Parbode

Parbode

maandag, 01 juli 2013 00:00

Slavernij? Zand erover!

In Abenaston telt het verleden niet

‘Slavernij? Zand erover’

Abenaston 1

Zonder slavernij zou Suriname nu geen tientallen Marrondorpen hebben. Immers, die dorpen werden opgezet door weggelopen slaven en nu bewoond door hun nazaten. Parbode bezocht een van de Marrondorpen: Abenaston aan de Boven-Suriname. En ontdekte dat het slavernijverleden daar, zoals in vele andere dorpen, nauwelijks meer telt.

Abenaston

De geschiedenis van Abenaston is, zoals van zoveel Marrondorpen in het binnenland, van tijd tot tijd roerig geweest. Jamens Zandveld en basja Jules Joonaa weten nog iets van die geschiedenis. Maar, benadrukken ze meermaals, het is een verhaal dat van generatie op generatie is overgedragen, dus of alle feiten precies kloppen zoals zij vertellen, weten ze niet zeker. Wat wel vaststaat, is dat Abenaston vanaf het begin het domein was van de Evangelische Broedergemeente (EBG). Ruim honderd jaar geleden verrees het dorp op de huidige plek. Enkele decennia eerder vestigde zich een groep Marrons zich even verderop aan de rivier, maar al snel bestond daar onderlinge onenigheid. Na verloop van tijd en nog wat omzwervingen trok het ene deel naar de plek waar nu Botopasi ligt, het andere deel stichtte Abenaston. De kerk speelt vandaag de dag nog altijd een belangrijke rol. “Iedereen is gedoopt, maar niet iedereen gaat meer naar de kerk”, zegt hoofddienaar Jamens Zandveld met voelbare spijt. Om er haastig aan toe te voegen: “Maar er is geen sprake van vijandschap hoor”. In het verleden heeft de Gemeente Gods Bazuin wel pogingen ondernomen om voet aan de grond in Abenaston en omringende dorpen te krijgen, overigens zonder veel succes. “Ze hebben destijds van het dorpsbestuur alle kansen gekregen, maar toen ze een overledene vlak naast een kreek wilden begraven, zorgde dat voor veel opschudding.” Dat betekende exit Gods Bazuin, ze moesten vervolgens aan de overzijde van de rivier hun heil en zieltjes zoeken. Marrontradities en religie gaan volgens Joonaa goed samen. “Ondanks de cultuurverschillen wordt daar goed mee omgegaan. Alleen de azan pau, de geestenpoort bij de ingang van het dorp aan de rand van de rivier, staat de EBG niet toe. In tegenstelling tot de katholieke kerk.” Toch lijkt de EBG ook in Abenaston terrein te verliezen. Volgens Zandveld is er vooral de laatste decennia veel veranderd in Abenaston. Het wegtrekken van vooral jonge mannen naar de stad, vindt hij een kwalijke zaak. “En de jeugd van nu heeft weinig respect meer voor de ouderen. Ze schreeuwen tegen hun moeders en presteren slecht op school. Ik ga ook regelmatig naar de klassen om ze te vertellen dat ze respect moeten hebben en beleefd moeten zijn, maar het heeft niet veel effect. Kunt u straks niet even naar school gaan om de kinderen toe te spreken? Misschien dat ze wel naar u luisteren.” We bedanken vriendelijk voor het aanbod, maar gaan er niet op in. De viering van de afschaffing van de slavernij zal in de meeste Marrondorpen ongemerkt voorbijgaan. Het leverde immers alleen de huidige stadscreolen de vrijheid op, de Marrons hadden die al zelf weten te krijgen door weg te lopen. Dus het is niet hun feestje. In Abenaston denkt iedereen daar zo over, ook de jongeren. “Als er geen slavernij was geweest, was ik er nu ook niet”, zegt de dertienjarige Willem. Daar valt geen speld tussen te krijgen; bij de lessen over voortplanting heeft hij kennelijk goed opgelet. “Het is een stadsfeest, voor ons is de Dag der Marrons belangrijker. We kijken ook niet met wrok op de slavernijperiode terug”, zegt Zandveld. “Wat in het verleden is gebeurd, was fout. Maar door de slavernij af te schaffen, hebben de Hollanders dit ook erkend. Dus zand erover. “De zwarten en de blanken kunnen nu niet meer zonder elkaar. Daarom krijgt een zwarte als hij bij een blanke komt of andersom, altijd een bordje eten. Er bestaat bij ons dus absoluut geen wittenhaat. We zien elkaar wel degelijk staan. Mijn zoon is zelfs getrouwd met een blanke. We kunnen elkaar helpen. En als de blanken hier ontwikkeling willen brengen, dan zijn ze van harte welkom.” De roep van de stadscreolen om een slavernijmonument, begrijpt hij niet helemaal. “Waarom moet dat in de stad komen, waarom niet in een van de bosnegerdorpen.” Dat sommige nazaten in Paramaribo herstelbetalingen van Nederland eisen voor het onrecht dat hun voorouders is aangedaan, vindt hij onzin. “Maar ja, als Nederland toch wil betalen, dan ga ik natuurlijk geen nee zeggen. Het geld moeten ze echter niet aan de stadsnegers geven, maar aan hen die gevochten hebben en de vrijheid hebben afgedwongen. De bosnegers dus, de stadsnegers hebben niks gedaan.”

Abenaston 2

Marrondorpen en de slavernij

Slaven die de kans kregen, vluchtten weg van het onmenselijke leven op de plantages. Zij werden ‘Marrons’ genoemd, afgeleid van het Spaanse woord ‘címarron’, waarmee ontsnapt vee werd aangeduid. De bewoners van de Marrondorpen gebruiken dit woord zelf nauwelijks, ze geven de voorkeur aan ‘bosnegers’. Al in de tijd van de Engelse kolonisatie waren er in Suriname Marrons. De meeste van hen waren alleen of in kleine groepjes weggelopen. Volgens schattingen nam in de achttiende eeuw ruim tien procent van alle slaven de vlucht. Om uit handen van de plantage-eigenaren te blijven, trokken ze naar de meest ontoegankelijke gebieden. De veiligste manier was om de rivieren naar het zuiden te volgen. Na het passeren van stroomversnellingen waren de Marrons vaak veilig. Vaak vonden de weggelopen slaven elkaar in het bos, bouwden hutten en legden kostgrondjes aan. Zo ontstonden de eerste Marrondorpen, vooral in het gebied tussen de Surinamerivier en de Saramacca. De mannen waren destijds veruit in de meerderheid. Marrondorpen hadden dus altijd een gebrek aan vrouwen. Ook naar voedsel, geweren, kogels, buskruit, kapmessen, zaai- en pootgoed was men altijd op zoek. Zowel voor vrouwen als voor de schaarse producten waren de Marrons aangewezen op de plantages. Dat leidde tot vele aanvallen op plantages, waarbij veel blanken werden gedood en plantages in vlammen op gingen. Bij de aanvallen werden vrouw- en kinderslaven ontvoerd en werden wapens en producten gestolen. Tussen 1760 en 1767 werd er officieel vrede gesloten met de belangrijkste Marrongroepen. Er werd onder andere afgesproken dat de marrons jaarlijks de benodigde artikelen van de koloniale overheid zouden ontvangen. Hierdoor zouden ze geen plantages meer hoeven te plunderen. In ruil daarvoor werden de Marrons verplicht om gevluchte slaven uit te leveren aan het koloniale bestuur.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Kwik ook vloek voor Paramaribo

Kwik ook vloek voor Paramaribo

Jeuk. Vermoeidheid. Geheugenverlies. Hartkloppingen. Nierfalen. Beschadiging van het zenuwstelsel tot een acute dood. Dat een overmatige blootstelling aan kwik ongezond is, staat buiten kijf. Toch wordt in Suriname onbedachtzaam met het metaal omgesprongen, en lang niet alleen in het binnenland. De gemiddelde uitstoot in Paramaribo ligt zelfs acht keer boven de internationale norm. Boosdoener: de illegale goudwinning.

Compra de ouro

Al langer dan een eeuw staat de Saramaccastraat in het teken van de goudwinning. Vroeger was het de stoomtrein, omgedoopt tot ‘De Goudexpress’, die je van een van de drukste handelsstraten in de binnenstad rechtstreeks naar de goudvelden kon brengen. Goudzoekers die na wekenlang ploeteren in kreekjes en slapen in pinahutten met dezelfde trein terugkeerden naar de stad, kochten er met de opbrengst witte pakken, hoge hoeden en gouden polshorloges. De trein mag dan al meer dan een halve eeuw niet meer rijden, de goudkoorts is er alleen maar groter en zichtbaarder op geworden. De stoomwolken van de locomotief zijn vervangen door de blauwe dieseldampen van de lange rij bussen die dagelijks naar plaatsen als Brownsweg en Atjoni rijden. Minder zichtbaar, maar des te schadelijk, zijn de giftige kwikdampen die net zo goed in de Saramacca-straat en omgeving hangen. Afkomstig van het vijftal gowtu oso’s (letterlijk: goudhuizen), genesteld tussen casino Tropicana, tientallen Chinese winkels met slecht gefabriceerde kledij en de Jeruzalem Bazaar. Met namen als ‘Gérie Kondré’ (geel land) en ‘Republic Gold N.V.’ en hun protserige Portugese opschriften zijn ze er zo tussenuit te pikken. Verspreid over de hele stad zijn er ongeveer zestig, buiten het oude stadscentrum voornamelijk in ‘Klein Belém’, de Braziliaanse buurt aan de Anamoestraat, in het noorden van Paramaribo. Het is naar plekken als deze dat de duizenden illegale goudzoekers hun klompjes of korreltjes goud brengen die ze in het binnenland hebben gevonden. De goudhuizen kopen de vele kleine hoeveelheden op voor harde dollars – momenteel veertig USdollar per gram, smelten die om tot een staaf en verkopen die vervolgens weer aan grote spelers als Century Mining (familie Cheung) of Amazone Gold (familie Issa). Die hebben een exportvergunning, waardoor het Surinaamse goud uiteindelijk beland op vooral de goudbeurs van Dubai.

Zoete inval
Pottenkijkers hebben ze daarbij liever niet: bij verschillende goudhuizen waar Parbode aanklopt, wordt de toegang geweigerd. Op zich is dat niet zo verwonderlijk, ondanks de recente prijsdaling is een gram van het gele edelmetaal nog steeds meer dan dertig euro waard. Zelfs in de kluizen van de allerkleinste goudhuizen ligt er daardoor voor vele duizenden euro’s aan cash. Alleen al uit veiligheidsoverwegingen blijft de deur dus op slot. Bovendien maakt de recente aandacht in binnen- en buitenland voor de duistere kanten van de goudkoorts de achterdocht nog veel groter. Toch mogen we na meermaals aandringen een kijkje nemen in een goudhuis, al wil niemand met naam genoemd worden. Op het eerste gezicht lijkt het dat het opzetten van een kleine goudsmelterij niet veel om het lijf heeft. Een smalle, duistere gang met een zware, metalen poort leidt ons in een centrale ruimte, niet groter dan tien vierkante meter. Aan een bureau zit een man die de klanten ontvangt en het goud int. Enkele meters verderop wordt het gewogen en vervolgens bij een temperatuur hoger dan duizend graden omgesmolten in een provisorische zuurkast. Na schooltijd rennen er kinderen in het rond, een lcd-televisie aan de muur toont intussen een potje Amerikaans worstelen. De hele dag lang is het een zoete inval van mensen met kleine hoeveelheden goud, niet vaak meer dan tien gram. “Ik denk dat haar ouders een winkel in het binnenland hebben waar de klanten ook met goud mogen betalen”, vertelt een arbeider over een jonge studente die de zaak betreedt. Uit haar vestzak diept ze een enveloppe op met tien gram aan gele korrels, op dat moment nog goed voor meer dan vierhonderd USdollar. “Waarschijnlijk studeert ze in de stad, maar gaat ze elk weekend naar haar ouders in het binnenland. Die geven haar het goud mee om het hier om te ruilen en de valuta het volgende weekend terug mee te nemen naar huis.” Klanten komen en gaan, tot op het einde van de dag liefst 535 gram is verzameld. Voor een laatste maal gaat de brander erop, die het metaal omsmelt tot een platte goudstaaf die nog het meest doet denken aan een kleine schoenzool. Daarna verdwijnt de staaf in een dikke kluis. De omzet op deze doordeweekse dag: een slordige 25.000 USdollar.

Dennis Wip

Kwikdampen
Het geld mag dan aanlokkelijk zijn, gezond is het absoluut niet. Zo wordt in veel kleine goudhuizen gewerkt zonder een goed afzuigsysteem of beschermende kledij. “Gevaarlijk, want in het ruwe goud dat rechtstreeks van de jungle wordt binnengebracht, zit nog altijd een behoorlijke hoeveelheid kwik, ongeveer vijf procent. Dat komt pas vrij wanneer in Paramaribo het goud wordt omgesmolten. Het staat buiten kijf dat een arbeider die veertig uur per week aan hoge concentraties kwikdampen wordt blootgesteld hier ontzettend onder lijdt”, vertelt natuurkundige Dennis Wip, verbonden aan de Anton de Kom universiteit. Gewapend met een babyblauw, draagbaar snuffeltoestel van Russische makelij, dat via een slang lucht naar binnen zuigt en tot op twee nanogram (0,000.000.002 gram) nauwkeurig de samenstelling meet, rijdt hij al zeven jaar het land rond. Niet alleen op plekken waar goud wordt verwerkt. “Kwik is een product dat van nature voorkomt in de aardkorst. Overal waar de combinatie van mijnbouw en hoge temperaturen voorkomt, heb je dampen”, legt Wip uit. Zo zijn ook verhoogde concentraties gemeten bij de bauxietsmelterij in Paranam. Toch is de goudindustrie ontegensprekelijk verantwoordelijk voor de meeste vervuiling. Het bij kamertemperatuur vloeibare kwik wordt door de goudzoekers aan de opgegraven blubber toegevoegd, om er zo makkelijk de begeerde grondstof uit te kunnen halen. Het giftige goedje bindt zich aan het ruwe goud, vaak zo fijn als stof, waardoor een amalgaam ter grootte van een knikker wordt gevormd. Zo kan de bodemschat uit de grond worden gehaald. Dat metaalmengsel wordt door de goudzoekers ter plekke opgewarmd, waardoor een aanzienlijk deel van het gebruikte kwik ter plekke verdampt – en de lucht en het water sterk vervuild achterblijven. Het resterende kwik wordt er later in de goudhuizen uitgehaald. Remy (56) werkte jarenlang op de goudvelden, zoals tienduizenden andere mannen. “Ik had geen idee dat de stof zo gevaarlijk was. Mijn grootmoeder hield het vroeger in huis, in een flesje boven de deur, om boze geesten goud smeltenbuiten te houden. Ik heb bij het goudzoeken jarenlang niet alleen kwikdampen ingeademd, maar ook vervuild water gedronken”, vertelt hij. Op een gegeven moment hielden zijn nieren ermee op. “Nu moet ik me driemaal per week laten dialyseren.” Dat kwik een bedreiging vormt is nochtans al jarenlang bekend. Al in 2005 werd bij metingen in Kwakoegron, te midden van de goudvelden, in de haarstalen van lokale inwoners dubbel zoveel kwikdeeltjes gevonden als normaal. Drie jaar geleden belandde een blauwe haai uit Surinaamse wateren op een snijtafel in Spanje. Uit het onderzoek bleek dat de roofvis propvol kwik zat, waarop Celsius Waterberg, toenmalig minister van Volksgezondheid, in De Nationale Assemblee ter verantwoording werd geroepen. Antwoorden op de vraag waar het kwik dan wel vandaan kwam, had hij niet. Ook dat is niet zo verwonderlijk. Hoewel het verboden is kwik te importeren naar Suriname, vinden jaarlijks toch vele duizenden kilo’s hun weg naar ons land. Aangezien een garimpeiro twee à drie kilo kwik nodig heeft om een kilo goud uit de grond te halen, en er jaarlijks vele duizenden kilo’s van het edelmetaal het land verlaten – in 2010 waren het er 18.815, exclusief de goudmijn van het Canadese Iamgold; waar geen kwik wordt gebruikt – moet in de Surinaamse bodem, rivieren en kreekjes jaarlijks zo’n veertig ton kwik verdwijnen. Officiële importcijfers zijn er niet: al sinds 1996 rapporteert Suriname zijn kwikimporten niet meer aan de statistiekafdeling van de Verenigde Naties. In 2007 maakten de Verenigde Staten wel bekend dat ze dat ene jaar alleen al 118.000 kilogram kwikamalgaam naar Suriname hadden verscheept. Wat daar uiteindelijk mee gebeurde, is niet bekend. Begin dit jaar gaf de presidentiële Commissie Ordening Goud Sector in de Ware Tijd toe dat ook zij machteloos staat. Ellen Naarendorp, toen nog adviseur van de commissie, weet dat aan de poreuze grenzen van onze republiek. “De oostelijke en westelijke grenzen beslaan ieder zo’n vijfhonderd kilometer, die van het noorden en zuiden driehonderd. Met de kleine politie- en militaire macht die wij hebben zijn wij niet opgewassen tegen de illegale invoer.” Uit de onderzoeksresultaten van Wip blijkt dat zeker niet alleen de binnenlandbewoners daar wakker van horen te liggen. Hij mat dat in het stadscentrum de gemiddelde kwikconcentratie acht keer hoger is dan de internationale norm van duizend nanogram per kubieke meter lucht. Het meest alarmerend zijn de metingen in de gowtu oso’s zelf. “Daar zijn soms zelfs waarden opgemeten die zéstig maal boven de internationale norm liggen”, vertelt Wip. Hij vindt dat de bal nu in het kamp van de overheid ligt. “Die moet de goudhuizen motiveren om goede afzuigkappen met distilleerkolven op te zetten, waarmee de kwikdampen weer vloeibaar worden en kunnen worden verwerkt. Die systemen worden nu nog niet adequaat gebruikt. Blijven ze weigeren, dan zou er wetgeving moeten komen die het hen verplicht. Liever gisteren dan vandaag.” Het blijft echter de vraag wanneer die overheid in actie komt. Wip zat al meermaals met politici en ambtenaren rond de tafel, maar zag zijn alarmerende rapporten dode letter blijven. Toch ziet de wetenschapper zich niet als een roepende in de woestijn. “Het besef van de gevaren is er zeker wel, zelfs op verschillende ministeries. Suriname treedt dit jaar misschien nog toe tot het Minamata-verdrag van de Verenigde Naties, dat dient om kwikemissie internationaal aan te pakken. Ik heb verder begrepen dat er wel degelijk wetgeving in de maak is, maar alles loopt via die ambtelijke procedures. Daardoor gaat het veel te traag.”

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Foute leiders en hun vrienden

Foute leiders en hun vrienden

Dat in ons land tal van politici rondlopen met een allesbehalve schoon blazoen, is geen nieuws. Maar dat er zoveel het nu voor het zeggen hebben op het hoogste niveau en zij ook hun vrienden en familieleden met strafbladen aan mooie baantjes hebben geholpen, is opvallend. Is Suriname overgeleverd aan criminelen?

In veel democratische landen is het ondenkbaar dat je politiek carrière kunt maken als je een strafblad hebt. Sterker nog, je kunt het wel vergeten als er alleen maar verdenkingen bestaan dat je op een of andere manier een scheve schaats hebt gereden. Integriteit is een absolute voorwaarde. Uitzonderingen zijn er natuurlijk altijd, ook in zogenaamde ontwikkelde landen. Neem nu Italië: daar holt oud-premier Sylvio Berlosconi al decennia achter elkaar van het ene naar het andere schandaal. Hij wordt onder meer verdacht van grootschalige belastingontduiking, seks met minderjarigen, machtsmisbruik, omkoping en corruptie. Bovendien bestaat het vermoeden dat hij nauwe banden heeft met de maffia. Hij is inmiddels tot een jarenlange celstraf veroordeeld maar heeft nog geen dag gezeten. Dankzij zijn macht, invloed en geld weet hij de zaken in hoger beroep eindeloos te rekken. Voor veel Italiaanse kiezers zijn zijn criminele handelingen geen reden om hem ook politiek af te straffen: eerder dit jaar scoorde hij (weer) goed bij de verkiezingen, waardoor zijn partij opnieuw in het machtscentrum zit. In veel Afrikaanse (ontwikkelings)landen is het niet veel anders. Om een paar voorbeelden te noemen: president Robert Mugabe van Zimbabwe tiranniseert zijn bevolking en land al meer dan een kwarteeuw en heeft, door democratische ogen gezien, waarschijnlijk iedere wet overtreden die te overtreden valt. Maar terwijl zijn onderdanen in bittere armoede leven, baden hij, zijn familie en vrienden in grote weelde en bekleden de meest cruciale functies. Een van de weinige staatshoofden die onze president Bouterse tot zijn vriendenkring mag rekenen, Teodoro Obiang Nguema Mbasogo van Equatoriaal-Guinea, wordt internationaal beschouwd als een schurk. Al 34 jaar maakt hij met zijn familie en vrienden de dienst uit in het armlastige West-Afrikaanse land. Hij wordt beschuldigd van onder meer mensenrechtenschendingen, corruptie en drugshandel. Maar tot een veroordeling zal het voorlopig niet komen, want ook de rechterlijke macht heeft hij in een ijzeren greep. In Suriname kunnen we er ook wat van. In elke regering heeft wel een persoon met een besmuikt verleden het mede voor het zeggen gehad, de huidige regering-Bouterse grossiert echter in topfunctionarissen met een strafblad. Parbode zet de tien meest opvallende personen op een rij. De lijst is vele malen langer, maar we beperken ons tot mensen die een vooraanstaande functie in en rond het machtscentrum bekleden. Conclusie: als je politicus bent, ontspring je maar al te vaak de dans. Wat je ook uithaalt, je wordt niet snel aan de kant geschoven. En kun je schaamteloos je al even foute mati’s of familieleden bevoordelen.

 

Desi Bouterse

Huidige functie: president van de Republiek Suriname
Veroordeeld voor: betrokkenheid bij drugstransport (Nederland, 1999, bij verstek)
Vonnis: zestien jaar, in hoger beroep teruggebracht tot elf jaar
Straf uitgezeten: nee
Familie (vader) van: Dino Bouterse

Schandalen: De legerleiding van bevelhebber Bouterse zou in de jaren tachtig betrokken zijn geweest bij drugshandel met de Colombiaanse drugsbaron Pablo Escobar. In 1983 werd vijftig miljoen USdollar overgemaakt via enkele dubieuze Colombiaanse zakenmannen. Toen president Shankar deze mannen verbood naar Suriname te komen, werd hij afgezet middels de ‘telefooncoup’. De Colombianen waren weer welkom. Uit in 2011 door Wikileaks openbaar gemaakte stukken uit 2006, zou blijken dat Bouterse met hulp van de Guyanese drugsbaron Roger Khan wapens voor de FARC heeft geleverd in ruil voor drugs. Parlementariër Rashied Doekhie zou Bouterse en Kahn aan elkaar voorgesteld hebben. Bouterse en Doekhie zouden Khan bij die gelegenheid meteen gevraagd hebben enkele huurmoordenaars te leveren om toenmalig minister van Justitie Chan Santokhi en procureur-generaal Subhaas Punwasi te liquideren. In 2011 bleek uit de nalatenschap van publicist Willem Oltmans dat deze in de jaren tachtig voor Bouterse had bemiddeld in een wapendeel met de veroordeelde handelaar Theo Cranendonk. Naast de geruchten over en een veroordeling wegens betrokkenheid bij drugstransporten, is de president ook hoofdverdachte in het 8-Decemberproces. Op 8 december 1982 werden vijftien critici van het militaire bewind, onder leiding van Desi Bouterse, gemarteld en vermoord. Nadat uiteindelijk het rechtsproces op gang was gekomen, verleende de president bij voorbaat amnestie aan alle verdachten. Daarnaast wordt hij vanwege zijn functie al legerleider in de jaren tachtig ook gezien als hoofdverantwoordelijke voor de Moiwana-slachting in 1986.

 

Dino Bouterse

Huidige functie: leidinggevende Counter Terrorism Unit (CTU)
Veroordeeld voor: actieve betrokkenheid bij internationale drugshandel en wapensmokkel (Paramaribo, 2005)
Vonnis: acht jaar
Straf uitgezeten: drie jaar
Familie (zoon) van: Desi Bouterse

Schandalen: Dino was in 1994 medeverdachte bij een cocaïnezaak waarbij drie Brazilianen verdwenen. Ook zou hij opdracht gegeven hebben tot een overval op de drugsdealers. Na zijn arrestatie zat hij vijf maanden in voorarrest. Dino moest worden vrijgelaten vanwege een procedurefout. Toen de rechtszaak begon, trokken de getuigen hun verklaring in. Eerder werd Dino ervan verdacht in 1993 het televisiestation STVS in brand te hebben gestoken. Zijn auto was namelijk kort voor de brand bij het tv-station gezien. In 1999 raakte Dino opnieuw in opspraak. Hij werkte toen op de ambassade in Brazilië (onder ambassadeur Rupert Christopher, ook in verband gebracht met de Decembermoorden en cocaïnesmokkel). Volgens een Braziliaanse parlementaire onderzoekscommissie zou de Surinaamse ambassade een ‘spilfunctie’ bekleden in de drugshandel. In diezelfde periode toonde een belangrijke Braziliaanse drugsbaron tegenover een Nederlandse journalist zijn adresboekje, waarin de mobiele nummers van vader en zoon Bouterse stonden genoteerd. Daar deed hij volgens eigen zeggen ‘regelmatig’ zaken mee. Overigens pleegde Christopher enkele jaren later in Paramaribo ‘onder verdachte omstandigheden’ zelfmoord. In 2002 werd Dino ervan verdacht ruim zeventig wapens, waaronder twintig automatische geweren, te hebben gestolen van de Centrale Inlichtingen en Veiligheidsdienst (CIVD). Een jaar later werd hij - met een vals paspoort - gearresteerd en aangeklaagd wegens wapenhandel. Nadat de belastende verklaring werd ingetrokken, werd Dino wegens gebrek aan bewijs vrijgesproken.

 

Ronnie Brunswijk

Huidige functie: parlementariër en voorzitter ABOP en A Combinatie 
Veroordeeld voor: een bankoverval (Paramaribo, 1986, bij verstek), nog eens voor diezelfde bankoverval (Paramaribo, 1995), voor het neerschieten van een vermeende inbreker (Paramaribo, 1994) en tot slot voor cocaïnehandel (Nederland, 1999, bij verstek)
Vonnis: respectievelijk vijf jaar, tien maanden, acht maanden (zes voorwaardelijk), acht jaar
Straf uitgezeten: twee maanden
Familie (broer) van: Leo Brunswijk, werd er in 1991 van verdacht een Nederlandse man te hebben ontvoerd, mishandeld en met de dood bedreigd. Ronnies twintigjarige zoon en even oude dochter werden in 2005 op Aruba gearresteerd wegens drugssmokkel.

Schandalen: Laten we de guerrillaactiviteiten in het kader van de Binnenlandse Oorlog (explosies, brandstichting en diverse overvallen) vanwege ruimtegebrek maar even vergeten. In 1990 werden Brunswijk en negen anderen, onder wie Eddy Josefzoon, aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij drugshandel. Bij de actie kwamen twee lijfwachten van Brunswijk om het leven. Vanuit Frankrijk zou er nog een arrestatiebevel zijn wegens drugssmokkel. In 1993 werd tegen Brunswijk een klacht ingediend wegens ontvoering, diefstal en afpersing. Ook kwam hij een aantal keren in opspraak in verband met geweldsdelicten rond voetbal. Het zijn er teveel om allemaal op te noemen. Zo bedreigde hij in 1993 het publiek bij een voetbalwedstrijd met een handgranaat en een pistool. In 2005 werd hij voor vijf jaar geschorst door het tuchtcollege van de Surinaamse Voetbalbond (SVB), omdat hij de voorzitter van een voetbalclub bedreigd had met een vuurwapen. Dat besluit werd later wegens gebrek aan bewijs weer ingetrokken. De SVB ging in hoger beroep. Daarna volgden nog enkele incidenten. In 2012 werd hij als speler voor een jaar geschorst vanwege wangedrag (uitschelden). Daarop uitte Brunswijk zich ‘met liederlijke taal’ tegenover de leden van de Tuchtcommissie. Maar ook buiten het voetbalveld weet Bravo zich niet altijd te gedragen. Zo sloeg hij in 1995 twee burgers in het politiebureau van Moengo, en in 2007 liet hij zich helemaal gaan toen hij collega Rashied Doekhie in De Nationale Assemblee een flink pak slaag verkocht.

 

Paul Somohardjo

Huidige functie: Fractieleider Volksalliantie/Pertjajah Luhur
Veroordeeld voor: verboden vuurwapenbezit (Rotterdam, 1986), verboden vuurwapenbezit (Den Haag, 1987), schending van de eerbaarheid van tienermeisjes (Paramaribo, 2003)
Vonnis: drie weken onvoorwaardelijk (met twee maanden voorwaardelijk), drie weken voorwaardelijk met
proeftijd van twee jaar, twee maanden voorwaardelijk
Straf uitgezeten: ja

Schandalen: Tijdens een live-uitzending van een Nederlandse talkshow in 1984 raakten Paul Somohardjo en de chauffeur van Bouterse-aanhanger Rob Wormer slaags. Even later vielen er twee schoten in de studio. Wie de schutter was, is nooit bekend geworden. Somohardjo raakte na zijn veroordelingen van de jaren tachtig weer in opspraak in 2001, omdat hij van de Nederlandse Woninggroep Suriname vijfentwintigduizend Nederlandse gulden zou hebben ontvangen. Ook zou Somohardjo volgens de secretaris van de stichting Bouw en Exploitatie Woningen tweehonderdduizend USdollar steekpenningen hebben geëist na het tekenen van een intentie-overeenkomst voor de bouw van duizend woningen. In 2002, Somohardjo was toen minister van Sociale Zaken, werd bekend dat hij nog als Nederlander stond ingeschreven in het bevolkingsregister van Rotterdam. Dat is verboden bij wet voor een Surinaamse minister. Na zijn veroordeling wegens ‘schending van de eerbaarheid’ in 2003, vroeg Somohardjo ontslag aan als minister van Sociale Zaken. Dit werd aanvaard. Later bleek echter dat hij als adviseur werkte voor zijn opvolger Samuel Pawironadi. In juni 2006 kwam ‘Somo’ opnieuw in het nieuws, nu omdat hij twee keer achter elkaar een stuk grond had uitgegeven aan een aan hem gelieerde stichting. En dan was er nog de bekende vechtpartij in De Nationale Assemblée in 2007. NDP-parlementariër Rashied Doekhi ging met Somohardjo in discussie en gaf hem een duw. Hierop smeet Ronnie Brunswijk Doekhie tegen de vlakte. Toen Doekhie al half was uitgeschakeld, gaf Somo hem nog een trap na.

 

Errol Alibux

Huidige functie: adviseur van president Bouterse
Veroordeeld voor: valsheid in geschrifte en oplichting van de Staat Suriname (Paramaribo, 2003)
Vonnis: één jaar 
Straf uitgezeten: deels, kreeg in augustus 2004 gratie

Schandalen: Alibux is verdachte in het 8-Decemberproces van 1982. Volgens een getuige was hij in Fort Zeelandia tijdens de martel- en moordpartij waarbij vijftien critici van het toenmalig bewind werden afgeslacht. Ook zou hij lid zijn geweest van de Bloedraad, een groep die de Decembermoorden van 1982 voorbereidde door onder meer de dodenlijst op te stellen. William Thomas Wolfe, een Amerikaanse getuige in de drugszaak tegen Desi Bouterse, verklaarde in 1999 ook zaken te hebben gedaan met Alibux.

 

Etienne Boerenveen

Huidige functie: president-commissaris Staatsolie, voorzitter Werkgroep Herstructurering Huisvestingssector
Veroordeeld voor: betrokkenheid bij drugshandel (Miami, 1986)
Vonnis: twaalf jaar
Straf uitgezeten: Vier jaar, daarna vervroegd vrij wegens goed gedrag. Ingewijden vermoedden dat de Verenigde Staten een deal met  Suriname hebben gesloten: in ruil voor deze opmerkelijk snelle vrijlating geen drugstransporten meer naar dat land.

Schandalen: Boerenveen is een van de verdachten in het 8-Decemberproces. Volgens enkele getuigen zou hij Surindre Rambocus op 8 december 1982 naar Fort Zeelandia hebben gebracht, alwaar Rambocus later vermoord werd. Boerenveen was in 1994 tevens een van de verdachten in een Nederlands justitieel onderzoek naar drugshandel door het Surikartel. Deze zaak werd echter wegens gebrek aan bewijs geseponeerd.

Romano Meriba

Huidige functie: leidinggevende Counter Terrorism Unit (CTU)
Veroordeeld voor: roofmoord op een juwelier, poging tot beroving van een bankdirecteur en het gooien van een handgranaat naar de Nederlandse ambassadeur (Paramaribo, 2005)
Vonnis: vijftien jaar
Straf uitgezeten: deels, na zes jaar (plus voorarrest) gratie gekregen
Familie van: pleegzoon van Desi Bouterse, neef van Soewarto Moestadja.

Schandalen: Op 30 maart 2012 werd Meriba opnieuw aangehouden door de politie. Hij zou de avond ervoor een politieagent en een burger in een dancing hebben mishandeld. De aangifte werd echter ingetrokken en Meriba werd diezelfde dag weer vrijgelaten.

Willy Soemita

Huidige functie: voorzitter KTPI (onderdeel Megacombinatie)
Veroordeeld voor: het aannemen van steekpenningen (Paramaribo, 1977)
Vonnis: één jaar
Straf uitgezeten: ja

Hans Jannasch

Huidige functie: beveiliging president Bouterse
Veroordeeld voor: mede-opzetten grootste xtc-laboratorium van het Caribisch gebied aan de Henkielaan
(Paramaribo, 2004)
Vonnis: acht jaar
Straf uitgezeten: deels (in 2010 vervroegd vrijgelaten)

Otto Aalstein

Huidige functie: beveiliging president Bouterse
Veroordeeld voor: mede-opzetten grootste xtc-laboratorium van het Caribisch gebied aan de Henkielaan
(Paramaribo, 2004)
Vonnis: acht jaar
Straf uitgezeten: deels (in 2010 vervroegd vrijgelaten)

 

 

 

 

 

 

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Lise Burke

 Elisabeth Alma Stewart-BurkeBijzondere Surinamers zijn een jaar na hun heengaan
alleszins een terugblik waard.
Opdat ze niet vergeten worden...

Elisabeth Alma Stewart-Burke
Paramaribo
07/01/1920 – 16/07/2012

De meeste mensen kenden haar als Lise Burke. Een vrouw die opviel door haar indrukwekkende verschijning. Bij de uitvaartdienst zei een vrouw het treffend: “Ze was altijd om door een ring te halen. Een lady!” Lise was het vijfde en laatste kind van Christiaan Anton Burke en Magdalene Hariëtte Goedhoop. Francina, Rudolf en Alexander waren de eerste drie. Met haar jongste broer Harry verschilde Lise twaalf jaar. Het begrip ‘nakomertje’ bleef haar achtervolgen. Vader Christiaan en moeder Magdalene legden de basis voor haar ontwikkeling. De familie woonde aan de Dr. Sophie Redmondstraat, vroeger Steenbakkersgracht.

Op latere leeftijd trouwde ze, maar ze scheidde weer snel. Volgens haar nicht Irene Welles-Burke kon Lise goed leren en wist ze het ene na het andere diploma te behalen. Ze ging naar de Anitri-scholen Comenius en Graaf von Zinzendorf. In 1946 slaagde ze als onderwijzeres. Daarna volgden LO-akte Frans, hoofdonderwijzersakte en LOaktes Muziek en Engels. In Nederland werd ze in 1969 bezitter van de MO-akte Frans. Terug in Suriname werden de talen Frans en Duits voor de Muloschool geschrapt en werd Spaans de enige vreemde taal naast het Engels. Dat ze toen de MO-akte Engels behaalde, was dan ook begrijpelijk.Comments ()

maandag, 01 juli 2013 00:00

Kaaimansaté

Kaaimansaté

kaaiman

Oorsprong
Kaaimannen zijn krokodilachtigen en een onderfamilie van de alligators. Ze komen alleen voor in het noorden en noordoosten van Zuid-Amerika, dus ook in Suriname. Vijf soorten gedijen goed in ons land, in het bijzonder de brilkaaiman en de zwarte kaaiman. Afhankelijk van de soort worden ze twee tot vier meter lang. Ze behoren niet tot de bedreigde diersoorten en zijn dus niet beschermd. Gelukkig voor de echte liefhebbers van mals kaaimanvlees. De smaak komt enigszins in de buurt van die van kip, alleen is het een stuk droger. Goed marineren valt dus aan te bevelen. Vooral voor saté is kaaiman goed te gebruiken. Wie kaaimanvlees wil kopen, kan vaak terecht op de verschillende zondagsmarkten of bij slagers waar ze zijn gespecialiseerd in wildvlees.

Benodigdheden
500 gram kaaimanfilet
1 theelepel ketoembar
1 grote ui
5 teentjes knoflook
1 theelepel zwarte peper
4 cm laos
5 eetlepels ketjap (black soy)
4 takjes soepgroente
1 afgestreken theelepel
bruine suiker
satéstokjes

Bereidingswijze
De kaaimanfilet in flinke dobbelstenen snijden. Eventuele botresten verwijderen. De ui en knoflook fijn snijden of fijnstampen. Laos fijnstampen, de soepgroente klein snijden. Doe het vlees in een diepe schaal, de zwarte peper, suiker, ui, knoflook, laos en de soepgroente bij het vlees voegen, het mengsel mixen en de ketjap erbij doen. Nogmaals goed mengen en het vervolgens een uurtje in de ijskast zetten om het te laten intrekken. Nu de stukjes vlees aan de satéstokjes rijgen en op de grill roosteren of in een pan met olie bakken. Serveren met ketjap sambal.



Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Integratieparadox

Tinaseybiyari

TinaseybiyariAfgelopen maand was het weer zover in de Verenigde Staten: geen zangkoor van siksiyuru’s maar een barbari van tinaseybiyari’s! Miljarden zingcicaden (Magicicada) kropen daar uit de grond. Het geluid dat de diertjes gezamenlijk produceerden was te vergelijken met dat van een voorbijrazende trein. Een gehoordeskundige waarschuwde zelfs voor mogelijke gehoorschade wanneer iemand langer dan vier uur aan het geluid werd blootgesteld. Deze cicaden, die alleen in de Verenigde Staten voorkomen, wonen hun hele leven onder de grond. Daar worden de diertjes geboren en maken ze de stadia van larve tot krekel door. Ze voeden zich met sap uit boomwortels. Maar na zeventien jaar begint de aarde te bewegen. Met miljarden komen ze dan boven, werpen hun larvenhuid af en laten hun aanwezigheid blijken. Alleen de mannetjes produceren het scherpe geluid, als lokroep voor de vrouwtjes. Want ze komen uitsluitend boven om zich voort te planten. De heren bleven maar liefst een maand lang ‘zingen’. Eind juni was het weer gedaan. De volwassen cicaden stierven, terwijl hun eitjes langzaam in de grond zakten om er begin 2030 als volwassen dieren weer uit te kruipen. Waarom de dieren onder de grond wonen en elke zeventien jaar hun paringsritueel bovengronds uitvoeren is niet bekend.
Mail Online, Wikipedia

De Onderzoeker

Santusha AkloeSantusha Akloe (26) deed een afstudeerproject voor het Suriname College of Hospitality and Tourism, in de periode van oktober 2012 tot maart 2013.

Wat heb je onderzocht?
“Hoe de tourgidsen van Suriname functioneren: hoe presenteren ze de trips aan hun gasten? Ik heb dit afgebakend door me alleen te concentreren op erfgoed-, cultuur- en natuurtours.”

Waarom wilde je dat weten?
“Met mijn afstudeerproject wilde ik iets bijdragen aan de praktijk. Dus zocht ik een onderwerp waarmee ook daadwerkelijk iets gedaan kan worden. En de gids speelt binnen het toerisme een belangrijke rol: hij of zij is degene die ervoor moet zorgen dat ons toeristische product op de juiste manier beleefd wordt. Maar er bleek helemaal niets bekend te zijn over het functioneren van de Surinaamse gidsen.”

En waarom is die kennis van belang?
“Er wordt vaak gesproken over het verder ontwikkelen van toerisme in Suriname. Maar dat kan alleen als we werken aan kwaliteitsverbetering van de sector. En daarbij speelt de gids dus een cruciale rol: hij of zij is degene die Suriname ‘laat zien’ aan de toeristen. Het is dus van belang om te weten wat het huidige niveau van de gidserij is en of er bijvoorbeeld behoefte is aan een opleiding voor gidsen. Maar ook wat de gidsen nodig hebben om hun werk naar behoren te kunnen doen. Kortom: om te weten welke aanpassingen nodig zijn voor de gewenste kwaliteitsverbetering.”

Hoe heb je dat onderzocht?
“Ik ben op verschillende tours mee geweest om te observeren, en heb daarnaast gewerkt met vragenlijsten voor de gidsen, de touroperators en de toeristen. Daarbij heb ik bijvoorbeeld gekeken naar klantvriendelijkheid, de informatie die verstrekt werd en of de gidsen op tijd waren. En ik heb informatieve gesprekken gevoerd met mensen die een belangrijke rol spelen in de toeristische sector, zoals overheidsmedewerkers, docenten en adviseurs. In totaal heb ik ongeveer 75 mensen gesproken.”

Wat was de uitkomst van je onderzoek?
“Al met al doen de gidsen uit het onderzoek het niet slecht. Maar we kunnen niet op een niveau blijven waarbij gewerkt wordt met mensen die hun werk doen op basis van wat zij toevallig weten. Het is een gemis dat er nog geen gidsenopleiding is, maar die gaat binnenkort wel van start. Ook moet er een controlerende instantie komen die in de gaten houdt wie de gidsen zijn en hoe ze hun werk uitvoeren.”

Etnisch leiderschap

Met zijn rijke variatie aan etnische groepen neemt Suriname een bijzondere positie in binnen de regio. De diverse bevolkingsgroepen zijn niet versmolten tot een ‘moksi patu’ zoals op enkele Caribische eilanden, maar hebben elk hun eigen identiteit behouden. Al is het woord ‘behouden’ hier niet op zijn plaats; de meeste immigranten kwamen namelijk niet als groep naar Suriname. De slaven kwamen uit verschillende gebieden van West-Afrika, en ook de Hindostaanse contractarbeiders vormden samen geen homogeen geheel. Ze spraken onderling een andere taal of dialect en verschilden van religieuze overtuiging. Pas in Suriname vormden ze zich tot de huidige (etnische) bevolkingsgroepen. Vaak wordt gedacht dat dit proces vooral op gang komt als reactie op externe omstandigheden, zoals discriminatie door anderen. Een recente studie gaat echter uit van interne oorzaken. Professor Ruben Gowricharn van de Universiteit van Tilburg toetste dit aan de hand van onderzoek onder Surinaamse Hindostanen, en vergeleek de Surinaamse situatie met die van Guyana en Jamaica. De contractarbeiders uit India kwamen in relatief kleine groepjes naar Suriname en werden verspreid over een groot gebied tewerkgesteld. Toch vormden ze een etnische groep, in plaats van op te gaan in de veel grotere Creoolse gemeenschap, zoals op Jamaica. Gowricharn noemt hiervoor een aantal redenen. De al aanwezige gemeenschappelijke culturele erfenis ziet hij als basisvoorwaarde voor groepsvorming. Daarbij noemt Gowricharn onder meer een sterk sociaal netwerk, het ontwikkelen van een gemeenschappelijke taal uit de diverse dialecten, het sluiten van huwelijken binnen de groep en de oprichting van een eigen politieke partij als belangrijke factoren.

Etnisch leiderschap speelde daarbij een cruciale rol. Comparative Studies in Society and History

De integratieparadox

Uit eerder onderzoek onder de vier grootste immigrantengroepen in Nederland, bleek dat hoger opgeleide en goed geïntegreerde immigranten meer discriminatie ondervonden dan lager opgeleide immigranten. Dat wordt de ‘integratieparadox’ genoemd. Een recente studie onderzocht of dit fenomeen ook voorkomt onder kleinere immigrantengroepen in Nederland, zoals Chinezen, Somaliërs en Polen. Verder wilden de onderzoekers het verschijnsel verklaren Voor elk van de migrantengroepen werden bijna duizend persoonlijke interviews afgenomen. Uit deze studie bleek dat ook bij de kleinere immigrantengroepen meer persoonlijke discriminatie werd ervaren door hoger opgeleiden. Volgens de onderzoekers kan dit worden toegeschreven aan hun blootstelling aan de Nederlandse politiek, hun ervaringen van relatieve achterstand op de arbeidsmarkt en qua educatie, en aan hun actievere participatie in verenigingen. Journal of International Migration and Integration

Nonsens!

‘Europeanen waren de grootste handelaren in Afrikaanse slaven’

Nonsens, helaas. Als je dacht dat het niet veel erger kon, dan moeten we je teleurstellen. De handel in Afrikaanse slaven door Arabieren was in omvang nog groter en in tijd nog langduriger dan de Europese slavenhandel. De Arabieren begonnen aanzienlijk eerder met de handel: al in de zevende eeuw. En deze slavenhandel eindigde pas in de negentiende eeuw, volgens sommige bronnen zelfs in de twintigste eeuw. Het aantal slachtoffers lag ook veel hoger. Geschat wordt dat tussen de zestiende en negentiende eeuw ongeveer elf miljoen Afrikanen door Europese mogendheden als slaaf over de Atlantische Oceaan werden getransporteerd. Schattingen van het aantal Afrikanen dat door Arabieren werd geroofd liggen tussen de veertien en 28 miljoen. Een belangrijk verschil is dat de Europese slavenhandel gepaard ging met racisme, om de slavernij goed te kunnen praten. Dat was bij de Arabieren niet het geval. De slaven waren weliswaar overwegend zwart, maar witte slaven waren ook van harte welkom. De Arabieren behandelden de mensen echter nog slechter dan de Europeanen. De meesten stierven daarom al jong. De mannen werden bovendien gecastreerd, zodat ze geen nageslacht konden krijgen. Waarschijnlijk is dat ook de reden dat de slavenhandel van de Arabieren minder bekend is dan de Europese slavenhandel: er zijn geen nazaten om de mensenrechtenschendingen van hun voorouders onder de aandacht te brengen.

Lexicon van hardnekkige misverstanden

maandag, 01 juli 2013 00:00

Rashied Doekhie

Rashied Doekhie

Naam: Rashied Doekhie
Leeftijd: 59
Beroep: Parlementariër NDP

Rashied Doekhie is Assembleelid voor de Nationale Democratische Partij (NDP). Voorheen was hij districtscommissaris van Nickerie. In 2000 werd hij door NDP-voorzitter Desi Bouterse naar voren geschoven als presidentskandidaat, maar was kansloos tegen NPS-kandidaat Ronald Venetiaan. In 2007 haalde hij het wereldnieuws nadat Ronnie Brunswijk en Paul Somohardjo hem waren aangevlogen in De Nationale Assemblee.

Zit je lekker in je vel?
“Ik zit altijd lekker in mijn vel. Ik voel me zo lekker dat als ik terug zou komen op aarde, ik precies hetzelfde zou willen zijn. Ik ben trots op wat ik heb kunnen bereiken als mens, maar meer als man. Ik heb een prachtige vrouw en drie mooie dochters. Door mijn werk kan ik niet alleen hen, maar ook andere mensen helpen.”

Waar ben je mee bezig?
Rashied Doekhie 1“Als Nickeriaan en politiek figuur ben ik bezig zoveel mogelijk verschillende projecten in Nickerie te realiseren. Het volk heeft vertrouwen in me, dus ik wil dat ook waarmaken.”

Wat wil je absoluut nog doen?
“Het realiseren van de Landbouw Hogeschool van Nickerie.”

Wie bewonder je?
“Onze president. Hij heeft zoveel gedaan voor Suriname. Weet je dat hij gedecoreerd is in Nederland voor zijn uitzonderlijke prestaties op sportgebied en dat hij recordhouder is in vijftien kilometer snelloop? Het is een man met het hart op de juiste plek en hij werkt hard. Hij is niet moe te krijgen. Wanneer hij mij belt om het een of ander in orde te maken, dan zeg ik hem vaak ‘Yu ne werie. Ik zou het je niet na kunnen doen’. Oom Desi is niet na te doen.”

Ga je voor geluk of geld?
“Voor beide, want geld maakt niet gelukkig, maar het probleem is vaak geld.”

Liefde of succes?
“Ik ga voor succes, dan komt liefde vanzelf. Zou je naar me kijken als ik een schoft was en de hele dag zat te nietsen en te drinken? Ik denk het niet. Zou je naar me kijken als ik een nette, intelligente jongeman was met een goede baan en toekomstmogelijkheden? Dus ik ga voor succes.”

Bang voor de dood?
“Nee.”

Ga je op je sterfbed spijt hebben?
“Sterfbed…? Ik sterf niet. Ik heb zoveel meegemaakt. If Gado bin wan miki mi bin dede, was het allang gebeurd. Ik zeg daarom dus dat ik niet sterf, mijn opmerking heeft een diepere betekenis. Maar als het mocht gebeuren, zal ik nergens spijt van hebben.”

Geloof je in leven na de dood?
“Nee, het is niet bewezen. Mijn moeder is al 57 jaar dood. Als er leven na de dood was dan duurt het wel erg lang voordat zij terugkomt. Da hemel pasi fara echt.”

Hoe zou je herinnerd willen worden?
“Dat het volk van Nickerie zal zeggen: ‘If a man ben de...’"

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Politieke intenties

Iedere maand vertellen lezers
over de eerste keer dat zij
een scheve schaats reden

Politieke intenties

Politieke intenties

Abigail (43)

“Ik heb alles wat mijn hartje begeert: al bijna een kwart eeuw een lieve man die ook mijn jeugdliefde was, drie kinderen, zelfs een schat van een kleinzoon, een eigen huis en een mooie baan. Dus ik had geen enkele reden om te doen wat ik heb gedaan. Ik moest vorig jaar voor mijn werk een paar dagen naar Nickerie. Dat was voor mijn gezin niets bijzonders. Ik ga wel vaker een paar dagen naar de districten, voor overleg en veel vergaderingen. Ik ging nu voor drie dagen. Op de tweede dag viel aan het eind van de middag een afspraak uit. Met mijn collega besloot ik van die gelegenheid gebruik te maken om bij een warung te gaan eten. Terwijl we daar zaten, kwam er een groepje mannen binnen. Ik had het niet zo gauw door, maar het waren bekende politici. Ik ga niet zeggen van welke partij en wie het waren, dat lijkt me niet gepast. Ze aten ook wat en ik zag wel dat eentje steeds naar mij zat te kijken. Na een tijdje kwam hij op mij aflopen en begon een onschuldig praatje te maken. Ik vond het best wel interessant, voelde mij zelfs gevleid. Politici zien wij als mensen die ver van ons af staan. Dus dat zo’n iemand aandacht heeft voor mij, deed mij denk ik wel wat. Toen vroeg hij opeens: ‘Gaan jullie straks gezellig even mee naar ons hotel, dan drinken we nog wat. Want in deze warung verkopen ze geen bier en zo.’ Ik keek naar mijn collega en we hadden allebei zoiets van ‘waarom niet?’ Bovendien zag ik daar geen kwaad in, we waren immers in een groot gezelschap. Mijn intentie was echt niet meer dan wat te drinken en tori te praten. Het laatste wat ik wilde, was een avontuurtje waar ik later spijt van zou hebben. Dat liep echter anders. Eenmaal in Hotel Residence Inn, bleef het niet bij één drankje, het werden er heel veel. Ik weet daarom ook niet meer hoe het precies is gegaan, maar uiteindelijk ben ik mee naar zijn kamer gegaan en toen is het gebeurd. Wat ik nog wel weet, is dat ik de volgende ochtend naast hem in bed wakker werd terwijl hij met zijn vrouw in Paramaribo zat te bellen. Ik voelde me toen echt rot. Natuurlijk heb ik een vreselijk schuldgevoel. Bovendien, wat ik heb gedaan is not me. Maar het is het mij niet waard om het risico te lopen alles te verliezen, door het op te biechten aan mijn man. Elke keer als ik die politicus op televisie zie, en dat is vaak, breekt het zweet mij uit. Het doet mij herinneren aan een avontuurtje dat ik eigenlijk niet wilde.”J

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Lanti is skeer

Vrees voor homofilie

Homofilisme‘Homofilisme wint terrein!’, schreeuwde Bert Eersteling onlangs in een ingezonden brief. Naar aanleiding van een Franse wet die het homohuwelijk legaliseert, vond hij het nodig de Surinaamse samenleving te waarschuwen voor ‘de doelbewuste infiltratie van homofielen in hoge bestuurlijke en wetgevende instituten’. Je hoort hem niet over moordenaars in de regering, je hoort hem niet over kwikvergiftiging van het volk. Nee, Eersteling maakt zich er druk over dat sommige mensen in het buitenland, hoewel zij van hetzelfde geslacht zijn, óók een beetje rechtszekerheid willen voor hun partner. De hele brief werkt, voor wie beter weet, vooral op de lachspieren. Maar helaas zijn zulke uitingen niet helemaal ongevaarlijk. We herinneren ons meteen weer de uitspraken van parlementariër Ronny Asabina, die voorstander was van een ‘anti-homobeleid’ in Suriname, zodat de ‘afwijking’ homoseksualiteit ‘met wortel en tak’ uitgeroeid kon worden.

Betere vergoeding voor ex-militairen

Renato CyrusEen groep van veertig ex-militairen die gewond zijn geraakt tijdens de Binnenlandse Oorlog van 1986 tot 1991, krijgt een invaliditeitsuitkering van vijfhonderd srd per maand. Andere militairen die meevochten, maar niet gewond geraakten, moeten het blijven doen met een resocialisatietoelage van tweehonderd srd. Renato Cyrus, voorzitter van de Vereniging van Ex-militairen, zegt dat het echter om meer dan veertig mannen gaat, maar velen zijn nog niet opgenomen in de administratie van de Stichting Nazorg Dienstplichtigen en Ex-militairen. De ex-militairen strijden al langer voor een verhoging van de resocialisatietoelage, want met tweehonderd srd kunnen ze volgens eigen zeggen niets doen.

 

Meer geld nodig voor toerisme

toerismeMinister Falisie Pinas van Transport, Communicatie en Toerisme (TCT) wil meer geld voor toerisme. Al jaren wordt er gesproken over het ‘boosten’ van de toerismesector. Want dat is hard nodig. Het personeel in de horeca is nog steeds onvoldoende opgeleid, de oorden en tripjes zijn te duur in relatie tot de kwaliteit en de stad is te vies voor de verwende vakantieganger. De gemiddelde toerist zal zich drie keer bedenken en uiteindelijk kiezen voor een bestemming aan zee, waar je voor het geld van een ticket naar Suriname een compleet verzorgde vakantie kunt boeken. Het punt is dat er vanuit de overheid structureel te weinig tijd en geld in wordt gestopt om van Suriname een aantrekkelijke bestemming te maken. Er worden onsamenhangende pr-campagnes en ad hoc beslissingen uitgevoerd en de broodnodige wetgeving laat op zich wachten. Het ‘Masterplan Toerisme’, waar al jaren over wordt gesproken, lijkt nog ver weg.

Sital op straat gezet

Badrissein SitalBadrissein Sital is uit de gratie. Hij werd plotseling bedankt als voorzitter van de Stichting Nationaal Rijstonderzoeks Instituut (SNRI). De reden is onduidelijk. Enigszins duister was het verleden van Sital wel. Hij werd er in de jaren tachtig van beschuldigd ‘een linkse coup’ voor te bereiden en werd veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. Uiteindelijk liet legerleider Bouterse hem na enkele maanden gaan en kwamen ze al snel weer nader tot elkaar. Sital zou daarna de leiding gehad hebben over de gewapende volksmilitie die in oktober 1982 de opdracht had stakers te bedreigen, te intimideren en te mishandelen. Ook zou Sital lid zijn geweest van de Bloedraad, een groep die de Decembermoorden van 1982 voorbereidde door onder meer de dodenlijst op te stellen. Hij staat dan ook nog altijd op de lijst van verdachten in het gedwarsboomde 8-Decemberproces.

Strengere controle op import

SGSInternationale kwaliteitswaakhond SGS S.A., voorheen Société Générale de Surveillance, staat de Surinaamse douane weer bij met het controleren van geïmporteerde goederen. De multinational houdt zich bezig met de inspectie van goederen voordat ze verscheept worden en gaat onder meer na of de goederen de waarde hebben die wordt aangegeven op de documenten. De bedoeling van deze controle door de SGS is officieel om corruptie tegen te gaan in vooral ontwikkelingslanden. Dat je bij wijze van spreken geen goedkoop gemaakte Chinese broek koopt als een Gucci. Of dat een handelaar bij de import een auto aangeeft voor vierduizend USdollar, terwijl deze in werkelijkheid achtduizend USdollar waard is en de douane dus inkomsten misloopt.

 

Belfort trekt inspecteurs voor

Edward BelfortWeer een klein schandaaltje rond minister Edward Belfort van Justitie en Politie. Hij wilde namelijk twee politie-inspecteurs buiten medeweten van de korpsleiding om laten bevorderen tot hoofdinspecteur. De twee inspecteurs waren niet in aanmerking gekomen voor bevordering, maar Belfort probeerde toch via de achterdeur een promotie voor de twee te regelen en diende de voordracht in bij de Raad van Ministers. Volgens nieuwssite Starnieuws zijn het managementteam van het Korps Politie Suriname en de Politiebond helemaal niet blij met deze actie. Korpschef Humphrey Tjin Liep Shie zou zelfs schriftelijk aan Belfort hebben gevraagd de voordracht in te trekken.

Heibel rond biologieboek

bvjHet lesboek Biologie voor jou dat eersteklassers van het mulo en LBGO onder ogen krijgen, bevat te expliciete plaatjes. Dat vinden sommige schooldirecteuren en enkele parlementariërs. De seksuele voorlichting die de jongeren krijgen voorgeschoteld aan de hand van zeer gedetailleerde illustraties van geslachtsdelen, is menigeen in het verkeerde keelgat geschoten. Vooral Carl Breeveld (DOE) is ontstemd. Hij wil dat ook de tekst wordt aangepast. “We moeten komen tot een punt van waardigheid voor onszelf. Waarom Nederlandse boeken halen met een totaal andere cultuur, terwijl we een afdeling Curriculum Ontwikkeling hebben?” Overigens delen niet alle leerkrachten die mening. Ook de scholieren zeggen er weinig moeite mee te hebben en niet op te kijken van de plaatjes. De ophef leidde tot een ordinaire ruzie tussen onderwijsminister Shirley Sitaldin en voormalig Task Force-voorzitter Eddy Jozefzoon, die elkaar verwijten verantwoordelijk te zijn voor de aanschaf van de Nederlandse boeken.

Lanti is skeer

Het geld raakt op. Sommigen geven de regering nog het voordeel van de twijfel, maar vooral wie de jaren tachtig heeft meegemaakt, ziet het doemscenario helemaal voor zich. Devaluatie, schaarste en vooral veel onduidelijkheid. Toegegeven, het is (nog) niet zo erg als toen. Maar tekenen aan de wand zijn er wel. De overheid betaalt niet iedereen meer op tijd uit, belangrijke projecten en onderhoudswerken blijven liggen. De Vereniging Surinaams Bedrijfsleven denkt dat het wel meevalt met de betalingsachterstanden van de overheid. De overheid betaalde altijd al slecht uit, relativeert ze.

De schuld van de democratie

Michael MiskinHet is allemaal de schuld van de democratie, zegt minister Michael Miskin van het ministerie van Arbeid, Technologische ontwikkeling en Milieu (ATM). Zijn ministerie heeft sinds het aantreden van de nieuwe regering nog geen enkele wet ingediend op het gebied van de arbeidswetgeving. Vijf jaar geleden werd onder de vorige regering een traject voor vernieuwing van de arbeidswetgeving ingezet. Het ging om enkele wetswijzigingen op het gebied van onder meer het lidmaatschap van vakverenigingen, arbeidsinspectie en arbeidsbemiddeling, en om enkele nieuwe wetten. Maar daarvan ligt alleen de Wet Minimumloon bij de raad van ministers. Dat komt omdat de wijzigings- en wetsvoorstellen langs enkele instanties moeten, voordat ze naar de ministerraad kunnen. En dat duurt een beetje lang, zegt Miskin. Dat komt niet door bureaucratie, nee, maar door de democratie.

Peiling: NDP en VHP scoren goed

zetelsAls er nu verkiezingen worden gehouden, komt de NDP van Desi Bouterse met 21 van de 51 beschikbare zetels als absolute winnaar uit de bus. Tenminste, dat concludeert de Stichting Enquête en Onderzoek Suriname (Sesos) op basis van een onderzoek naar het kiesgedrag van de Surinamer. De VHP komt uit op negen zetels, ABOP vier en DOE, Palu en de NPS moeten het elk met één zetel doen. Over veertien zetels kon Sesos geen oordeel vellen, die liggen nog in handen van zwevende kiezers. Een kwart van de kiezers vindt dat de NDP en VHP samen een regering moeten vormen. Over de betrouwbaarheid van de peiling bestaat veel twijfel. Zo zou Pertjajah Luhur van Somohardjo, nu goud voor zes zetels, terugvallen naar nul. Dat vindt vriend en vijand onwaarschijnlijk. Somohardjo ligt niet wakker van het onderzoek: “Alleen een dwaas kan zoiets ongeloofwaardigs aannemen. We gaan twaalf zetels halen”.

Inheemse talen bedreigd

InheemseVier Surinaams-inheemse talen worden bedreigd. Dat stelt de Unesco. Ook Lesley Artist, voorzitter van de Vereniging van Inheemse Dorpshoofden in Suriname (VIDS), trekt aan de alarmbel en eist dat de talen van de eerste bewoners van ons land niet verdwijnen. Artist vindt dat de inheemse taal zijn moedertaal is en niet het Nederlands. Hij moedigt de Surinaamse overheid aan om werk te maken van het behoud van deze talen. De Unesco meldt dat er gemiddeld zo’n zesduizend talen worden gesproken en elke twee weken één taal verdwijnt.

 

Inter Moengotapoe weer kampioen

Inter Moengotapoe mag zich voor de vierde keer in vijf jaar voetbalkampioen van Suriname noemen. Een 3-1 overwinning op Transvaal zorgde ervoor dat de club van Ronnie Brunswijk op de ranglijst niet meer in te halen is. Vijftiger Brunswijk wilde het feestje niet missen en zorgde ervoor dat hij in de basis stond. Wonderlijk genoeg met succes: hij scoorde het eerste doelpunt. Dat was overigens zijn enige wapenfeit van de avond.

 

 

 

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Fietsen in Saoedi-Arabië

Hennah Draaibaar projecteert universele cinema
in Surinaams perspectief

Fietsen in Saoedi-Arabië

Aan welke eisen moet een goede film voldoen? Wanneer is een film een goede film? Tja, dat is een erg persoonlijke vraag, want iedereen ziet het anders. Als je het mij zou vragen, zou ik het volgende zeggen: de film moet iets origineels hebben. Iets wat ik niet vaak, of misschien zelfs nog nooit heb gezien. Iets wat mij kan verbazen en laten schrikken. Iets wat ik niet verwacht, wat dus niet te voorspellen is. Wat ik ook belangrijk vind, is dat de hoofdrolspelers echt zijn. Dus daarmee bedoel ik dat ze lijken op echte mensen. Niet op acteurs. Ik moet ze kunnen geloven. Creativiteit vind ik eveneens belangrijk. Een regisseur die mij verwent met iets nieuws, origineels of aparts. En ik wil dat je me dwingt om mee te spelen in de film. Dat je me dwingt om partij te kiezen tussen goed en kwaad, de man en de vrouw, of Europa en Amerika. Over het algemeen ben ik, als ik zo’n film heb gezien, kapot of in extase. Dan voel ik de essentie in mijn buik. Dan kan ik uren napraten en analyseren. Achtereenvolgens op de stoel van de regisseur, de hoofdrolspeler of een van de andere karakters gaan zitten. Dan ben ik boos, blij of verdrietig. Of soms alle emoties tegelijk. De film Wadjda zou best zo’n film kunnen zijn. Haifaa Al Mansour, die gezien wordt als de eerste vrouwelijke filmmaker uit Saoedi-Arabië, vertelt een intiem verhaal over een meisje met grote dromen. De tienjarige Wadjda woont met haar ouders in een buitenwijk van Riyad, de hoofdstad van Saoedi-Arabië. Ondanks haar conservatieve omgeving is Wadjda een speels kind dat regelmatig de grenzen opzoekt. Wadjda wil een fiets. Een mooie groene fiets. Natuurlijk mag dit niet van haar moeder. Wat zou de gemeenschap ervan denken? Fietsen is immers niet gepast voor een meisje. Maar de jonge Wadjda geeft niet op en besluit het geld zelf bij elkaar te sparen. Haar moeder, die afgeleid wordt door de wens van haar man om een tweede vrouw te nemen, heeft nauwelijks door welke, niet altijd even geschikte, plannetjes haar dochter bedenkt om het geld te verdienen. Wadjda staat voor vele meisjes en vrouwen uit Saoedi-Arabië. Als vrouw in Saoedi-Arabië moet je vooral heel flexibel zijn en leren omgaan met een wereld die totaal anders is dan hier in Suriname. Er zijn dingen die vrouwen gewoon niet mogen, of juist verplicht zijn te doen. Dingen die wij als vanzelfsprekend beschouwen. Saoedi-Arabië is het enige land ter wereld waar vrouwen geen auto mogen rijden. Ze mogen alleen het huis uit als ze in gezelschap zijn van een mannelijk familielid. Mannen en vrouwen leven in het openbaar strikt gescheiden van elkaar. Alle vrouwen moeten een zwarte enkellange jurk dragen, de abaya. En je mag als vrouw absoluut niet zonder een hoofddoek op straat lopen. Om ervoor te zorgen dat iedereen zich aan de regels houdt, heb je zelfs een religieuze politie, de zogenaamde mutawa, die je hier op aanspreekt. Of de film heeft bijgedragen aan het feit dat vrouwen tegenwoordig in het openbaar mogen fietsen, dat weet ik niet, maar het is een gegeven. Wadjda hoeft niet meer stiekem te doen. Ze mag in het openbaar fietsen, maar alleen als het om recreatie gaat. De vrouwen moeten natuurlijk wel vergezeld worden door een mannelijk familielid en ‘volledig eerbaar gekleed zijn’. Wadjda biedt een inkijk in een andere heel gesloten gemeenschap. En de film laat meer zien dan alleen het dagelijks leven in dit oerconservatieve Islamitische land. Thema’s waar we in de hele wereld mee te maken hebben. Hoop, durf en doorzettingsvermogen.

Comments ()