Parbode

Parbode

maandag, 01 juli 2013 00:00

Porno-Sitaldin

Elke maand geeft Armand Snijders een gesprek
weer tussen president Bouterse en vicepresident
Ameerali, zoals het gegaan zou kunnen zijn

Porno-Sitaldin

B: ‘Robert, wat gebeurt er tussen Brunsie en Somo? Die maken er een flinke show van.’
A: ‘Maak je niet druk, het is zoals je zelf zegt maar een show.’
B: ‘Maar ondertussen ondergraven ze wel de illusie dat er eenheid binnen de coalitie is. Wat moet ik met die herrieschoppers? Straks stapt er eentje uit de coalitie omdat die de ander niet meer lust.
A: ‘Wie vertrouw je meer van die twee?”
B: ‘Geen van beiden. I sabi toch. Brunsie kon en kan ik wel schieten, dat heb ik een kwart eeuw geleden zelfs letterlijk geprobeerd. En Paultje is onbetrouwbaar. Maar ik ben bang dat ik binnenkort wel moet kiezen tussen die twee om baas van dit mooie land te blijven.’
A: ‘Maak je geen zorgen, het is maar een spel.’
B: ‘Maar wel een gevaarlijk spel. We hebben te maken hebben met twee veroordeelden. Foute politici dus.’ A: ‘Ik wil niet echt vervelend doen, maar jij bent toch ook veroordeeld?.
B: ‘Op wiens hand ben je nu? Die veroordeling van mij was in Nederland, dat was een politiek proces.’
A: ‘Weet ik. Toen ik nog voorzitter van de Kamer van Koophandel en Fabrieken was, had ik geen problemen met die veroordeling, nu jij mij vicepresident hebt gemaakt, zie ik in dat die veroordeling onterecht was.’
B: ‘Het is maar dat je het weet.’
A: ‘Je hebt trouwens wel grotere zorgen aan je hoofd.’
B: ‘Zoals?’
A: ‘Je minister van Onderwijs bijvoorbeeld.’
B: ‘O ja, porno-Sitaldin!’
A: ‘Die ja. Die wil geen enkele verantwoordelijkheid nemen voor wat haar ambtenaren doen, ze geeft altijd anderen de schuld. Waarom wip je haar niet?’
B: ‘Boi, dat klinkt in dit verband wel erg onsmakelijk. Ik moet er niet aan denken!’
A: ‘Even serieus nou. Het gaat om de toekomst van land en volk, in het bijzonder van onze jeugd.’
B: ‘Je hebt gelijk. Maar als ik haar eruit kieper, gaat Somo weer eisen dat ik Amafo van Sociale Zaken de wacht aanzeg. Dan krijg ik geheid gezeik met Brunsie.’
A: ‘Je zult toch door die zure appel heen moeten. Bovendien is Amafo al drie jaar nergens voor verantwoordelijk, omdat er niets op haar ministerie gebeurt.’
B: ‘Dat heeft voordelen; waar niet gehakt wordt, kunnen geen spaanders vallen.’
A: ‘Kan wel zo zijn, maar waar niet gehakt wordt, worden ook geen resultaten bereikt. En het volk begint te morren dat wij minder doen dan we drie jaar geleden hebben beloofd. Vergeet niet dat er over twee jaar verkiezingen zijn. Ik wil dan graag mijn baantje behouden, het bevalt mij wel.’
B: ‘Ai, ik weet het, het is minder stressvol voor je dan een bedrijfje leiden en opperhoofd spelen van de Kamer van Koophandel en Fabrieken.’
A: ‘Ik ben blij dat je dat begrijpt. Dus wat ga je met Sitaldin en Amafo doen?’
B: ‘Ik uhhh....’
A: ‘Ja?’
B: ‘Uhhh... Ja, ik weet het! Ik ga een speciale commissie installeren!’
A: ‘Oké... Alleen snap ik het nog niet helemaal.’
B: ‘Nou, die commissie gaat evalueren of de ministers hun werk wel goed doen. Alle zeventien, anders valt het teveel op.’
A: ‘Da’s slim.’
B: ‘En dan schrijven ze een mooi rapport waarin staat dat de twee dames er niks van bakken. En dan kan ik ze bedanken voor bewezen diensten.’
A: ‘Maar dan worden Brunsie en Somo boos.’
B: ‘Laat ze, die gaan er toch geen halszaak van maken, ze zitten veel te graag in het machtscentrum. Waarom denk je dat ze zelfs met mij een regering wilden vormen.’
A: ‘Tja, dat was wel een beetje gek.’
B: ‘En ik ontsla ze pas begin augustus; dan is Somo te druk met zijn Javaanse immigratie-gedoe, Brunsie met dollars strooien bij het optreden van Rihanna.’
A: ‘Da’s helemaal slim, zo ken ik je weer.’
B: ‘Wat een vleierij! Maar dank je, want je hebt gelijk. Ik ben immers niet voor niets Baas geworden.’

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

De dans van de vrijheid

Schrijver en publicist Karin Lachmising
opereert in het maatschappelijk middenveld als
‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’

De dans van de vrijheid

‘Taking the lead’

Taking the lead

“Ik heb een afspraak om elf uur.” Ik had denk ik een beetje paniekerig geklonken want de zuster zond mij een blik waaruit ik begreep dat ik vooral rustig moest blijven zitten en wachten. ‘Ja, ja, zit mooi no’ dacht ik nog, maar ik slikte deze sarcastisch bedoelde woorden snel in. Het is een van die zinnen die vaker gebruikt worden om kinderen te vermanen die onrustig heen en weer wiebelend wachten tot de ‘grote mensen’ uitgepraat zijn. Ik bleef wachten op de oproep van de zuster, maar naarmate de tijd verstreek, voelde het verlies van controle over mijn tijd als een lichte vorm van vrijheidsberoving. Want betekent vrijheid geen controle over je eigen leven, en wanneer lange wachttijden mijn dag beïnvloeden, wie heeft er dan nog de leiding over de zo door mij gekoesterde vrijheid? Hoewel handige cellulairs de wachttijd gedeeltelijk kunnen invullen, voel je de wachtkamer zuchten onder het gewicht van urenlang wachten, staren, indutten, ronddraaien en niet meer ‘mooi’ zitten. Hoe makkelijk wordt wachten een gewoonte. Alsof onproductieve tijd een normaal onderdeel van onze dagelijkse routine zou moeten zijn en we geen recht hebben op een betere invulling van onze dagen. Hoeveel van ons die uren wachtend doorbrengen, zouden eigenlijk niet liever een systeem prefereren van afspraken en tijden, een manier die je de controle over je tijd, en dus je leven laat behouden. Sommige patiënten vertrekken al in de vroege ochtenduren van huis met het idee ‘hoe vroeger hoe beter’, alsof het om de eerste rij van een concert gaat. Maar hoe vroeger hoe langer, blijkt in de praktijk. Onterecht denken we vaak dat het onwil is van de man of vrouw achter het loket. In een later aftastend gesprek met de zuster bleek zij zich terdege schuldig te voelen over de vele uren die patiënten dagelijks aan de andere kant van het goed afgeschermde zusterskamertje doorbrengen. Zonder een passend antwoord op ‘hoe laat?’ en ‘hoe lang nog?’, vermeed ze het liefst vragen van onrustig wachtende patiënten en bleef het nut van de tijd op de witte afspraakkaart in vaagheid gehuld. Zelf een mogelijkheid bedenken om het bezoek voor patiënten aangenamer te maken, dat leek haar wel zinvol maar beschouwde ze niet als een taak die van haar gevraagd werd. Het zou fijn zijn als zij juist wel degene was die het op zich zou nemen om het wachten te verkorten, om aan de behoeften van vele patiënten tegemoet te komen, waardoor ze vriendelijke gezichten vanachter haar raampje zou aanschouwen en met een voldaan gevoel van een efficiënte werkdag naar huis kon gaan. Wordt zij wel gestimuleerd door haar leidinggevenden om de ruimte te nemen haar capaciteiten als ‘de eerste contactpersoon’ met patiënten, verder uit te bouwen? Voor het schoolbestuur van de Evangelische Broeder Gemeenschap (EBGS) is de bewustwording van je eigen capaciteit en mogelijkheden één van de belangrijke aandachtspunten in de vorming van haar leerkrachten. In retraitesessies met de EBGSschoolleiders richt ze zich op een structurele vorming van haar leerkrachten, waardoor zij beter in staat zijn om de mogelijkheden van elk jong individu optimaal tot uiting te laten komen. Voor de aanvang van het derde en laatste kwartaal van dit schooljaar kwamen ruim tachtig schoolleiders van de EBGS vanuit het hele land bij elkaar om zichzelf te bekwamen in betere communicatie met allen die betrokken zijn bij de vorming van het jonge kind. “Wij willen de aanpak van het onderwijs niet overlaten aan anderen, wij beginnen alvast bij onze eigen mogelijkheden, de capaciteiten die elk van ons in zich heeft om zich verder te ontwikkelen”, was een uitspraak tijdens een van de communicatiesessies. Het oogst enige bewondering dat leerkrachten in de vakantie hun tijd voor een dergelijke sessie nemen. Onze leerkrachten hebben de zware taak jonge mensen geloof in zichzelf bij te brengen. Een uitdaging als we bedenken dat een groot deel van onze schoolleiders, vooral in het binnenland, staat voor gecompliceerde sociale omstandigheden van leerlingen. Jongeren die vanwege hun thuissituatie de school niet kunnen bezoeken of die door de sociale omstandigheden gedemotiveerd zijn en geen inspiratie vanuit hun omgeving halen om deel te nemen aan de lessen. Daarbovenop zien leerkrachten zich soms ook nog geconfronteerd met slechte werkomstandigheden, zoals het ontbreken van goed voorziene leerkrachtenwoningen, schoolbehuizing of up-to date lesmateriaal. Complexe omstandigheden waarin leerkrachten zich met blijvende overtuigingskracht moeten inzetten, vraagt van hen passie en uithoudingsvermogen. Net als in de film ‘Taking the lead’, waarin een dansdocent jongeren bewust probeert te maken van hun eigen kunnen, blijven leerkrachten zoeken naar verschillende methode voor betere resultaten. In deze film, die het verhaal vertelt van de missie van de bekende ballroom-dansdocent Pierre Dulain, draait het om een groep wachtende jongeren in een strafklas van de middelbare school. Zonder enig geloof in zichzelf verwachten zij niets anders dan een strenge aanpak door de strafklasdocent. De komst van een dansleraar brengt daarom enige hilariteit. Pierre Dulain, gespeeld door Antonio Banderas, ontwikkelt de sociale capaciteiten van deze jongeren door middel van dans. De Dulain-methode houdt in dat kinderen worden geïnstrueerd volgens een programma dat samenvalt met hun ontwikkelingsbehoeften. Pierre Dulains dansles brengt letterlijk beweging in de groep. In een interview met de BBC, de Engelse nieuwszender, antwoordt Dulain op de vraag waar hij naar streeft: “Mijn doel is dames en heren afleveren”. Het gaat bij Dulain in eerste instantie niet om het klaarstomen van toekomstige danskampioenen, maar om vorming van jong-volwassenen. Dames en heren, die controle over hun eigen leven hebben en daardoor de vrijheid voelen om keuzes te maken. “Als zij ververvolgens kiezen om met dans verder te gaan, is dat hun vrije keus”, geeft Dulain aan. Zo’n vrijheid was even voelbaar tijdens de dansvoorstelling die in het kader van Wereld Dansdag op 29 april werd georganiseerd. Honderd kinderen van verschillende kindertehuizen hadden meegedaan aan workshops, gegeven door dansdocenten van de danswerkplaats ArtLab. De uiteindelijke voorstelling resulteerde niet in een groep van honderd dansers. Wel in een groep vrije kinderen op een podium. Met soms een klein beetje schuchtere en niet altijd mooie bewegingen, raakten deze kinderen mij. Niet door het feit dat ze in de spotlight stonden en ook niet vanwege hun aanwezigheid op een groot podium. Ik denk zelfs dat ze op elke plek waar ze hun kunnen hadden laten zien, tot hun recht waren gekomen. Maar het ging om het gevoel dat oversloeg vooraf en na de voorstelling: het gevoel dat ze vrij waren om zichzelf zo goed als het kon te manifesteren. Ze hadden het voor mij een vrijheidsvoorstelling mogen noemen, die niet zoveel met perfecte dans te maken had, maar wel met de beweging van ons innerlijke zelf volgens het gedachtegoed van Dulain. Geen wonder dat juist onze kleintjes, die nog het dichtst bij de natuur staan, onbewust overtuigd zijn van hun mogelijkheden en daarom vinden dat ze het beste verdienen. Taking the lead betekent dan ook vooral een dansende beweging van vrije keuzes. Laten we dus in deze maand van ons vrijheidsfeest, onze mogelijkheden verkennen met de vrijheid die we hebben en vooral … niet ‘mooi blijven zitten’.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Grote Ruzie

Pim de la Parra is paradoxaal. Hij is nergens voor
en nergens tegen. Eenvoudige parralogica

Grote Ruzie

Bestelieve lezer en lezeres, laatst kreeg ik tot mijn stomme verbazing Grote Ruzie met een jarenlange vriend, alleen maar omdat hij de mening was toegedaan dat ik hem belachelijk had gemaakt. We zaten op een donderdagavond in het gezelschap van een zestal owru mati’s op het balkon van zijn woning op boiti, toen er tussen ons opeens een woordenwisseling ontstond die je niet meer vriendschappelijk kon noemen. Als vriendenclub waren we overeengekomen om onderwerpen van politieke aard met rust te laten en ons liever bezig te houden met diepgravender kwesties, zoals de eeuwig problematische verhouding tussen mannen en vrouwen. Eerder op die avond had ik beweerd dat het dagelijkse leven in de laatste twee à drie eeuwen voor de meeste mensen zo veeleisend en gecompliceerd is geworden, dat vrouwen en mannen vergeten zijn hoe ze met elkaar moeten vrijen. Mijn vriend, vader van vijf kinderen bij evenveel vrouwen, had zich hier gretig tegen verzet en eigenlijk was hij het die had geprobeerd mij belachelijk te maken, door te zeggen dat iedereen direct kon zien dat ik een muis was, en geen man. Daar konden we allemaal hartelijk om lachen, maar toen ik zei “Wat je zegt, dat ben je zelf, brada”, sprong hij opeens op, kwam voor me staan, en begon me zomaar uit te schelden. Dat ging echt te ver en onze vrienden maanden hem dan ook om zich niet zo opgefokt te gedragen, maar het was alsof hij door een kwade geest was bevangen, alsof er een winti over hem was gekomen. Als een dolleman begon hij rondjes op zijn balkon te lopen en nam een paar forse slokken uit een fles Red Label-whisky, alsof hij zich moed wilde indrinken om mij tot een gevecht uit te dagen. De situatie was volkomen bespottelijk en ik wist me geen raad met mezelf en besloot te zwijgen. Terwijl de anderen hun best deden om hem te kalmeren, raakte hij hierdoor nog meer van de kook en schreeuwde hij dat hij altijd al had geweten dat ik met Stella, een van zijn vijf vrouwen, had gerotzooid. Ik stond perplex, was vastbesloten om op te stappen, maar dan moest er een taxi worden gebeld, want ik was met een van de anderen meegereden en wilde die niet dwingen om nu al weg te gaan. Meewarig keek ik naar mijn mati van vele jaren en schudde mijn hoofd toen ik zag dat hij echt geloofde dat deze Stella hem met mij zou hebben bedrogen, wat toch niet het geval was. Ik stak twee vingers van de rechterhand omhoog en zei: “Ik zweer bij God dat Stella en ik nooit iets met elkaar hebben gehad. Je zei toch zelf dat ik een muis ben, en geen man!” Er werd ongemakkelijk gelachen en toen kwam hij met uitgestrekte rechterhand en een priemende wijsvinger naar me toe: “Verdwijn! Maak dat je wegkomt! Ik wil je nooit meer zien, leugenaar!” Niemand kon meer lachen en hoewel de andere vrienden de avond niet zo wilden laten eindigen, liet ik blijken vastbesloten te zijn en zei dat ik aan de grote weg verderop wel een taxi zou vinden. En liep toen weg, als iemand die zojuist een Grote Nederlaag heeft geleden. Terwijl ik over het zandpad liep in de richting van de Highway, kwamen er vanzelf flitsen van Stella naar boven van meer dan twintig jaar geleden. Opeens moest ik naar adem happen en zag Stella achter het stuur van haar auto terwijl ze mij naar mijn hotel reed in het centrum van Willemstad, Curaçao. En ja, ze heeft me toen voorgesteld met mij mee te gaan naar mijn kamer. En dat heb ik toen afgeslagen, omdat ze de vrouw was van hem, mijn owru mati... Lievebeste lezeres en lezer, ondertussen is de Grote Ruzie tussen mij en deze mati nog niet veranderd. Inmiddels heb ik met alle andere vrienden gebeld, en het ziet ernaar uit dat onze vriendenclub uiteen valt. Er is niets aan te doen. ‘Vreugde bindt; verdriet scheidt’, las ik vandaag op een tegeltje in het woonhuis van een oude tante. Er blijft nog deze vraag over: zou ‘ik’ er misschien toch beter aan hebben gedaan om toen met Stella de sterren van de hemel te hebben geboemst? Dank voor je aandacht en wees gezegend.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Van pubertjes en blonde juffen

Menno Marrenga woont al
tientallen jaren langs de Boven-Surinamerivier.
Hij deelt zijn belevenissen met de lezers.
Deze maand de laatste aflevering

Van pubertjes en blonde juffen

Saamaka“Er zijn nieuwe Amerikanen in het andere dorp”, vertelde Kodjo me. Maar Peace Corps stopt ermee – “In sommige landen werkt het beter dan in andere”, zoals een van hen dat eufemistisch toelichtte. “Wat doen ze?”, vroeg ik. “Ze geven les op school.” Nog vreemder: Peace Corpsers spreken Engels en leren Saamaka, maar de schooltaal is Nederlands. “Hoe groeten ze?”, vroeg ik. Want ze hebben een eigen accent; ze zeggen ‘ooh day now’ in plaats van ‘u dé nò’. De truc om vriend en vijand te onderscheiden door het accent is Oude- Testamentisch maar werkt nog steeds. “Ze zeggen ‘doei’”, antwoordde Kodjo en toen begreep ik het: Hollandse stagiaires zijn nu ook tot hier doorgedrongen. “Blond?” Jazeker. En na schooltijd gaan ze zwemmen, in de rivier. Met de kinderen. “We spelen tikkertje. Ze vinden het fijn als we hen onder water betasten.” Niet alles wat Kodjo zegt geloof ik. Bosnegerjongetjes zijn wel leergierig, zitten overal aan, maar ze zijn beresterk en mollen alles. Zelfs mijn zware bankschroef hebben ze stuk gekregen. Ik denk niet dat die stagiaires destructief onderzoek fijn vinden. Ze zullen het wel opgevat hebben als ongelukkig gericht aftikken – dat kan gebeuren tijdens het spel. Zo’n tastend knaapje geef je een lel, maar op Hollandse kweekschool leren ze dat dat niet mag. De Saamaka pubertjes missen die lel en hun fantasie slaat op hol. “Betasten ze jou ook?”, is mijn controlevraag. “Nee!” Kodjo was geschokt. “Wijven moeten van me afblijven.” “Sabora ook?” Sabora is Kodjo’s meisje. Zegt hij. Ook dat neem ik met een korreltje zout: meiden van vijftien zien jongetjes van veertien niet staan.“Sabora splijt ik tot ze gilt van pijn. Maar ze mag me niet aanraken of zien.” Kodjo heeft die vertederende mix van preutsheid en vuilbekkerij. Twee jaar geleden baadde hij nog onbevangen spiernaakt, daarna een tijdje met een handje voor de onderbuik en tegenwoordig in schoolhemd en spijkerbroek. Volgend jaar misschien ook met telefoon, om het alarmnummer te draaien als Sabora te dicht bij komt. Maar wijven splijt hij: als brandhout met een bijl. Je zal toch maar pubertje zijn in een dorp waar oma’s en juffen de baas zijn. Als zo’n juf hem aankijkt wordt hij verlegen, maar hij moet de macho uithangen voor het laatste restje zelfrespect. “Kunnen die stagiaires goed lesgeven?”, vraag ik verder. Want ‘lesgeven’ en ‘de baas zijn’ is hetzelfde. Denken de leerlingen. Wie het hardst mept en schreeuwt is de beste onderwijzer. “Ze kunnen er niets van”, schampert Kodjo. “We schelden hen uit en dat verstaan ze niet. Dan brengen ze ons naar het hoofd, die verstaat het wel.” “Dan zeg je toch dat je de juffrouw beleefd hebt gegroet?” Ik ben ook jong geweest, lang geleden. “Het hoofd weet wanneer we liegen. Hij is niet eerlijk.” Dat is een wending die ik niet volg, dus ik vraag toelichting. “Hij weet dat we de juffen betasten. Maar hij wil hen zelf splijten. Daarom mogen we na schooltijd niet baden. Dat moeten we in ons eigen dorp doen, zegt hij. De jongens van het schooldorp mogen wel en wij niet. Ze betasten de juffen en lachen ons uit. Dat is niet eerlijk.” Ik begrijp het hoofd wel. Dit soort verhalen tasten het gezag aan. Hij moet dus optreden. Er zijn drie stagiares, alle drie Hollanders: zelfverzekerd, superieur geschoold. Die kan hij niets verbieden. De kinderen van het schooldorp zijn thuis, hebben rechten. De schoolkinderen van het andere dorp niet, die staan onder zijn gezag. Hen verbiedt hij te baden met de juffen. Dat is een halve oplossing, maar halve oplossingen zijn we gewend. Dit was vorige week. Vanmiddag moeten de dorpshoofden vergaderen. Want er was een grote vechtpartij tussen de schooljongens: ons dorp tegen het schooldorp. Niemand kan me vertellen wat de aanleiding was. Ik denk dat ik het wel weet.

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

Lukuman

Schrijver en columnist RAPPA legt iedere maand
de Surinaamse samenleving op de pijnbank

Lukuman

De uitspraak: loekoemang. De betekenis: in de winti-religie wordt met ‘lukuman’ de winti-priester oftewel de medicijnman (in feite een onjuist synoniem) bedoeld die een diagnose kan stellen en bepaalde voorspellingen op geestelijk vlak kan doen. Bijvoorbeeld waarom iemand steeds pech heeft als hij of zij iets onderneemt of waarom een vrouw steeds overhoop ligt met haar ene dochter. De winti-religie is afkomstig van de natuurgodsdienst (ook zo’n vreemde omschrijving) die de Afrikaanse slaven meebrachten. Toen kwam de Westerse godsdienst en alles wat daar niets mee te maken had, werd als heidens, afgoderij, geestenopwekkend, in-trancerakerij afgekeurd, vervloekt, verbannen en verguisD; zo ook de winti-religie en het belijden daarvan. Dat werd in de koloniale tijd zelfs bij wet verboden. Alleen de wijze hoe de paters en dominees God zagen en tot Hem kwamen, was geaccepteerd. Zij kenden geen winti, al gingen ze soms schuimbekkend tekeer tegen de duivel en het vagevuur, en maakten zij hun volgelingen Godsvrezend (zoals: ‘God gaat je kanker aan je ruggengraat of rechterhand geven als je nog vaker masturbeert’, terwijl dat de meest veilige vorm van klaarkomen is), waardoor velen met levensgrote en levenslange complexen en trauma’s hebben geleefd en nog leven. Geen wonder dat vele gelovigen zich bleven (en blijven) wenden tot de lukuman. Vaak wordt hun goedgelovigheid echter door allerlei nep-lukumannen (nooit gehoord van lukuvrouwen?) flink misbruikt. Zo ook enkele maanden geleden. Een lukuman, ene R.D., had een goedgelovige ziel wijsgemaakt dat hij een droom had gehad waarin op een bepaalde plek onder een kankantrieboom goud te vinden zou zijn. Natuurlijk wilde die goedgelovige, dorstig naar goud, van R.D. weten waar die goudschat precies lag. Dat was mogelijk, maar dan moest er eerst een offer gebracht worden; dan kon die lukuman scherper dromen. Alvast moest de goedgelovige een gouden beeldje in de vorm van een slang laten gieten. Daarnaast waren nodig: twee gouden vingerringen, een gouden armband, een gouden halsketting en een bedrag in Surinaamse dollars en in euro. De lichtgelovige ging hiermee akkoord en bracht al het gevraagde na enige tijd voor R.D. Deze slachtte toen een haan en sprenkelde diens bloed op het gouden beeldje. Daarbij werden bezwerende spreuken geuit. Daarna wikkelde de helderziende de waardevolle spullen in een doek, legde het geheel in een mandje en plaatste dat achter de woning van de goudlustige. Deze moest verder als onderdeel van het ritueel naar vijf verschillende bars gaan om zich tegoed te doen aan alcohol. Verder mocht betrokkene twee dagen lang niet in de buurt van het mandje komen en vervolgens moest Zijne Goedgelovigheid negen dagen lang na zonsondergang daar bidden, anders zou de bezwering geen effect hebben. De goudhongerige voldeed trouw aan alle voorschriften. Maar na een paar dagen bidden, begon onze brave broeder argwaan te krijgen, lont te ruiken. Alsof iets hem zei: ‘Luku, kijk in het mandje’. Hij keek: mandje leeg, goud weg. Toen: lukuman onvindbaar. De benadeelde deed meteen aangifte bij de politie en zowaar: een paar weken daarna werd de lukuman-oplichter aangehouden. Hij was ‘even’ voor zaken naar het buitenland gegaan. De politie begon hem aan zijn hand en tand te voelen. ‘Ik heb pas gedroomd dat dat goud uit dat mandje is verdwenen. En ik heb gezien wie dat deed. Daarom ben ik lukuman, toch? Het is een geest, ja, die heeft het gedaan.’ Onze gouddief wist zelfs de naam van die geest: die heette ‘Bigi Ede’, oftewel ‘Groot Hoofd’. Je moet wel lef hebben om anno 2013 zo’n verhaal tegenover de Zonen en Dochters van Hermandad op te dissen; wij zeggen: yu’m abi drey ay: je moet droge ogen hebben. Het is duidelijk dat R.D. meteen werd ingesloten op verdenking van diefstal van gouden sieraden. Nu krijgt hij z’n dromen in de cel. En onze arme benadeelde die zo te zien teveel goud en geloof had, heeft er nu aardig wat minder van. Maar don’t worry, het goud ligt nog onder de kankantrie.

 

Comments ()
maandag, 01 juli 2013 00:00

‘Zielige bosnegers’

Het draait in het leven vooral om
Faya (vuur) en Lobi (liefde)

‘Zielige bosnegers’

Ik had onlangs het bijzondere voorrecht om een kleine week te gast te zijn in Saamaka, het Boven-Surinamegebied. Niet als toerist, maar als journalist. Dus zonder gekunstelde dansjes, ook geen thee uit een kopje, voor de rest eten wat er toevallig voorhanden is en slapen in een hangmat in een simpel onderkomen. Ongekend gastvrij ontvangen door de plaatselijke bevolking, die mij deelgenoot maakte van haar leefwereld. Een leefwereld waar stadsmensen (incluis mijzelf) akelig weinig van weten en helaas maar al te vaak niet begrijpend op neerkijken. ‘Die bosnegers’ zijn dom en hebben van civilisatie en vooruitgang maar weinig kaas gegeten, zo wordt door de verwesterde mens vaak beweerd. Stichtingen en andere clubjes in Paramaribo en het buitenland hebben er daarom een sport van gemaakt ‘die arme Marrons’ van alles en nog wat te komen leren. Aangespoord door donoren, zoals ambassades en organisaties van de Verenigde Naties, dienen ze dikke projectvoorstellen in, krijgen vervolgens een zak geld en trekken de jungle in. Dat het vaak nauwelijks resultaat oplevert, is bijzaak. Na afronding van zo’n project dienen ze even enthousiast een nieuw voorstel in, waarna het hele circus opnieuw begint. Wie er vooral beter van worden, zijn de mensen van de donorgelden slurpende organisaties. Die ontvangen vette vergoedingen om hun wijsheden in het bos over te brengen. De lokale bevolking is wel blij met al die aandacht, maar heeft er meestal weinig aan. Zo denken vrouwenbewegingen uit de stad dat ze de plaatselijke vrouwen wel even kunnen leren hoe ze een kostgrondje efficiënt moeten bewerken. Dat doen de mensen van Saamaka al eeuwenlang zonder ooit echt honger te hebben geleden, dus dat is een behoorlijk overbodig project. Het is zoiets als een ervaren fietsenmaker een training banden lappen geven. Of wat te denken van die Duitse deskundige die, uitgenodigd door een ‘belangrijk bedrijf’ in Paramaribo, Saamakamannen kwam leren hoe ze een boom moeten omzagen. De mannen hadden nog maanden napret over de onwetendheid van de ‘deskundige’, die ze heeft gewezen op de valrichting van een boom. Dat die boom uiteindelijk ook een andere kant kan opvallen vanwege lianen en andere jungle-obstakels, hebben ze hem uit beleefdheid maar niet verteld. Zo zijn Saamaka-mensen... Ze vinden het verder wel gezellig, het zorgt voor wat leven in de dorpen. En dus laten ze het waanidee van al die ‘deskundigen’, dat ze hun eigen boontjes niet kunnen doppen, maar bestaan. Slimme mensen weten echter beter.

 

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Cultuur&Zo

 

Nieuwe tentoonstelling Villa Zapakara: 'De Qi van China’ 

draakEr zijn onlangs in Paramaribo twee containers aangekomen: één van het Tropenmuseum Junior in Amsterdam, waar Villa Zapakara al vanaf de oprichting nauw mee samenwerkt en waarvan ook nu een flink deel voor deze tentoonstelling werd overgenomen, en een container uit China, die de Surinaamse museummedewerkers ter plekke vulden met prachtige voorwerpen. Deze tweede container werd verscheept door Soeng Ngie baas Micle Fung, altijd actief op cultureel (en culinair) gebied. Het kindermuseum heeft namelijk ook nu weer veel ondersteuning gekregen, en terecht, want dit is een project in Suriname waar donoren ‘waar voor hun geld’ krijgen! De vorige tentoonstelling over India trok bijvoorbeeld 22.000 bezoekers, een groot succes, waardoor ook de Nederlandse ambassade weer voor drie jaar geld toezegde, terwijl ze overal op moeten bezuinigen. Dat zegt wel iets. Centraal in de nieuwe tentoonstelling staat ‘qi’, van chi kung, waarin chi de betekenis heeft van ‘levensenergie’, en in het Chinees uitgesproken wordt als ‘tsjie’. Deze levensenergie is voor Chinezen belangrijk, denk bijvoorbeeld aan tai chi, een populaire ‘gymnastiek’ waarbij langzame bewegingen in een vaste volgorde worden uitgevoerd. Tai chi komt voort uit de filosofie van yin en yang, de Chinese voorstelling van kosmische dualiteit, waarbij yin vrouwelijkheid (aarde, koude, het noorden, vochtigheid) symboliseert en yang mannelijkheid (hemel, warmte, het zuiden, droogte). Het zijn niet alleen tegenstellingen, maar vooral elkaar aanvullende waarden (volgens Wikipedia). Geen eenvoudige kost voor kinderen misschien, maar waarom zou je voor hen de lat laag leggen? Villa Zapakara heeft zich toegelegd op het ‘boeiend maken van de wereld’ voor kinderen vanaf zes jaar en zodoende legt directeur Dakaya Lenz uit welke nieuwe avonturen de kinderen straks te wachten staan: “Ze zijn familie van de draak, moeten zaken doen in het moderne China, treden op in een karaokebar en gaan Chinese snacks klaarmaken. Ook maken ze kennis met het theeritueel, werken ze in een paraplufabriek, leren ze kalligraferen en terracotta soldaten maken.” Zelf dingen doen dus, maar ook even uitrusten in de mediatheek waar de film wordt vertoond die door de museummedewerkers in China zelf gemaakt is. In deze, een kwartier durende film laten twee jonge meisjes zien wat qi voor hen betekent. Eén van beiden was veel ziek, maar nu ze aan kung fu doet, voelt ze zich veel sterker. Het andere meisje komt uit een bekende kalligrafie familie en treedt met succes in de voetsporen van haar voorouders. Door de schrijfkunst leert ze zich ontspannen en kan ze zich beter concentreren op school. De film is op dvd, samen met het andere lesmateriaal, naar scholen gestuurd, zodat de kinderen zich al op het bezoek kunnen verheugen. Zo is de afgelopen maanden keihard gewerkt. Er zijn nieuwe decors geplaatst en alles is opnieuw ingericht. De levensgrote terracotta beelden van het ondergrondse leger van de eerste keizer van China staan opgesteld en de draak Long hangt aan het plafond. Er is een Chinese apotheek nagebouwd met tientallen laatjes vol traditionele Chinese geneesmiddelen (trouwens, ook in het echt zijn deze winkels nog steeds te vinden in Paramaribo). Het gaat goed met het museum. De openingstentoonstelling, gewijd aan de Ashanticultuur in Ghana, trok zeventienduizend bezoekers. Daarna ‘Ster in de stad’, over de metropool Bombay in India, met 22.000. Dakaya: “Er zit groei in, ook omdat we steeds bekender worden. Alleen kunnen we niet alles beeldenbewaren, dus enkele voorwerpen van de eerste tentoonstelling hebben we aan culturele instellingen geschonken, een paar juweeltjes uitgezonderd, die sieren nu de kantine. We hopen in de toekomst themakamers te kunnen maken, zodat van elke tentoonstelling toch iets bewaard blijft. Dat de bezoekers ook later nog een keer de sfeer kunnen proeven.” De opening is op 3 augustus, iets eerder dan normaal om volop mee te kunnen doen met Carifesta. Dat daarna de vakantieperiode begint is voor Villa Zapakara geen bezwaar, want aldus Dakaya: “We hebben sinds vorig jaar in de vakanties een weekpas, daar hebben toen aardig wat kinderen gebruik van gemaakt. Ook in de vakantie proberen we kinderen hiernaartoe te halen als hun ouders werken. Dan is het een uitkomst als hun kinderen een hele week van acht tot vier uur op een leuke en educatieve manier bezig gehouden worden.”

 

Villa Zapakara
Prins Hendrikstraat 17b (Ons Erf)
www.villazapakara.com

De memoires van Ruben Rozendaal

Ruben RozendaalMede-couppleger in 1980 en altijd loyaal gebleven aan Bouterse, tot hij op de valreep, met de dood in de ogen – tenminste zo zei hij het zelf, hij lijdt aan zwaar nierfalen – toch nog over de Decembermoorden ging getuigen voor de Krijgsraad. Terwijl vrijwel iedereen na dertig jaar problemen had gekregen met het geheugen, behalve dan onder elkaar op feestjes en partijen, vertelde Rozendaal de rechtbank onbekommerd dat Bouterse zelf bij de moorden aanwezig was geweest. Het effect was overdonderend. De paniek greep om zich heen, anders valt niet te verklaren dat de Amnestiewet zo snel werd ingediend en aangenomen. Wij van Parbode wisten al een tijd dat Rozendaal schoon schip wilde maken en hadden hem voor de rechtszitting op de redactie uitgenodigd. Het werd een mooi interview en de editie vloog de winkels uit, maar er blijft een verschil tussen een opinieblad en een boek. Een boek ligt langer en er wordt uit geciteerd. Dus waren we niet vergeten dat Rozendaal tijdens het interview vertelde met een boek bezig te zijn. Een soort memoires. Dat hij zijn herinneringen uit die lange periode aan de secretaris van de Nierstichting dicteerde en dat het onthullend zou zijn. Hoe ver hij dan al was? Nog niet zo ver, antwoordde hij toen, maar of we alvast een voorschot wilden betalen. Hoewel wij zelden meteen in de startblokken springen bij aangeboden manuscripten, was onze belangstelling gewekt. Historisch gezien interessant als een couppleger zijn verhaal vertelt en het zou absoluut goed verkopen, tot in Nederland aan toe. We bespraken alvast de opzet van het boek. Dat het een autobiografie zou zijn met nadruk op de periode 1970-1990 en dat het onthullend zou zijn, want er zijn meer revolutieboeken. We beloofden het boek uit te brengen in Suriname, Nederland, België en de Antillen, en dat we het uitgebreid zouden promoten. Toch vonden we het voorschot riskant, ook omdat een ander scenario mogelijk was. Want zou het misschien een verkapt dreigement van Rozendaal zijn? Zou hij nog niets geschreven hebben, maar Bouterse onder druk willen zetten om – berooid als hij was – met geld over de brug te komen? Waren wij niets meer dan boodschappers? En zouden we als kleine uitgeverij ooit op kunnen bieden tegen een Bouterse, die vast meer wil betalen als er juist niets gepubliceerd wordt? We besloten geen voorschot te verstrekken. Heeft de amnestiewet hier, en Ruben Rozendaal 1internationaal, voor veel ophef gezorgd, toch liggen er voor geschiedschrijvers en uitgevers opeens nieuwe kansen. Want als niemand meer gestraft kan worden en als daarvoor in de plaats een waarheidscommissie tot verzoening moet leiden, dan kan iedereen nu toch openheid van zaken geven? Op dit effect van de Amnestiewet hebben de coupplegers zich verkeken, want al ontloop je de cel, je staat wel eeuwig te boek. Er zijn de afgelopen jaren in de Surinaamse media nogal wat mensen de revue gepasseerd die niets durfden te vertellen over de militaire periode. Interessant wat die gaan doen, krijgen we nu de echte verhalen te horen, de waarheid? We lezen er nog weinig over, maar dat kan aan de media zelf liggen. Laten wij dan maar beginnen en eens bij Rozendaal thuis langs rijden. Hij blijkt er niet meer te wonen. We bellen hem, maar hij neemt niet op. Dat klinkt niet best, want hoe zou het met zijn gezondheid zijn? Dan belt Ruben Rozendaal opeens terug. Het gaat goed met hem! En hoe is het met uw boek? Hij is er nog mee bezig. Kunnen we misschien al een hoofdstuk publiceren in de Parbode? Dat blijkt lastig nu. Hij wil er eigenlijk niet over praten, maar we konden over een half jaar nog wel eens terugbellen. De memoires van Ruben Rozendaal laten dus op zich wachten. Iemand anders dan maar? We wachten af.

 

Jaap Hoogendam houdt de lezers op de hoogte van interessante ontwikkelingen op cultuurgebied

 

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Sranan Gowtu

Sranan Gowtu

Sranan GowtuHet streven is in den beginne natuurlijk al lovenswaardig: als platenbaas van een bekend Nederlands hiphoplabel de taak op je nemen om de nalatenschap van de Surinaamse muziekgeschiedenis te hoeden en onder de aandacht te brengen van een nieuw publiek. De platenbaas in kwestie is Kees de Koning van Top Notch, het album dat hij halverwege juni met een grote publiciteitscampagne de Nederlandse markt op bracht, heet Sranan Gowtu. Het idee hiertoe ontstond – zo heeft hij in verschillende media uitgelegd – toen De Koning in zijn jonge jaren door de Amsterdamse Pijp dwaalde en uit platenzaken geregeld de opzwepende klanken hoorde van voor hem onbekende bands met spannende namen als Master Blaster, Happy Boys en Iwan Esseboom & The Funmasters. Toen hij vele jaren later op zoek ging naar deze muziek kwam hij tot een schokkende conclusie: bijna niets viel te achterhalen. In de moderne muziekwinkel niet, op rommelmarkten niet en op internet ook niet. Daarom nam hij Edgar Burgos in de arm om samen met hem een staalkaart samen te stellen van de mooiste en grootste hits van Surinaamse bodem met als doel om deze muziek van de vergetelheid te redden. Daarin zijn ze geslaagd. Sranan Gowtu is een verzamelaar geworden met zeventien nummers van verschillende artiesten en moet als voorloper dienen van nog te verschijnen Best ofalbums van Lieve Hugo, Max Nijman, Max Woiski sr. en Trafassi. Op Sranan Gowtu zijn de grootste hits van deze heren te horen, maar ook die van jongere helden als Damaru, Aptijt en La Rouge. De vakbekwaamheid van deze artiesten kan niet in twijfel worden getrokken en Burgos heeft keurig alle grote namen en hun grootste hits geselecteerd. Zo is het een compleet album geworden waarin de luisteraar in een hoog tempo door de muziekgeschiedenis van Suriname wandelt – van de kaseko van Esseboom, tot de soul van Nijman, naar de warm ritmische kawinaklanken van La Rouge. Maar hier schuilt ook een gevaar in: voor diegene die al bekend is met de Surinaamse muziekgeschiedenis zit er misschien te weinig verrassing in het album. Een zwak punt van het album is zonder meer de hoes. De opmaak is mooi, maar vooral voor mensen die minder bekend zijn met de geschiedenis van het Surinaamse lied, is achtergrondinformatie nodig. De kans om die te geven en in een historische context te plaatsen is volledig gemist. Behalve een dankwoord valt er niets te lezen en dat is ronduit slordig. Desalniettemin is Sranan Gowtu het startschot van een geweldig project en het is een album geworden dat een waardevolle aanvulling is in de platenkast voor iedereen die de Surinaamse muziek wil ontdekken – of trots is op het Surinaamse goud.

Sranan Gowtu, diverse artiesten, 2013, Top Notch

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

Ko Bo Go

Ko Bo Go

Ko Bo GoAf en toe kun je verrast worden door een documentaire waarvan nauwelijks nog iemand het bestaan af weet. Zo kreeg ik onlangs bij toeval Ko bo go in handen, Saramaccaans voor ‘Kom laat ons gaan’. In 1979 gemaakt in opdracht van de Nederlandse Omroepstichting (NOS). Het vertelt het verhaal van het verschrikkelijke slavernijverleden en vooral van het Marrondorp Goejaba aan de Boven- Suriname. Dat laatste maakt deze documentaire bijzonder, want regisseur Jan Venema kreeg de voor die tijd unieke kans om wekenlang het leven in het dorp vast te leggen. Het resultaat is een indrukwekkend portret van een volk dat Afrikaanse tradities probeerde vast te houden en te respecteren. Paramaribo was ver weg, een andere wereld waar slechts een enkeling naartoe trok. Openhartig vertellen de vrouwen en mannen van het dorp over hun relaties en zelfs hun seksleven. Ze worden ook gevolgd tijdens hun dagelijkse beslommeringen, het bakken van cassave, het vissen in de rivier. Het zal vast niet het doel zijn geweest in 1979, maar bijna 35 jaar later geeft Ko bo go de kijker een goed beeld van de enorme veranderingen die de Marrongemeenschappen sindsdien hebben ondergaan. Tradities zijn inmiddels vervaagd of verloren gegaan, de apintie heeft plaatsgemaakt voor de BlackBerry, de pangi voor T-shirts en jeans uit Bangladesh. De veranderingen zaten er in 1979 al aan te komen, zo besefte niet alleen Venema maar ook de ouderen van het dorp. Daarom gaven ze toestemming voor de opnamen, om het leven zoals het toen was vast te leggen voor het nageslacht. Ze hebben daar goed aan gedaan, in 35 jaar is er heel veel veranderd. Blanken overspoelen de dorpen, die inmiddels vrijwel zonder uitzondering een vakantieresort herbergen. Hoe anders was dat kort na de onafhankelijkheid: de ‘witte man’ was nog een bezienswaardigheid, die vaak angst inboezemde. Dat heeft ook Venema ervaren. ‘Kinderen lopen huilend weg als ze een blanke zien. Maar even aanwezig is de verering voor en het heimwee naar Afrika, als een volk op drift.’ De verleidingen die de moderne wereld te bieden had, vormden toen al een bedreiging voor het leven dat men gewend was. De eerste jongeren trokken naar de stad, overtuigd dat daar het paradijs was. ‘En ze komen terug met de verwarring zaaiende speelgoedjes van de westerse consumptiemaatschappij, met cassetterecorders en digitaalhorloges. De ouderen raken daardoor in verwarring, de eeuwenoude culturen en tradities worden aangetast en gaan zeer snel verloren.’ Venema en de ouderen konden toen niet bevroeden dat hun sombere voorspelling in razend tempo uit zou komen. En dat maakt deze documentaire, waarvan grote delen terug te vinden zijn via onder meer YouTube, anno 2013 uniek.

Ko Bo Go (Kom laat ons gaan), Jan Venema (regie), 1979, NOS

Comments ()
donderdag, 01 augustus 2013 00:00

De ‘Vrye Neger’ Blondin

De ‘Vrye Neger’ Blondin

De Vrye Neger BlondinDat de slavensamenleving gelaagder en complexer was dan koloniale geschiedschrijvers ons doorgaans willen doen geloven, is in deze rubriek al vaker betoogd. De tot slaaf gemaakten pleegden vaak op uiteenlopende wijze verzet. Sommige kozen ervoor de plantages of hun meesters in de stad te ontvluchten. Een enkele keer probeerden slaven ook langs gerechtelijke weg hun vrijheid te verkrijgen. Onlangs verwierf de Buku Bibliotheca Surinamica-collectie een bijzonder interessant document: Extract uyt de Resolutien van de Heeren Staaten van Holland en West-Vriesland, in haar Edele Groot Mog. Vergadering genomen op Woensdag den 12 Maart 1777. De Heeren Staaten van Holland en West-Vriesland moesten zich, zo blijkt uit dit stuk, buigen over het ‘verzoek van de Vrye Neger Blondin, sijn Wyf Sabine en hunlieder jongen Cicero’ om niet als slaven beschouwd te worden, maar als vrije lieden. Reeds in 1776 werd bij resolutie vastgesteld dat Blondin, zijn vrouw Sabine en hun zoon Cicero als slaven konden worden gezien. Maar Blondin verzoekt die resolutie in te trekken en te verklaren dat hij, zijn vrouw en kind als vrijen beschouwd worden. De reden die Blondin hiervoor aanvoert, is dat hij met zijn vrouw in de jaren 1763, 1765 en 1766 in Nederland is geweest. Dit gebeurde met medeweten van zijn toenmalige ‘Heer en Eigenaar’ Thomas Wybrand van Rees. In de archieven vinden we een katoenplantage met de naam Rees en Crop. Deze plantage moet eigendom zijn geweest van deze Thomas van Rees. Het eigendom van de bezittingen van Van Rees is, na zijn overlijden, overgegaan op het Amsterdamse koopmanshuis Valkenier en de Quesne, want dat had een hypotheek verstrekt. Blondin beroept zich op het feit dat hij en zijn vrouw wettelijk de vrijheid hebben verkregen en vrijwillig naar Suriname zijn vertrokken. Daar hebben zij acht jaar als vrijen geleefd en is hun zoon als ‘Vrygeborene’ ter wereld gekomen. Maar de juridische status van slaven die naar Europa kwamen, was onduidelijk. Zo ook voor Blondin, zijn vrouw Sabine en Cicero. Er zijn geen ‘Brieven van Vrijheid’ en een verklaring van Thomas van Rees is door overlijden niet meer te verkrijgen. Het kon niet worden aangetoond dat Blondin en zijn gezin na terugkeer in Suriname daadwerkelijk als vrije lieden hebben geleefd. Maar Blondin en Sabine moeten een vertrouwensrol hebben gespeeld in het gevolg van Thomas van Rees. Zij gingen immers tot driemaal toe in zijn opdracht naar Nederland. Wat er uiteindelijk van het drietal geworden is, blijft voorlopig een raadsel.

Extract uyt de Resolutien van de Heeren Staaten van Holland en West-vriesland, in haar Edele Groot Mog. Vergadering genomen op Woensdag den 12 Maart 1777

Comments ()