespotjes waarmee Aloe Roti je doodgooit op de televisie, is het een en al vrolijkheid met breedlachende medewerkers. De werkelijkheid is echter bitter anders. Voor de gezelligheid hoef je daar dus niet heen te gaan. Geloof je in het einde der tijden en zoek je sombere lotgenoten, dan juist wel. Ook de dames van Chris Rotishop en Moti Mahal moeten nog leren dat klanten het fijn vinden als het personeel af en toe een lachje tevoorschijn tovert. Bij Chris kan stress de reden zijn voor de weinig vrolijke gezichten: daar was het superdruk, met idioot lange wachttijden (ruim een half uur!) en dus mopperende klanten als gevolg. Zelfs voor de meest simpele bestelling moet je engelengeduld hebben. Als je acute honger of haast hebt, kun je beter ergens anders een roti bestellen. Voor de dame van Roopram Roti Restaurant kom je graag nog eens terug; haar lach is betoverend en doet je gelijk welkom voelen.

Maar waar kochten we nu de beste roti? Lees het in de septembereditie van Parbode. Tot eind september 2013 in de winkel, daarna nog te verkrijgen via de redactie.

Comments ()
zondag, 01 september 2013 00:00

Suriname kort

Bank voor Creolen en inheemsen

Binnen twee jaar komt er in Suriname een bank van en voor Afro-Surinamers en inheemsen. De meerderheid van de aandelen moet in handen van deze twee etnische groepen komen, die tegelijkertijd ook de belangrijkste doelgroep vormen. Toen we dit bericht vernamen, dachten we even dat we het niet goed gehoord hadden. Het zal toch niet, in een multiculturele samenleving, dat je zo expliciet twee bevolkingsgroepen eruit pikt om een eigen bank te beginnen op basis van hun etnische achtergrond? En wie bepaalt trouwens of je Afro-Surinamer bent of niet? Zijn moksi’s ook welkom? Volgens initiatiefnemer Armand Zunder is het de genoemde etnische groepen nog steeds niet gelukt te sparen of met behulp van een lening een eigen bedrijf op te starten en daarmee een inkomen te verwerven. En dus moeten deze groepen nu hun eigen bank gaan beginnen. Waarom een ‘eigen’ bank de oplossing is, blijft onduidelijk. Op dit moment lijkt zijn plan vooral op etnische stemmingmakerij.

Toeristenkaart is geld waard

Tourist card

Sinds de invoering van de toeristenkaart in november 2011 heeft deze de staatskas zo’n 2,4 miljoen euro opgeleverd. Dit zei de in Nederland gestationeerde consulgeneraal Roy Lieuw A Sie in juli. De toeristenkaart is op Schiphol en op Zanderij verkrijgbaar, ter vervanging van het duurdere visum dat vóór november 2011 moest worden aangevraagd. Volgens Lieuw A Sie heeft de introductie ertoe geleid dat er meer reizigers naar Suriname komen. Tussen eind 2011 en juli van dit jaar werden ruim 120.000 kaarten verkocht.

Meer en meer ambtenaren

ministerie van onderwijs

Hoewel er een personeelsstop geldt voor de overheid, zijn vorig jaar toch bijna tweeduizend mensen in dienst getreden als ambtenaar. Vooral bij het ministerie van Volksgezondheid heeft men geen boodschap aan het regeringsbeleid om het ambtena-renapparaat niet nog logger te laten worden dan het nu al is: 542 mensen vonden daar een baan. Ook bij het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (469) en Binnenlandse Zaken (260) verwelkomde men massaal nieuwe ambtenaren. De Rekenkamer heeft ernstige kritiek geuit op de aannamedrift van de ministe-ries. ‘Er wordt al jaren gesproken over hervorming van de publieke sector, maar er is geen verbetering zichtbaar’, aldus het controleorgaan, dat bovendien constateert dat het onduidelijk is of ambtenaren wel een dagtaak hebben aan hun werkzaamheden. Overigens wilde de Rekenkamer ook te weten komen wat de telefoonkosten zijn van de overheid, maar staatsbedrijf Telesur weigerde die gegevens te delen.

Digitalisering gronduitgifte

digitalisering

‘Gronduitgifte wordt gedigitaliseerd’, kopte de Ware Tijd onlangs op de voorpagina. De gloednieuwe minister van Ruimtelijke ordening, Grond- en Bosbeheer, Steven Relyveld, zegt een idee te hebben ontwikkeld. ‘We zijn er zo goed als klaar mee. Het plan moet nog even gefinaliseerd worden met mijn directieteam’, aldus de bewindsman tegenover de krant. Is die digitalisering echt zo nieuw? Welnee. Twee ministers geleden vertelde Simon Martosatiman al dat hij werkte aan het digitaliseren van het gronduitgiftebeleid. Dat zal ongetwijfeld zijn voortgezet door zijn opvolger Ginmardo Kromosoeto, en mogelijk zelfs al zijn overgenomen van Martinus Sastroredjo. Wie weet was het al ingezet tijdens de vorige regering, zoals het GLIS-project, om alle gronden in kaart te brengen. Maar nee, ‘nú is politiek Suriname pas klaar voor transparantie en efficiëntie’, zo lezen we. Wel, we kijken uit naar de transparantie.

Plafondloze secretaresse

plafon

Het plafond in het kantoor van de secretaresse van minister Rabin Parmessar van Openbare Werken (OW) is onlangs ingestort, zo meldde Dagblad Suriname. De reden: het regende. Wat dit bericht bijzonder maakt, is dat de onlangs naar huis gestuurde minister Abrahams direct na zijn aantreden nog veel ophef veroorzaakte met zijn renovatieplannen. Hij liet het OW-hoofdkantoor (en in het bijzonder zijn eigen kantoor) in 2010 restaureren en opnieuw inrichten voor maar liefst 650.000 srd. Het werd ook nog eens – tegen de regels in - niet openbaar aanbesteed maar gegund aan een bevriend aannemersbedrijf. Dagblad Suriname trok in augustus 2012 al eens aan de bel over de geleverde kwaliteit, omdat toen opviel dat er dekzeil geplaatst was op het dak van het OW-kantoor, ook boven het kantoor van de minister. Blijkbaar was het waterdicht maken van het dak niet een van de prioriteiten.

Nog steeds veel tienermoeders

tienermoeder

Bijna een op de zes zwangeren in Suriname is jonger dan twintig. Dat blijkt uit cijfers van het United Nations Fund on Population (UNFPA). Onder elke honderd zwangere vrouwen zijn zestien tienermeisjes. Suriname is daarmee na buurland Guyana het land in de Caribische regio met, procentueel gezien, de meeste tienermoeders. Jaarlijks melden zich bij het project Tienermoeders van het ministerie van Sport- en Jeugdzaken 250 meisjes. Het UNFPA wil een actieprogramma opzetten om het aantal zwangerschappen onder jeugdigen terug te dringen. De vraag is of dit effect zal hebben; in de afgelopen decennia hebben soortgelijke acties weinig resultaat opgeleverd.

Surindre Mungra overleden

Ondernemer en politicus Surindre Mungra is 17 juli op 65-jarige leeftijd overleden. Hij haalde de afgelopen jaren vooral het nieuws nadat hij in 2011 was gearresteerd wegens ontucht met een dertienjarig meisje en op verdenking van mensenhandel. Mungra ontkende, maar in december vorig jaar werd hij veroordeeld tot drie jaar gevangenisstraf. Hij was de oprichter van de Progressieve Politieke Partij (PPP), maar slaagde er nooit in een politieke rol van betekenis te spelen. De PPP ging later op in Pertjajah Luhur. Op muzikaal gebied had hij iets meer succes: hij scoorde in de jaren negentig een hitje met een lied dat hij opnam met de kawinaformatie Sukru Sani. Enkele jaren geleden werd hij als eerste Hindostaan benoemd tot erekapitein van de Saramaccaners, wat destijds voor de nodige opschudding zorgde.

Import rundvee verboden

rundvee

Runderen uit de Dominicaanse republiek komen Suriname voorlopig niet meer in. Tijdens de keuring van Dominicaans vlees in een slachthuis werd een leverbotinfectie ontdekt. Weliswaar is het besmette vlees niet gevaarlijk voor de mens, maar het ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserij (LVV ) wil geen enkel risico nemen en heeft de import direct stopgezet. Jaarlijks worden door ondernemer Geert van Dijk (eigenaar van enkele Rossignolslagerijen) honderden runderen van het Caribische eiland naar ons land getransporteerd. De dieren die al in Suriname zijn, zullen eerder worden geslacht dan oorspronkelijk de bedoeling was en zullen extra worden gecontroleerd. Volgens onderdirecteur Veeteelt, Edmund Rozenblad, is er geen enkel gevaar voor de volksgezondheid.

SGS-controle van de baan

SGS

De regering gaat de preshipmentcontrole opschorten. De klachten vanuit het bedrijfsleven hebben effect gehad, zo lijkt het. SGS S.A., voorheen Société Générale de Surveillance, stond de Surinaamse douane de afgelopen maanden bij met het controleren van goederen voordat ze naar Suriname verscheept werden. Het ging daarbij onder meer om controle op of de goederen de waarde hebben die wordt aangegeven op de documenten. De bedoeling van deze controle door de SGS is officieel om corruptie tegen te gaan in vooral ontwikkelingslanden. Maar het miljardenbedrijf is zelf ook meermaals van corruptie beschuldigd. En voor het Surinaamse bedrijfsleven en voor de consument was het alleen maar drama. Eindeloos wachten tot de spullen van de douane kwamen, en vervolgens was alles noodgedwongen fiks duurder. Het kostte de Surinaamse overheid overigens enkele miljoenen euro’s om het project in te voeren.

Infrastructuur moet groener worden

infrastructuur

De Anton de Kom Universiteit van Suriname start volgende maand met de vernieuwde bacheloropleiding Infrastructuur. Volgens de coördinator, Riad Nurmohamed, wordt met de nieuwe studierichting in een behoefte voorzien. ‘De maatschappij vraagt dat we ons specifieker gaan richten op de situatie in Suriname: grond en huisvestingsproblemen, waterproblemen, verkeersen transportproblemen.’ De afgestudeerden moeten op termijn zorgen voor een grotere betrouwbaarheid, duurzaamheid en minder kwetsbaarheid van de infrastructuur en helpen bij tijdige besluitvorming over aanleg en onderhoud ervan. Het ligt in de bedoeling om in oktober volgend jaar een masteropleiding van start te laten gaan.

Openbare lapwerken

lapwerk

Het ministerie van Openbare Werken kampt niet alleen met geldgebrek, maar heeft ook een groot tekort aan deskundig personeel. Met de gevolgen daarvan worden verkeersdeelnemers dagelijks geconfronteerd: vooral wegen worden onvoldoende onderhouden of slecht opgelapt. Of soms helemaal niet gerepareerd, zoals aan de L’Hermitageweg in het ressort Flora te Paramaribo. Buurtbewoners hebben een levensgevaarlijk gat in het wegdek afgeschermd, om ongelukken te voorkomen. Herhaalde verzoeken aan het ministerie om het gat te dichten, bleven vruchteloos. Ook elders in Paramaribo kampt men met tal van soortgelijke problemen.

Peace Corps vertrokken

peace corps

Het Peace Corps is vorige maand na een aanwezigheid van achttien jaar definitief uit Suriname vertrokken. De staf van het bureau vertrekt op 13 augustus. Sinds 1995 hebben in totaal 450 vrijwilligers Suriname aangedaan. Zij waren vooral actief binnen de Marrongemeenschappen aan de Boven-Suriname en in Inheemse en Aucaanse dorpen langs de Marowijne. Ze richtten zich met name op projecten die te maken hadden met gezondheid, educatie en economische ontwikkeling. Het vertrek is het gevolg van bezuinigingen. Behalve uit Suriname heeft het Peace Corps zich uit nog zeven landen teruggetrokken. Met steun van het Peace Corps heeft het ministerie van Regionale Ontwikkeling de organisatie Suricorps For Development opgezet om het werk van de Amerikaanse organisatie over te nemen.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

‘Mijn arm, arm land’

Jaap Hoogendam houdt de lezers op de hoogte
van interessante ontwikkelingen op cultuurgebied

‘Mijn arm, arm land’

We kregen een mail van Pim de la Parra. ‘Lieve lievelingen, zie onderstaande brief van Karel Bakker, wiens vader in 1956 een door mij in het Surinaams Museum te Zorg & Hoop geëxposeerd olieverfschilderij kocht voor 75 gulden. Bigi Brasa, Pim Sr. Jr.’

Mijn arm arm land‘In 1956 bezocht mijn vader, prof. dr. J.P. Bakker, opnieuw Suriname voor fysisch-geografisch onderzoek. Hij bezocht Suriname voor de eerste keer in 1948-49 als deelnemer aan de wetenschappelijke expeditie naar geologie, bodemgesteldheid en vegetatie vanwege de stichting WOSUNA (Wetenschappelijk Onderzoek Suriname en Nederlandse Antillen). In 1956, na een expeditie naar de Voltzberg, kocht hij van u een van uw eerste olieverfschilderijen met een gezicht van een Surinamer met oerwoud op de achtergrond. Mijn vader overleed in 1969. Het schilderij is nu in bezit van ons, zijn kinderen. Begin zeventiger jaren schreef u in het huisblad van uitgeverij Querido dat u het schilderij, dat u aan ‘een Hollandse professor had verkocht’, graag wilde terugzien. Van een reactie onzerzijds is het toen helaas niet gekomen, maar dat willen wij nu veranderen. Mede namens mijn broer dr. J. A. Bakker en verdere familie, zouden wij u dit schilderij graag willen teruggeven. Indien u hier prijs op stelt, verzoek ik u vriendelijk met mij contact op te nemen, zodat we het u kunnen overhandigen indien u weer in Holland bent.

Met vriendelijke groet, Karel Bakker.’ Pim vertelt: “Ik werkte elke zaterdag in de parfumerie van mijn vader in de Keizerstraat. Hij kon wel 120 geuren herkennen en had de hele Surinaamse elite als klant. Gaat op een dag de telefoon. Zegt mijn vader: ‘Er is hier een man aan de telefoon, een zekere professor Bakker, die wil jou spreken over dat schilderij in Zorg en Hoop en hij wil het kopen’. Moet je nagaan, het was mijn eerste schilderij en dat wil een professor kopen! Mijn vader zegt nog, dat als hij iets biedt, dat ik dan drie keer zoveel moet vragen. Ik zeg dus tegen die man: ‘goed, wat wilt u er voor geven dan?’ Nou, 25 gulden zei hij, dus ik antwoord dat ik er 75 voor wil hebben en dat was ook goed. Hij zei dat ik nog wel moest komen om het schilderij te signeren. Moest ik met een potje olieverf op de fiets om mijn naam eronder te zetten.”

“Ik was pas vijftien jaar en had tekenles van Oom Wim Bos Verschuur in de Jessurunstraat en maakte aquarellen op prachtig papier dat je bij Varekamp, nu Vaco, kon kopen. Voor mijn eerste (en laatste) olieverfschilderij gebruikte ik een kartonnen plaat, dat was goedkoper dan een doek prepareren. Op zich al een teken dat het me niet echt interesseerde, want anders had ik wel vaker met olieverf gewerkt.”

Bij Pim denk je al gauw aan meisjes, dus vroegen we wie dat meisje is op het schilderij. “Nee, het is een zelfportret. Ik ben ‘een neger en dreig weg te zinken in het moeras Suriname’. Dat klinkt wel erg dramatisch, Pim. Heb je negerbloed in je dan, of was het meer de puberteit? “Nee, het lag emotioneel, de De la Parra’s hadden zich de slavernij steeds aangetrokken en ik had me zo geïdentificeerd met zwarte mensen dat ik pas in Nederland ontdekte dat ik niet zwart was. Dat kwam door mijn opvoeding, door het idealisme van mijn ouders.” Maar dan had je het toch beter Mijn arme, arme negers kunnen noemen? “Je snapt het niet: ‘mijn arm, arm land’ is de laatste zin van de bekende roman Zuid-Zuid-West van Albert Helman.”

Comments ()

Een vogelvlucht in het leven van Salam Paul Somohardjo

Salam Paul SomohardjoPaul Somohardjo vierde in mei zijn zeventigste verjaardag en dat mocht Suriname weten ook. Volgens goed gebruik werd het een echte bigi yari, met alles erop en eraan. Dagen duurde het feest, alles werd uit de kast getrokken. Maar voor Somohardjo was zelfs dat niet genoeg; hij heeft nimmer geschroomd om zichzelf in de schijnwerpers te plaatsen en aan zelfverheerlijking te doen. Dus moest er ook een 45 minuten lange documentaire over zijn persoon gemaakt worden. Op zich niets mis mee, zijn rol in de Surinaamse politiek is er zeker een van formaat. Wat je ook van hem vindt, hij heeft een bijdrage geleverd aan de emancipatie van de Surinaamse Javanen, ook bij het herstel van de democratie na de militaire dictatuur heeft hij een behoorlijke vinger in de pap gehad. Laat daar geen twijfel over bestaan. Wat hem heeft bezield om zijn eigen partij Pertjajah Luhur te belasten met het maken van een documentaire over zijn eigen leven, weet ik niet. Waarschijnlijk was hij bang dat een onafhankelijke documentairemaker al zijn negatieve kanten en de vele schandalen te nadrukkelijk zou belichten. Het komt de geloofwaardigheid, en vooral de objectiviteit, niet ten goede. Als hij met serieuze mensen in zee was gegaan, dan had de documentaire ongetwijfeld een titel gekregen die taalkundig wel klopte. ‘Een vogelvlucht in het leven van...’ is te lachwekkend voor woorden. Het is niet alleen maar bagger; de verhalen over zijn jeugd zijn zonder meer leuk. Broer Rudie is vol lof over zijn bekende bloedverwant, zoon Bronto vertelt enthousiast over het familieleven en zijn vele halfbroers en –zussen. De lachspieren maken echter weer overuren als Somohardjo zegt dat zijn ouders ‘nogal etnisch gebonden’ waren, maar dat hij zelf de rassenbarrière lang geleden heeft doorbroken. Surinamers weten wel beter. Veel schandalen blijven onbelicht of worden wat anders gepresenteerd. Zoals wel vaker gaat hij voorbij aan zijn veroordeling nadat hij Javaanse meisjes rondom een door hemzelf georganiseerde missverkiezing had lastiggevallen. “Voor wat betreft de aanklacht tegen aanranding, is Somohardjo vrijgesproken”, krijg je alleen te horen. Dat hij wel een voorwaardelijke celstraf kreeg (en daardoor ook een strafblad) wegens ‘schending van de eerbaarheid’ krijgt de kijker uiteraard niet te horen. Ook van de ordinaire schoppartij in De Nationale Assemblee in december 2007, waarbij Somohardjo samen met een andere omstreden politicus, Rashied Doekhie ongenadig verrot schopte, zie je niets in de documentaire terug. Conclusie: als je een fan van Somohardjo bent en graag zijn verworvenheden wilt horen en zien, dan moet je deze keurig verzorgde ‘documentaire’ vooral bekijken. Heb je andere politieke idealen: neem niet de moeite. Daarvoor is Een vogelvlucht in het leven van Salam Paul Somohardjo te gekleurd.

Een vogelvlucht in het leven van Salam Paul Somohardjo, 2013, Pertjajah Media Group

Comments ()

Verhandeling over den landbouw, in de colonie Suriname

AntiquariaatIn de Surinaamse boekgeschiedenis neemt het boek van Anthony Blom een bijzondere plaats in. Er bestaan namelijk twee edities van min of meer hetzelfde boek. Anthony Blom (Bloemendaal, 1747 – Paramaribo, 1807) werd in 1766 aangesteld als tuinman en blankofficier op de koffieplantage Meerzorg in Suriname. Deze plantage was eigendom van Dirk Jan Willem Hatterman. De opbrengsten van de plantage namen door de kundigheid van Blom snel toe. Het zware werk werd gedaan door 144 slaven, 48 mannen, 54 vrouwen en 42 jongens en meisjes jonger dan twaalf jaar. Al snel werd Blom gepromoveerd tot plantagedirecteur. Volgens de almanak van 1793 was hij administrateur van de Sociëteitsgrond (Kwatta) en directeur van de plantage Weltevreden aan de Surinamerivier. Later kreeg hij ook het beheer over de houtgronden Remoncourt en Maastricht, de koffieplantage Schoonauwen aan de Perica, plantage Manheim, Elk ’t Zijn en De Vreede (aan de Cottica). Administrateurs voerden het beheer over plantages voor eigenaren, die meestal in Nederland woonden. Zij kregen doorgaans tien procent van de opbrengst van de plantage. Blom zal geen armlastig man geweest zijn. Ook Floris Visscher Heshuysen was een man in goeden doen. Hij was eigenaar van de plantage Helena Christina en daarnaast administrateur van twaalf andere plantages. Blom schreef een boek over de landbouw in Suriname om zijn brede kennis over het beheer van een plantage te delen. Een andere reden was dat hij het boek van de Franse geestelijke Philip Fermin, Nieuwe algemeene beschryving van de colonie van Suriname uit 1770 maar niks vond. Het was ‘kinderagtig, onwaar en nog het meest gecopieerd uit Pater Labat’. Toen Heshuysen in 1784 naar Nederland reisde, gaf Blom zijn manuscript mee met de bedoeling dat deze de taal en schrijffouten eruit zou halen. In 1786 verscheen bij Cornelis van der Aa in Haarlem een boek over de landbouw in Suriname geschreven door Anthony Blom en ‘aangevuld’ door Heshuysen. Dit gebeurde buiten medeweten van Blom om. Deze liet dit niet op zich zitten en plaatste advertenties waarin hij dit recht probeerde te zetten. In 1787 publiceerde Blom Verhandeling van den landbouw in de colonie Suriname. Beide titels bevatten veel informatie over het reilen en zeilen op de plantage en het leven van de plantagedirecteur en de slaven.

Verhandeling over den landbouw, in de colonie Suriname. Volgens eene negentienjaarige ondervinding zamengesteld door Anthony Blom; in orde gebracht; en met de noodige ophelderingen en bewysredenen voorzien door Floris Visscher Heshuysen. Haarlem: Cornelis van der Aa, 1786.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Boeken&Zo

Het kasteel van Elmina

Het kasteel van ElminaBoekenkasten vol bestaan er over de slavenhandel en de rol van Nederland daarin. Maar Elmina, het centrum van de Nederlandse slavenhandel in wat nu Ghana heet, was nog niet grondig beschreven. Marcel van Engelen, als journalist in de Bijlmer geïntrigeerd geraakt door Ghana, heeft dit nu goedgemaakt. En hoe! Letterlijk alle sporen heeft hij onderzocht om te zien hoe de slavenhandel zich voltrok, daar in dat kasteel aan de toenmalige Goudkust, vóórdat de slaven werden verscheept. De grondigheid van zijn onderzoek bracht Van Engelen zowel in Haagse en Zeeuwse archieven als in woongemeenschappen honderden kilometers het Afrikaanse oerwoud in, waar hij bij nazaten van ooggetuigen de overgeleverde geschiedenis aftapte. Het resultaat is een verbluffend gedetailleerde beschrijving van het reilen en zeilen in dit slavenfort tussen 1600 en 1900. En meer dat dat. Van Engelen weet overtuigend de Nederlandse slavenhandel te nuanceren en van emotionele franjes te ontdoen, zonder de ellende en het misdadige karakter ervan te verdoezelen. Hij weet dat hij zich daarmee op glad ijs begeeft, want een heel hoofdstuk wijdt hij aan de controverse tussen historici onder de veelzeggende titel ‘dramatiseren versus relativeren’. Zo wijst hij erop dat van de ongeveer 12,5 miljoen slaven die uit Afrika zijn verscheept, maar tien procent van de Goudkust vertrokken, en maar vijf procent in schepen onder Nederlandse vlag. De helft van de slaventransporten namen de Portugezen voor hun rekening, de Britten waren goed voor een kwart. Slavenhandel was aanvankelijk ook geen doel op zich, maar onderdeel van een omvangrijke ruilhandel. Pas later ontstond letterlijk vraag naar slaven, vooral in Brazilië en Suriname. Maar het meest verbijsterend wellicht: de handelaren van de West-Indische Compagnie gingen niet naar Elmina om slaven te halen, maar ze kregen ze daar aangeboden, vooral door de machtigste stam in dat gebied, de Ashanti. Bij dit volk was slavernij al eeuwenlang de gewoonste zaak van de wereld. Van Engelen gaat nog verder. De idee dat de Nederlanders vanuit Elmina oppermachtig slaven weghaalden, klopt niet. De Ashanti waren allerminst achterlijk, het was een ontwikkeld en goed georganiseerd volk, dat de onderhandelingspositie waarschijnlijk veel meer domineerde dan de naïeve Nederlanders zich bewust waren. De Ashanti begrepen dan ook niets van het eind aan de slavenhandel, dat de Britten in 1807 afkondigden en de Nederlanders in 1814. Natuurlijk, de gretigheid van de Nederlandse handelaren heeft het aanbod van slaven behoorlijk gestimuleerd. En de Ashanti zien zelf ook wel in dat hun rol weinig fraai was; in hun geschiedschrijving hebben zij de slavenhandel geheel verdonkeremaand. Het is een onthutsend beeld dat Van Engelen schetst van een paar eeuwen Nederlandse aanwezigheid in dit stukje Ghana. Vandaag struikel je in Elmina nog steeds over Nederlandse overblijfselen, Nederlandse namen zelfs.

Het kasteel van Elmina, Marcel van Engelen, 2013, De Bezige Bij, ISBN 9789023477044

God is niet wit

God is niet witEen christelijke uitgever die een boek over de huidige beleving van het slavernijverleden op de markt brengt, met als titel God is niet wit: dat moet wel zware en onverteerbare kost zijn, zou je denken. Maar niets is minder waar. Integendeel zelfs, het is een van de meest verrassende en originele boeken die in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij is verschenen. Eindelijk eens wat anders dan de stapel historische en ‘wetenschappelijk verantwoorde’ werken waaronder de markt de laatste maanden is bedolven. Bekende gekleurde Nederlanders (merendeels met Suriaamse roots) vertellen hoe het slavernijverleden in hun leven doorwerkt, blanke kerkelijke en politieke leiders reageren vanuit hun belevingswereld op het thema. Het bewerkstelligen van verzoening en het samen bouwen aan een toekomst waarin dit verleden een passende plaats krijgt, lopen als een rode draad door het boek heen. Het slavernijverleden roept 150 jaar na dato bij sommige nazaten nog heftige gevoelens op. ‘De zwarte holocaust, de slavernijgeschiedenis, wordt genegeerd en weggemoffeld. Dat maakt mij vet pissig’, zegt de dertigjarige rapper Rivelino Rigters. Als negenjarige keek hij naar de televisieserie Roots. ‘Als we die serie zagen, kwam er een grote woede in me naar boven. Op school spraken we er met elkaar over en vroegen we ons af wat we eraan zouden kunnen doen. Maar in de geschiedenislessen hoorden we alleen maar dat Suriname in 1975 onafhankelijk werd en dat er toen een groot feest was.’ Maar niet bij iedereen is de wrok vanwege het verleden zo diep geworteld. De meeste geïnterviewden vinden het van groter belang dat naar de toekomst wordt gekeken. Zoals Jörgen Raymann, die de slachtofferrol hekelt die veel nazaten zich aanmeten: ‘Je bent niet meer slaaf. Je zegt dat je tegen het systeem bent, maar door je hand op te houden ben je deel van dat systeem. Waar je vandaan komt, heb je niet bepaald, maar waar je naartoe gaat heb je in eigen hand’. Uiteraard komt het geloof aan de orde, en vooral de rol van de christelijke kerk bij de slavernij. Want dat die rol er geen is geweest waar de kerk trots op kan zijn, staat vast. ‘De kerk is onderdeel van het slavernijsysteem geweest. Na 150 jaar afschaffing van de slavernij is het voor de kerk tijd om met deze blinde vlek af te rekenen’, zo zei Arjan Plaisier, secretaris van de Protestantse Kerk in Nederland onlangs bij de presentatie van het boek. Mede-auteur Eva Mabayoje stelt in haar nawoord echter dat de kerk in zijn algemeen niet de schuld kan krijgen. ‘Ik ontdekte dat het mensen waren die God, het geloof en de Bijbel hadden misbruikt.’ Ofwel, God zelf keurde slavernij niet goed. Daar valt over te twisten, maar dergelijke standpunten maken God is niet wit niet minder leuk.

God is niet wit. Ons slavernijverleden; wat doen we ermee?, Gea Gort en Eva Mabayoje, 2013, Ark Media, ISBN 9789033800238

Heel de mens

Heel de mensHet Diakonessenhuis vierde vorig jaar zijn vijftigste verjaardag. Ter gelegenheid van dit jubileum kropen drie mensen, die nauw betrokken zijn bij de ziekeninrichting, in de pen om een gedetailleerd gedenkboek in elkaar te zetten, zodat de lange en woelige geschiedenis nooit vergeten zal worden. Sandra Smit¸ hoofd Bedrijfsbureau van het Diakonessenhuis, schreef dit boek samen met Marius en Annet van Melle, kinderen van dokter Marinus van Melle, geestesvader van het Diakonessenhuis. In de jaren vijftig was er een grote behoefte aan medische opvang van zieke boslandbewoners en de sociaal zwakkere inwoners die een opname in een bestaand ziekenhuis onmogelijk konden betalen. Er werden verschillende initiatieven opgezet, maar het was pas toen dokter Marinus van Melle, toenmalig geneesheer-directeur van het Utrechtse Diakonessenhuis, zijn schouders onder het project zette, dat er wel degelijk iets tot stand werd gebracht. In 1958 werd de Surinaamse Stichting Diakonessenarbeid opgericht en werd het eerste Diakonessen-wijkcentrum opgericht. Men zou echter nog een lange weg moeten bewandelen eer het ziekenhuis, zoals men het had uitgetekend in 1958, er echt zou staan. Heel de mens, 50 jaar Diakonessenhuis doet die lange weg uit de doeken. Het boek vertelt over de vele financieringsproblemen waar het bestuur mee te kampen had en over de vele inzamelacties die onbaatzuchtige individuen startten om het huis te helpen. Zo wordt Johan Bodegraven, radioverslaggever bij de Nederlandse omroep NCRV, speciaal bedankt voor zijn grote inzamelacties ‘4x Z…N’ (Zij zoekt zichzelve niet, Corinthe 13:5) en ‘3x35’ waarmee hij 2,45 miljoen gulden bijeen kreeg voor de bouw van het ziekenhuis. Niet enkel de grote inzamelaars worden genoemd. In het hoofdstuk ‘Donateurs/donaties’ en ‘bijzondere personen en noemenswaardigheden’ wordt iedereen bedankt voor zijn inzet. Het Diakonessenhuis had niet enkel geldproblemen, maar werd ook door ’s lands politieke en economische problemen met veel moeilijkheden geconfronteerd. Men had moeite om gekwalificeerd personeel aan te trekken en de braindrain van het middenkader rond 1975 en in de jaren tachtig werd het ziekenhuis bijna fataal. Maar er zijn ook positieve episoden, want het ziekenhuis heeft ook veel innovatie gekend. Zo is het ziekenhuis het eerste en enige met een intensive care voor kinderen. Verder geeft het ontelbare opleidingen en cursussen voor verpleegkundigen en bestuursleden. Voor wie geïnteresseerd is in de omvangrijke geschiedenis van het Surinaamse Diakonessenhuis, is dit boek een ideaal hulpmiddel. Met veel foto’s en kernwoorden, in het vet gedrukt, vind je gemakkelijk je weg terug in het negentig pagina’s tellende werk. Wie hoopt meer te weten te komen over de conflicten die zich binnen de muren van het ziekenhuis voordoen, tussen huidig directeur Rakesh Gangaram Panday en het bestuur enerzijds en de medische staf anderzijds, wordt teleurgesteld. Medisch specialisten vinden dat het bestuur te veel naar de pijpen van Panday danst en eisen meer financiële middelen om een goede kwaliteitszorg voor patiënten te kunnen garanderen. De conflicten die al jaren aanslepen tussen directie en personeel, zijn nauwelijks terug te vinden in het gedenkboek.

Heel de mens, 50 jaar Diakonessenhuis 1962-2012, Sandra Smit, 2012, Surinaamse Stichting Diakonessenarbeid, ISBN 9789991472065

Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel

Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandelIn de reeks boeken die door de jaren heen over de slavernij zijn verschenen, is maar weinig terug te vinden over de specifieke en nadrukkelijke rol van de stad Amsterdam. Want dat Amsterdam, de thuisbasis van de West-Indische Compagnie (WIC) en de Sociëteit van Suriname (de onderneming die zorg droeg voor het bestuur van Suriname én de aanvoer van slaven), een spilfunctie vervulde, staat buiten kijf. Leo Balai heeft daar met Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel verandering in gebracht. Onderzoeker Balai, die in het verleden ruim tien jaar gemeenteraadslid was in de Nederlandse hoofdstad, is geen onbekende als het gaat om slavernijgerelateerde publicaties. In 2011 promoveerde hij op het proefschrift Het slavenschip Leusden. Slavenschepen en de West-Indische Compagnie, 1720- 1738. Tijdens het onderzoek voor zijn proefschrift verzamelde hij zoveel materiaal, dat hij besloot om het facet van de Amsterdamse betrokkenheid bij de trans-Atlantische slavenhandel op schrift te zetten. Het resultaat mag er zijn. Het is een prachtig geïllustreerd boekwerk geworden, waarin tot in detail wordt beschreven hoe nauw bestuurders betrokken waren bij de slavenhandel en daar, uiteraard, flink aan verdienden. Tenminste, dat vermoedt ook Balai, maar hij weet niet aan te geven hoeveel precies. Dat de Amsterdamse slavenhandelaren geen lieverdjes waren en slaven vooral zagen als winstgevende handelswaar, staat echter vast. De schrijver is niet mals in zijn conclusies. Zo stelt hij: ‘De bewindhebbers van de WIC en de directeuren van de Sociëteit van Suriname waren gewetenloze mensen die alleen het eigen belang vooropstelden’. Hij neemt de lezers mee op een chronologische reis door de Amsterdamse slaventijd. Bekende Amsterdamse regenten worden besproken en met name hun rol was bij de handel. Het boek wordt afgesloten met enkele bijlagen, waar tot in detail slavenschepen en jaartallen worden opgesomd. Ook brengt hij in kaart hoeveel Afrikaanse slaven uiteindelijk de barre tocht naar Suriname, de Caribische eilanden en andere delen van Zuid-Amerika hebben overleefd. Een mooi en informatief boek. Wel blijft de lezer achteraf met een hoop vragen zitten, bijvoorbeeld wat Amsterdam er in totaal aan heeft verdiend. En hoe de ‘gewone burgers’ aankeken tegen de praktijken van de notabelen. Dat is jammer. Maar daar zal ongetwijfeld meer onderzoek voor nodig zijn.

Geschiedenis van de Amsterdamse slavenhandel, Leo Balai, 2013, Walburg Pers, ISBN 9789057309076

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Filmschema Cinema+

cinema

TBL heeft naast haar populaire filmaanbod een aparte programmering voor ‘kwaliteitsfilms’:
CINEMA+. En dat vier dagen in de week! Prachtige films die Oscars, Gouden Beren en
Zilveren Palmen wonnen en die de Surinaamse filmliefhebber een geweldige avond bezorgen,
zeker op het megagrote filmdoek met DOLBY SurroundSound, iets anders dan thuis een
dvd’tje afspelen. Elke maandagavond een nieuwe film, die de weken daarop steeds een dag
opschuift, zodat elke film vier keer vertoond wordt.

Song for Marion

Song of Marion

 

Een hartverwarmend verhaal over het liefdevolle huwelijk tussen de gepensioneerde chagrijn Arthur (Terence Stamp) en de immer vrolijke Marion (Gemma Arterton). Marions grootste passie is optreden met het lokale zangkoor, terwijl Arthur vooral klaagt dat ze zichzelf voor schut zet. Maar door een ingrijpende gebeurtenis ziet hij zich gedwongen opnieuw naar zijn levenshouding te kijken. Met een beetje hulp van de charmante koorleidster Elizabeth kruipt Arthur langzaam uit zijn schulp. Een heerlijke feel good-film.

Regie: Paul Andrew Williams, speelduur: 93 min., land: Verenigd Koninkrijk, jaar: 2012, genre: komedie

Kid

Kid

 

 

Kid brengt het verhaal van de vrolijke Kid (Bent Simons), zijn broer Billy (Maarten Meeusen) en hun moeder (Gabriella Carizzo) die samen op een boerderij wonen. Met weinig middelen probeert mama er een warm, liefdevol nest van te maken. Het noodlot slaat echter toe wanneer zij wordt vermoord. De jonge Kid en Billy staan er nu alleen voor in hun zoektocht naar een beetje geluk.

Regie: Fien Troch, speelduur: 90 min., land: België, jaar: 2012, genre: drama/komedie

Broken

Broken

 

Het leven van de elfjarige Skunk (Eloise Laurence) verandert van de ene op de andere dag wanneer ze getuige is van de brute mishandeling van haar buurjongen Rick (Robert Emms). De gebeurtenis maakt een einde aan de onschuld in het leven van de vrolijke Skunk. Haar huis, buurt en school, de plekken waar ze zich ooit zo veilig waande, zijn verraderlijk en onvoorspelbaar geworden. Verward zoekt ze troost bij Rick, de vriend bij wie ze altijd terecht kon. Maar ook die zekerheid lijkt niet meer te bestaan.

Regie: Rufus Norris, speelduur: 90 min., land: Verenigd Koninkrijk, jaar: 2012, genre: drama

The Grandmaster

The Grandmaster

The Grandmaster gaat over twee Kung Fu specialisten: hij komt uit het zuiden van China, zij komt uit het noorden. Hij is Ip Man, de legendarische leermeester van Bruce Lee, haar naam is Gong Er. Hun wegen kruisen op de avond van de Japanse invasie in 1936. Ze ontmoeten elkaar in het roemruchte bordeel The Golden Pavilion, waar de beste martial-artsmeesters elkaar treffen. Een verhaal over verraad, uitdaging, eer en liefde tegen de chaotische achtergrond van oorlog en bezetting.

Regie: Wong Kar Wai, speelduur: 115 min., land: China, jaar: 2013, genre: actie

Les chevaux de Dieu

Les chevaux de Dieu

De tienjarige Yachine woont met zijn familie in een sloppenwijk van Sidi Moumen in Casablanca. Zijn moeder Yemma probeert met al haar kracht het gezin te verzorgen. Zijn vader lijdt aan een depressie, één van zijn broers zit in het leger, een andere broer is bijna autistisch en de derde, de dertienjarige Hamid, is een kleine straatrebel en beschermer van Yachine. Hamid belandt in de gevangenis en na zijn vrijlating is hij veranderd in een radicale Islamiet, die Yachine overtuigt zich ook bij de groep ‘broeders’ te voegen. Hun leider, Imam Abou Zoubeir, stoomt de mannen klaar met een lange fysieke en mentale voorbereiding.

Regie: Nabil Ayouch, speelduur: 115 min., land: Frankrijk, jaar: 2012, genre: drama

Wadjda

Wadjda

 

 

De tienarige Wadjda woont in een buitenwijk van Riyad. Wanneer ze op een dag een mooie fiets ziet staan bij de speelgoedwinkel in het dorp, wil ze niets liever dan leren fietsen. Alhoewel dat in Saoedi-Arabië verboden is voor meisjes, verzint Wadjda een plan om haar droom uit te laten komen. Wadjda is de eerste lange speelfilm van een vrouwelijke regisseur uit Saoedi-Arabië en vertelt het verhaal van een meisje dat wil breken met de conservatieve tradities van haar land.

Regie: Haaifa Al-Mansour, speelduur: 98 min., land: Saoedi-Arabië, jaar: 2012, genre: drama

Lore

lore

 

Lore, gebaseerd op een novelle van Rachel Seiffert, speelt zich af in Duitsland, kort na de zelfmoord van Hitler en de capitulatie in mei 1945. De wereld zoals Lore (Saskia Rosendahl) die kende, stort volledig in. Haar vader, een hooggeplaatste SS’er, wordt gearresteerd en ook haar moeder verdwijnt. Als oudste moet ze haar zusje en drie broertjes vanuit Beieren naar Hamburg brengen. Een reis van honderden kilometers, dwars door het Zwarte Woud.

Regie: Cate Shortland, speelduur: 109 min., land: Australië, jaar: 2012, genre: drama

Despues de Lucia

Les chevaux de Dieu

 

Zes maanden nadat zijn vrouw bij een auto-ongeluk omgekomen is, beginnen Roberto en zijn dochter Alejandra een nieuw leven in Mexico City. Alejandra lijkt al snel haar draai gevonden te hebben, haar vrienden blijken echter over een duistere kant te beschikken. Uiteindelijk wordt ze het middelpunt van pesterijen. Hierover durft ze niet met haar vader te praten. Ze kan niets anders doen dan de pesterijen accepteren en haar schaamte dwingt haar tot zwijgen, maar dat eist zijn tol.

Regie: Michel Franco, speelduur: 93 min., land: Mexico / Frankrijk, jaar: 2012, genre: drama

Programmering
Juli 2013
(onder voorbehoud)

Week 27, 1 t/m 4 juli
Ma: The Grand Master
Di: Kid
Woe: Broken
Do: Song for Marion

Week 28, 8 t/m 11 juli
Ma: Les chevaux de Dieu
Di: The Grand Master
Woe: Kid
Do: Broken

Comments ()